2011-01-01 | BWBR0024394 | Wet inkomensvoorziening oudere werklozen

This commit is contained in:
Coornhert 2011-01-01 12:00:00 +00:00
parent 8ee1679d8e
commit b635ff7035

View file

@ -18,12 +18,12 @@ Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaa
*aanvrager:* de persoon die een aanvraag voor een uitkering op grond van deze wet heeft ingediend dan wel schriftelijke toestemming heeft gegeven om een aanvraag in te dienen;
*eerste dag van werkloosheid:* de eerste dag van werkloosheid, bedoeld in artikel 16a van de Werkloosheidswet;
*kind:* het kind jonger dan 18 jaar, dat niet als eigen kind, aangehuwd kind of pleegkind tot het huishouden van een ander behoort en voor wie de persoon, bedoeld in artikel 3, eerste lid, op grond van de Algemene kinderbijslagwet kinderbijslag ontvangt dan wel zal ontvangen;
*minimumloon:* het minimumloon per maand, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag;
*Onze Minister:* Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
*re-integratiebedrijf:* een natuurlijke persoon dan wel een rechtspersoon die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid bevordert;
*uitkeringsgerechtigde:* de persoon die recht heeft op een uitkering op grond van deze wet;
*UWV:* Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
*vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel:* een bij onherroepelijk geworden vonnis opgelegde vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel als bedoeld in het Wetboek van Strafrecht;
*werkgever:* de werkgever in de zin van de Werkloosheidswet;
*werknemer:* de werknemer in de zin van de Werkloosheidswet;
*WGA-uitkering:* de werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsgeschikten, bedoeld in hoofdstuk 7, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
@ -62,7 +62,7 @@ d. zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huish
**7.** Onder bloedverwant in de eerste graad als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, wordt mede verstaan een meerderjarig aangehuwd kind of een meerderjarig voormalig pleegkind van de ongehuwde meerderjarige.
**8.** Onder voormalig pleegkind als bedoeld in het zesde lid wordt verstaan een pleegkind waarvoor de ongehuwde meerderjarige een pleegvergoeding ontving of ontvangt op grond van de Wet op de jeugdzorg of kinderbijslag ontving op grond van de Algemene Kinderbijslagwet.
**8.** Onder voormalig pleegkind als bedoeld in het zevende lid wordt verstaan een pleegkind waarvoor de ongehuwde meerderjarige een pleegvergoeding ontving of ontvangt op grond van de Wet op de jeugdzorg of kinderbijslag ontving op grond van de Algemene Kinderbijslagwet.
## Hoofdstuk 2. De uitkering
@ -111,7 +111,7 @@ c. op wie geen uitsluitingsgrond als bedoeld in artikel 6 van toepassing is.
**2.** Een aanvraag wordt ingediend bij het UWV.
**3.** Het recht op uitkering kan niet worden vastgesteld over perioden gelegen voor 26 weken voorafgaand aan de dag waarop de aanvraag om uitkering werd ingediend.
**3.** Het recht op uitkering kan niet worden vastgesteld over perioden gelegen voor 26 weken voorafgaand aan de dag waarop de aanvraag om uitkering werd ingediend. Het UWV is bevoegd in bijzondere gevallen af te wijken van de vorige zin.
### Artikel 5
@ -126,8 +126,9 @@ Voor het recht op uitkering gelden de volgende uitsluitingsgronden:
a. het buiten Nederland wonen of verblijf houden anders dan wegens vakantie;
b. het niet rechtmatig verblijf houden in de zin van artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000;
c. het rechtens zijn vrijheid zijn ontnomen;
d. het genieten van vakantie;
e. het bereiken of hebben bereikt van de eerste dag van de kalendermaand waarin de leeftijd van 65 jaar wordt bereikt.
d. het zich onttrekken aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel;
e. het genieten van vakantie;
f. het bereiken of hebben bereikt van de eerste dag van de kalendermaand waarin de leeftijd van 65 jaar wordt bereikt.
**2.**
@ -142,14 +143,14 @@ d. het bedrag dat het UWV is verschuldigd ter zake van die activiteiten niet hog
**4.** Het eerste lid, onderdeel c, is niet van toepassing op bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën personen waarbij tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel plaatsvindt buiten een penitentiaire inrichting of een inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden.
**5.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor gevallen waarin toepassing van het eerste lid, onderdeel a tot en met d, tot onbillijkheden zou kunnen leiden, op grond waarvan die onderdelen niet van toepassing zijn.
**5.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor gevallen waarin toepassing van het eerste lid, onderdeel a tot en met e, tot onbillijkheden zou kunnen leiden, op grond waarvan die onderdelen niet van toepassing zijn.
**6.**
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot:
a. het begrip vakantie genieten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e;
b. de vaststelling van de periode gedurende welke de aanvrager of uitkeringsgerechtigde in afwijking van het eerste lid, onderdeel e, met behoud van zijn recht op uitkering vakantie kan genieten.
a. het begrip vakantie genieten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d;
b. de vaststelling van de periode gedurende welke de aanvrager of uitkeringsgerechtigde in afwijking van het eerste lid, onderdeel d, met behoud van zijn recht op uitkering vakantie kan genieten.
### Paragraaf 2. Eindigen, herleven of wijzigen van het recht op uitkering
@ -207,6 +208,10 @@ B staat voor het inkomen per kalendermaand.
**7.** Voor zover het recht op uitkering op grond van de Werkloosheidswet gedeeltelijk is geëindigd door het verrichten van werkzaamheden als lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, van een vertegenwoordigend orgaan van een publiekrechtelijk lichaam dat bij rechtstreekse verkiezing wordt samengesteld, of een algemeen bestuur van een waterschap, staat bij de toepassing van het eerste lid A, in afwijking in zoverre van het eerste lid, voor het minimumloon.
**8.** Voor zover het recht op uitkering op grond van de Werkloosheidswet gedeeltelijk is geëindigd door het verrichten van werkzaamheden als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van die wet, wordt bij de toepassing van het eerste lid voor de vaststelling van onderdeel a van factor A uitgegaan van het bedrag aan loondervingsuitkering dat zou zijn genoten indien die werkzaamheden niet zouden zijn verricht.
**9.** Het achtste lid is van overeenkomstige toepassing indien de loongerelateerde uitkering van de werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsgeschikten, bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, is verlaagd als gevolg van het verrichten van werkzaamheden uit hoofde waarvan de aanvrager geen werknemer is als bedoeld in de artikelen 8 en 9 van die wet.
## Hoofdstuk 3. Rechten en plichten in verband met het recht op uitkering
### Artikel 11
@ -237,7 +242,7 @@ d. leven door het UWV vastgestelde voorschriften als bedoeld in artikel 17 na.
De verplichtingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van:
a. het re-integratiebedrijf dat in opdracht van het UWV werkzaamheden verricht; of
b. personen die met toestemming van het UWV zijn aangewezen door een re-integratiebedrijf als bedoeld in onderdeel b, voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van de bij overeenkomst aan deze personen en rechtspersonen opgedragen taken.
b. personen die met toestemming van het UWV zijn aangewezen door een re-integratiebedrijf als bedoeld in onderdeel a, voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van de bij overeenkomst aan deze personen en rechtspersonen opgedragen taken.
**4.** De uitkeringsgerechtigde die bij deelname aan een re-integratietraject zijn re-integratieverplichtingen niet naleeft, deelt de reden daarvan onmiddellijk mede aan het re-integratiebedrijf.
@ -282,7 +287,7 @@ e. voorkomen dat zij door eigen toedoen geen algemeen geaccepteerde arbeid verkr
### Artikel 16
**1.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld waarbij groepen personen worden vrijgesteld van de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 14 en 15.
**1.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld waarbij groepen personen worden vrijgesteld van de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 12, tweede lid, onderdeel c, 14 en 15.
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld op grond waarvan aan aanvragers en uitkeringsgerechtigden in individuele gevallen tijdelijk ontheffing kan worden verleend van verplichtingen, hen opgelegd op grond van de artikelen 12, tweede lid, onderdeel c, 14 en 15.
@ -360,8 +365,8 @@ In afwijking van artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechter i
Zolang de overtreder zijn verplichting, bedoeld in artikel 21, vierde lid, niet of niet behoorlijk nakomt:
a. is het UWV in afwijking van artikel 4.4.1.9, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht bevoegd tot verrekening van de bestuurlijke boete voor zover beslag op de vordering van de schuldeiser nietig zou zijn;
b. geldt de beslagvrije voet, bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, in afwijking van artikel 4.4.4.2.3 van de Algemene wet bestuursrecht, niet bij de invordering van een bestuurlijke boete bij dwangbevel.
a. is het UWV in afwijking van artikel 4:93, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht bevoegd tot verrekening van de bestuurlijke boete voor zover beslag op de vordering van de schuldeiser nietig zou zijn;
b. geldt de beslagvrije voet, bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, in afwijking van artikel 4:116 van de Algemene wet bestuursrecht, niet bij de invordering van een bestuurlijke boete bij dwangbevel.
**5.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de hoogte van het op grond van artikel 24, eerste of tweede lid, te verrekenen bedrag en de termijn of termijnen waarbinnen deze verrekening plaatsvindt.
@ -385,7 +390,7 @@ De uitkeringsgerechtigde die over een maand recht heeft op een uitkering op gron
**2.** Indien het percentage van de vakantiebijslag, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, wordt gewijzigd, treedt dit gewijzigde percentage in de plaats van het in het eerste lid genoemde percentage. Het gewijzigde percentage wordt in aanmerking genomen over de uitkering waarop op grond van deze wet recht bestaat vanaf de dag waarop de wijziging ingaat.
**3.** Het UWV betaalt de vakantie-uitkering jaarlijks in de maand mei over de aan die maand voorafgaande 12 maanden, of, indien het recht op uitkering eerder dan in de maand mei geheel eindigt, in de desbetreffende maand.
**3.** Het UWV betaalt de vakantie-uitkering jaarlijks in de maand mei over de aan die maand voorafgaande maanden, of, indien het recht op uitkering eerder dan in de maand mei geheel eindigt, in de desbetreffende maand.
**4.** De vakantie-uitkering wordt betaald zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld.
@ -400,16 +405,16 @@ Het UWV houdt op de uitkering, op de vakantie-uitkering en op de toeslag op gron
Na het overlijden van de uitkeringsgerechtigde wordt met ingang van de dag na het overlijden een overlijdensuitkering uitbetaald:
a. aan de echtgenoot van de uitkeringsgerechtigde;
b. bij ontstentenis van de echtgenoot, aan het kind of de kinderen;
c. bij ontstentenis van de in de onderdelen a en b bedoelde personen, aan degenen ten aanzien van wie de overledene grotendeels in de kosten van het bestaan voorzag en met wie hij in gezinsverband leefde.
b. bij ontstentenis van de echtgenoot, aan het minderjarige kind of de minderjarige kinderen tot wie de overledene in familierechtelijke betrekking stond;
c. bij ontstentenis van de in de onderdelen a en b bedoelde personen, aan degenen met wie de overledene in gezinsverband leefde.
**2.** Met de uitkeringsgerechtigde wordt voor de toepassing van dit artikel gelijkgesteld, de persoon wiens overlijden heeft plaatsgevonden in de maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar zou hebben bereikt doch voor het bereiken van deze leeftijd is overleden, en die uitsluitend op grond van artikel 6, eerste lid, onderdeel f, geen recht op een uitkering had.
**2.** Met de uitkeringsgerechtigde wordt voor de toepassing van dit artikel gelijkgesteld, de persoon wiens overlijden heeft plaatsgevonden in de maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar zou hebben bereikt doch voor het bereiken van deze leeftijd is overleden, en die uitsluitend op grond van artikel 6, eerste lid, onderdeel e, geen recht op een uitkering had.
**3.** De overlijdensuitkering is gelijk aan het bedrag van de uitkering over een periode van één kalendermaand, berekend naar de hoogte van die uitkering op de dag of laatstelijk voor de dag van overlijden van de persoon, bedoeld in artikel 3, eerste lid, en artikel 3a, eerste lid.
**4.** In verband met het overlijden van de uitkeringsgerechtigde is artikel 6, eerste lid, onderdeel e, niet van toepassing.
**5.** De overlijdensuitkering wordt op verzoek aan de rechthebbende of rechthebbenden, genoemd in het eerste lid, door het UWV uitbetaald.
**5.** De overlijdensuitkering wordt ambtshalve of op verzoek aan de rechthebbende of rechthebbenden, genoemd in het eerste lid, door het UWV uitbetaald.
**6.** Het bedrag van de overlijdensuitkering wordt verminderd met het bedrag aan uitkering dat over na het overlijden gelegen dagen, reeds is uitbetaald.
@ -554,7 +559,7 @@ Vervallen
### Artikel 42
**1.** Een beschikking over de betaling van een voorschot op grond van artikel 4.4.1.11 van de Algemene wet bestuursrecht wordt gegeven binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag.
**1.** Een beschikking over de betaling van een voorschot op grond van artikel 4:95 van de Algemene wet bestuursrecht wordt gegeven binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag.
**2.** Indien een beschikking als bedoeld in het eerste lid niet binnen de toepasselijke termijn kan worden gegeven, wordt dit schriftelijk aan de aanvrager medegedeeld onder vermelding van een zo kort mogelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.
@ -605,6 +610,12 @@ b. de Regeling terugvordering geringe bedragen: artikel 35, vierde lid;
c. de Regeling vrijstelling verplichtingen WW en Wet WIA: artikel 16, eerste lid;
d. de Vakantieregeling WW: artikel 6, zesde lid.
### Artikel 48a
**1.** Ten aanzien van de persoon wiens recht op uitkering voorafgaand aan de dag van inwerkingtreding van artikel XI, onderdeel Ba, van de Verzamelwet SZW 2011 al is ingegaan en die zich op die dag onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel, wordt voor de toepassing van artikel 6, eerste lid, onderdeel d, als eerste dag waarop hij zich aan de tenuitvoerlegging van die vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel onttrekt, aangemerkt de dag van inwerkingtreding van artikel XI, onderdeel Ba, van de Verzamelwet SZW 2011 en eindigt het recht op uitkering, in afwijking van artikel 6, eerste lid, onderdeel d, vanaf de dag dat het onttrekken aan de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel zes maanden heeft geduurd.
**2.** Dit artikel vervalt zes maanden na de dag van zijn inwerkingtreding.
### Artikel 49
Onze Minister zendt binnen 2 jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.