2012-01-01 | BWBR0016876 | Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken

This commit is contained in:
Coornhert 2012-01-01 12:00:00 +00:00
parent 7b7f80b238
commit b5a5082ca9

View file

@ -24,8 +24,8 @@ b. beperkingenbesluit:
1°. op grond van artikel 2 aangewezen schriftelijke publiekrechtelijke rechtshandeling waaruit een publiekrechtelijke beperking voortvloeit dan wel waarbij deze wordt gewijzigd of komt te vervallen;
2°. een melding aan het bevoegd gezag van een voornemen tot sanering als bedoeld in artikel 39b, derde lid, van de Wet bodembescherming;
3°. een mededeling van een adviesaanvraag door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van de Monumentenwet 1988 betreffende de aanwijzing van een binnen het grondgebied van een gemeente gelegen onroerend monument als beschermd monument;
4°. een afschrift van een inschrijving door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van een als beschermd monument aangewezen onroerend monument in het register, bedoeld in artikel 6, eerste lid, of artikel 7, vierde lid, van de Monumentenwet 1988;
3°. een mededeling van een adviesaanvraag door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Monumentenwet 1988 betreffende de aanwijzing van een binnen het grondgebied van een gemeente gelegen onroerend monument als beschermd monument;
4°. een afschrift van een inschrijving door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van een als beschermd monument aangewezen onroerend monument in het register, bedoeld in artikel 6, eerste lid, of artikel 7, derde lid, van de Monumentenwet 1988;
5°. een schriftelijke handeling, niet zijnde een besluit, van een bestuursorgaan van een provincie of gemeente op grond van een provinciale respectievelijk gemeentelijke verordening, waardoor, voordat op grond van die verordening een besluit tot aanwijzing van een onroerende zaak als beschermd monument is genomen, op die onroerende zaak de in de betreffende verordening opgenomen bepalingen ten aanzien van krachtens die verordening aangewezen beschermde monumenten van overeenkomstige toepassing worden;
6°. een afschrift van een inschrijving op dan wel in een provinciale of gemeentelijke monumentenlijst respectievelijk een provinciaal of gemeentelijk monumentenregister door een bestuursorgaan van een provincie of gemeente van een besluit tot aanwijzing van een onroerende zaak als beschermd monument, indien door die inschrijving de in de betreffende provinciale of gemeentelijke verordening opgenomen bepalingen ten aanzien van krachtens die verordening aangewezen beschermde monumenten rechtstreeks van toepassing worden;
c. gemeentelijk beperkingenregister: openbaar gemeentelijk register waarin een beperkingenbesluit van een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt ingeschreven;
@ -234,7 +234,7 @@ Het ter inschrijving aanbieden, bedoeld in het eerste lid, geschiedt:
a. bij een beperkingenbesluit als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 1°, binnen vier dagen na de dag van bekendmaking van het beperkingenbesluit;
b. bij een beperkingenbesluit als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 2°, binnen vier dagen na de dag waarop dat bestuursorgaan het beperkingenbesluit heeft ontvangen;
c. bij een beperkingenbesluit als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 3°, binnen vier dagen na de dag waarop het beperkingenbesluit is verzonden;
d. bij een beperkingenbesluit als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 4°, binnen vier dagen na de dag waarop de inschrijving door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van de aanwijzing van een onroerend monument als beschermd monument in het register, bedoeld in artikel 6, eerste lid, of artikel 7, vierde lid, van de Monumentenwet 1988, heeft plaatsgevonden;
d. bij een beperkingenbesluit als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 4°, binnen vier dagen na de dag waarop de inschrijving door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van de aanwijzing van een onroerend monument als beschermd monument in het register, bedoeld in artikel 6, eerste lid, of artikel 7, derde lid, van de Monumentenwet 1988, heeft plaatsgevonden;
e. bij een beperkingenbesluit als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 5°, binnen vier dagen na de dag waarop het beperkingenbesluit is verzonden of van het beperkingenbesluit kennisgeving is gedaan;
f. bij een beperkingenbesluit als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 6°, binnen vier dagen na de dag waarop de inschrijving van het besluit tot aanwijzing van een onroerende zaak als beschermd monument heeft plaatsgevonden;
g. bij een op een beperkingenbesluit betrekking hebbende beslissing in administratief beroep of rechterlijke uitspraak, binnen vier dagen na de dag waarop het bestuursorgaan een gewaarmerkt afschrift daarvan heeft ontvangen.