2009-07-30 | BWBR0007687 | Arbeidstijdenbesluit

This commit is contained in:
Coornhert 2009-07-30 12:00:00 +00:00
parent fed66e9f02
commit b5d059edd7

View file

@ -143,7 +143,7 @@ De werkgever zorgt er voor, dat op een bemand mijnbouwwerk de op dat mijnbouwwer
### Artikel 3.1:2
**1.** Indien artikel 5.14:4 van toepassing is, zorgt de werkgever er voor dat de registratie van de arbeids- en rusttijden van de werknemer plaatsvindt volgens een door Onze Minister vastgesteld model.
**1.** Indien artikel 5.14:4 of artikel 5.14:4a van toepassing is, zorgt de werkgever er voor dat de registratie van de arbeids- en rusttijden van de werknemer plaatsvindt volgens een door Onze Minister vastgesteld model.
**2.** De werknemer, bedoeld in het eerste lid, draagt tijdens het verrichten van de arbeid de in dat lid bedoelde registratie bij zich.
@ -933,10 +933,18 @@ c. in de in onderdeel a bedoelde periode van 21 aaneengesloten dagen een onafgeb
**5.** Indien het vierde lid wordt toegepast kan in afwijking van het derde lid, onderdeel b, de onafgebroken rusttijd van ten minste 12 uren worden ingekort met ten hoogste één uur.
**6.** Indien dit artikel wordt toegepast, organiseert de werkgever de arbeid van de werknemer zodanig, dat tegenover iedere periode van 24 uren welke wordt doorgebracht op of vanaf een mijnbouwwerk in een periode van 16 aaneengesloten weken een onafgebroken rusttijd staat van ten minste 24 uren elders.
**6.** Indien dit artikel wordt toegepast, organiseert de werkgever de arbeid van de werknemer zodanig, dat tegenover iedere periode van 24 uren welke wordt doorgebracht op of vanaf een mijnbouwwerk in een periode van 26 aaneengesloten weken een onafgebroken rusttijd staat van ten minste 24 uren elders.
#### Paragraaf . Aansluiting bestendig en regelmatig arbeidspatroon met niet-bestendig en regelmatig arbeidstijdpatroon
### Artikel 5.14:4a
**1.** Dit artikel is uitsluitend van toepassing op een werknemer die vanuit een bestendig en regelmatig arbeidspatroon, bedoeld in de artikelen 5.14:2 of 5.14:3, werkzaamheden gaat verrichten in een niet-bestendig en regelmatig arbeidspatroon, bedoeld in artikel 5.14:4.
**2.** Indien de aard van de arbeid of de bedrijfsomstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij collectieve regeling, met inachtneming van het derde lid, ten hoogste 2 maal in elke periode van 52 weken worden afgeweken van artikel 5.14:2, derde lid, onder a, ten aanzien van het aantal malen dat een dienst wordt verricht. Elk beding, waarbij op andere wijze dan in de vorige zin is bepaald, wordt afgeweken van artikel 5.14:2, derde lid, onder a, is nietig.
**3.** In afwijking van artikel 5.14:2, derde lid, onder a, ten aanzien van het aantal malen dat een dienst wordt verricht, organiseert de werkgever de arbeid zodanig, dat de werknemer ten hoogste 15 maal in elke periode van 21 aaneengesloten dagen een dienst verricht.
#### Paragraaf . Pauze
### Artikel 5.14:5
@ -963,15 +971,16 @@ c. in de in onderdeel a bedoelde periode van 21 aaneengesloten dagen een onafgeb
**1.** Dit artikel is uitsluitend van toepassing op de werknemer die duikwerkzaamheden en de direct daarmee samenhangende werkzaamheden verricht op of vanaf of ten behoeve van een mijnbouwinstallatie.
**2.** De artikelen 5:3, tweede lid, 5:5, tweede lid, en 5:8, vierde tot en met zevende lid, van de wet zijn niet van toepassing, indien dit artikel wordt toegepast.
**2.** De artikelen 5:3, tweede lid, 5:5, tweede lid, 5:7, tweede lid, aanhef en onder a en b, en 5:8, derde tot en met zevende lid, van de wet zijn niet van toepassing, indien dit artikel wordt toegepast.
**3.**
De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat de werknemer:
a. in een periode van 26 weken ten hoogste 121 dagen op locatie doorbrengt, waarvan ten hoogste 28 dagen aaneengesloten;
b. na een periode van ten hoogste 28 aaneengesloten dagen op locatie een rust elders heeft van ten minste 7 maal 24 aaneengesloten uren, en
c. na arbeid te hebben verricht in een dienst onderscheidenlijk een nachtdienst een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 8 uren.
b. na een periode van ten hoogste 28 aaneengesloten dagen op locatie een rust elders heeft van ten minste 7 maal 24 aaneengesloten uren;
c. na arbeid te hebben verricht in een dienst onderscheidenlijk een nachtdienst een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 8 uren;
d. ten hoogste arbeid verricht gedurende 10 uren per dienst en 70 uren per week.
**4.** Indien de werknemer minder dan 28 aaneengesloten dagen op locatie heeft doorgebracht organiseert de werkgever de arbeid van de werknemer zodanig, dat de werknemer een rust elders heeft van ten minste 2 maal 24 aaneengesloten uren voor elke aaneengesloten periode van 7 maal 24 uren die de werknemer op locatie heeft doorgebracht. De eerste zin wordt toegepast naar rato van het aantal uren dat de werknemer op locatie heeft doorgebracht, waarbij een minimum rust elders in acht wordt genomen van 24 aaneengesloten uren.
@ -1437,7 +1446,7 @@ De werkgever organiseert in afwijking van artikel 4:8:1, derde lid, onderdeel a,
### Artikel 7:1
Het niet naleven van de artikelen 3.1:1, 3.1:2, eerste tot en met derde lid, en het bepaalde krachtens het vierde lid, 3.2:1, 3.3:1, 4.1:2, tweede lid, 4.2:1, tweede lid, 4.3:1, tweede lid, 4.4:1, tweede lid, 4.6:1, tweede lid, 4.7:1, tweede en derde lid, 4.7:2, derde lid, 4.8:1, derde lid, onder a en b, en vijfde lid, 4.8:2, tweede lid, 4.9:1, tweede lid, 4.9:2, tweede lid, 5.1:3, tweede en derde lid, 5.3:2, tweede lid, 5.3:3, derde lid, 5.3:4, tweede lid, 5.3:5, tweede lid, 5.4:2, tweede lid, 5.4:3, derde lid, 5.4:4, derde lid, 5.5:2, tweede lid, 5.6:2, derde lid, 5.7:2, tweede lid, 5.7:3, 5.8:1, derde lid, 5.11:3, eerste en tweede lid, 5.12:2, tweede lid, 5.13:2, tweede lid, 5.14:2, derde tot en met achtste lid, 5.14:3, derde lid, 5.14:4, derde tot en met zesde lid, 5.14:5, tweede lid, 5.14:6, tweede en vierde lid, 5.14:7, derde en vierde lid, 5.14:8, derde lid, 5.15:2, tweede en derde lid, 5.16:2, tweede en derde lid, 5.16:3, derde lid, 5.18:3, derde lid, 5.19:2, tweede lid, 5.19:3, tweede lid, en derde lid, voor zover dit lid betrekking heeft op artikel 5:9, derde tot en met zevende lid, van de wet, 5.19:4, 5.20:3, tweede en derde lid, 5.20:4, tweede lid, en derde lid, voor zover dit lid betrekking heeft op artikel 5:9, derde, vierde en zevende lid, van de wet, 5.20:5, 5.21:2, tweede lid, en derde lid, voor zover dit lid betrekking heeft op artikel 5:9, derde lid en zevende lid, van de wet, 5.21:3, derde lid, en vierde lid, voor zover dit lid betrekking heeft op artikel 5:9, derde lid en zevende lid, van de wet, 5.23:2, tweede lid, 5.26:3, derde lid, 5.26:4, tweede lid, 5.27:2, tweede lid, en derde lid, voor zover dit lid betrekking heeft op artikel 5:9, derde tot en met zevende lid, van de wet, 5.27:3, 5.28:3, en 8.1:1, levert een overtreding op.
Het niet naleven van de artikelen 3.1:1, 3.1:2, eerste tot en met derde lid, en het bepaalde krachtens het vierde lid, 3.2:1, 3.3:1, 4.1:2, tweede lid, 4.2:1, tweede lid, 4.3:1, tweede lid, 4.4:1, tweede lid, 4.6:1, tweede lid, 4.7:1, tweede en derde lid, 4.7:2, derde lid, 4.8:1, derde lid, onder a en b, en vijfde lid, 4.8:2, tweede lid, 4.9:1, tweede lid, 4.9:2, tweede lid, 5.1:3, tweede en derde lid, 5.3:2, tweede lid, 5.3:3, derde lid, 5.3:4, tweede lid, 5.3:5, tweede lid, 5.4:2, tweede lid, 5.4:3, derde lid, 5.4:4, derde lid, 5.5:2, tweede lid, 5.6:2, derde lid, 5.7:2, tweede lid, 5.7:3, 5.8:1, derde lid, 5.11:3, eerste en tweede lid, 5.12:2, tweede lid, 5.13:2, tweede lid, 5.14:2, derde tot en met achtste lid, 5.14:3, derde lid, 5.14:4, derde tot en met zesde lid5.14.4a, derde lid, 5.14:5, tweede lid, 5.14:6, tweede en vierde lid, 5.14:7, derde en vierde lid, 5.14:8, derde lid, 5.15:2, tweede en derde lid, 5.16:2, tweede en derde lid, 5.16:3, derde lid, 5.18:3, derde lid, 5.19:2, tweede lid, 5.19:3, tweede lid, en derde lid, voor zover dit lid betrekking heeft op artikel 5:9, derde tot en met zevende lid, van de wet, 5.19:4, 5.20:3, tweede en derde lid, 5.20:4, tweede lid, en derde lid, voor zover dit lid betrekking heeft op artikel 5:9, derde, vierde en zevende lid, van de wet, 5.20:5, 5.21:2, tweede lid, en derde lid, voor zover dit lid betrekking heeft op artikel 5:9, derde lid en zevende lid, van de wet, 5.21:3, derde lid, en vierde lid, voor zover dit lid betrekking heeft op artikel 5:9, derde lid en zevende lid, van de wet, 5.23:2, tweede lid, 5.26:3, derde lid, 5.26:4, tweede lid, 5.27:2, tweede lid, en derde lid, voor zover dit lid betrekking heeft op artikel 5:9, derde tot en met zevende lid, van de wet, 5.27:3, 5.28:3, en 8.1:1, levert een overtreding op.
## Hoofdstuk 8. Overgangs- en slotbepalingen