diff --git a/amvb/reglement-justitiële-jeugdinrichtingen/BWBR0012647/README.md b/amvb/reglement-justitiële-jeugdinrichtingen/BWBR0012647/README.md index 73c9d5a6d81..b5c1757d230 100644 --- a/amvb/reglement-justitiële-jeugdinrichtingen/BWBR0012647/README.md +++ b/amvb/reglement-justitiële-jeugdinrichtingen/BWBR0012647/README.md @@ -18,7 +18,10 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. de wet: de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen; b. executie-indicator: de aantekening van het openbaar ministerie bij het aanbieden van een vonnis ter executie aan Onze Minister waarin wordt aangegeven dat het openbaar ministerie wil adviseren over te nemen beslissingen inzake de verschillende vormen van te verlenen vrijheden en deelname aan een scholings- en trainingsprogramma aan de betrokken jeugdige; -c. reclassering: een reclasseringsinstelling als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Reclasseringsregeling 1995. +c. jeugdreclassering: een stichting als bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet op de jeugdzorg, bij de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder c en d, van die wet. +d. reclassering: een reclasseringsinstelling als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Reclasseringsregeling 1995; +e. raad voor de kinderbescherming: de raad, bedoeld in artikel 238, eerste lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek; +f. stichting: een stichting als bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet op de jeugdzorg. ## Hoofdstuk 2. Scholings- en trainingsprogramma @@ -83,17 +86,17 @@ Voor deelname aan een scholings- en trainingsprogramma komen niet in aanmerking **1.** Indien de directeur het verantwoord acht dat een ingevolge de artikelen 3 tot en met 7 daarvoor in aanmerking komende jeugdige deelneemt aan een scholings- en trainingsprogramma doet hij een daartoe strekkende voordracht aan de selectiefunctionaris. Hij betrekt in zijn voordracht de aspecten, genoemd in artikel 9, eerste en tweede lid. -**2.** In het geval van een voorlopig gehechte jeugdige kan de voordracht ook door het openbaar ministerie worden gedaan, na advies van de raad voor de kinderbescherming. Wanneer de directeur de voordracht doet, doet hij deze met instemming van het openbaar ministerie, belast met de vervolging van de jeugdige, en wordt de raad voor de kinderbescherming in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen. De voordracht wordt opgesteld in samenwerking met de gezinsvoogdij-instelling, de voogdij-instelling dan wel de reclassering in het arrondissement waarin aan het scholings- en trainingsprogramma wordt deelgenomen. +**2.** In het geval van een voorlopig gehechte jeugdige kan de voordracht ook door het openbaar ministerie worden gedaan, na advies van de raad voor de kinderbescherming. Wanneer de directeur de voordracht doet, doet hij deze met instemming van het openbaar ministerie, belast met de vervolging van de jeugdige, en wordt de raad voor de kinderbescherming in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen. De voordracht wordt opgesteld in samenwerking met de jeugdreclassering dan wel de reclassering in het arrondissement waarin aan het scholings- en trainingsprogramma wordt deelgenomen. -**3.** De directeur voegt bij zijn voordracht in het geval van een tot jeugddetentie of tot de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen veroordeelde jeugdige het advies van het openbaar ministerie indien het openbaar ministerie ten aanzien van de jeugdige een executie-indicator heeft gegeven. De voordracht wordt opgesteld in samenwerking met de gezinsvoogdij-instelling, de voogdij-instelling dan wel de reclassering in het arrondissement waarin aan het scholings- en trainingsprogramma wordt deelgenomen. De raad voor de kinderbescherming wordt door de directeur in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen. +**3.** De directeur voegt bij zijn voordracht in het geval van een tot jeugddetentie of tot de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen veroordeelde jeugdige het advies van het openbaar ministerie indien het openbaar ministerie ten aanzien van de jeugdige een executie-indicator heeft gegeven. De voordracht wordt opgesteld in samenwerking met de jeugdreclassering dan wel de reclassering in het arrondissement waarin aan het scholings- en trainingsprogramma wordt deelgenomen. De raad voor de kinderbescherming wordt door de directeur in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen. -**4.** De directeur stelt in het geval van een jeugdige die met toepassing van artikel 261 of 305, derde lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek in een inrichting is geplaatst, zijn voordracht op met instemming van de betrokken gezinsvoogdij-instelling of voogdij-instelling. +**4.** De directeur stelt in het geval van een jeugdige die met toepassing van artikel 261 of 305, derde lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek in een inrichting is geplaatst, zijn voordracht op met instemming van de betrokken stichting. **5.** De directeur overlegt met de jeugdige alvorens hij zijn voordracht doet. **6.** -Bij het opstellen van de voordacht betrekt de inrichting zo veel mogelijk de ouders of voogd, stiefouder of pleegouders, tenzij: +Bij het opstellen van de voordracht betrekt de inrichting zo veel mogelijk de ouders of voogd, stiefouder of pleegouders, tenzij: a. deze te kennen geven geen rol hierbij te willen vervullen, of b. zwaarwegende belangen van de jeugdige zich daartegen verzetten. @@ -129,7 +132,7 @@ c. het gevaar voor recidive. **1.** De algemene verantwoordelijkheid voor de tenuitvoerlegging van een scholings- en trainingsprogramma ligt bij de directeur van de inrichting waarin de deelnemer aan het scholings- en trainingsprogramma is ingeschreven. -**2.** De gezinsvoogdij-instelling, de voogdij-instelling dan wel de reclassering die verantwoordelijk is voor de feitelijke uitvoering van het programma, is belast met de begeleiding van de jeugdige en houdt toezicht op het dagelijkse verloop van het scholings- en trainingsprogramma. Zij beoordeelt in eerste instantie of de activiteiten naar behoren worden verricht en de voorwaarden naar behoren worden nageleefd en kan in dat kader opdrachten geven aan de deelnemer. Zij kan in de wijze of het tijdstip waarop de activiteiten binnen het scholings- en trainingsprogramma worden uitgevoerd, wijzigingen aanbrengen. Van deze wijzigingen stelt zij de directeur onverwijld schriftelijk op de hoogte. Periodiek rapporteert zij aan de directeur over de deelname van de jeugdige aan het scholings- en trainingsprogramma. +**2.** De jeugdreclassering dan wel de reclassering die verantwoordelijk is voor de feitelijke uitvoering van het programma, is belast met de begeleiding van de jeugdige en houdt toezicht op het dagelijkse verloop van het scholings- en trainingsprogramma. Zij beoordeelt in eerste instantie of de activiteiten naar behoren worden verricht en de voorwaarden naar behoren worden nageleefd en kan in dat kader opdrachten geven aan de deelnemer. Zij kan in de wijze of het tijdstip waarop de activiteiten binnen het scholings- en trainingsprogramma worden uitgevoerd, wijzigingen aanbrengen. Van deze wijzigingen stelt zij de directeur onverwijld schriftelijk op de hoogte. Periodiek rapporteert zij aan de directeur over de deelname van de jeugdige aan het scholings- en trainingsprogramma. ### Artikel 11 @@ -155,7 +158,7 @@ a. het geven van een waarschuwing aan de deelnemer aan het scholings- en trainin b. wijziging of aanvulling van de bijzondere voorwaarden, gesteld aan deelname aan een scholings- en trainingsprogramma; c. het adviseren van de selectiefunctionaris de deelname aan het scholings- en trainingsprogramma te beëindigen. -**4.** Ten aanzien van jeugdigen die op civielrechtelijke titel aan een scholings- en trainingsprogramma deelnemen, worden de beslissingen, bedoeld in het eerste en derde lid, genomen met instemming van de betrokken gezinsvoogdij-instelling of voogdij-instelling. Indien geen instemming wordt verleend, beslist de selectiefunctionaris. +**4.** Ten aanzien van jeugdigen die op civielrechtelijke titel aan een scholings- en trainingsprogramma deelnemen, worden de beslissingen, bedoeld in het eerste en derde lid, genomen met instemming van de betrokken stichting. Indien geen instemming wordt verleend, beslist de selectiefunctionaris. **5.** Ten aanzien van voorlopig gehechte jeugdigen worden de beslissingen, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, genomen met instemming van het openbaar ministerie. @@ -205,7 +208,7 @@ b. personeelsleden of medewerkers, werkzaam bij een inrichting, dan wel leden va c. personen, werkzaam bij een door Onze Minister gesubsidieerde instelling die werkzaam is op het terrein van de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen, indien zij in het kader van de uitoefening van hun functie te maken hebben met de personen, ingesloten in de inrichting waarbij de commissie van toezicht is ingesteld; d. personen, werkzaam onder de verantwoordelijkheid van Onze Minister, indien hun onafhankelijkheid of onpartijdigheid hetzij door hun positie, hetzij door de aard van hun werkzaamheden in het geding zou kunnen komen; e. personen tegen wie bezwaren bestaan tegen de vervulling van de functie die blijken uit de algemene documentatieregisters als bedoeld in het Besluit inlichtingen justitiële documentatie of de politieregisters, bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet politieregisters. De bezwaren hebben betrekking op het vertrouwelijk karakter van de functie alsmede de aan de functie verbonden bevoegdheden; -f. personen werkzaam bij de Raad of de Inspectie jeugdhulpverlening en jeugdbescherming. +f. personen werkzaam bij de Raad of de Inspectie jeugdzorg. ### Artikel 17 @@ -284,9 +287,9 @@ d. wanneer hij naar het oordeel van Onze Minister door handelen of nalaten ernst **2.** Bij de opstelling van het verblijfsplan en het behandelplan zijn in ieder geval betrokken de groepsleider, een leerkracht en een gedragsdeskundige. -**3.** Bij het opstellen en wijzigen van het verblijfsplan en het behandelplan voor jeugdigen die met toepassing van artikel 261 of 305, derde lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek in een inrichting zijn geplaatst, betrekt de inrichting de gezinsvoogdij-instelling of de voogdij-instelling onder wiens toezicht onderscheidenlijk voogdij de jeugdige staat. +**3.** Bij het opstellen en wijzigen van het verblijfsplan en het behandelplan voor jeugdigen die met toepassing van artikel 261 of 305, derde lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek in een inrichting zijn geplaatst, pleegt de inrichting overleg met de betrokken stichting. -**4.** Bij het opstellen en wijzigen van het verblijfsplan en het behandelplan voor jeugdigen die op strafrechtelijke titel zijn geplaatst, betrekt de inrichting tevens de gezinsvoogdij-instelling of de voogdij-instelling dan wel de reclassering alsmede de raad voor de kinderbescherming. +**4.** Bij het opstellen en wijzigen van het verblijfsplan en het behandelplan voor jeugdigen die op strafrechtelijke titel zijn geplaatst, betrekt de inrichting tevens de jeugdreclassering dan wel de reclassering alsmede de raad voor de kinderbescherming. **5.** @@ -342,7 +345,7 @@ j. het verplichte programma met betrekking tot onderwijs of andere pedagogische **2.** De jeugdige heeft recht op een periodieke evaluatie door de directeur van het verblijfsplan en het behandelplan. Deze evaluatie vindt ten minste viermaal per jaar plaats, doch in ieder geval tijdig voor de opmaking van een advies als bedoeld in artikel 77t, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht of een verlenging als bedoeld in artikel 262, eerste lid, of 305, derde lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. -**3.** De evaluatie van het verblijfsplan en het behandelplan vindt plaats op basis van informatie van ten minste de functionarissen, bedoeld in artikel 25, tweede lid. De jeugdige wordt in de gelegenheid gesteld zijn visie te geven op het verloop van het verblijf in de inrichting. Tevens worden bij de evaluatie betrokken de ouders of voogd, stiefouder of pleegouders van de jeugdige, met inachtneming van artikel 25, vijfde lid, en de gezinsvoogdij-instelling of de voogdij-instelling die verantwoordelijk is voor de opname van de jeugdige in de inrichting. Van de evaluatie wordt een verslag opgesteld. +**3.** De evaluatie van het verblijfsplan en het behandelplan vindt plaats op basis van informatie van ten minste de functionarissen, bedoeld in artikel 25, tweede lid. De jeugdige wordt in de gelegenheid gesteld zijn visie te geven op het verloop van het verblijf in de inrichting. Tevens worden bij de evaluatie betrokken de ouders of voogd, stiefouder of pleegouders van de jeugdige, met inachtneming van artikel 25, vijfde lid, en de betrokken stichting. Van de evaluatie wordt een verslag opgesteld. **4.** @@ -446,7 +449,7 @@ d. onbegeleid verlof met meerdere overnachtingen. **2.** Indien het verzoek een voorlopig gehechte jeugdige betreft, vraagt de directeur instemming van het openbaar ministerie. In de overige gevallen vraagt de directeur het openbaar ministerie om advies indien het openbaar ministerie een executie-indicator heeft gegeven. -**3.** Indien het verzoek een civielrechtelijk geplaatste jeugdige betreft, vraagt de directeur instemming van de gezinsvoogdij-instelling dan wel de voogdij-instelling. +**3.** Indien het verzoek een civielrechtelijk geplaatste jeugdige betreft, vraagt de directeur instemming van de betrokken stichting. **4.** Indien het verzoek een jeugdige betreft die na de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel Nederland zal dienen te verlaten, of uitgezet of uitgeleverd zal worden, vraagt de directeur de Immigratie- en Naturalisatiedienst van het Ministerie van Justitie om advies. @@ -508,7 +511,7 @@ f. geven op andere wijze invulling aan het met handhaving van het karakter van d ### Artikel 42 -**1.** Indien de directeur het verantwoord acht dat aan een jeugdige proefverlof wordt verleend stelt hij een proefverlofplan op. Het proefverlofplan wordt opgesteld in samenwerking met de gezinsvoogdij-instelling, de voogdij-instelling dan wel de reclassering, zo mogelijk die in het arrondissement waarin de jeugdige tijdens dit proefverlof zal wonen. +**1.** Indien de directeur het verantwoord acht dat aan een jeugdige proefverlof wordt verleend stelt hij een proefverlofplan op. Het proefverlofplan wordt opgesteld in samenwerking met de jeugdreclassering dan wel de reclassering, zo mogelijk die in het arrondissement waarin de jeugdige tijdens dit proefverlof zal wonen. **2.** Het proefverlofplan omvat in ieder geval een beschrijving van de activiteiten en de voorwaarden, een regeling van de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het proefverlof, de begeleiding van en het toezicht op de jeugdige, de melding van bijzondere voorvallen en de wijze en de frequentie van rapporteren over de jeugdige. @@ -529,7 +532,7 @@ b. zwaarwegende belangen van de jeugdige zich daartegen verzetten. **2.** De directeur voegt bij zijn aanvraag het proefverlofplan en het advies van het openbaar ministerie indien het openbaar ministerie ten aanzien van de jeugdige een executie-indicator heeft gegeven. De raad voor de kinderbescherming wordt ten aanzien van minderjarige jeugdigen in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen. -**3.** Onze Minister beslist zo spoedig mogelijk op de aanvraag van de directeur. De beslissing wordt schriftelijk medegedeeld aan de directeur en de gezinsvoogdij-instelling, de voogdij-instelling dan wel de reclassering die overeenkomstig artikel 42, eerste lid, aan de opstelling van het proefverlofplan heeft meegewerkt, alsmede, voor zover het minderjarige jeugdigen betreft, aan de raad voor de kinderbescherming. +**3.** Onze Minister beslist zo spoedig mogelijk op de aanvraag van de directeur. De beslissing wordt schriftelijk medegedeeld aan de directeur en de jeugdreclassering dan wel de reclassering die overeenkomstig artikel 42, eerste lid, aan de opstelling van het proefverlofplan heeft meegewerkt, alsmede, voor zover het minderjarige jeugdigen betreft, aan de raad voor de kinderbescherming. ### Artikel 44 @@ -547,7 +550,7 @@ e. een aanvaardbaar verblijfadres. **3.** Aan het verlenen van proefverlof kan de bijzondere voorwaarde worden gesteld dat de jeugdige zich onder elektronisch toezicht laat stellen. Onze Minister kan nadere regels stellen over het elektronisch toezicht. -**4.** De aan het proefverlof verbonden activiteiten en voorwaarden worden door de directeur ter kennis gebracht van de gezinsvoogdij-instelling, de voogdij-instelling dan wel de reclassering die de jeugdige zal begeleiden. +**4.** De aan het proefverlof verbonden activiteiten en voorwaarden worden door de directeur ter kennis gebracht van de jeugdreclassering dan wel de reclassering die de jeugdige zal begeleiden. **5.** De directeur stelt de raad voor de kinderbescherming voor zover het betreft minderjarige jeugdigen, het openbaar ministerie bij de rechtbank die in eerste aanleg kennis heeft genomen van het misdrijf terzake waarvan de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen is gelast, en het openbaar ministerie in het arrondissement waarin de jeugdige op grond van het proefverlofplan zal verblijven, schriftelijk in kennis van zijn beslissing. @@ -559,11 +562,11 @@ e. een aanvaardbaar verblijfadres. ### Artikel 46 -**1.** De gezinsvoogdij-instelling, de voogdij-instelling dan wel de reclassering is belast met de begeleiding van de jeugdige tijdens het proefverlof en houdt toezicht op het dagelijkse verloop van het proefverlof. Zij beoordeelt in eerste instantie of de activiteiten naar behoren worden verricht en of de voorwaarden naar behoren worden nageleefd en kan in dat kader opdrachten geven aan de jeugdige. Zij kan in de wijze of het tijdstip waarop de activiteiten tijdens het proefverlof worden uitgevoerd, wijzigingen aanbrengen. Van deze wijzigingen in het proefverlofplan stelt zij de directeur onverwijld schriftelijk op de hoogte. +**1.** De jeugdreclassering dan wel de reclassering is belast met de begeleiding van de jeugdige tijdens het proefverlof en houdt toezicht op het dagelijkse verloop van het proefverlof. Zij beoordeelt in eerste instantie of de activiteiten naar behoren worden verricht en of de voorwaarden naar behoren worden nageleefd en kan in dat kader opdrachten geven aan de jeugdige. Zij kan in de wijze of het tijdstip waarop de activiteiten tijdens het proefverlof worden uitgevoerd, wijzigingen aanbrengen. Van deze wijzigingen in het proefverlofplan stelt zij de directeur onverwijld schriftelijk op de hoogte. -**2.** De gezinsvoogdij-instelling, de voogdij-instelling dan wel de reclassering, belast met de begeleiding, rapporteert regelmatig aan de directeur over het verloop van het proefverlof, met dien verstande dat de eerste rapportage plaatsvindt nadat een maand van het proefverlof is verstreken, en dat vervolgens telkens wordt gerapporteerd nadat een periode van twee maanden is verstreken. +**2.** De jeugdreclassering dan wel de reclassering, belast met de begeleiding, rapporteert regelmatig aan de directeur over het verloop van het proefverlof, met dien verstande dat de eerste rapportage plaatsvindt nadat een maand van het proefverlof is verstreken, en dat vervolgens telkens wordt gerapporteerd nadat een periode van twee maanden is verstreken. -**3.** De gezinsvoogdij-instelling, de voogdij-instelling dan wel de reclassering, belast met de begeleiding, rapporteert terstond aan de directeur ingeval de jeugdige de voorwaarden overtreedt of de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar brengt of dreigt te brengen. +**3.** De jeugdreclassering dan wel de reclassering, belast met de begeleiding, rapporteert terstond aan de directeur ingeval de jeugdige de voorwaarden overtreedt of de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar brengt of dreigt te brengen. **4.** @@ -575,7 +578,7 @@ c. intrekking van het proefverlof. **5.** De directeur geeft de jeugdige van een beslissing als bedoeld in het vierde lid onverwijld schriftelijk en zo veel mogelijk in een voor hem begrijpelijke taal een met redenen omklede, gedagtekende en ondertekende mededeling. -**6.** Een beslissing als bedoeld in het vierde lid wordt door de directeur ter kennis gebracht van de gezinsvoogdij-instelling, de voogdij-instelling dan wel de reclassering die de jeugdige begeleidt. +**6.** Een beslissing als bedoeld in het vierde lid wordt door de directeur ter kennis gebracht van de jeugdreclassering dan wel de reclassering die de jeugdige begeleidt. **7.** Indien de directeur het proefverlof intrekt geeft hij daarvan terstond kennis aan Onze Minister. Artikel 44, vijfde lid, is van toepassing. @@ -838,7 +841,7 @@ b. een door de jeugdige gemachtigde persoon inzage geven in de gegevens waarvan **1.** De ouders of voogd, stiefouder of pleegouders hebben recht op inzage in het dossier van de jeugdige, tenzij belangen van de jeugdige zich daartegen verzetten of inzage achterwege dient te blijven ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer van anderen. Ten aanzien van jeugdigen van 16 jaar en ouder is instemming van de jeugdige vereist. -**2.** De gezinsvoogdij-instelling, de voogdij-instelling en de raad voor de kinderbescherming hebben recht op inzage in het dossier van de betrokken jeugdige voor zover dat redelijkerwijs nodig is voor de uitoefening van hun taak. +**2.** De stichting, de jeugdreclassering dan wel de reclassering en de raad voor de kinderbescherming hebben recht op inzage in het dossier van de betrokken jeugdige voor zover dat redelijkerwijs nodig is voor de uitoefening van hun taak. **3.** @@ -871,7 +874,7 @@ d. de behandeling van andere beslissingen, de jeugdige betreffende. ### Artikel 72 -**1.** Een aanvraag tot aanwijzing als particuliere inrichting kan slechts worden gedaan door een rechtspersoon die een residentiële voorziening van jeugdhulpverlening als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onder b, van de Wet op de jeugdhulpverlening, beheert. +**1.** Een aanvraag tot aanwijzing als particuliere inrichting kan slechts worden gedaan door een rechtspersoon die een voorziening van jeugdhulpverlening als bedoeld in artikel 3b, eerste lid, van de wet beheert. **2.**