2006-04-01 | BWBR0006368 | Wet op de rechtsbijstand

This commit is contained in:
Coornhert 2006-04-01 12:00:00 +00:00
parent 5e5a798a66
commit b570d138cd

View file

@ -23,12 +23,18 @@ b. *raad:* de raad voor rechtsbijstand, bedoeld in Hoofdstuk II;
c. *bureau:* het onder de raad ressorterende bureau rechtsbijstandvoorziening;
d. *stichting:* de door de raad gesubsidieerde stichting rechtsbijstand;
e. *rechtsbijstand:* rechtskundige bijstand aan een rechtzoekende ter zake van een rechtsbelang dat hem rechtstreeks en individueel aangaat, voor zover in deze wet en de daarop berustende bepalingen geregeld;
f. *rechtzoekende:* degene die op grond van onvoldoende financiële draagkracht aanspraak kan maken op rechtsbijstand, voor zover in deze wet en de daarop berustende bepalingen geregeld, alsmede degene die met het oog op de toepassing van artikel 51a van het Wetboek van Strafvordering als benadeelde partij zijn schade wil vorderen;
f. *rechtzoekende:* degene die op grond van onvoldoende financiële draagkracht aanspraak kan maken op rechtsbijstand, voor zover in deze wet en de daarop berustende bepalingen geregeld, alsmede degene die met het oog op de toepassing van artikel 51a van het Wetboek van Strafvordering als benadeelde partij zijn schade wil vorderen dan wel zijn schade wil vorderen als slachtoffer van een misdrijf tegen de zeden of een geweldsmisdrijf;
g. *jaarplan:* het door de raad op te stellen jaarplan, bedoeld in artikel 7, tweede lid;
h. *rechtsbijstandverlener:* de advocaat, de medewerker van de stichting, bedoeld in artikel 22, eerste lid, en de personen, bedoeld in artikel 13, eerste lid onder c;
i. *toevoeging:* de toevoeging van een rechtsbijstandverlener, bedoeld in artikel 24, eerste lid;
j. *inkomen:* het overeenkomstig deze wet vastgestelde netto-inkomen;
k. *Bijstandsnorm:* de norm voor gehuwden, genoemd in artikel 21, onderdeel c, van de Wet werk en bijstand, verminderd met het overeenkomstig artikel 19, derde lid, van die wet vastgestelde bedrag van de vakantietoeslag.
j. *peiljaar:* het tweede kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarin de aanvraag om een toevoeging wordt gedaan;
k. *Bijstandsnorm:* de norm voor gehuwden, genoemd in artikel 21, onderdeel c, van de Wet werk en bijstand, verminderd met het overeenkomstig artikel 19, derde lid, van die wet vastgestelde bedrag van de vakantietoeslag;
l. *inkomen:* het inkomen, zoals berekend ingevolge de artikelen 34a tot en met 34e;
m. *verzamelinkomen:* het inkomen, bedoeld in artikel 2.18 van de Wet inkomstenbelasting 2001;
n. *belastbaar loon:* het belastbaar loon, bedoeld in artikel 9 van de Wet op de loonbelasting 1964;
o. *vermogen:* het gemiddelde van de rendementsgrondslagen, bedoeld in artikel 5.2 van de Wet op de inkomstenbelasting 2001;
p. *heffingvrij vermogen:* het heffingvrij vermogen, bedoeld in de artikelen 5.5 en 5.6 van de Wet inkomstenbelasting 2001;
q. *inspecteur:* de inspecteur, bedoeld in artikel 2, derde lid, onder b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
**2.** In deze wet en de daarop berustende bepalingen worden onder advocaten mede verstaan procureurs.
@ -52,11 +58,11 @@ k. *Bijstandsnorm:* de norm voor gehuwden, genoemd in artikel 21, onderdeel c, v
### Artikel 3
**1.** De raad bestaat uit negen leden.
**1.** De raad bestaat uit ten hoogste negen leden.
**2.** Onze Minister benoemt, schorst en ontslaat de voorzitter en de overige leden van de raad. Zij worden, de raad gehoord, benoemd uit personen die over juridische, financiële, bestuurlijke of maatschappelijke deskundigheid of ervaring beschikken.
**3.** Ten hoogste vier leden van de raad kunnen zijn rechtsbijstandverleners in de zin van deze wet.
**3.** Ten hoogste de helft leden van de raad kunnen zijn rechtsbijstandverleners in de zin van deze wet.
**4.** De raad wijst uit zijn midden een secretaris en een penningmeester aan.
@ -64,7 +70,7 @@ k. *Bijstandsnorm:* de norm voor gehuwden, genoemd in artikel 21, onderdeel c, v
**1.** De benoeming van de voorzitter en de overige leden van de raad geschiedt voor de tijd van vier jaar.
**2.** Aftredende leden kunnen eenmaal terstond worden herbenoemd. Leden die in een tussentijdse vacature zijn benoemd kunnen tweemaal terstond worden herbenoemd.
**2.** Aftredende leden kunnen tweemaal terstond worden herbenoemd.
### Artikel 5
@ -101,6 +107,7 @@ De raad heeft voorts tot taak:
a. het nemen van besluiten op aanvragen om rechtsbijstand en die om verlening van toevoegingen;
b. de vaststelling en uitbetaling van vergoedingen aan rechtsbijstandverleners;
c. de controle op werkzaamheden van rechtsbijstandverleners, voorzover deze niet elders in deze wet aan anderen is opgedragen;
d. de vaststelling van de draagkracht overeenkomstig de bepalingen van deze wet, voorzover dat bij wettelijk voorschrift is bepaald;
e. het vergoeden van de in deze wet bedoelde, door de rechtzoekende met een grensoverschrijdend geschil als bedoeld in hoofdstuk IIIa gemaakte kosten.
**3.** De raad stelt voor elk kalenderjaar een jaarplan op. Van het jaarplan maken een activiteitenplan en een begroting deel uit. Het jaarplan geeft inzicht in de regels die ten grondslag liggen aan het werkplan van de stichting, bedoeld in artikel 23. Het jaarplan wordt van kracht zodra Onze Minister ermee heeft ingestemd.
@ -233,7 +240,9 @@ a. het verzorgen van spreekuren;
b. het verzorgen van verdergaande rechtsbijstand ten vervolge op een spreekuur overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen grenzen of voorwaarden;
c. het verlenen van verdergaande rechtsbijstand op basis van een toevoeging.
**2.** De stichting onderzoekt de draagkracht van de rechtzoekende in het geval van rechtsbijstand op basis van het eerste lid, onder *b*, behalve in het geval de rechtzoekende met het oog op de toepassing van artikel 51a van het Wetboek van Strafvordering als benadeelde partij zijn schade wil vorderen. Bij of krachtens de in artikel 25, vierde lid, bedoelde algemene maatregel van bestuur worden hieromtrent nadere regels gesteld.
**2.** De stichting onderzoekt de draagkracht van de rechtzoekende in het geval van rechtsbijstand op basis van het eerste lid, onder *b*, behalve in het geval de rechtzoekende met het oog op de toepassing van artikel 51a van het Wetboek van Strafvordering als benadeelde partij zijn schade wil vorderen. Bij zijn onderzoek gaat de stichting uit van het inkomen en vermogen dat het verzamelinkomen respectievelijk het vermogen in het jaar waarin de verlening van verdergaande rechtsbijstand ten vervolge op een spreekuur is aangevangen zo goed mogelijk benadert.
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden omtrent de beoordeling van het inkomen en vermogen met het oog op de verlening van verdergaande rechtsbijstand ten vervolge op een spreekuur alsmede met betrekking tot de over te leggen gegevens nadere regels gesteld.
### Artikel 20
@ -379,25 +388,21 @@ c. rechtsbijstand door personen, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder c.
### Artikel 25
**1.** Bij de aanvraag om een toevoeging wordt een door de burgemeester van de woonplaats van de rechtzoekende kosteloos af te geven verklaring overgelegd. Indien de verklaring niet kan worden afgegeven op grond van het feit dat de aanvrager overeenkomstig de bepalingen van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens niet als ingezetene in de basisadministratie is ingeschreven, legt deze zoveel mogelijk overeenkomstige bescheiden over.
**1.** Voorzover beschikbaar worden bij de aanvraag om een toevoeging in ieder geval het sociaal-fiscaalnummer, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel j, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, van de aanvrager en van degenen als bedoeld in artikel 34, derde lid, verstrekt.
**2.**
**2.** Indien het een aanvraag betreft van een vreemdeling van wie geen sociaal-fiscaalnummer beschikbaar is, verstrekt de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie op verzoek van de raad de gegevens die voor de beoordeling van de aanvraag noodzakelijk zijn.
Omtrent de financiële draagkracht van de aanvrager, diens gezinsleden en de personen met wie hij een gemeenschappelijke huishouding voert kan de raad gegevens opvragen bij:
**3.** De inspecteur die bevoegd is tot heffing van belastingen van de rechtzoekende en van degenen als bedoeld in artikel 34, derde lid, verstrekt op verzoek van de raad van hen het verzamelinkomen of het belastbaar loon alsmede het vermogen dat meer bedraagt dan het heffingvrij vermogen.
a. de Rijksbelastingdienst;
b. de Sociale verzekeringsbank;
c. het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
d. de gemeentelijke sociale diensten;
e. de afdelingen bevolking van de gemeenten.
**4.** In de gevallen waarin de inspecteur niet beschikt over de inkomens- of vermogensgegevens van de rechtzoekende of van degenen als bedoeld in artikel 34, derde lid, legt de aanvrager stukken over op grond waarvan de raad het inkomen en vermogen kan vaststellen.
**3.** De gegevens, bedoeld in het tweede lid, worden zo spoedig mogelijk aan de raad verstrekt.
**5.** Met het oog op het vaststellen van de financiële draagkracht en van de hoogte van de eigen bijdrage van de rechtzoekende worden op verzoek van de raad uit de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens inlichtingen verstrekt over de rechtzoekende en degenen met wie de rechtzoekende een gezamenlijke huishouding voert als bedoeld in artikel 34, derde lid.
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de in het eerste lid bedoelde verklaring en de daarbij over te leggen bewijsstukken, alsmede omtrent het bij wege van steekproef opvragen door de raad van gegevens bij de administratie der belastingen. Deze regels kunnen inhouden dat in bepaalde gevallen met een andere dan de in het eerste lid bedoelde verklaring volstaan kan worden.
**6.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de bij de aanvraag over te leggen gegevens en bescheiden alsmede omtrent het opvragen van het sociaal-fiscaal nummer bij degenen wier inkomen of vermogen betrokken wordt bij de beoordeling van de aanvraag.
### Artikel 26
Indien de overeenkomstig artikel 25 overgelegde of opgevraagde gegevens ontoereikend zijn om de financiële draagkracht van de aanvrager vast te stellen, kan de raad op grond van de gegevens waarover het beschikt, zelf de draagkracht bepalen.
Vervallen
### Artikel 27
@ -431,9 +436,7 @@ c. een rechtsprobleem betreft dat naar het oordeel van de raad eenvoudig afgehan
### Artikel 31
**1.** De raad verleent een voorwaardelijke toevoeging, indien de aanvraag om verlening van rechtsbijstand betrekking heeft op een aanmerkelijk financieel belang of het aannemelijk is dat de kosten van rechtsbijstand verhaald kunnen worden op een derde.
**2.** Indien op het moment van beëindiging van de zaak waarvoor een voorwaardelijke toevoeging is verleend, blijkt dat de financiële draagkracht van de aanvrager zodanig is toegenomen dat deze de in artikel 34 genoemde bedragen overschrijdt, of dat de rechtzoekende de kosten van rechtsbijstand kon verhalen op een derde, verleent de raad geen definitieve toevoeging. Onder de toegenomen financiële draagkracht wordt mede verstaan de toename van de liquide middelen van de rechtzoekende.
Vervallen
### Artikel 32
@ -448,8 +451,7 @@ De raad kan de toevoeging, anders dan op verlangen van de aanvrager, wijzigen, b
a. deze is verleend op grond van onjuiste of onvolledige gegevens omtrent de aard of het belang van de zaak, de financiële draagkracht of de woonplaats van de aanvrager;
b. de aanvrager de voor een goede behartiging van zijn zaak noodzakelijke medewerking weigert;
c. de aanvrager in gebreke blijft de door hem verschuldigde eigen bijdrage en overige kosten die voor zijn rekening komen, dan wel een hem daarop gevraagd voorschot, te voldoen;
d. de financiële draagkracht van de aanvrager voor de beëindiging van de rechtsbijstand aanzienlijk blijkt te zijn toegenomen;
e. blijkt dat een andere toevoeging mede omvat het rechtsbelang waarvoor de toevoeging is verleend.
d. blijkt dat een andere toevoeging mede omvat het rechtsbelang waarvoor de toevoeging is verleend.
**2.** De toegevoegde rechtsbijstandverlener kan zich na beëindiging of intrekking van de toevoeging aan de zaak onttrekken.
@ -461,48 +463,89 @@ e. blijkt dat een andere toevoeging mede omvat het rechtsbelang waarvoor de toev
### Artikel 34
**1.** Rechtsbijstand overeenkomstig de bepalingen van deze wet wordt verleend aan hen wier inkomen per maand ƒ 2 810 per 1 januari 2006: € 1.450 of minder bedraagt, indien zij alleenstaand zijn, dan wel, indien zij met een of meer anderen een gemeenschappelijke huishouding voeren, ten hoogste ƒ 4 020 per 1 januari 2006: € 2.071.
**1.** Rechtsbijstand overeenkomstig de bepalingen van deze wet wordt verleend aan hen wier inkomen per jaar € 21 800 of minder bedraagt, indien zij alleenstaand zijn, dan wel, indien zij met één of meer anderen een gemeenschappelijke huishouding voeren, ten hoogste € 31 000.
**2.** In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt geen rechtsbijstand verleend, indien de rechtzoekende beschikt over een eigen vermogen van ten minste € 7300, indien hij alleenstaande is, dan wel van ten minste € 10 500 in overige gevallen.
**2.** In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt geen rechtsbijstand verleend, indien de rechtzoekende beschikt over een vermogen dat meer bedraagt dan het heffingvrij vermogen.
**3.**
Bij de vaststelling van het inkomen en het vermogen van de rechtzoekende worden, behoudens in het geval van onderling tegenstrijdige belangen, mede in aanmerking genomen het inkomen en het vermogen van:
Bij de vaststelling van het inkomen en vermogen van de rechtzoekende worden, behoudens het geval van onderling tegenstrijdige belangen, mede in aanmerking genomen het inkomen en vermogen van:
a. de echtgenoot of geregistreerde partner van de rechtzoekende, tenzij deze duurzaam van hem gescheiden leeft;
b. de persoon van verschillend of gelijk geslacht met wie de rechtzoekende duurzaam een gezamenlijke huishouding voert, tenzij tussen deze en de rechtzoekende een bloedverwantschap in de eerste of tweede graad bestaat.
**4.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gegeven voor de vaststelling van het voor de financiële draagkracht in aanmerking te nemen inkomen en vermogen.
**5.** Telkens na vijf jaar wordt het vermogen, bedoeld in het tweede lid, per 1 januari aangepast met het percentage, bedoeld in het vijfde lid, onder c, van artikel 35, met dien verstande dat de te wijzigen bedragen worden afgerond op het naastliggende veelvoud van € 100.
a. de echtgenoot of geregistreerde partner van de rechtzoekende, tenzij deze op het moment van de aanvraag duurzaam van hem gescheiden leeft;
b. de persoon van verschillend of gelijk geslacht met wie de rechtzoekende duurzaam een gezamenlijke huishouding voert, tenzij tussen deze en de rechtzoekende op het moment van de aanvraag een bloedverwantschap in de eerste of tweede graad bestaat.
### Artikel 34a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** Het inkomen van de rechtzoekende is het verzamelinkomen in het peiljaar. Tot het moment waarop dit inkomen door de inspecteur is vastgesteld wordt onder inkomen verstaan het bedrag dat in het peiljaar het verzamelinkomen zo goed mogelijk benadert. De raad stelt dit bedrag vast op grond van de beschikbare gegevens. Nadat de inspecteur het inkomen en vermogen van het peiljaar heeft vastgesteld, neemt de raad ambtshalve een besluit dat in de plaats komt van het eerder genomen besluit. Artikel 34d, eerste lid, tweede volzin en vierde lid, is van toepassing.
**2.** Indien geen aanslag inkomstenbelasting wordt vastgesteld, wordt onder inkomen verstaan het belastbaar loon in het peiljaar. Indien geen belastbaar loon beschikbaar is, wordt onder inkomen verstaan het bedrag dat in het peiljaar het verzamelinkomen zo goed mogelijk benadert. De raad stelt dit bedrag vast.
**3.** Indien op grond van het ambtshalve besluit van de raad, bedoeld in het eerste lid, de rechtzoekende een hogere eigen bijdrage verschuldigd is, is hij hetgeen meer moet worden betaald verschuldigd aan de raad. Is de rechtzoekende een lagere eigen bijdrage of geen eigen bijdrage verschuldigd, dan kan hij het teveel betaalde vorderen van de raad. Over de te betalen of te vorderen bedragen worden geen renten en kosten vergoed. Artikel 34f is van overeenkomstige toepassing.
**4.** Het vermogen is het vermogen in het peiljaar. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing.
**5.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gegeven voor de vaststelling van het voor de financiële draagkracht in aanmerking te nemen inkomen en vermogen.
### Artikel 34b
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel 34a is van overeenkomstige toepassing op het vaststellen van het inkomen en vermogen van een andere persoon dan de rechtzoekende als bedoeld in artikel 34, derde lid.
### Artikel 34c
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** Indien in het jaar waarin de aanvraag om een toevoeging is gedaan sprake is van een terugval in het inkomen of vermogen, neemt de raad op aanvraag van de rechtzoekende een besluit dat is gebaseerd op het door de raad geschatte inkomen of vermogen in het jaar waarin de aanvraag om een toevoeging is gedaan.
**2.** Onder terugval van inkomen of vermogen wordt verstaan een vermindering van het inkomen of vermogen met ten minste 15% ten opzichte van het peiljaar.
**3.** De aanvraag wordt bij de raad ingediend binnen zes weken na de bekendmaking van het besluit waarin is beslist op de aanvraag om een toevoeging.
**4.** Bij de aanvraag worden in ieder geval overgelegd gegevens over het inkomen en vermogen van het jaar van de aanvraag alsmede een verklaring waarin de oorzaak van de inkomens- of vermogensdaling wordt toegelicht.
### Artikel 34d
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** Indien de raad de aanvraag, bedoeld in artikel 34c, eerste lid, niet heeft afgewezen, neemt de raad, nadat de inspecteur het inkomen en vermogen in het jaar van de aanvraag heeft vastgesteld, ambtshalve een besluit dat in de plaats komt van het eerder genomen besluit, bedoeld in artikel 34c, eerste lid, met dien verstande dat dit besluit niet van een hoger inkomen en vermogen uitgaat dan zou zijn vastgesteld in het peiljaar, bedoeld in artikel 34a, eerste lid. Het besluit heeft geen gevolg voor de beschikking tot verlening en vaststelling van de vergoeding alsmede voor het recht van de rechtsbijstandverlener om de eigen bijdrage die voortvloeit uit de draagkracht zoals berekend in het eerder genomen besluit te vorderen.
**2.** Artikel 34a, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald in welke gevallen de raad mag beslissen tot de verlening van een toevoeging, indien het geschatte inkomen of vermogen de grenzen, genoemd in artikel 34, eerste en tweede lid, overschrijdt dan wel de terugval in het inkomen of vermogen minder is dan 15%. In die gevallen is de eigen bijdrage gelijk aan die geregeld in artikel 35, derde of vierde lid, telkens onder e.
### Artikel 34e
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** De beslissing op het bezwaar tegen de beslissing op de aanvraag om een toevoeging wordt geacht mede betrekking te hebben op de beslissing op de aanvraag, bedoeld in artikel 34c, eerste lid.
**2.** Indien de aanvraag, bedoeld in artikel 34c, eerste lid, later is ingediend dan het bezwaarschrift wordt in afwijking van artikel 7:10 van de Algemene wet bestuursrecht de termijn waarbinnen de raad beslist geacht aan te vangen bij ontvangst van de aanvraag.
**3.** Indien het bezwaarschrift later is ingediend dan de aanvraag om peiljaarverlegging wordt de termijn waarbinnen de raad op de aanvraag om peiljaarverlegging moet beslissen opgeschort tot het moment waarop op het bezwaar wordt beslist.
### Artikel 34f
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** De rechtzoekende is het bedrag dat in het kader van de verlening van rechtsbijstand door de raad is betaald aan de rechtsbijstandverlener verschuldigd aan de raad, indien de rechtzoekende op grond van het besluit, bedoeld in artikel 34d, eerste lid, geen recht heeft op de verlening van rechtsbijstand.
**2.** De raad vordert het bedrag, bedoeld in het eerste lid, van de rechtzoekende, tenzij zwaarwegende omstandigheden zich daartegen verzetten.
**3.** Bij het vaststellen van de termijn of de termijnen waarbinnen moet worden betaald, houdt de raad rekening met de draagkracht van de rechtzoekende.
**4.** Indien de rechtzoekende het verschuldigde bedrag niet of niet tijdig voldoet maant de raad de rechtzoekende schriftelijk aan om alsnog binnen vier weken na dagtekening van de aanmaning het daarin vermelde bedrag aan de raad te voldoen. De aanmaning vermeldt dat bij niet tijdige betaling deze kan worden afgedwongen door op kosten van de schuldenaar uit te voeren invorderingsmaatregelen. De aanmaning vermeldt de vergoeding die in rekening wordt gebracht.
**5.** Volgt op deze aanmaning de betaling binnen de gestelde termijn niet, dan vaardigt de raad een dwangbevel uit. Het dwangbevel omvat mede de buitengerechtelijke kosten.
**6.** De bekendmaking van het dwangbevel geschiedt door middel van de betekening van een exploot als bedoeld in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
**7.** Het dwangbevel levert een executoriale titel op, die met toepassing van de voorschriften van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan worden tenuitvoergelegd. Bij het dwangbevel kunnen tevens de aanmaningsvergoeding en de kosten van het dwangbevel worden ingevorderd.
**8.** Binnen vier weken na de betekening staat verzet open tegen het dwangbevel, bedoeld in het vijfde lid, door dagvaarding van de raad. Het verzet schorst de tenuitvoerlegging van het dwangbevel voorzover deze door het verzet wordt bestreden.
### Artikel 34g
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.**
Tenzij zwaarwegende omstandigheden zich daartegen verzetten, wordt de toevoeging met terugwerkende kracht ingetrokken, indien:
a. de rechtzoekende de kosten van rechtsbijstand kan verhalen op een derde, of
b. op het moment van de definitieve afhandeling van de zaak waarvoor die toevoeging was verleend de rechtzoekende als resultaat van die zaak een vordering met betrekking tot een geldsom ter hoogte van tenminste 50% van het heffingvrij vermogen heeft.
**2.** Het eerste lid, onder b, is niet van toepassing in zaken betreffende het strafrecht en het vreemdelingenrecht.
**3.** Artikel 34a, derde lid, tweede, derde en vierde volzin en artikel 34d, eerste lid, tweede volzin zijn van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 35
@ -512,42 +555,37 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**3.**
De in het tweede lid bedoelde eigen bijdrage bedraagt:
Indien uitsluitend het inkomen of vermogen van de rechtzoekende in aanmerking wordt genomen, bedraagt de eigen bijdrage:
a. voor hen wier inkomen per maand niet hoger is dan de bijstandsnorm: € 89 Per 1 januari 2006: € 90,
b. voor hen wier inkomen per maand hoger is dan de bijstandsnorm en ten hoogste ƒ 2 365,- per 1 januari 2006: € 1.220 bedraagt: € 140 per 1 januari 2006: € 142;
c. voor hen wier inkomen per maand meer dan ƒ 2 365,- per 1 januari 2006: € 1.220 en ten hoogste ƒ 2 505,- per 1 januari 2006: € 1.290 bedraagt: € 206 per 1 januari 2006: € 210;
d. voor hen wier inkomen per maand meer dan ƒ 2 505,- per 1 januari 2006: € 1.290 en ten hoogste ƒ 2 610,- per 1 januari 2006: € 1.345 bedraagt: € 272 per 1 januari 2006: € 277;
e. voor hen wier inkomen per maand meer dan ƒ 2 610,- per 1 januari 2006: € 1.345 en ten hoogste ƒ 2 740,- per 1 januari 2006: € 1.413 bedraagt: € 336 per 1 januari 2006: € 343;
f. voor hen wier inkomen per maand meer dan ƒ 2 740,- per 1 januari 2006: € 1.413 en ten hoogste ƒ 2 865,- per 1 januari 2006: € 1.477 bedraagt: € 392 per 1 januari 2006: € 399;
g. voor hen wier inkomen per maand meer dan ƒ 2 865,- per 1 januari 2006: € 1.477 en ten hoogste ƒ 2 980,- per 1 januari 2006: € 1.535 bedraagt: € 453 per 1 januari 2006: € 462;
h. voor hen wier inkomen per maand meer dan ƒ 2 980,- per 1 januari 2006: € 1.535 en ten hoogste ƒ 3 105,- per 1 januari 2006: € 1.601bedraagt: € 511per 1 januari 2006: € 520;
i. voor hen wier inkomen per maand meer dan ƒ 3 105,- per 1 januari 2006: € 1.601en ten hoogste ƒ 3 240,- per 1 januari 2006: € 1.670bedraagt: € 576 per 1 januari 2006: € 587;
j. voor hen wier inkomen per maand meer dan ƒ 3 240,- per 1 januari 2006: € 1.670 en ten hoogste ƒ 3 365,- per 1 januari 2006: € 1.733 bedraagt: € 626 per 1 januari 2006: € 638;
k. voor hen wier inkomen per maand meer dan ƒ 3 365,- per 1 januari 2006: € 1.733 en ten hoogste ƒ 3 485,- per 1 januari 2006: € 1.794 bedraagt: € 696 per 1 januari 2006: € 709;
l. voor hen wier inkomen per maand meer dan ƒ 3 485 per 1 januari 2006: € 1.794 en ten hoogste ƒ 4 020 per 1 januari 2006: € 2.071 bedraagt: € 761 per 1 januari 2006: € 775.
a. voor hen wier inkomen niet hoger is dan € 15 200: € 90,
b. voor hen wier inkomen meer is dan € 15 200 en ten hoogste € 15 900 bedraagt: € 141,
c. voor hen wier inkomen meer is dan € 15 900 en ten hoogste € 16 700 bedraagt: € 242,
d. voor hen wier inkomen meer is dan € 16 700 en ten hoogste € 18 400 bedraagt: € 428,
e. voor hen wier inkomen meer is dan € 18 400 en ten hoogste € 21 800 bedraagt: € 672.
**4.** Indien de aanvrager alleenstaand is worden de in het derde lid genoemde inkomensgrenzen met dertig procent verlaagd.
**4.**
**5.**
In de andere gevallen bedraagt de eigen bijdrage:
De in artikel 34 en de in het derde lid van dit artikel genoemde inkomensgrenzen, met uitzondering van de bijstandsnorm, genoemd onder a en b, alsmede de in het derde lid van dit artikel genoemde eigen bijdragen worden door Onze Minister als volgt aangepast:
a. voor hen wier inkomen niet hoger is dan € 21 200: € 90,
b. voor hen wier inkomen meer is dan € 21 200 en ten hoogste € 22 300 bedraagt: € 141,
c. voor hen wier inkomen meer is dan € 22 300 en ten hoogste € 23 500 bedraagt: € 242,
d. voor hen wier inkomen meer is dan € 23 500 en ten hoogste € 26 000 bedraagt: € 428,
e. voor hen wier inkomen meer is dan € 26 000 en ten hoogste € 31 000 bedraagt: € 672.
a. de inkomensgrenzen worden jaarlijks per 1 januari aangepast met het percentage waarmee het indexcijfer van de lonen op 31 oktober van het voorgaande jaar afwijkt van het overeenkomstige indexcijfer op 31 oktober in het daaraan voorafgaande jaar, met dien verstande dat de te wijzigen bedragen worden afgerond op het naastliggende veelvoud van € 1;
b. de in het derde lid van dit artikel onder a genoemde eigen bijdrage wordt jaarlijks per 1 januari aangepast met het percentage waarmee de bijstandsnorm per 31 oktober daaraan voorafgaand afwijkt van de bijstandsnorm per 31 oktober van het voorgaande jaar, met dien verstande dat de te wijzigen bedragen worden afgerond op het naastliggende veelvoud van € 1;
c. de overige in het derde lid van dit artikel genoemde eigen bijdragen worden jaarlijks per 1 januari aangepast met het percentage waarmee het indexcijfer van de lonen op 31 oktober van het voorgaande jaar afwijkt van het overeenkomstige indexcijfer op 31 oktober in het daaraan voorafgaande jaar, met dien verstande dat de te wijzigen bedragen worden afgerond op het naastliggende veelvoud van € 1.
**5.** De in artikel 34 en de in het derde en vierde lid van dit artikel genoemde inkomensgrenzen, alsmede de in het derde en vierde lid genoemde eigen bijdragen worden jaarlijks per 1 januari aangepast met het percentage waarmee het indexcijfer van de lonen op 31 oktober van het voorgaande jaar afwijkt van het overeenkomstige indexcijfer op 31 oktober in het daaraan voorafgaande jaar, met dien verstande dat de te wijzigen inkomensbedragen worden afgerond op het naastliggende veelvoud van € 100, en dat de te wijzigen eigen bijdragen worden afgerond op het naastliggende veelvoud van € 1,. Onze Minister maakt jaarlijks de geïndexeerde bedragen bekend door publicatie in de Staatscourant.
**6.** De in het eerste en derde lid genoemde eigen bijdragen kunnen voorts bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd.
**6.** De in het eerste, derde en vierde lid genoemde eigen bijdragen kunnen voorts bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd.
**7.** Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald wat onder het indexcijfer van de lonen als bedoeld in het vijfde lid wordt verstaan.
**8.** Bij de in artikel 34, vierde lid, bedoelde algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de gevallen waarin het bureau bevoegd is geen of een lagere eigen bijdrage dan genoemd in het eerste en het derde lid op te leggen.
**8.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de gevallen waarin de raad bevoegd is geen of een lagere eigen bijdrage dan genoemd in het eerste, derde of vierde lid op te leggen.
### Artikel 36
**1.** Aan rechtspersonen wordt overeenkomstig de bepalingen van deze wet rechtsbijstand verleend, indien van de rechtspersoon redelijkerwijze niet verwacht kan worden dat deze de kosten van rechtsbijstand betaalt uit eigen vermogen of inkomsten, waaronder begrepen bijdragen van leden of betrokkenen, alsmede subsidies van de overheid.
**2.** De rechtspersoon aan wie rechtsbijstand op basis van een toevoeging wordt verleend, is een eigen bijdrage verschuldigd als genoemd in artikel 35, derde lid, onder *l*.
**2.** De rechtspersoon aan wie rechtsbijstand op basis van een toevoeging wordt verleend, is een eigen bijdrage verschuldigd als genoemd in artikel 35, derde lid, onder e.
### Afdeling 2. De kosten van de verlening van rechtsbijstand
@ -568,7 +606,7 @@ b. de door hem verleende rechtsbijstand in een zaak waarin een rechtsbijstandver
**5.**
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden vastgesteld met betrekking tot:
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden vastgesteld met betrekking tot:
a. het bedrag van de vergoeding en de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald;
b. de aanvraag van de vergoeding en de besluitvorming daarover;
@ -731,6 +769,8 @@ g. artikel 62, eerste lid, van de Beginselenwet verpleging ter beschikking geste
**4.** De raad is bevoegd geen eigen bijdrage op te leggen bij de toevoeging van een raadsman aan hen die zich anders dan als verdachte of veroordeelde krachtens het Wetboek van Strafrecht of Wetboek van Strafvordering laten bijstaan.
**5.** Ongeacht de draagkracht is rechtsbijstand aan een slachtoffer van een misdrijf tegen de zeden of een geweldsmisdrijf kosteloos, indien in de desbetreffende zaak vervolging is ingesteld en het slachtoffer overeenkomstig artikel 3 van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven in aanmerking komt voor een uitkering.
### Artikel 44a
**1.** Indien een verdachte in een strafzaak is bijgestaan door een raadsman die op het moment van de verlening van rechtsbijstand is toegevoegd, wordt met uitzondering van de vergoeding van de eigen bijdrage, geen kostenvergoeding van een raadsman als bedoeld in artikel 591a, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering toegekend, tenzij de toevoeging, anders dan na een daartoe ingediende aanvraag, wordt ingetrokken of beëindigd.