2007-03-01 | BWBR0003630 | Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984

This commit is contained in:
Coornhert 2007-03-01 12:00:00 +00:00
parent 1edd913127
commit b5b26a6366

View file

@ -452,23 +452,11 @@ b. De feestdagen, genoemd in artikel 21, zevende lid, onder *a*, van het Algemee
### Artikel 24
**1.**
Het bepalen van de salarisschaal en het toekennen van het salaris, van een toelage als bedoeld in de artikelen 14 tot en met 18a, van de eindejaarsuitkering, van de vakantie-uitkering, van een toeslag en van de vergoeding voor extra diensten vindt plaats:
Het bepalen van de salarisschaal geschiedt
a. voor wat betreft ambtenaren werkzaam bij de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal, bij de Raad van State, bij de Algemene Rekenkamer, bij de Hoge Raad van Adel en bij het Bureau van de Nationale Ombudsman door het in de desbetreffende schaal tot aanstellen bevoegde gezag;
b. voor wat betreft de overige ambtenaren door Onze Minister, hoofd van het desbetreffende departement van algemeen bestuur.
**2.** In afwijking van het eerste lid geschiedt het bepalen van de salarisschaal voor de aan de Raad van State toegevoegde ambtenaren van Staat die zijn aangesteld in een functie waaraan een maximum-salaris is verbonden dat minder is dat het maximum-salaris van schaal 15, door de Vice-President van de Raad van State en voor de in dat lid onder b. bedoelde ambtenaren bij koninklijk besluit, indien het maximum-salaris van die schaal gelijk is aan of hoger is dan het maximum-salaris van schaal 15 van bijlage B van dit besluit.
**3.**
Het toekennen van het salaris, van een toelage als bedoeld in de artikelen 14 tot en met 18a, van de eindejaarsuitkering, van de vakantieuitkering, van een toeslag en van de vergoeding voor extra diensten geschiedt
a. voor wat betreft de ambtenaren bedoeld in het eerste lid onder a, door het tot aanstellen bevoegde gezag, met uitzondering van de in het tweede lid bedoelde ambtenaren van Staat, ten aanzien van wie toekenning geschiedt door de Vice-President van de Raad van State;
b. voor wat betreft de ambtenaren bedoeld in het eerste lid onder b, door Onze Minister, hoofd van het desbetreffende departement van algemeen bestuur.
**4.** Wij kunnen bepalingen vaststellen die afwijken van het bepaalde in de vorige leden.
a. wat betreft de ambtenaren, aangesteld bij de Raad van State, door de vicepresident van de Raad van State;
b. wat betreft de ambtenaren, aangesteld bij de Algemene Rekenkamer, de Hoge Raad van Adel, het Kabinet der Koningin, de Kanselarij der Nederlandse Orden of de Nationale ombudsman door het tot aanstelling bevoegde gezag;
c. wat betreft de overige ambtenaren door Onze minister wie het aangaat.
### Artikel 25