2009-08-01 | BWBR0012438 | Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten
This commit is contained in:
parent
46c407e93d
commit
b695355307
1 changed files with 34 additions and 73 deletions
|
|
@ -206,7 +206,7 @@ c. niet de Nederlandse nationaliteit bezit maar wel behoort tot een bij algemene
|
|||
|
||||
### Artikel 2.4
|
||||
|
||||
Voor tegemoetkoming ingevolge hoofdstuk 3 kan een aanvrager in aanmerking komen indien de scholier is ingeschreven aan een school die op grond van de WVO, de WEB, de WEC of de Experimentenwet onderwijs volledig en rechtstreeks uit de openbare kas wordt bekostigd, waaronder het volgen van onderwijs in de vorm van contractactiviteiten niet is mede begrepen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.5
|
||||
|
||||
|
|
@ -222,18 +222,23 @@ Voor tegemoetkoming ingevolge hoofdstuk 3 kan een aanvrager in aanmerking komen
|
|||
|
||||
Voor tegemoetkoming ingevolge hoofdstuk 3 kan een aanvrager in aanmerking komen indien de deelnemer is ingeschreven aan:
|
||||
|
||||
a. een school als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, van de WEB, voorzover het een uit 's Rijks kas bekostigde beroepsopleiding betreft, of
|
||||
b. een school die ten aanzien van de beroepsopleiding het in artikel 1.4.1 van de WEB bedoelde recht heeft verkregen.
|
||||
a. een school als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, van de WEB, voorzover het uit ’s Rijks kas bekostigd beroepsonderwijs betreft, of
|
||||
b. een school die ten aanzien van het beroepsonderwijs het in artikel 1.4.1 van de WEB bedoelde recht heeft verkregen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.8
|
||||
|
||||
Voor tegemoetkoming ingevolge hoofdstuk 3 kan een aanvrager in aanmerking komen indien de scholier is ingeschreven voor een cursus die wordt bekostigd op grond van artikel 73 van de WVO.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2.3. Onderwijssoorten in de zin van hoofdstuk 4
|
||||
|
||||
### Artikel 2.9
|
||||
|
||||
Voor tegemoetkoming ingevolge hoofdstuk 4 kan een scholier in aanmerking komen die is ingeschreven aan een school als bedoeld in de artikelen 2.4, 2.5 en 2.6, eerste lid, of voor een cursus als bedoeld in artikel 2.8.
|
||||
Voor tegemoetkoming ingevolge hoofdstuk 4 kan een scholier in aanmerking komen die is ingeschreven:
|
||||
|
||||
a. aan een school die op grond van de WVO, de WEC of de Experimentenwet onderwijs volledig en rechtstreeks uit de openbare kas wordt bekostigd, waaronder het volgen van onderwijs in de vorm van contractactiviteiten niet is mede begrepen;
|
||||
b. aan een school als bedoeld in artikel 2.5;
|
||||
c. aan een school als bedoeld in artikel 2.6, eerste lid; of
|
||||
d. voor een cursus die wordt bekostigd op grond van artikel 73 van de WVO.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.10
|
||||
|
||||
|
|
@ -263,7 +268,7 @@ Voor tegemoetkoming ingevolge afdeling 5.1 kan een student in aanmerking komen i
|
|||
|
||||
### Artikel 2.13
|
||||
|
||||
Voor tegemoetkoming ingevolge afdeling 5.2 kan een leerling in aanmerking komen indien hij is ingeschreven voor een opleiding of een gedeelte daarvan aan een school als bedoeld in de artikelen 2.4, 2.5, 2.6 en 2.8, die leidt tot het diploma:
|
||||
Voor tegemoetkoming ingevolge afdeling 5.2 kan een leerling in aanmerking komen indien hij is ingeschreven voor een opleiding of een gedeelte daarvan aan een school als bedoeld in de artikelen 2.5, 2.6 en 2.9, onderdeel a, of voor een cursus als bedoeld in artikel 2.9, onderdeel d, die leiden tot het diploma:
|
||||
|
||||
a. voorbereidend wetenschappelijk onderwijs,
|
||||
b. hoger algemeen voortgezet onderwijs, of
|
||||
|
|
@ -287,7 +292,7 @@ De aanspraak op tegemoetkoming van een leerling die gedurende een aaneengesloten
|
|||
|
||||
### Artikel 2.17
|
||||
|
||||
Een leerling die onderwijs volgt als bedoeld in de artikelen 2.5, 2.6, 2.9 voorzover het een school betreft als bedoeld in de artikelen 2.5 en 2.6, eerste lid, en 2.10 heeft slechts aanspraak op tegemoetkoming indien de opleiding een studielast heeft van ten minste 850 klokuren per schooljaar die worden besteed aan het volgen van lessen of stages.
|
||||
Een leerling die onderwijs volgt als bedoeld in de artikelen 2.5, 2.6, 2.9, onderdelen b en c, en 2.10 heeft slechts aanspraak op tegemoetkoming indien de opleiding een studielast heeft van ten minste 850 klokuren per schooljaar die worden besteed aan het volgen van lessen of stages.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.18
|
||||
|
||||
|
|
@ -299,7 +304,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**2.** Indien de leerling aansluitend aan het schooljaar dat als laatste schooljaar was aangemerkt, opnieuw dat laatste schooljaar aanvangt, ontstaat aanspraak op tegemoetkoming voor het resterende gedeelte van het kalenderjaar.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de leerling na zijn uitschrijving voor een opleiding binnen 4 maanden opnieuw een opleiding in de zin van deze wet of van de Wet studiefinanciering 2000 aanvangt, blijft, in afwijking van het eerste lid, op zijn aanvraag de aanspraak op tegemoetkoming in de tussen beide opleidingen liggende periode voor ten hoogste 4 maanden bestaan. Indien dit de maanden augustus, september, oktober of november betreft, heeft de leerling die op grond van hoofdstuk 4 nog geen tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage is toegekend en een opleiding als bedoeld in de artikelen 2.5, 2.6, eerste lid, 2.8 of 2.10, of een opleiding waarvoor aanspraak op studiefinanciering bestaat, gaat volgen, over die maanden naast een tegemoetkoming in de zin van hoofdstuk 4 ook aanspraak op een bedrag aan tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage, ter grootte van eentwaalfde van het bedrag, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de Les- en cursusgeldwet, per maand. Voor de vaststelling van de hoogte van de tegemoetkoming in die maanden wordt uitgegaan van de draagkracht, zoals die gold op 31 juli van het voorafgaande schooljaar. In afwijking van artikel 4.10, tweede lid, wordt die aanvraag ingediend voor het einde van de periode van 4 maanden.
|
||||
**3.** Indien de leerling na zijn uitschrijving voor een opleiding binnen 4 maanden opnieuw een opleiding in de zin van deze wet of van de Wet studiefinanciering 2000 aanvangt, blijft, in afwijking van het eerste lid, op zijn aanvraag de aanspraak op tegemoetkoming in de tussen beide opleidingen liggende periode voor ten hoogste 4 maanden bestaan. Indien dit de maanden augustus, september, oktober of november betreft, heeft de leerling die op grond van hoofdstuk 4 nog geen tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage is toegekend en een opleiding als bedoeld in de artikelen 2.5, 2.6, eerste lid, 2.9, onderdeel d, of 2.10, of een opleiding waarvoor aanspraak op studiefinanciering bestaat, gaat volgen, over die maanden naast een tegemoetkoming in de zin van hoofdstuk 4 ook aanspraak op een bedrag aan tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage, ter grootte van eentwaalfde van het bedrag, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de Les- en cursusgeldwet, per maand. Voor de vaststelling van de hoogte van de tegemoetkoming in die maanden wordt uitgegaan van de draagkracht, zoals die gold op 31 juli van het voorafgaande schooljaar. In afwijking van artikel 4.10, tweede lid, wordt die aanvraag ingediend voor het einde van de periode van 4 maanden.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.20
|
||||
|
||||
|
|
@ -392,7 +397,7 @@ b. aannemelijk wordt gemaakt dat gedurende ten minste 3 kalenderjaren zal worden
|
|||
|
||||
Voor de toepassing van artikel 1.8, onderdeel b, en artikel 2.25 wordt zolang het toetsingsinkomen over het kalenderjaar waarover het toetsingsinkomen berekend wordt, het eerste of het tweede jaar na dat kalenderjaar nog niet is bepaald, door de IB-Groep daarvoor in de plaats gesteld een bedrag dat het desbetreffende toetsingsinkomen zo goed mogelijk benadert.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Leerlingen tot 18 jaar in voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs
|
||||
## Hoofdstuk 3. Leerlingen tot 18 jaar in niet bekostigd voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3.1. Reikwijdte
|
||||
|
||||
|
|
@ -425,39 +430,14 @@ Dit hoofdstuk is van toepassing op scholieren, deelnemers en deelnemers vavo die
|
|||
De hoogte van de tegemoetkoming in de schoolkosten voor een schooljaar is afhankelijk van:
|
||||
|
||||
a. soort onderwijs, en
|
||||
b. bovenbouw of overige leerjaren.
|
||||
b. bovenbouw of onderbouw.
|
||||
|
||||
**2.** De bedragen van de onderscheiden tegemoetkomingen zijn opgenomen in artikel 3.5, eerste lid.
|
||||
**2.** De bedragen van de onderscheiden tegemoetkomingen zijn opgenomen in artikel 3.5.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.5
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De bedragen in onderstaand overzicht luiden per schooljaar en zijn uitgedrukt in euro’s naar de maatstaf van 1 augustus 2008.
|
||||
|
||||
| onderbouw volledig op grond van de WVO bekostigd onderwijs en volledig op grond van de WEB bekostigd voorbereidend beroepsonderwijs verzorgd in een agrarisch opleidingscentrum | € 282,87 |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| bovenbouw volledig op grond van de WVO bekostigd onderwijs | € 363,07 |
|
||||
| onderbouw overig onderwijs | € 594,41 |
|
||||
| bovenbouw overig onderwijs | € 674,61 |
|
||||
| beroepsonderwijs | € 995,86 |
|
||||
| speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs | nihil |
|
||||
| vavo | € 674,61 |
|
||||
|
||||
voor het schooljaar 2009–2010:
|
||||
|
||||
| Overzicht bedragen tegemoetkoming schoolkosten per schooljaar | |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| onderbouw volledig bekostigd voortgezet onderwijs | € 287,42 |
|
||||
| bovenbouw volledig bekostigd voortgezet onderwijs | € 368,92 |
|
||||
| onderbouw overig onderwijs | € 603,98 |
|
||||
| bovenbouw overig onderwijs | € 685,47 |
|
||||
| beroepsonderwijs | € 1.011,89 |
|
||||
| speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs | nihil |
|
||||
| voortgezet algemeen volwassenen onderwijs | € 685,47 |
|
||||
|
||||
**2.** Onder overig onderwijs, genoemd in het overzicht in het eerste lid, valt tevens het voortgezet speciaal onderwijs aan kinderen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden en moeilijk lerende kinderen.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.6
|
||||
|
||||
In afwijking van paragraaf 2.2 en artikel 3.4 heeft de aanvrager aanspraak op een overbruggingstegemoetkoming voor de maanden augustus en september ten behoeve van een leerling:
|
||||
|
|
@ -472,6 +452,8 @@ c. voor wie aan de aanvrager over het schooljaar dat aan de overbruggingsperiode
|
|||
|
||||
**2.** Voor leerlingen, anders dan bedoeld in artikel 3.2, derde lid, wordt de overbruggingstegemoetkoming vermeerderd met tweetwaalfde van het bedrag, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de Les- en cursusgeldwet, zoals dat bedrag gold op 31 juli voorafgaand aan de maanden waarover aanspraak op overbruggingstegemoetkoming bestaat.
|
||||
|
||||
**3.** Voor leerlingen die vallen onder de categorie bovenbouw volledig op grond van de WVO bekostigd onderwijs, genoemd in de tabel van artikel 3.5, wordt de overbruggingstegemoetkoming vermeerderd met tweetwaalfde van het verschil tussen het bedrag dat voor de categorie bovenbouw volledig op grond van de WVO bekostigd onderwijs en het bedrag dat voor de categorie bovenbouw overig onderwijs in de tabel van artikel 3.5 is opgenomen.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3.3. Toekenning
|
||||
|
||||
### Artikel 3.8
|
||||
|
|
@ -504,7 +486,7 @@ b. gedurende het desbetreffende schooljaar: binnen 8 weken na de indiening van d
|
|||
In afwijking van het eerste lid omvat de toekenning voor een leerling die:
|
||||
|
||||
a. in de loop van het schooljaar 18 jaren wordt: wat betreft de tegemoetkoming in de schoolkosten het aantal maanden van dat schooljaar tot de eerste maand van het kwartaal volgend op de maand waarin de leerling de leeftijd van 18 jaren heeft bereikt en wat betreft de tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage, voor zover daar op grond van artikel 3.2, derde of vierde lid, aanspraak op bestaat, het gehele schooljaar,
|
||||
b. is ingeschreven op een school als bedoeld in de artikelen 2.4, 2.6, of 2.7, en die geen onderwijs meer volgt op 1 oktober, in afwijking van artikel 3.5, eerste lid: voor het gehele jaar niets,
|
||||
b. is ingeschreven op een school als bedoeld in de artikelen 2.6 of 2.7, en die geen onderwijs meer volgt op 1 oktober, in afwijking van artikel 3.5: voor het gehele jaar niets,
|
||||
c. op enig ogenblik tussen 1 oktober en een bij ministeriële regeling te bepalen datum geen onderwijs meer volgt, anders dan in geval van ernstige ziekte van de leerling: de helft van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, alsmede, voor zover aanspraak bestaat op de tegemoetkoming bedoeld in artikel 3.2, derde of vierde lid, vijftwaalfde deel van die tegemoetkoming, en
|
||||
d. in de loop van het schooljaar na 31 december wordt ingeschreven: de helft van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, alsmede, voor zover aanspraak bestaat op de tegemoetkoming bedoeld in artikel 3.2, derde of vierde lid, zeventwaalfde deel van die tegemoetkoming.
|
||||
|
||||
|
|
@ -527,7 +509,7 @@ De tegemoetkoming in de zin van dit hoofdstuk bestaat uit:
|
|||
a. basistoelage, en
|
||||
b. tegemoetkoming in de schoolkosten.
|
||||
|
||||
**2.** Voor leerlingen als bedoeld in artikel 2.9, voor zover zij zijn ingeschreven aan een niet uit ’s Rijks kas bekostigde school of voor een cursus als bedoeld in artikel 2.8, en voor deelnemers vavo als bedoeld in artikel 2.10 bestaat de tegemoetkoming eveneens uit een tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage.
|
||||
**2.** Voor leerlingen als bedoeld in artikel 2.9, onderdelen b, c en d, en voor deelnemers vavo als bedoeld in artikel 2.10 bestaat de tegemoetkoming eveneens uit een tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.3
|
||||
|
||||
|
|
@ -551,35 +533,12 @@ De hoogte van de tegemoetkoming in de schoolkosten voor een schooljaar is afhank
|
|||
a. soort onderwijs, en
|
||||
b. bovenbouw of overige leerjaren.
|
||||
|
||||
**2.** De bedragen van de onderscheiden tegemoetkomingen zijn opgenomen in artikel 4.6, eerste lid.
|
||||
**2.** De bedragen van de onderscheiden tegemoetkomingen zijn opgenomen in artikel 4.6.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.6
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De bedragen in onderstaand overzicht luiden per maand en zijn uitgedrukt in euro’s naar de maatstaf van 1 augustus 2008.
|
||||
|
||||
| onderbouw volledig op grond van de WVO bekostigd onderwijs en volledig op grond van de WEB bekostigd voorbereidend beroepsonderwijs verzorgd in een agrarisch opleidingscentrum | € 23,58 |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| bovenbouw volledig op grond van de WVO bekostigd onderwijs | € 30,26 |
|
||||
| onderbouw overig onderwijs | € 49,53 |
|
||||
| bovenbouw overig onderwijs | € 56,22 |
|
||||
| speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs | nihil |
|
||||
| Vavo | € 56,22 |
|
||||
|
||||
voor het schooljaar 2009–2010:
|
||||
|
||||
| Overzicht bedragen tegemoetkoming schoolkosten per maand | |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| onderbouw volledig bekostigd voortgezet onderwijs | € 23,95 |
|
||||
| bovenbouw volledig bekostigd voortgezet onderwijs | € 30,74 |
|
||||
| onderbouw overig onderwijs | € 50,33 |
|
||||
| bovenbouw overig onderwijs | € 57,12 |
|
||||
| speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs | nihil |
|
||||
| voortgezet algemeen volwassenen onderwijs | € 57,12 |
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 3.5, tweede lid, is van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.7
|
||||
|
||||
**1.** De tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage over de maand augustus van enig kalenderjaar omvat in afwijking van artikel 4.4, eerste lid, tevens een voorschot op die tegemoetkoming over het schooljaar dat met die maand augustus aanvangt. Dit voorschot bedraagt ten hoogste de verschuldigde onderwijsbijdrage en wordt niet uitbetaald.
|
||||
|
|
@ -619,7 +578,7 @@ Op aanvraag van een uitwonende leerling wordt het niet toe te kennen deel van de
|
|||
|
||||
### Artikel 4.12
|
||||
|
||||
**1.** De tegemoetkoming van de leerling die is ingeschreven aan een school als bedoeld in de artikelen 2.9 of 2.10, en die zonder geldige reden niet aan het onderwijs heeft deelgenomen gedurende een aaneengesloten periode van ten minste 5 weken, bestaat geheel uit lening met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de afwezigheid zonder geldige reden aanving. De periode van 5 weken wordt verlengd met de weken waarin vanwege vakantie geen onderwijs werd verzorgd.
|
||||
**1.** De tegemoetkoming van de leerling die is ingeschreven aan een school als bedoeld in de artikelen 2.9, onderdelen a, b en c, of 2.10, of ingeschreven voor een cursus als bedoeld in artikel 2.9, onderdeel d, en die zonder geldige reden niet aan het onderwijs heeft deelgenomen gedurende een aaneengesloten periode van ten minste 5 weken, bestaat geheel uit lening met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de afwezigheid zonder geldige reden aanving. De periode van 5 weken wordt verlengd met de weken waarin vanwege vakantie geen onderwijs werd verzorgd.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid kan bij ministeriële regeling worden bepaald dat voor soorten van voortgezet onderwijs of voor soorten van vavo het eerste lid van overeenkomstige toepassing is, indien een leerling in een of meer vakken zonder geldige reden niet aan het onderwijs heeft deelgenomen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -631,7 +590,7 @@ Artikel 4.12 is niet van toepassing met ingang van de eerste dag van de maand vo
|
|||
|
||||
### Artikel 4.14
|
||||
|
||||
**1.** Het bestuur van de rechtspersoon waarvan de school, bedoeld in de artikelen 2.9 of 2.10 en niet zijnde een school als bedoeld in artikel 2.4, uitgaat of de natuurlijke persoon die deze school in stand houdt, stelt uiterlijk op de derde werkdag na afloop van een periode van afwezigheid van 5 weken de leerling in kennis dat daarvan in de administratie van de school een aantekening is gemaakt en verzoekt de leerling om opgaaf van de reden van de afwezigheid.
|
||||
**1.** Het bestuur van de rechtspersoon waarvan de school, bedoeld in de artikelen 2.9, onderdelen b, c en d, of 2.10 voor zover het betreft een school als bedoeld in artikel 1.4a.1 van de WEB, uitgaat of de natuurlijke persoon die deze school in stand houdt, stelt uiterlijk op de derde werkdag na afloop van een periode van afwezigheid van 5 weken de leerling in kennis dat daarvan in de administratie van de school een aantekening is gemaakt en verzoekt de leerling om opgaaf van de reden van de afwezigheid.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -847,7 +806,7 @@ Een studentendecaan aan een op grond van de WHW uit 's Rijks kas bekostigde ins
|
|||
|
||||
**1.** De natuurlijke persoon van wie of het bestuur van de rechtspersoon waarvan een school als bedoeld in de paragrafen 2.2, 2.3 en 2.4 uitgaat, is verplicht op een bij ministeriële regeling aan te geven wijze kosteloos inlichtingen te verstrekken, benodigd voor de uitvoering van deze wet.
|
||||
|
||||
**2.** De natuurlijke persoon van wie of het bestuur van de rechtspersoon waarvan een school als bedoeld in de artikelen 2.4 tot en met 2.6 en 2.8 tot en met 2.10 uitgaat, is verplicht voor 1 mei aan Onze Minister te melden indien onderwijs dat in dat schooljaar voldeed aan de voorwaarden, genoemd in artikel 2.18, in het daaropvolgende schooljaar niet aan deze voorwaarde zal voldoen.
|
||||
**2.** De natuurlijke persoon van wie of het bestuur van de rechtspersoon waarvan een school als bedoeld in de artikelen 2.9, onderdelen a tot en met d, en 2.10 uitgaat, is verplicht voor 1 mei aan Onze Minister te melden indien onderwijs dat in dat schooljaar voldeed aan de voorwaarden, genoemd in artikel 2.18, in het daaropvolgende schooljaar niet aan deze voorwaarde zal voldoen.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.5
|
||||
|
||||
|
|
@ -861,11 +820,11 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 9.7
|
||||
|
||||
Indien een niet volledig en rechtstreeks uit de openbare kas bekostigde school als bedoeld in de artikelen 2.5, 2.6, eerste lid, 2.8 en 2.9, op enig moment in een schooljaar niet een administratie als bedoeld in artikel 4.14, eerste lid, voert of niet na afloop van de in artikel 4.14 bedoelde periodes van onafgebroken afwezigheid zonder geldige reden van een leerling als bedoeld in hoofdstuk 4 aan de IB-Groep de vereiste gegevens verstrekt, ontstaat er een vordering van de IB-Groep op de school ter grootte van 15% van het bedrag van de tegemoetkomingen, bedoeld in artikel 4.2, voorzover die als gift zijn toegekend aan de leerlingen aan die school in het schooljaar waarin deze school in gebreke was, is toegekend.
|
||||
Indien een niet volledig en rechtstreeks uit de openbare kas bekostigde school als bedoeld in de artikel 2.9, onderdelen b, c en d, op enig moment in een schooljaar niet een administratie als bedoeld in artikel 4.14, eerste lid, voert of niet na afloop van de in artikel 4.14 bedoelde periodes van onafgebroken afwezigheid zonder geldige reden van een leerling als bedoeld in hoofdstuk 4 aan de IB-Groep de vereiste gegevens verstrekt, ontstaat er een vordering van de IB-Groep op de school ter grootte van 15% van het bedrag van de tegemoetkomingen, bedoeld in artikel 4.2, voorzover die als gift zijn toegekend aan de leerlingen aan die school in het schooljaar waarin deze school in gebreke was, is toegekend.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.8
|
||||
|
||||
Indien een school als bedoeld in de artikelen 2.4 tot en met 2.6 en 2.8 tot en met 2.10, niet uiterlijk 1 mei de gegevens, bedoeld in artikel 9.4, tweede lid, heeft verstrekt, ontstaat er een vordering van de IB-Groep op de school ter grootte van de tegemoetkomingen op grond van de hoofdstukken 3 en 4 die ten behoeve van leerlingen aan die opleiding in het schooljaar waarin deze in gebreke was, is toegekend.
|
||||
Indien een school als bedoeld in de artikelen 2.9, onderdelen a tot en met c, en 2.10, niet uiterlijk 1 mei de gegevens, bedoeld in artikel 9.4, tweede lid, heeft verstrekt, ontstaat er een vordering van de IB-Groep op de school ter grootte van de tegemoetkomingen op grond van de hoofdstukken 3 en 4 die ten behoeve van leerlingen aan die opleiding in het schooljaar waarin deze in gebreke was, is toegekend.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 9.4. Strafbepalingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -905,7 +864,7 @@ In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
### Artikel 10.2
|
||||
|
||||
Voor tegemoetkoming kan een leerling in aanmerking komen die is ingeschreven voor een opleiding of een gedeelte daarvan aan een school als bedoeld in de artikelen 2.4, 2.5, 2.6 en 2.8, die leidt tot het diploma:
|
||||
Voor tegemoetkoming kan een leerling in aanmerking komen die is ingeschreven voor een opleiding of een gedeelte daarvan aan een school als bedoeld in de artikelen 2.5, 2.6 en 2.9, onderdeel a, of voor een cursus als bedoeld in artikel 2.9, onderdeel d, die leiden tot het diploma:
|
||||
|
||||
a. voorbereidend wetenschappelijk onderwijs,
|
||||
b. hoger algemeen voortgezet onderwijs, of
|
||||
|
|
@ -992,11 +951,11 @@ b. gedurende het desbetreffende schooljaar of studiejaar: binnen 8 weken na de i
|
|||
|
||||
**1.** Behoudens het tweede tot en met vijfde lid, wordt tegemoetkoming toegekend per schooljaar of studiejaar.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de leerling of student is ingeschreven aan een school als bedoeld in artikel 10.2, voorzover het betreft de artikelen 2.4 en 2.8, en artikel 10.3, en hij geen onderwijs meer volgt op een tijdstip waarop de gehele onderwijsbijdrage nog kan worden teruggevorderd, wordt de toekenning op de tegemoetkoming voor het gehele schooljaar of studiejaar op nihil gesteld.
|
||||
**2.** Indien de leerling of student is ingeschreven aan een school of voor een cursus als bedoeld in artikel 10.2, voorzover het betreft artikel 2.9, onderdelen a en d, en artikel 10.3, en hij geen onderwijs meer volgt op een tijdstip waarop de gehele onderwijsbijdrage nog kan worden teruggevorderd, wordt de toekenning op de tegemoetkoming voor het gehele schooljaar of studiejaar op nihil gesteld.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de student is ingeschreven aan een school als bedoeld in artikel 10.3, en hij op enig ogenblik in de periode gelegen tussen het tijdstip, bedoeld in het tweede lid, en een bij ministeriële regeling te bepalen datum geen onderwijs meer volgt, omvat de toekenning van de tegemoetkoming het bedrag, bedoeld in artikel 10.7, eerste lid, onderdeel a, alsmede de helft van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 10.7, eerste lid, onderdeel b, afgerond op het naastbij gelegen, gehele getal.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de leerling is ingeschreven aan een school als bedoeld in artikel 10.2, voorzover het betreft de artikelen 2.4 en 2.8, en hij op enig ogenblik in de periode gelegen tussen het tijdstip, bedoeld in het tweede lid, en een bij ministeriële regeling te bepalen datum geen onderwijs meer volgt, omvat de toekenning van de tegemoetkoming de helft van het bedrag bedoeld in artikel 10.7, eerste lid, onderdeel a, afgerond op het naastbij gelegen, gehele getal, alsmede de helft van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 10.7, eerste lid, onderdeel b, afgerond op het naastbij gelegen, gehele getal.
|
||||
**4.** Indien de leerling is ingeschreven aan een school of voor een cursus als bedoeld in artikel 10.2, voorzover het betreft artikel 2.9, onderdelen a en d, en hij op enig ogenblik in de periode gelegen tussen het tijdstip, bedoeld in het tweede lid, en een bij ministeriële regeling te bepalen datum geen onderwijs meer volgt, omvat de toekenning van de tegemoetkoming de helft van het bedrag bedoeld in artikel 10.7, eerste lid, onderdeel a, afgerond op het naastbij gelegen, gehele getal, alsmede de helft van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 10.7, eerste lid, onderdeel b, afgerond op het naastbij gelegen, gehele getal.
|
||||
|
||||
**5.** Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing indien de leerling of student wegens ziekte zijn studie staakt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1078,7 +1037,7 @@ g. «de winst uit een of meer ondernemingen, bedoeld in artikel 3.8 van de Wet i
|
|||
|
||||
### Artikel 12.6
|
||||
|
||||
Wijzigt deze wet.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 12.7
|
||||
|
||||
|
|
@ -1112,7 +1071,7 @@ In afwijking van artikel III van de Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht is
|
|||
|
||||
### Artikel 12.12*
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Een aanvrager die per 1 januari 2010 aanspraak heeft op een verhoging van het kindgebonden budget als bedoeld in de Wet van 18 juni 2009 tot wijziging van de Wet op het kindgebonden budget, de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten en de Wet studiefinanciering 2000 in verband met de integratie van hoofdstuk 3 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten in de Wet op het kindgebonden budget (Stb. 331), kan voor het tijdvak tot 1 januari 2010 voor tegemoetkoming ingevolge hoofdstuk 3 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten zoals deze luidde voor de datum van inwerkingtreding van voormelde wet van 18 juni 2009, in aanmerking komen indien de scholier, deelnemer of deelnemer vavo op wie de aanvraag betrekking heeft, jonger is dan 18 jaren en is ingeschreven aan een school als bedoeld in paragraaf 2.2 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten zoals deze luidde voor de inwerkingtreding van voormelde wet van 18 juni 2009.
|
||||
|
||||
### Artikel 12.13
|
||||
|
||||
|
|
@ -1124,7 +1083,9 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
|||
|
||||
### Artikel 12.14
|
||||
|
||||
Op bezwaar en beroep ingevolge de Wet tegemoetkoming studiekosten, ingesteld voor 1 augustus 2001, of tegen een besluit van voor deze datum ingesteld op of na deze datum, blijven de op 31 juli 2001 geldende voorschriften van toepassing.
|
||||
**1.** Op bezwaar en beroep ingevolge de Wet tegemoetkoming studiekosten, ingesteld voor 1 augustus 2001, of tegen een besluit van voor deze datum ingesteld op of na deze datum, blijven de op 31 juli 2001 geldende voorschriften van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Op bezwaar en beroep tegen een besluit ingevolge de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, dat is genomen voor 1 januari 2010, blijven de op 31 december 2009 geldende voorschriften van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 12.15
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue