2007-01-01 | BWBR0007625 | Wet educatie en beroepsonderwijs
This commit is contained in:
parent
159babac7f
commit
b706d4ed88
1 changed files with 28 additions and 43 deletions
|
|
@ -46,7 +46,7 @@ n. opleiding educatie: een opleiding als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid;
|
|||
o1. examinering: het nemen van beslissingen over inhoud en niveau van examens van een beroepsopleiding in relatie tot de eindtermen, procedures en voorwaarden waaronder examens worden afgenomen, alsmede het vaststellen van de uitslag van examens. De vorige volzin is van overeenkomstige toepassing op examens van de afzonderlijke leerwegen van een opleiding indien Onze Minister ingevolge artikel 7.2.4, derde lid, heeft besloten dat een opleiding zowel in de beroepsopleidende als in de beroepsbegeleidende leerweg kan worden verzorgd;
|
||||
o2. Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen: het in artikel 7.4.9a, tweede lid, bedoelde Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen;
|
||||
p. deelkwalificatie: een deelkwalificatie als bedoeld in artikel 7.2.3;
|
||||
q. volwassene: een in Nederland woonachtige van 18 jaren of ouder , alsmede degene die nieuwkomer is ingevolge artikel 1, derde en vierde lid, van de Wet inburgering nieuwkomers;
|
||||
q. volwassene: een in Nederland woonachtige van 18 jaren of ouder;
|
||||
r. studiejaar: het tijdvak dat aanvangt op 1 augustus en eindigt op 31 juli van het daarop volgend jaar;
|
||||
s. inspectie: de inspectie, bedoeld in de Wet op het onderwijstoezicht;
|
||||
t. eindtermen: de eindtermen, bedoeld in artikel 7.1.3;
|
||||
|
|
@ -212,7 +212,7 @@ Het bevoegd gezag voegt bij deze aanvraag in elk geval het ontwerp van de in art
|
|||
|
||||
### Artikel 1.4a.1
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister besluit op aanvraag van het bevoegd gezag van een in het tweede lid bedoelde instelling, dat aan de met goed gevolg afgelegde examens of onderdelen van examens van een opleiding educatie, verzorgd door die instelling, een diploma of certificaat als bedoeld in artikel 7.4.6 is verbonden, indien die instelling in acht neemt hetgeen bij of krachtens deze wet voor die opleiding is bepaald ten aanzien van de kwaliteitszorg, bedoeld in artikel 1.3.6, en ten aanzien van het onderwijs, bedoeld in hoofdstuk 7, met uitzondering van artikel 7.1.1, titel 2, titel 4 voor zover het betreft de artikelen 7.4.3, 7.4.4, 7.4.7 en paragraaf 3, en titel 6, en eveneens in acht neemt hetgeen is bepaald in artikel 8.1.1, zesde lid, eerste volzin.
|
||||
**1.** Onze Minister besluit op aanvraag van het bevoegd gezag van een in het tweede lid bedoelde instelling, dat aan de met goed gevolg afgelegde examens of onderdelen van examens van een opleiding educatie, verzorgd door die instelling, een diploma of certificaat als bedoeld in artikel 7.4.6 is verbonden, indien die instelling in acht neemt hetgeen bij of krachtens deze wet voor die opleiding is bepaald ten aanzien van de kwaliteitszorg, bedoeld in artikel 1.3.6, en ten aanzien van het onderwijs, bedoeld in hoofdstuk 7, met uitzondering van artikel 7.1.1, titel 2, titel 4 voor zover het betreft de artikelen 7.4.3, 7.4.4 en 7.4.7, en titel 6, en eveneens in acht neemt hetgeen is bepaald in artikel 8.1.1, zesde lid, eerste volzin.
|
||||
|
||||
**2.** Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt gedaan voor een andere dan een in artikel 1.1.1, onder b, bedoelde instelling of voor een instelling. Het bevoegd gezag voegt bij deze aanvraag in elk geval het ontwerp van de in artikel 7.4.8 bedoelde onderwijs- en examenregeling voor de opleiding educatie waarop de aanvraag betrekking heeft.
|
||||
|
||||
|
|
@ -474,13 +474,13 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**1.** Onze Minister verstrekt ten behoeve van de educatie jaarlijks aan de gemeenten een rijksbijdrage. De bijdrage wordt, binnen het raam van de door de begrotingswetgever beschikbaar gestelde middelen, berekend aan de hand van voor elke gemeente gelijkelijk geldende maatstaven, neergelegd in een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde berekeningswijze. De maatstaven hebben in elk geval betrekking op het aantal volwassen inwoners van de desbetreffende gemeenten, waarbij rekening wordt gehouden met het opleidingsniveau en de etnische achtergrond van die inwoners.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister verstrekt, na overleg met Onze Ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, aan de gemeenten jaarlijks een rijksbijdrage ten behoeve van de educatie, voor zover het betreft de educatieve programma's, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet inburgering nieuwkomers. De bijdrage wordt, binnen het raam van de door de begrotingswetgever vastgestelde middelen, berekend op grond van een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde berekeningswijze. De rijksbijdrage kan mede worden aangewend voor in artikel 16 van de Wet inburgering nieuwkomers bedoelde doeleinden. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de rijksbijdrage. Deze regels hebben in ieder geval betrekking op voorwaarden, te verbinden aan de verstrekking van de rijksbijdrage en aan de in de derde volzin bedoelde aanwending, tussentijdse wijziging van de rijksbijdrage, verantwoording van de besteding van de rijksbijdrage en bestemming van niet bestede middelen. De in het eerste lid bedoelde rijksbijdrage kan mede worden aangewend ten behoeve van educatieve programma's als bedoeld in de eerste volzin.
|
||||
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op gemeenten die op grond van het Besluit brede doeluitkering sociaal, integratie en veiligheid een brede doeluitkering in het kader van het Grotestedenbeleid ontvangen. Voorzover de brede doeluitkering wordt aangewend voor educatie, zijn de artikelen 2.3.3, 2.3.4 en 2.3.6 tot en met 2.3.6d daarop van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** De in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur wordt aan de beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken en niet door of namens een van beide Kamers de wens wordt te kennen gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.3.2
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister maakt aan de gemeentebesturen jaarlijks in september bekend welke rijksbijdragen als bedoeld in artikel 2.3.1, eerste en tweede lid, voor de gemeente voor het daarop volgende jaar wordt verstrekt. Hij deelt daarbij mee op welke wijze de rijksbijdrage is berekend.
|
||||
**1.** Onze Minister maakt aan de gemeentebesturen jaarlijks in september bekend welke rijksbijdrage voor de gemeente voor het daarop volgende jaar wordt verstrekt. Hij deelt daarbij mee op welke wijze de rijksbijdrage is berekend.
|
||||
|
||||
**2.** De rijksbijdrage, bedoeld in artikel 2.3.1, eerste en tweede lid, wordt betaald volgens een door Onze Minister te bepalen kasritme.
|
||||
|
||||
|
|
@ -523,8 +523,6 @@ f. de wijze waarop verantwoording jegens het gemeentebestuur wordt afgelegd.
|
|||
|
||||
**3.** Bij de in het tweede lid bedoelde algemene maatregel van bestuur worden tevens voorschriften vastgesteld over de wijze van ordening van de informatie en over de kengetallen waarover informatie beschikbaar is of wordt verstrekt, en kan worden bepaald dat Onze Minister een bijdrage in de kosten voor het verzamelen of verstrekken van deze gegevens is verschuldigd. Bij of krachtens de in het tweede lid bedoelde algemene maatregel van bestuur kan deze bijdrage worden vastgesteld.
|
||||
|
||||
**4.** Voor zover het educatieve programma's als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet inburgering nieuwkomers betreft, worden de in het eerste lid bedoelde gegevens mede verstrekt aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ten behoeve van het door deze te voeren beleid met betrekking tot inburgering van nieuwkomers in de Nederlandse samenleving en wordt de in dat lid bedoelde medewerking mede verleend aan door of namens Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties uit te voeren onderzoek met betrekking tot die inburgering dat geheel of mede op deze gegevens is gebaseerd.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.3.6a
|
||||
|
||||
**1.** Het bevoegd gezag kan het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een opleiding educatie gebruiken in het verkeer met de deelnemer op wie het nummer betrekking heeft.
|
||||
|
|
@ -538,23 +536,20 @@ b. de datum van inschrijving of einde inschrijving;
|
|||
c. de opleiding;
|
||||
d. de hoogste vooropleiding;
|
||||
e. het al dan niet volgen van een educatief programma als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet inburgering nieuwkomers;
|
||||
f. het educatieprogramma (vakken);
|
||||
g. de behaalde certificaten, de vakken waarin examen is afgelegd, de cijfers van het schoolexamen en het centraal examen, de eindcijfers en de uitslag van het eindexamen of het deeleindexamen;
|
||||
h. het uitstroomniveau of het behaalde diploma en de datum waarop het diploma is behaald alsmede, voor zover het Nederlands als tweede taal (NT2) betreft, het startniveau;
|
||||
i. het registratienummer van de instelling;
|
||||
j. indien van toepassing het volgen van de opleiding in voltijd of deeltijd;
|
||||
f. de behaalde certificaten, de vakken waarin examen is afgelegd, de cijfers van het schoolexamen en het centraal examen, de eindcijfers en de uitslag van het eindexamen of het deeleindexamen;
|
||||
g. het uitstroomniveau of het behaalde diploma en de datum waarop het diploma is behaald alsmede, voor zover het Nederlands als tweede taal (NT2) betreft, het startniveau;
|
||||
h. het registratienummer van de instelling;
|
||||
i. indien van toepassing het volgen van de opleiding in voltijd of deeltijd;
|
||||
k. indien van toepassing het zijn van examendeelnemer; en
|
||||
l. het aantal uren per week dat onderwijs wordt gevolgd aan de instelling.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kan een nadere specificatie worden gegeven van de gegevens, bedoeld in het tweede en zesde lid, en kan worden bepaald welke van de gegevens, bedoeld in het tweede en zesde lid, niet langer behoeven te worden verstrekt. Bij ministeriële regeling kunnen voorts regels worden gesteld omtrent de tijdstippen en de wijze van verstrekking van de gegevens, bedoeld in het tweede lid.
|
||||
|
||||
**4.** Het bevoegd gezag gebruikt het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een educatief programma als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet inburgering nieuwkomers in contacten met een gemeente ten behoeve van de registratie door de gemeente van de in artikel 15, tweede lid, van de Wet inburgering nieuwkomers bedoelde voortgang van het inburgeringsprogramma dat voor die deelnemer is vastgesteld, tezamen met de gegevens die voor die registratie noodzakelijk zijn.
|
||||
**4.** Het bevoegd gezag gebruikt bij de opgave aan burgemeester en wethouders, bedoeld in artikel 8.1.8, eerste lid, het persoonsgebonden nummer van de betrokkene.
|
||||
|
||||
**5.** Het bevoegd gezag gebruikt bij de opgave aan burgemeester en wethouders, bedoeld in artikel 8.1.8, eerste lid, het persoonsgebonden nummer van de betrokkene.
|
||||
**5.** Dit lid is nog niet in werking getreden.
|
||||
|
||||
**6.** Dit lid is nog niet in werking getreden.
|
||||
|
||||
**7.** Het bevoegd gezag gebruikt het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een opleiding in het kader van de uitvoering van subsidieregelingen van het Europees Sociaal Fonds.
|
||||
**6.** Het bevoegd gezag gebruikt het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een opleiding in het kader van de uitvoering van subsidieregelingen van het Europees Sociaal Fonds.
|
||||
|
||||
**8.** Het bevoegd gezag gebruikt het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een opleiding educatie in het contact met een andere instelling of een school of instelling voor ander onderwijs ten behoeve van de in- en uitschrijving van die deelnemer.
|
||||
|
||||
|
|
@ -580,9 +575,8 @@ l. het aantal uren per week dat onderwijs wordt gevolgd aan de instelling.
|
|||
|
||||
Onverminderd het overigens bij of krachtens de wet bepaalde omtrent het gebruik van het sociaal-fiscaalnummer door de gemeente, gebruikt de gemeente het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een opleiding educatie of een voortijdige schoolverlater als bedoeld in artikel 8.3.1 uitsluitend ten behoeve van:
|
||||
|
||||
a. de registratie door de gemeente van de in artikel 15, tweede lid, van de Wet inburgering nieuwkomers bedoelde voortgang van het inburgeringsprogramma dat voor die deelnemer is vastgesteld, indien het een deelnemer betreft die een educatief programma volgt als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet inburgering nieuwkomers;
|
||||
b. de registratie van gegevens van voortijdige schoolverlaters, bedoeld in artikel 8.3.2, eerste lid, eerste volzin;
|
||||
c. het systeem van doorverwijzing van voortijdige schoolverlaters naar onderwijs of arbeidsmarkt, bedoeld in artikel 8.3.2, eerste lid, tweede en derde volzin;
|
||||
a. de registratie van gegevens van voortijdige schoolverlaters, bedoeld in artikel 8.3.2, eerste lid, eerste volzin;
|
||||
b. het systeem van doorverwijzing van voortijdige schoolverlaters naar onderwijs of arbeidsmarkt, bedoeld in artikel 8.3.2, eerste lid, tweede en derde volzin;
|
||||
d. verwerking van de gegevens, bedoeld in artikel 9e, derde en vierde lid, van de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank bij de registraties, bedoeld in de onderdelen a en b, en het systeem van doorverwijzing, bedoeld in onderdeel c.
|
||||
|
||||
### Titel 4. Bekostiging van kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven
|
||||
|
|
@ -1540,7 +1534,7 @@ b. indien de specifieke aard, de inrichting of de kwaliteit van het onderwijs da
|
|||
|
||||
**2.** Een opleiding is een samenhangend geheel van onderwijseenheden, gericht op de verwezenlijking van eindtermen dan wel gericht op het behalen van een diploma, gelijkwaardig aan een diploma van scholen, bedoeld in de artikelen 7 tot en met 9 van de Wet op het voortgezet onderwijs, of onderdelen van een dergelijk diploma. Een of meer onderwijseenheden van een beroepsopleiding leiden tot een deelkwalificatie.
|
||||
|
||||
**3.** Elke opleiding wordt afgesloten met een examen, uitgezonderd een educatief programma als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet inburgering nieuwkomers. Elke onderwijseenheid die, onderscheidenlijk elk samenstel van onderwijseenheden dat leidt tot een deelkwalificatie als bedoeld in artikel 7.2.3, wordt afgesloten met een toets.
|
||||
**3.** Elke opleiding wordt afgesloten met een examen. Elke onderwijseenheid die, onderscheidenlijk elk samenstel van onderwijseenheden dat leidt tot een deelkwalificatie als bedoeld in artikel 7.2.3, wordt afgesloten met een toets.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.1.3
|
||||
|
||||
|
|
@ -1712,8 +1706,9 @@ De volgende opleidingen educatie worden onderscheiden:
|
|||
a. opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, gericht op het behalen van een diploma, bedoeld in de artikelen 7 tot en met 9 van de Wet op het voortgezet onderwijs, of onderdelen van dat diploma,
|
||||
b. opleidingen gericht op breed maatschappelijk functioneren,
|
||||
c. de opleidingen Nederlands als tweede taal I en II, niveaus B1 en B2 van het Raamwerk NT2, die opleiden voor het niveau van het diploma Nederlands als tweede taal, bedoeld in het Staatsexamenbesluit Nederlands als tweede taal,
|
||||
d. de opleidingen Nederlands als tweede taal, niveaus A1 en A2 van het Raamwerk NT2, en
|
||||
e. andere opleidingen, gericht op sociale redzaamheid.
|
||||
d. de opleidingen Nederlands als tweede taal, niveaus A1 en A2 van het Raamwerk NT2,
|
||||
e. de opleidingen Nederlands als tweede taal, gericht op alfabetisering, en
|
||||
f. andere opleidingen, gericht op sociale redzaamheid.
|
||||
|
||||
**2.** De opleidingen, bedoeld in het eerste lid, onder *b*, sluiten aan bij de basisberoepsopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder b.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1741,13 +1736,13 @@ e. andere opleidingen, gericht op sociale redzaamheid.
|
|||
|
||||
**4.** Ten behoeve van de bijzondere inrichting van het onderwijs kan Onze Minister toestaan dat wordt afgeweken van het bepaalde bij of krachtens dit artikel. Onze Minister besluit binnen zes maanden na ontvangst van een aanvraag. Indien de beschikking niet binnen zes maanden kan worden gegeven, stelt Onze Minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.
|
||||
|
||||
### Titel 4. EXAMENS EN TOETSEN.
|
||||
### Titel 4. Examens
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 1. Examens beroepsopleidingen en opleidingen educatie, met uitzondering van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en opleidingen Nederlands als tweede taal
|
||||
|
||||
### Artikel 7.4.1
|
||||
|
||||
Deze paragraaf is van toepassing op beroepsopleidingen en opleidingen educatie, met uitzondering van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, opleidingen Nederlands als tweede taal I en II en in artikel 7.3.1, eerste lid, onder b en e, bedoelde opleidingen, voor zover deze deel uitmaken van educatieve programma's als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet inburgering nieuwkomers.
|
||||
Deze paragraaf is van toepassing op beroepsopleidingen en opleidingen educatie, met uitzondering van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en opleidingen Nederlands als tweede taal I en II.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.4.2
|
||||
|
||||
|
|
@ -1994,27 +1989,23 @@ Deze paragraaf is van toepassing op opleidingen voortgezet algemeen volwasseneno
|
|||
|
||||
### Artikel 7.4.12
|
||||
|
||||
Deze paragraaf is van toepassing op educatieve programma's als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet inburgering nieuwkomers.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 7.4.13
|
||||
|
||||
De toets van een educatief programma omvat een onderzoek naar de kennis, het inzicht en de vaardigheden die de deelnemer zich door de deelname aan de in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, onder 1° en 2°, van de Wet inburgering nieuwkomers bedoelde onderdelen van dat programma heeft eigen gemaakt. De toets is zodanig ingericht dat de resultaten die daaruit blijken, een indicatie geven van het niveau dat de deelnemer heeft bereikt ten opzichte van de in artikel 11 van die wet bedoelde niveaus.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 7.4.14
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag stelt de inhoud van de toets vast met inachtneming van een door Onze Minister vastgestelde regeling.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 7.4.15
|
||||
|
||||
**1.** Ten bewijze dat een toets is afgelegd, reikt het bevoegd gezag aan de deelnemer een verklaring uit. De verklaring vermeldt de in artikel 7.4.13 bedoelde resultaten.
|
||||
|
||||
**2.** Het bevoegd gezag zendt een afschrift van de verklaring aan het college van burgemeester en wethouders, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wet inburgering nieuwkomers.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 7.4.16
|
||||
|
||||
**1.** De artikelen 7.4.5, 7.4.8 en 7.4.9 zijn van overeenkomstige toepassing op de educatieve programma's en de toetsen, met dien verstande dat de examencommissie als toetsingscommissie optreedt.
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in afwijking van de artikelen 6:7, 7:10 en 7:24 van de Algemene wet bestuursrecht, kortere termijnen dan in die artikelen vermeld, worden bepaald voor de indiening van een bezwaar- of beroepschrift en voor de daarop te nemen beslissing ter zake van de deelneming aan een toets.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Titel 5. Commissie van beroep voor de examens
|
||||
|
||||
|
|
@ -2054,7 +2045,7 @@ De leden van de examencommissie en de examinatoren verstrekken aan de commissie
|
|||
|
||||
### Artikel 7.5.5
|
||||
|
||||
De artikelen 7.5.1 tot en met 7.5.4 zijn van overeenkomstige toepassing op de toetsen, bedoeld in titel 4, met dien verstande dat de commissie van beroep voor de examens tevens als commissie van beroep voor de toetsen optreedt.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Titel 6. Commissie van beroep voor de extern gelegitimeerde examens
|
||||
|
||||
|
|
@ -2095,15 +2086,15 @@ d. vreemdeling is, niet meer voldoet aan een van de voorwaarden genoemd onder b
|
|||
|
||||
**1a.** Indien na de inschrijving voor de opleiding of een onderdeel van de opleiding blijkt dat deze op welke grond dan ook niet in overeenstemming met de vijfde volzin van het eerste lid heeft plaatsgevonden, wordt de onderwijsovereenkomst, bedoeld in artikel 8.1.3, met onmiddellijke ingang ontbonden.
|
||||
|
||||
**2.** De inschrijving geschiedt voor een opleiding, dan wel een onderdeel daarvan. Indien het verzoek om inschrijving betrekking heeft op een beroepsopleiding, wordt daarbij aangegeven op welke leerweg het verzoek van toepassing is. Tevens wordt bij de inschrijving vastgelegd of sprake is van inschrijving voor een opleidingstraject als bedoeld in artikel 7.4.8, eerste lid, onder *f*.
|
||||
**2.** De inschrijving geschiedt voor een opleiding, dan wel een onderdeel daarvan. Indien het verzoek om inschrijving betrekking heeft op een beroepsopleiding, wordt daarbij aangegeven op welke leerweg het verzoek van toepassing is. Tevens wordt bij de inschrijving vastgelegd of sprake is van inschrijving voor een opleidingstraject als bedoeld in artikel 7.4.8, eerste lid, onder f.
|
||||
|
||||
**3.** De inschrijving staat uitsluitend open voor degenen ten aanzien van wie het bevoegd gezag beslist dat zij tot de instelling worden toegelaten, onverminderd de vierde volzin van het eerste lid, het vijfde lid en artikel 8.1.6. Het bevoegd gezag kan het nemen van de beslissing over de toelating opdragen aan een door hem in te stellen toelatingscommissie. Het bevoegd gezag regelt de bevoegdheden en de werkzaamheden van de toelatingscommissie.
|
||||
|
||||
**4.** De toelating tot beroepsopleidingen staat voor zover het de beroepsbegeleidende leerweg betreft, uitsluitend open voor degenen voor wie de volledige leerplicht, bedoeld in paragraaf 2 van de Leerplichtwet 1969, is geëindigd.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van het derde lid en met inachtneming van artikel 8.2.1 en het krachtens artikel 8.2.2 bepaalde”“bepaalde”” moet zijn “bepaalde,”doch onverminderd de vierde volzin van het eerste lid, staat de inschrijving voor een assistentopleiding of basisberoepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid alsmede voor een educatief programma als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet inburgering nieuwkomers, open voor een ieder, met dien verstande dat het bevoegd gezag van een bijzondere instelling kan aangeven dat degenen die wensen te worden ingeschreven, geacht worden de grondslag en de doelstellingen van de instelling te respecteren. De inschrijving kan worden geweigerd dan wel ingetrokken indien de betrokkene de grondslag en de doelstellingen van de instelling niet respecteert. De inschrijving aan een bijzondere instelling kan eveneens worden geweigerd dan wel ingetrokken indien gegronde vrees bestaat dat de betrokkene van die inschrijving en de daaraan verbonden rechten misbruik zal maken door in ernstige mate afbreuk te doen aan de eigen aard van die instelling, dan wel indien is gebleken dat de betrokkene van die inschrijving en de daaraan verbonden rechten een dergelijk misbruik heeft gemaakt. De weigering dan wel intrekking van de inschrijving geschiedt schriftelijk en is met redenen omkleed. De inschrijving kan niet worden ingetrokken op grond van de tweede volzin indien voor betrokkene geen gelegenheid bestaat de opleiding aan een andere instelling te volgen.
|
||||
**5.** In afwijking van het derde lid en met inachtneming van artikel 8.2.1 en het krachtens artikel 8.2.2 bepaalde” doch onverminderd de vierde volzin van het eerste lid, staat de inschrijving voor een assistentopleiding of basisberoepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, open voor een ieder, met dien verstande dat het bevoegd gezag van een bijzondere instelling kan aangeven dat degenen die wensen te worden ingeschreven, geacht worden de grondslag en de doelstellingen van de instelling te respecteren. De inschrijving kan worden geweigerd dan wel ingetrokken indien de betrokkene de grondslag en de doelstellingen van de instelling niet respecteert. De inschrijving aan een bijzondere instelling kan eveneens worden geweigerd dan wel ingetrokken indien gegronde vrees bestaat dat de betrokkene van die inschrijving en de daaraan verbonden rechten misbruik zal maken door in ernstige mate afbreuk te doen aan de eigen aard van die instelling, dan wel indien is gebleken dat de betrokkene van die inschrijving en de daaraan verbonden rechten een dergelijk misbruik heeft gemaakt. De weigering dan wel intrekking van de inschrijving geschiedt schriftelijk en is met redenen omkleed. De inschrijving kan niet worden ingetrokken op grond van de tweede volzin indien voor betrokkene geen gelegenheid bestaat de opleiding aan een andere instelling te volgen.
|
||||
|
||||
**6.** De toelating tot opleidingen educatie staat uitsluitend open voor volwassenen. Het bevoegd gezag neemt bij de toelating tot opleidingen educatie de overeenkomst, bedoeld in artikel 2.3.4, in acht.
|
||||
**6.** De toelating tot opleidingen educatie staat uitsluitend open voor volwassenen. De toelating tot de opleidingen educatie, bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onderdelen c en d, staat uitsluitend open voor volwassenen die geen inburgeringsplichtigen zijn in de zin van artikel 1 van de Wet inburgering. Het bevoegd gezag neemt bij de toelating tot opleidingen educatie de overeenkomst, bedoeld in artikel 2.3.4, in acht.
|
||||
|
||||
**7.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in afwijking van de artikelen 7:10 en 7:24 van de Algemene wet bestuursrecht, kortere termijnen dan in die artikelen vermeld, worden bepaald voor het op een bezwaar- of beroepschrift te nemen besluit ter zake van de toelating van deelnemers.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2157,8 +2148,6 @@ h. de terugbetaling van cursusgeld in andere gevallen dan bedoeld in artikel 14,
|
|||
|
||||
**7.** Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op examendeelnemers als bedoeld in artikel 8.1.1, eerste lid.
|
||||
|
||||
**8.** Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat het educatieve programma, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet inburgering nieuwkomers voor de desbetreffende deelnemer aanvangt binnen vier maanden na de melding, bedoeld in artikel 2 van die wet. De in het eerste lid bedoelde overeenkomst tussen het bevoegd gezag en deze deelnemer bevat geen bepalingen over de onderwerpen die zijn geregeld bij of krachtens de Wet inburgering nieuwkomers. Het derde lid, onder f en g, blijft ten aanzien van deze overeenkomst buiten toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.1.4
|
||||
|
||||
De inschrijving wordt niet afhankelijk gesteld van een andere dan een bij of krachtens de wet geregelde geldelijke bijdrage.
|
||||
|
|
@ -2574,10 +2563,6 @@ Diploma’s en certificaten ingevolge de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet
|
|||
|
||||
### Artikel 12.2.3
|
||||
|
||||
De vakinstelling die op grond van artikel 12.3.5, zoals dat luidde op 30 juni 2004, de rijksbijdrage ten aanzien van huisvesting voortgezet onderwijs ontving en nadien is blijven ontvangen, wordt voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen, alsmede voor de toepassing van artikel 76v.1 van de Wet op het voortgezet onderwijs, aangemerkt als scholengemeenschap in de zin van artikel 2.6.
|
||||
|
||||
### Artikel 12.2.3
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 12.2.4
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue