2014-06-01 | BWBR0029368 | Inkomensbesluit volksverzekeringen en sociale voorzieningen
This commit is contained in:
parent
c35a0292b8
commit
b66514358f
1 changed files with 14 additions and 12 deletions
|
|
@ -46,15 +46,16 @@ Dit hoofdstuk is van toepassing op het bepalen van inkomen als bedoeld in de Alg
|
|||
|
||||
Onder inkomen uit arbeid wordt verstaan:
|
||||
|
||||
a. hetgeen onder loon wordt verstaan op grond van artikel 16 van de Wet financiering sociale verzekeringen voor de werknemer, bedoeld in artikel 1, onderdeel o, van die wet, en een bijdrage ingevolge een levensloopregeling als bedoeld in artikel 39d van de Wet op de loonbelasting 1964 met dien verstande dat niet tot het inkomen uit arbeid worden gerekend:
|
||||
a. hetgeen onder loon wordt verstaan op grond van artikel 16 van de Wet financiering sociale verzekeringen voor de werknemer, bedoeld in artikel 1, onderdeel o, van die wet met dien verstande dat niet tot het inkomen uit arbeid worden gerekend:
|
||||
|
||||
1°. uitkeringen op grond van een werknemersverzekering of wachtgeld als bedoeld in artikel 6, vijfde lid, tweede zin, van de Werkloosheidswet, al dan niet vermeerderd met een toeslag op grond van de Toeslagenwet en de aanvullingen daarop van degene tot wie de werknemer in dienstbetrekking staat of stond;
|
||||
2°. een uitkering ingevolge een voorziening op grond van een levensloopregeling als bedoeld in artikel 39d van de Wet op de loonbelasting 1964;
|
||||
1° uitkeringen op grond van een werknemersverzekering of wachtgeld als bedoeld in artikel 6, vijfde lid, tweede zin, van de Werkloosheidswet, al dan niet vermeerderd met een toeslag op grond van de Toeslagenwet en de aanvullingen daarop van degene tot wie de werknemer in diensbetrekking staat of stond;
|
||||
2° een uitkering die de werknemer heeft genoten op grond van de aanspraak, bedoeld in artikel 39d van de Wet op de loonbelasting 1964, zonder dat er sprake is van onbetaald extra verlof;
|
||||
b. het loon, bedoeld in de artikelen 9 tot en met 13 van de Wet op de loonbelasting 1964, voor zover de uitkeringsgerechtigde niet als werknemer als bedoeld in onderdeel a inkomen verdient, met dien verstande dat niet tot het inkomen uit arbeid worden gerekend:
|
||||
|
||||
1°. hetgeen uit een vroegere dienstbetrekking als bedoeld in die wet wordt genoten;
|
||||
2°. vervallen;
|
||||
3°. de eindheffingsbestanddelen, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdelen b tot en met h, van de Wet op de loonbelasting 1964;
|
||||
4°. een uitkering die de uitkeringsgerechtigde heeft genoten op grond van de aanspraak, bedoeld in artikel 39d van de Wet op de loonbelasting 1964, zonder dat er sprake is van onbetaald extra verlof;
|
||||
c. het belastbaar loon of het belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden, bedoeld in paragraaf 3.3.1 onderscheidenlijk paragraaf 3.4.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001, behoudens voor zover het een werkzaamheid betreft als bedoeld in de artikelen 3.91, eerste lid, onderdelen a en b, en 3.92 van die wet, voor zover de uitkeringsgerechtigde geen werknemer is als bedoeld in de onderdelen a en b;
|
||||
d. de belastbare winst uit onderneming, bedoeld in paragraaf 3.2.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001, vermeerderd met de ondernemersaftrek en de MKB-winstvrijstelling, bedoeld in de artikelen 3.74 en 3.79a van die wet, met dien verstande dat de bestanddelen van de winst, bedoeld in artikel 3.78, derde lid, van die wet, niet geacht worden te behoren tot de winst;
|
||||
e. een uitkering op grond van de Wet arbeid en zorg aan de zelfstandige of de beroepsbeoefenaar op arbeidsovereenkomst, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, onder a en b, van die wet;
|
||||
|
|
@ -149,8 +150,9 @@ a. in afwijking van artikel 2:4, eerste lid, onderdelen h, j tot en met l en o,
|
|||
b. in afwijking van artikel 2:4, eerste lid, onderdelen m, o en q:
|
||||
|
||||
1°. een uitkering op grond van een particuliere verzekering wegens derving van inkomen, die ten behoeve van de uitkeringsgerechtigde in het kader van een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst is afgesloten en het loon, bedoeld in artikel 2:4, eerste lid, onderdeel q, wordt aangemerkt als inkomen uit arbeid; en
|
||||
2°. een uitkering als bedoeld in artikel 2:4, eerste lid, onderdeel m, en een uitkering die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering als bedoeld in artikel 2:4, eerste lid, onderdeel m, wordt aangemerkt als inkomen uit arbeid, met dien verstande dat een weduwen-, weduwnaars- en partnerpensioen niet wordt aangemerkt als inkomen; en
|
||||
c. de artikelen 2:2, derde lid, 2:3, eerste lid, onderdeel d, en 2:4, derde en vijfde lid, niet van toepassing zijn.
|
||||
2°. een uitkering als bedoeld in artikel 2:4, eerste lid, onderdeel m, en een uitkering die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering als bedoeld in artikel 2:4, eerste lid, onderdeel m, wordt aangemerkt als inkomen uit arbeid, met dien verstande dat een weduwen-, weduwnaars- en partnerpensioen niet wordt aangemerkt als inkomen;
|
||||
c. de artikelen 2:2, derde lid, 2:3, eerste lid, onderdeel d, en 2:4, derde en vijfde lid, niet van toepassing zijn; en
|
||||
d. In afwijking van artikel 2:2, eerste lid, onderdeel a, een bijdrage ingevolge een levensloopregeling als bedoeld in artikel 39d van de Wet op de loonbelasting 1964 wordt aangemerkt als inkomen uit arbeid.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -176,8 +178,9 @@ b. indien de pensioengerechtigde en zijn echtgenoot samenwerken in de uitoefenin
|
|||
|
||||
X staat voor het loon van de werknemer, die in dienstbetrekking een gelijkwaardige functie uitoefent als de echtgenoot, en
|
||||
|
||||
Y staat voor het loon van de werknemer die in dienstbetrekking een gelijkwaardige functie uitoefent als de pensioengerechtigde; en
|
||||
c. de artikelen 2:2, derde lid, 2:3, eerste lid, onderdeel d, en 2:4, derde en vijfde lid, niet van toepassing zijn.
|
||||
Y staat voor het loon van de werknemer die in dienstbetrekking een gelijkwaardige functie uitoefent als de pensioengerechtigde;
|
||||
c. de artikelen 2:2, derde lid, 2:3, eerste lid, onderdeel d, en 2:4, derde en vijfde lid, niet van toepassing zijn; en
|
||||
d. In afwijking van artikel 2:2, eerste lid, onderdeel a, een bijdrage ingevolge een levensloopregeling als bedoeld in artikel 39d van de Wet op de loonbelasting 1964 wordt aangemerkt als inkomen uit arbeid.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, en artikel 1.1, tweede lid, wordt voor het bepalen van het gezamenlijke inkomen, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet een uitkering van een pensioengerechtigde die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering als bedoeld in artikel 2:4, eerste lid, onderdeel K, aangemerkt als overig inkomen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -249,11 +252,12 @@ a. hetgeen onder loon wordt verstaan op grond van artikel 16 van de Wet financie
|
|||
|
||||
1°. uitkeringen op grond van een werknemersverzekering of wachtgeld als bedoeld in artikel 6, vijfde lid, tweede zin, van de Werkloosheidswet, al dan niet vermeerderd met een toeslag op grond van de Toeslagenwet en de aanvullingen daarop van degene tot wie de werknemer in dienstbetrekking staat;
|
||||
2°. hetgeen wordt genoten op grond van artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede hetgeen door de werknemer met een publiekrechtelijke dienstbetrekking wordt genoten op grond van naar aard en strekking met artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek overeenkomstige regelingen, al dan niet vermeerderd met een toeslag op grond van de Toeslagenwet en de aanvullingen daarop van degene tot wie de werknemer in dienstbetrekking staat;
|
||||
3°. een uitkering die de werknemer heeft genoten op grond van de aanspraak, bedoeld in artikel 39d, tweede lid of derde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, zonder dat er sprake is van onbetaald extra verlof;
|
||||
3°. een uitkering die de werknemer heeft genoten op grond van de aanspraak, bedoeld in artikel 39d van de Wet op de loonbelasting 1964, zonder dat er sprake is van onbetaald extra verlof;
|
||||
b. het loon, bedoeld in hoofdstuk II van de Wet op de loonbelasting 1964, voor zover de uitkeringsgerechtigde niet als werknemer als bedoeld in onderdeel a inkomen verdient, met dien verstande dat niet tot het inkomen worden gerekend:
|
||||
|
||||
1°. hetgeen uit een vroegere dienstbetrekking als bedoeld in die wet wordt genoten;
|
||||
2°. de eindheffingsbestanddelen, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdelen b tot en met h, van de Wet op de loonbelasting 1964;
|
||||
3° een uitkering die de uitkeringsgerechtigde heeft genoten op grond van de aanspraak, bedoeld in artikel 39d van de Wet op de loonbelasting 1964, zonder dat er sprake is van onbetaald extra verlof;
|
||||
c. het belastbaar loon of het belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden, bedoeld in paragraaf 3.3.1 onderscheidenlijk paragraaf 3.4.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001, behoudens voor zover het een werkzaamheid betreft als bedoeld in de artikelen 3.91, eerste lid, onderdelen a en b, en 3.92 van die wet, voor zover de uitkeringsgerechtigde geen werknemer is als bedoeld in de onderdelen a en b;
|
||||
d. de belastbare winst uit onderneming, bedoeld in paragraaf 3.2.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001, vermeerderd met de ondernemersaftrek en de MKB-winstvrijstelling, bedoeld in de artikelen 3.74 en 3.79a van die wet, met dien verstande dat de bestanddelen van de winst, bedoeld in artikel 3.78, derde lid, van die wet, niet geacht worden te behoren tot de winst;
|
||||
e. een uitkering op grond van de Wet arbeid en zorg aan de zelfstandige of de beroepsbeoefenaar op arbeidsovereenkomst, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, onder a en b, van die wet.
|
||||
|
|
@ -420,11 +424,9 @@ b. door de uitkeringsgerechtigde na het intreden van de werkloosheid wordt ontva
|
|||
|
||||
**6.** Voor de toepassing van het vijfde lid wordt het dagloon, zoals dat is of zou zijn vastgesteld op de eerste dag waarop ouderdomspensioen wordt ontvangen, voor zoveel nodig herzien overeenkomstig artikel 46 van de Werkloosheidswet.
|
||||
|
||||
**7.** In afwijking van de artikelen 3:2 en 3:3 wordt voor de toepassing van artikel 35aa, eerste lid, onderdeel a, onder inkomen uitsluitend verstaan hetgeen onder inkomen wordt verstaan op grond van artikel 3:2, eerste lid, onderdelen c, d en e.
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
**8.**
|
||||
|
||||
Voor het bepalen van het inkomen als bedoeld in artikel 35aa, eerste lid, onderdeel b, van de Werkloosheidswet geldt in afwijking van artikel 3:3, eerste lid, onderdelen c en d, en vierde lid, onderdeel b, dat:
|
||||
Voor het bepalen van het inkomen als bedoeld in artikel 35aa, eerste lid, van de Werkloosheidswet geldt in afwijking van artikel 3:3, eerste lid, onderdelen c en d, en vierde lid, onderdeel b, dat:
|
||||
|
||||
a. artikel 3:3, eerste lid, onderdeel c, niet van toepassing is;
|
||||
b. artikel 3:3, vierde lid, onderdeel b, uitsluitend van toepassing is voor zover het een uitkering op grond van artikel 18 van de Werkloosheidswet of een uitkering wegens werkloosheid die uitsluitend het gevolg is van verkorting van de werktijd, waarvoor op grond van artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 ontheffing is verleend, betreft; en
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue