2004-01-01 | BWBR0002471 | Wet op de loonbelasting 1964

This commit is contained in:
Coornhert 2004-01-01 12:00:00 +00:00
parent b431a49492
commit b65c1f01b8

View file

@ -239,7 +239,7 @@ l. uitkeringen en verstrekkingen tot dekking van op de werknemer drukkende koste
m. eenmalige uitkeringen en verstrekkingen ter zake van overlijden van de werknemer, zijn partner in het kalenderjaar of in het voorafgaande kalenderjaar in de zin van artikel 1.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, of zijn kinderen en pleegkinderen, voorzover deze uitkeringen en verstrekkingen niet overtreffen driemaal het loon over een maand bepaald met inachtneming van bij ministeriële regeling te stellen regels;
n. uitkeringen en verstrekkingen, andere dan die ter zake van ziekte, invaliditeit, bevalling, adoptie en overlijden, die de werknemer ontvangt uit een fonds tot welks middelen de inhoudingsplichtige gedurende de laatstverlopen vijf kalenderjaren evenveel of minder heeft bijgedragen dan de bij het fonds betrokken werknemers, tenzij die uitkeringen en verstrekkingen geschieden ingevolge een aanspraak die niet tot het loon behoort;
o. een uitkering of verstrekking die eenmaal wordt toegekend na het bereiken van een diensttijd van ten minste 25 jaar en een uitkering of verstrekking die eenmaal wordt toegekend na het bereiken van een diensttijd van ten minste 40 jaar, voor zover de waarde daarvan het loon over een maand niet overtreft, mits is voldaan aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden;
p. verstrekking en terbeschikkingstelling van computers en bijbehorende apparatuur, alsmede vergoedingen van de kosten daarvan, voorzover de waarde in het economische verkeer van de computers en de apparatuur tezamen in het kalenderjaar en de twee voorafgaande kalenderjaren niet meer bedraagt dan € 2269 en niet aannemelijk is dat zij niet mede dienen ter vervulling van de dienstbetrekking;
p. verstrekking en terbeschikkingstelling van computers en bijbehorende apparatuur, alsmede vergoedingen van de kosten daarvan, voorzover de waarde in het economische verkeer van de computers en de apparatuur tezamen in het kalenderjaar en de twee voorafgaande kalenderjaren niet meer bedraagt dan € 1 415 en niet aannemelijk is dat zij niet mede dienen ter vervulling van de dienstbetrekking;
q. verstrekking en terbeschikkingstelling van inrichting van de werkruimte in de woning, de aanhorigheden daaronder begrepen, van de werknemer, alsmede vergoedingen van de kosten daarvan, voorzover de waarde in het economische verkeer van die inrichting in het kalenderjaar en de vier voorafgaande kalenderjaren niet meer bedraagt dan € 1815 en niet aannemelijk is dat zij niet mede dient ter vervulling van de dienstbetrekking, mits:
1°. de werknemer krachtens een schriftelijk vastgelegde regeling van de inhoudingsplichtige dan wel van de inhoudingsplichtige en een of meer andere inhoudingsplichtigen ten minste eenmaal per week, gedurende de gebruikelijke werktijd en zonder dat tevens wordt gereisd naar een buiten de woning gelegen arbeidsplaats, in die werkruimte ter vervulling van de dienstbetrekking pleegt te werken met behulp van telematica; en
@ -277,17 +277,14 @@ b. een aanspraak ingevolge een regeling voor verlofsparen wordt afgekocht of ver
### Artikel 11a
**1.** Tot het loon behoort mede niet het genot van een ter beschikking gestelde auto.
**2.** Indien de inhoudingsplichtige daarvoor kiest, behoort, in afwijking van het eerste lid, tot het loon hetgeen ter zake van een ter beschikking gestelde bestelauto op grond van artikel 3.145, tweede lid, tweede volzin, van de Wet inkomstenbelasting 2001 als voordeel wordt aangemerkt.
Tot het loon behoort mede niet het genot van een ter beschikking gestelde auto.
### Artikel 11b
Tot het loon behoren voorts mede niet:
a. een krachtens artikel 3, eerste lid, van de Kaderwet SZW-subsidies verstrekte premie als bedoeld in artikel 4 van het Besluit in- en doorstroombanen, zoals deze bepalingen luidden op 31 december 2001;
b. een op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wet inschakeling werkzoekenden verstrekte subsidie, zoals deze bepaling luidde op 31 december 2001;
c. een op grond van artikel 10, aanhef en onderdeel a, van de Wet sociale werkvoorziening verstrekte subsidie, zoals deze bepaling luidde op 31 december 2001.
a. een premie als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel j, van de Wet werk en bijstand, mits in het jaar waarin de premie is verstrekt geen vergoeding is verstrekt als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel k, van de Wet werk en bijstand;
b. een vergoeding als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel k, van de Wet werk en bijstand.
### Artikel 11c
@ -365,10 +362,9 @@ g. verhuizing, ter omvang van de kosten van het overbrengen van de inboedel verm
h. op de werknemer drukkende uitgaven voor het volgen van een opleiding of studie met het oog op het verwerven van inkomen uit werk en woning, met uitzondering van vergoedingen:
1°. die verband houden met een werk- of studeerruimte, daaronder begrepen de inrichting;
2°. van binnenlandse reizen voorzover de vergoeding meer bedraagt dan het bedrag per kilometer, bedoeld in artikel 15b, eerste lid, onderdeel b;
2°. van binnenlandse reizen voorzover de vergoeding meer bedraagt dan het bedrag per kilometer, bedoeld in artikel 15b, eerste lid, onderdeel a;
i. een recht op reizen per openbaar vervoer dat niet is beperkt tot reizen over een vast traject ten behoeve van woon-werkverkeer, voorzover is voldaan aan bij ministeriële regeling te stellen regels die mede betrekking kunnen hebben op de mate waarin de vergoeding tot de vrije vergoedingen behoort;
j. vervoer van en naar de opstapplaats voor openbaar vervoer, in verband met regelmatig woon-werkverkeer, waarbij de afstand geheel of gedeeltelijk per openbaar vervoer is afgelegd, tot ten hoogste € 91 per kalenderjaar;
k. extra kosten van tijdelijk verblijf buiten het land van herkomst (extraterritoriale kosten), met dien verstande dat voor bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen groepen werknemers die door een inhoudingsplichtige van buiten Nederland in dienstbetrekking worden genomen of buiten Nederland worden uitgezonden, onder daarbij te stellen voorwaarden, geldt dat vergoedingen van kosten van verblijf buiten het land van herkomst voor van buiten Nederland in dienstbetrekking genomen werknemers gedurende ten hoogste tien jaar ten minste worden beschouwd als vergoeding voor extraterritoriale kosten tot ten hoogste 30 percent van het loon en de vergoeding voor extraterritoriale kosten, alsmede tot het bedrag van de daarbij aan te wijzen schoolgelden.
j. extra kosten van tijdelijk verblijf buiten het land van herkomst (extraterritoriale kosten), met dien verstande dat voor bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen groepen werknemers die door een inhoudingsplichtige van buiten Nederland in dienstbetrekking worden genomen of buiten Nederland worden uitgezonden, onder daarbij te stellen voorwaarden, geldt dat vergoedingen van kosten van verblijf buiten het land van herkomst voor van buiten Nederland in dienstbetrekking genomen werknemers gedurende ten hoogste tien jaar ten minste worden beschouwd als vergoeding voor extraterritoriale kosten tot ten hoogste 30 percent van het loon en de vergoeding voor extraterritoriale kosten, alsmede tot het bedrag van de daarbij aan te wijzen schoolgelden.
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel g, kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld voor de beoordeling of in ieder geval in het kader van de dienstbetrekking wordt verhuisd.
@ -378,30 +374,31 @@ k. extra kosten van tijdelijk verblijf buiten het land van herkomst (extraterrit
Tot de vrije vergoedingen behoren niet vergoedingen ter zake van:
a. regelmatig woon-werkverkeer voorzover de vergoedingen uitgaan boven de in de artikelen 16, 16a en 16b gestelde normeringen en beperkingen;
b. woon-werkverkeer en ander vervoer per auto, indien dat vervoer geen regelmatig woon-werkverkeer is en niet plaatsvindt per taxi of met een ter beschikking gestelde auto, voorzover de vergoeding meer bedraagt dan € 0,28 per kilometer;
c. kinderopvang voorzover niet is voldaan aan artikel 16c;
d. maaltijden waarbij het zakelijke karakter:
a. vervoer, waar onder woon-werkverkeer, indien dat vervoer niet plaatsvindt per taxi, luchtvaartuig, schip of ter beschikking gesteld vervoermiddel, voorzover de vergoeding meer bedraagt dan € 0,18 per kilometer;
b. kinderopvang voorzover niet is voldaan aan artikel 16c;
c. maaltijden waarbij het zakelijke karakter:
1°. van bijkomstig belang is, of
2°. van meer dan bijkomstig belang is voorzover zij wat betreft aantal en regelmaat uitgaan boven bij ministeriële regeling te stellen normen;
e. bedrijfsfitness voorzover niet is voldaan aan bij ministeriële regeling te stellen regels;
f. werkruimte, de inrichting daaronder begrepen, in de woning, de aanhorigheden daaronder begrepen, van de werknemer voorzover niet is voldaan aan bij ministeriële regeling te stellen regels die mede betrekking hebben op de mate waarin de vergoeding niet tot de vrije vergoedingen wordt gerekend;
g. telefoonabonnementen behoudens voorzover het betreft het tweede en volgende telefoonabonnement van de werknemer waarvan het zakelijke karakter van meer dan bijkomstig belang is;
h. persoonlijke verzorging, behoudens voorzover de werknemer optreedt als artiest of presentator of als beroep een tak van sport beoefent;
i. personeelsverenigingen en dergelijke;
j. huisvesting buiten de woonplaats ter zake van de dienstbetrekking voorzover de vergoeding betrekking heeft op een periode van meer dan twee jaar;
k. premies ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of een buitenlandse regeling die naar aard en strekking daarmee overeenkomt;
l. verschuldigde loonbelasting en bij wijze van inhouding verschuldigde premie voor de volksverzekeringen;
m. premies voor buitenlandse verzekeringen die naar aard en strekking overeenkomen met de volksverzekeringen, tenzij de werknemer premieplichtig is voor de volksverzekeringen;
n. geldboeten opgelegd door een Nederlandse strafrechter en geldsommen betaald aan de Staat ter voorkoming van strafvervolging in Nederland of ter voldoening aan een voorwaarde verbonden aan een besluit tot gratieverlening, alsmede administratieve sancties opgelegd ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften;
o. misdrijven ter zake waarvan de werknemer door een Nederlandse strafrechter bij onherroepelijke uitspraak is veroordeeld, daaronder begrepen de misdrijven die zijn betrokken bij de bepaling van de hoogte van de opgelegde straf en ter zake waarvan het Openbaar Ministerie heeft verklaard te zullen afzien van vervolging;
p. misdrijven ter zake waarvan de werknemer ter voorkoming van strafvervolging in Nederland aan de gestelde voorwaarden heeft voldaan;
q. wapens en munitie, tenzij terzake een erkenning, consent, vergunning, verlof of ontheffing is verleend krachtens de Wet wapens en munitie;
r. dieren en categorieën van dieren als bedoeld in de krachtens de artikelen 73 en 107 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren vastgestelde Regeling agressieve dieren, tenzij terzake een dierenpaspoort als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van die regeling is afgegeven;
s. parkeergelegenheid in of bij de woning van de werknemer.
d. bedrijfsfitness voorzover niet is voldaan aan bij ministeriële regeling te stellen regels;
e. werkruimte, de inrichting daaronder begrepen, in de woning, de aanhorigheden daaronder begrepen, van de werknemer voorzover niet is voldaan aan bij ministeriële regeling te stellen regels die mede betrekking hebben op de mate waarin de vergoeding niet tot de vrije vergoedingen wordt gerekend;
f. telefoonabonnementen behoudens voorzover het betreft het tweede en volgende telefoonabonnement van de werknemer waarvan het zakelijke karakter van meer dan bijkomstig belang is;
g. persoonlijke verzorging, behoudens voorzover de werknemer optreedt als artiest of presentator of als beroep een tak van sport beoefent;
h. personeelsverenigingen en dergelijke;
i. huisvesting buiten de woonplaats ter zake van de dienstbetrekking voorzover de vergoeding betrekking heeft op een periode van meer dan twee jaar;
j. premies ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of een buitenlandse regeling die naar aard en strekking daarmee overeenkomt;
k. verschuldigde loonbelasting en bij wijze van inhouding verschuldigde premie voor de volksverzekeringen;
l. premies voor buitenlandse verzekeringen die naar aard en strekking overeenkomen met de volksverzekeringen, tenzij de werknemer premieplichtig is voor de volksverzekeringen;
m. geldboeten opgelegd door een Nederlandse strafrechter en geldsommen betaald aan de Staat ter voorkoming van strafvervolging in Nederland of ter voldoening aan een voorwaarde verbonden aan een besluit tot gratieverlening, bestuurlijke boeten, geldboeten opgelegd op basis van bij wet geregeld tuchtrecht, alsmede kosten als bedoeld in artikel 234, zesde lid, en artikel 235, derde lid, van de Gemeentewet;
n. misdrijven ter zake waarvan de werknemer door een Nederlandse strafrechter bij onherroepelijke uitspraak is veroordeeld, daaronder begrepen de misdrijven die zijn betrokken bij de bepaling van de hoogte van de opgelegde straf en ter zake waarvan het Openbaar Ministerie heeft verklaard te zullen afzien van vervolging;
o. misdrijven ter zake waarvan de werknemer ter voorkoming van strafvervolging in Nederland aan de gestelde voorwaarden heeft voldaan;
p. wapens en munitie, tenzij terzake een erkenning, consent, vergunning, verlof of ontheffing is verleend krachtens de Wet wapens en munitie;
q. dieren en categorieën van dieren als bedoeld in de krachtens de artikelen 73 en 107 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren vastgestelde Regeling agressieve dieren, tenzij terzake een dierenpaspoort als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van die regeling is afgegeven;
r. parkeergelegenheid in of bij de woning van de werknemer.
**2.** Vrije vergoedingen die verband houden met een misdrijf, verstrekt in het loontijdvak waarin de veroordeling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel o, onherroepelijk is geworden dan wel waarin aan de gestelde voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel p, is voldaan, in de daaraan voorafgaande loontijdvakken van het jaar of in een of meer van de vijf daaraan voorafgaande jaren, worden op het tijdstip van het onherroepelijk worden van de veroordeling, respectievelijk het voldoen aan de gestelde voorwaarden, alsnog als loon in aanmerking genomen.
**2.** Onder bestuurlijke boete als bedoeld in het eerste lid, onderdeel m, wordt verstaan: een door een Nederlands bestuursorgaan bij beschikking opgelegde onvoorwaardelijke verplichting tot betaling van een geldsom, die is gericht op bestraffing van degene die een gedraging in strijd met het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift pleegt of medepleegt.
**3.** Vrije vergoedingen die verband houden met een misdrijf, verstrekt in het loontijdvak waarin de veroordeling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel o, onherroepelijk is geworden dan wel waarin aan de gestelde voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel p, is voldaan, in de daaraan voorafgaande loontijdvakken van het jaar of in een of meer van de vijf daaraan voorafgaande jaren, worden op het tijdstip van het onherroepelijk worden van de veroordeling, respectievelijk het voldoen aan de gestelde voorwaarden, alsnog als loon in aanmerking genomen.
### Artikel 15c
@ -413,71 +410,24 @@ Vaste vergoedingen zijn geen vrije vergoedingen voorzover niet is voldaan aan bi
### Artikel 16
**1.**
In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. reisafstand: de afstand tussen de woning of verblijfplaats en de plaats van arbeid gemeten langs de meest gebruikelijke weg voorzover over die afstand geen vervoer vanwege de inhoudingsplichtige plaatsvindt;
b. vervoer vanwege de inhoudingsplichtige:
1°. vanwege de inhoudingsplichtige georganiseerd vervoer met uitzondering van het woon-werkverkeer van de werknemer die als bestuurder met een niet door de inhoudingsplichtige ter beschikking gesteld voertuig een of meer collega's mede vervoert;
2°. het reizen per openbaar vervoer op basis van door de inhoudingsplichtige aangeschafte en door hem aan de werknemer verstrekte plaatsbewijzen;
c. regelmatig woon-werkverkeer: het ten minste eenmaal per week plegen te reizen tussen de woning of verblijfplaats en de plaats of plaatsen van arbeid, waarbij binnen een tijdsbestek van 24 uur zowel heen als terug wordt gereisd;
d. kinderopvang: opvang van kinderen en pleegkinderen die jonger zijn dan 13 jaar die voldoet aan de regels die krachtens artikel 20 van de Welzijnswet 1994 bij gemeentelijke verordening zijn gesteld met betrekking tot de kwaliteit van de opvang, of die voldoet aan bij ministeriële regeling aan te wijzen buitenlandse regelingen die naar aard en strekking overeenkomen met de krachtens artikel 20 van de Welzijnswet 1994 bij gemeentelijke verordening gestelde regels.
**2.**
Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel c:
a. pleegt de werknemer in ieder geval ten minste eenmaal per week te reizen indien hij in het kalenderjaar op 60 dagen of meer van zijn woning of verblijfplaats naar de plaats of plaatsen van arbeid heeft gereisd of vermoedelijk zal reizen;
b. mag worden aangenomen dat de werknemer niet ten minste eenmaal per week pleegt te reizen als hij in het kalenderjaar op minder dan 60 dagen van zijn woning of verblijfplaats naar de plaats of plaatsen van arbeid heeft gereisd of vermoedelijk zal reizen.
**3.** Zodra de werknemer op 60 dagen in het kalenderjaar heeft gereisd, wordt aangenomen dat de werknemer gedurende de verstreken periode in het kalenderjaar ten minste eenmaal per week placht te reizen.
**4.** In afwijking van artikel 13a wordt loon ter zake van het derde lid geacht te worden genoten zodra de werknemer op 60 dagen heeft gereisd.
Vervallen
### Artikel 16a
**1.**
Als vrije vergoeding ter zake van regelmatig woon-werkverkeer waarbij de afstand geheel of gedeeltelijk per openbaar vervoer is afgelegd, geldt ten hoogste de prijs van de vervoerbewijzen voor de per openbaar vervoer afgelegde reisafstand, indien:
Als vrije vergoeding ter zake van vervoer per openbaar vervoer, geldt ten hoogste de prijs van de vervoerbewijzen voor de per openbaar vervoer afgelegde reisafstand, indien:
a. de werknemer de vervoerbewijzen ter vergoeding overhandigt of zo spoedig mogelijk zal overhandigen aan de inhoudingsplichtige, en
b. deze de vervoerbewijzen per werknemer administreert en voor controle beschikbaar houdt.
**2.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld voor de uitvoering van het eerste lid.
**3.** Het eerste lid is slechts van toepassing indien de vergoeding niet als vrije vergoeding in de zin van artikel 15b, eerste lid, onderdeel a, in aanmerking wordt genomen.
### Artikel 16b
**1.** Als vrije vergoeding ter zake van regelmatig woon-werkverkeer waarbij de reisafstand niet per openbaar vervoer is afgelegd of anderszins niet aan de voorwaarden van artikel 16a is voldaan, geldt ten hoogste het bedrag, bepaald volgens de in de volgende leden opgenomen regels.
**2.**
Voor de werknemer die op ten minste vier dagen per week naar dezelfde plaats van arbeid pleegt te reizen, wordt het bedrag bepaald aan de hand van de navolgende tabel:
| reisafstand | | | |
| --- | --- | --- | --- |
| meer dan | maar niet meer dan | bedrag per maand | bedrag per week |
| | 10 km | | |
| 10 km | 15 km | € 65 | € 15 |
| 15 km | 20 km | € 91 | € 21 |
| 20 km | | € 130 | € 30 |
**3.** Voor de werknemer die op drie dagen, twee dagen of een dag per week naar dezelfde plaats van arbeid pleegt te reizen, geldt het bedrag gelijk aan respectievelijk driekwart, de helft en een kwart van het bedrag, bepaald aan de hand van de tabel.
**4.** Voor de werknemer die naar verschillende plaatsen van arbeid pleegt te reizen, zijn het tweede en het derde lid afzonderlijk van toepassing met betrekking tot het reizen naar elk van die plaatsen. Het voor hem geldende bedrag is gelijk aan de som van de volgens het tweede en het derde lid bepaalde bedragen maar ten hoogste € 130 per maand respectievelijk € 30 per week.
**5.**
In afwijking van het eerste lid geldt als vrije vergoeding ter zake van regelmatig woon-werkverkeer ten hoogste een bedrag van € 0,28 per afgelegde kilometer, ingeval aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
a. de reisafstand beloopt meer dan 10 kilometer;
b. de werknemer pleegt te reizen met een niet door de inhoudingsplichtige ter beschikking gestelde auto en hij pleegt daarbij krachtens een schriftelijk vastgelegde regeling van de inhoudingsplichtige, dan wel van de inhoudingsplichtige en een of meer andere inhoudingsplichtigen, over een afstand van meer dan 10 kilometer voor zowel de heen- als de terugreis tevens een of meer andere werknemers te vervoeren, en
c. de werknemer is het in onderdeel b bedoelde vervoer overeengekomen in een schriftelijk vastgelegde overeenkomst met de in onderdeel b bedoelde inhoudingsplichtige en andere werknemers.
**6.** Met betrekking tot regelmatig woon-werkverkeer ter zake waarvan een vergoeding op grond van het vijfde lid tot de vrije vergoedingen is gerekend, is ten aanzien van de werknemer en de in het vijfde lid, onderdeel b, bedoelde andere werknemers het eerste lid niet van toepassing.
**7.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor de toepassing van het vijfde lid.
Vervallen
### Artikel 16c
@ -488,10 +438,12 @@ Vergoedingen ter zake van op de werknemer drukkende kosten van kinderopvang geld
a. voorzover zij hoger zijn dan de bij ministeriële regeling vast te stellen bedragen en
b. mits wordt voldaan aan bij ministeriële regeling te stellen administratieve voorwaarden.
**2.** Indien de kinderopvang bij de werknemer thuis plaatsvindt worden de in het eerste lid bedoelde kosten geacht niet meer te bedragen dan € 9400 per kind per kalenderjaar.
**2.** Indien de kinderopvang bij de werknemer thuis plaatsvindt worden de in het eerste lid bedoelde kosten geacht niet meer te bedragen dan € 9626 per kind per kalenderjaar.
**3.** Bij het begin van het kalenderjaar wordt het in het tweede lid vermelde bedrag van rechtswege vervangen door het bedrag dat krachtens artikel 10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt vastgesteld ter vervanging van het in artikel 3.143, eerste lid, van die wet vermelde bedrag.
**4.** In dit artikel wordt verstaan onder kinderopvang: opvang van kinderen en pleegkinderen die jonger zijn dan 13 jaar die voldoet aan de regels die krachtens artikel 20 van de Welzijnswet 1994 bij gemeentelijke verordening zijn gesteld met betrekking tot de kwaliteit van de opvang, of die voldoet aan bij ministeriële regeling aan te wijzen buitenlandse regelingen die naar aard en strekking overeenkomen met de krachtens artikel 20 van de Welzijnswet 1994 bij gemeentelijke verordening gestelde regels.
### Artikel 17
**1.**
@ -507,10 +459,20 @@ b. andere verstrekkingen voorzover zij naar algemene maatschappelijke opvattinge
### Artikel 17a
**1.**
Tot de vrije verstrekkingen behoren verstrekkingen, in redelijkheid, ter zake van:
a. woon-werkverkeer in de vorm van vervoer vanwege de inhoudingsplichtige;
b. algemeen erkende feestdagen en het Sint-Nicolaasfeest, een jubileum van de inhoudingsplichtige, een dienstjubileum en de verjaardag en andere persoonlijke feestdagen van de werknemer, alsmede het einde van de dienstbetrekking, mits de verstrekkingen een in hoofdzaak ideële waarde hebben.
b. parkeergelegenheid bij de plaats van werkzaamheden, indien er geen sprake is van parkeergelegenheid als bedoeld in artikel 15b, eerste lid, onderdeel r;
c. algemeen erkende feestdagen en het Sint-Nicolaasfeest, een jubileum van de inhoudingsplichtige, een dienstjubileum en de verjaardag en andere persoonlijke feestdagen van de werknemer, alsmede het einde van de dienstbetrekking, mits de verstrekkingen een in hoofdzaak ideële waarde hebben.
**2.**
Onder vervoer vanwege de inhoudingsplichtige wordt verstaan:
1°. vanwege de inhoudingsplichtige georganiseerd vervoer;
2°. het reizen per openbaar vervoer op basis van door de inhoudingsplichtige aangeschafte en door hem aan de werknemer verstrekte plaatsbewijzen.
## Hoofdstuk IIB. Pensioenregelingen en regelingen voor vervroegde uittreding
@ -762,13 +724,14 @@ Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ter bevordering van een
De belasting over een loontijdvak van een jaar wordt bepaald aan de hand van de navolgende tabel (tarieftabel).
| Bij een belastbaar loon van meer dan | maar niet meer dan | bedraagt de belasting het in kolom III vermelde bedrag, vermeerderd met het bedrag dat wordt berekend door het in kolom IV vermelde percentage te nemen van het gedeelte van het belastbare loon dat het in kolom I vermelde bedrag te boven gaat | |
| Bij een belastbaar inkomen uit werk en woning van | | | |
| --- | --- | --- | --- |
| meer dan | maar niet meer dan | bedraagt de belasting het in kolom III vermelde bedrag, vermeerderd met het bedrag dat wordt berekend door het in kolom IV vermelde percentage te nemen van het gedeelte van het belastbare inkomen uit werk en woning dat het in kolom I vermelde bedrag te boven gaat | |
| I | II | III | IV |
| | € 15 883 | | 1,70% |
| € 15 883 | € 28 850 | € 270 | 7,20% |
| € 28 850 | € 49 464 | € 1 203 | 42% |
| € 49 464 | | € 9 860 | 52% |
| | € 16 265 | | 1,00% |
| € 16 265 | € 29 543 | € 162 | 7,95% |
| € 29 543 | € 50 652 | € 1 217 | 42% |
| € 50 652 | | € 10 082 | 52% |
@ -807,7 +770,7 @@ e. de aanvullende ouderenkorting (artikel 22c).
**1.** Voor de werknemer is de algemene heffingskorting van toepassing.
**2.** De algemene heffingskorting bedraagt € 1766.
**2.** De algemene heffingskorting bedraagt € 1825.
### Artikel 22a
@ -818,17 +781,17 @@ e. de aanvullende ouderenkorting (artikel 22c).
De arbeidskorting wordt berekend over het loon uit tegenwoordige arbeid en bedraagt de som van:
a. 1,753% van dat loon met een maximum van € 142; en
b. 11,213% van dat loon voorzover dit bij een tijdvakloon op jaarbasis meer is dan € 8001.
b. 11,213% van dat loon voorzover dit bij een tijdvakloon op jaarbasis meer is dan € 8101.
De arbeidskorting bedraagt maximaal € 1104.
De arbeidskorting bedraagt maximaal € 1213.
**3.**
In afwijking van het tweede lid, wordt:
a. ingeval de werknemer bij het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 57 jaar heeft bereikt maar nog niet de leeftijd van 60, het percentage, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, vervangen door 13,7% en het bedrag, bedoeld in het tweede lid, tweede volzin, vervangen door € 1339;
b. ingeval de werknemer bij het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 60 jaar heeft bereikt maar nog niet de leeftijd van 62, het percentage, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, vervangen door 16,7% en het bedrag, bedoeld in het tweede lid, tweede volzin, vervangen door € 1574;
c. ingeval de werknemer bij het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 62 jaar heeft bereikt, het percentage, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, vervangen door 19,6% en het bedrag, bedoeld in het tweede lid, tweede volzin, vervangen door € 1809.
a. ingeval de werknemer bij het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 57 jaar heeft bereikt maar nog niet de leeftijd van 60, het percentage, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, vervangen door 13,737% en het bedrag, bedoeld in het tweede lid, tweede volzin, vervangen door € 1454;
b. ingeval de werknemer bij het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 60 jaar heeft bereikt maar nog niet de leeftijd van 62, het percentage, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, vervangen door 16,250% en het bedrag, bedoeld in het tweede lid, tweede volzin, vervangen door € 1694;
c. ingeval de werknemer bij het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 62 jaar heeft bereikt, het percentage, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, vervangen door 18,773% en het bedrag, bedoeld in het tweede lid, tweede volzin, vervangen door € 1935.
**4.**
@ -850,19 +813,19 @@ d. buitenlandse arbeidsongeschiktheidsverzekeringen die naar aard en strekking o
**1.** Voor de werknemer die een uitkering geniet op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, is de jonggehandicaptenkorting van toepassing.
**2.** De jonggehandicaptenkorting bedraagt € 518.
**2.** De jonggehandicaptenkorting bedraagt € 531.
### Artikel 22b
**1.** Voor de werknemer die de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt en een tijdvakloon heeft dat op jaarbasis niet meer bedraagt dan € 29 592 is de ouderenkorting van toepassing.
**1.** Voor de werknemer die de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt en een tijdvakloon heeft dat op jaarbasis niet meer bedraagt dan € 30 303 is de ouderenkorting van toepassing.
**2.** De ouderenkorting bedraagt € 346.
**2.** De ouderenkorting bedraagt € 418.
### Artikel 22c
**1.** Voor de werknemer op wie de ouderenkorting van toepassing is en die een uitkering als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a of onderdeel c, van de Algemene Ouderdomswet geniet, is de aanvullende ouderenkorting van toepassing.
**2.** De aanvullende ouderenkorting bedraagt € 242.
**2.** De aanvullende ouderenkorting bedraagt € 248.
### Artikel 22d
@ -1000,6 +963,7 @@ c. bij ministeriële regeling aan te wijzen uitkeringen van publiekrechtelijke a
d. bij ministeriële regeling aan te wijzen loon dat bezwaarlijk kan worden geïndividualiseerd, behoudens ingeval de inhoudingsplichtige verzoekt met betrekking tot dat loon het eerste lid niet toe te passen;
e. bij ministeriële regeling aan te wijzen loon met een bestemmingskarakter;
f. loon dat in geblokkeerde vorm wordt gespaard ingevolge een spaarloonregeling tot ten hoogste € 613 per kalenderjaar.
g. eenmaal per jaar een geschenk in natura ter gelegenheid van een algemeen erkende feestdag of het Sint-Nicolaasfeest, voor zover de waarde in het economische verkeer daarvan niet meer bedraagt dan € 35.
De in dit lid en het derde lid bedoelde ministeriële regelingen worden, voor zover het de premie voor de volksverzekeringen betreft, getroffen in overleg met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
@ -1017,7 +981,7 @@ b. aan de hand van het enkelvoudige tarief met betrekking tot:
1°. aangewezen niet in geld genoten eindheffingsbestanddelen als bedoeld in het tweede lid, onderdeel *d*, andere dan bedoeld in onderdeel *a*, onder 4°;
2°. aangewezen eindheffingsbestanddelen met een bestemmingskarakter als bedoeld in het tweede lid, onderdeel *e*;
c. naar een tarief van 15 percent met betrekking tot spaarloon als bedoeld in het tweede lid, onderdeel f.
c. naar een tarief van 15 percent met betrekking tot spaarloon als bedoeld in het tweede lid, onderdeel f alsmede met betrekking tot geschenken in natura, als bedoeld in het tweede lid, onderdeel g.
**4.** Ingeval het tabeltarief van toepassing is wordt het bedrag van de verschuldigde belasting bepaald aan de hand van de voor het tijdvak waarin het loon is genoten geldende in artikel 20a, eerste lid, opgenomen tabel, waarbij wordt aangenomen dat de inhoudingsplichtige de belasting en de bij reguliere betaling van het loon verschuldigde premie ingevolge de Ziekenfondswet alsmede de daarover verschuldigde premie ingevolge de Werkloosheidswet aanstonds voor zijn rekening heeft genomen. Voor zover bij naheffing als bedoeld in het derde lid, onderdeel *a*, aannemelijk is dat de inhoudingsplichtige de belasting en premie pas later voor zijn rekening heeft genomen, wordt in zoverre van de eerste volzin afgeweken en wordt het voor de werknemer ontstane voordeel in de eindheffing betrokken naar de situatie ten tijde van het voor rekening van de inhoudingsplichtige nemen, doch uiterlijk ten tijde van de naheffing.
@ -1321,7 +1285,7 @@ Vervallen
### Artikel 36a
**1.** Met betrekking tot op 31 december 2000 bestaande rechten op vakantieverlof en compensatieverlof is artikel 10, derde lid en artikel 11, eerste lid, onderdeel t, onder 1°, niet van toepassing.
**1.** Met betrekking tot op 31 december 2000 bestaande rechten op vakantieverlof en compensatieverlof is artikel 10, derde lid en artikel 11, eerste lid, onderdeel r, onder 1°, niet van toepassing.
**2.** Met betrekking tot op 27 december 2000 reeds overeengekomen regelingen voor verlofsparen zijn tot 1 januari 2007 de regels die daarvoor golden op 27 december 2000 van kracht.