From b70afd65dab7fb9d0abfae30cbe056228a600378 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Tue, 1 Aug 2017 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2017-08-01 | BWBR0002668 | Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen --- .../BWBR0002668/README.md | 97 +++++++++---------- 1 file changed, 48 insertions(+), 49 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-vervoer-splijtstoffen-ertsen-en-radioactieve-stoffen/BWBR0002668/README.md b/amvb/besluit-vervoer-splijtstoffen-ertsen-en-radioactieve-stoffen/BWBR0002668/README.md index d89fa3f5cd0..8e78939a53c 100644 --- a/amvb/besluit-vervoer-splijtstoffen-ertsen-en-radioactieve-stoffen/BWBR0002668/README.md +++ b/amvb/besluit-vervoer-splijtstoffen-ertsen-en-radioactieve-stoffen/BWBR0002668/README.md @@ -35,7 +35,7 @@ uitgezonderd bij een interventie, een ongeval of een radiologische noodsituatie; - *lid van de bevolking:* een persoon uit de bevolking binnen of buiten een locatie, niet zijnde een werknemer gedurende zijn werktijd of een persoon die een radiologische verrichting ondergaat; - *locatie*: inrichting, als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet, of als aangewezen krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer of plaats, waar een handeling of een werkzaamheid wordt verricht; - *ondernemer*: degene onder wiens verantwoordelijkheid een handeling of werkzaamheid wordt verricht; -- *Onze Minister:* Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie; +- *Onze Minister:* Onze Minister van Infrastructuur en Milieu; - *de richtlijn vervoer gevaarlijke goederen over land:* richtlijn nr. 2008/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 24 september 2008 betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over land (PbEG L 260); - VBG: Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen; - VLG: Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen; @@ -59,18 +59,17 @@ a. radioactieve stoffen, splijtstoffen of ertsen die een integraal onderdeel vor b. radioactieve stoffen, splijtstoffen of ertsen die binnen een inrichting of een locatie of tussen twee locaties binnen een inrichting van de ondernemer worden vervoerd, indien het vervoer onderworpen is aan regelgeving die op de inrichting van toepassing is en het vervoer niet via de openbare weg plaatsvindt; c. radioactieve stoffen, splijtstoffen of ertsen, die in het menselijk lichaam of in levende dieren aanwezig zijn; d. radioactieve stoffen, splijtstoffen of ertsen in bij regeling van Onze Minister aangewezen producten bestemd voor gebruik op of in de directe omgeving van personen; -e. natuurlijke bronnen waarmee werkzaamheden worden verricht, indien de activiteitsconcentratie daarvan lager is dan of gelijk is aan tien keer de waarden, vermeld in tabel 2.2.7.7.2.1 van bijlage 1 bij de VSG. +e. natuurlijke bronnen waarmee werkzaamheden worden verricht, indien de activiteitsconcentratie daarvan lager is dan of gelijk is aan tien keer de waarden, vermeld in tabel 2.2.7.2.2.1 van bijlage 1 bij de VSG. ### Artikel 1b Het bij of krachtens de artikelen 1, derde lid, 3, 4, eerste, tweede, derde, zesde en zevende lid, 5, 7, tweede en vierde tot en met zevende lid, 8, 9, tweede en vierde lid, 10, eerste en derde lid, 11, eerste, tweede en zevende lid,14, eerste, derde en vierde lid, 15, eerste en vijfde lid, 16, 17, 20, eerste en tweede lid, 48 tot en met 51, 76 tot en met 80, 83 tot en met 101, 112 tot en met 114, 116 tot en met 119, 122, eerste lid en 124 van het Besluit stralingsbescherming bepaalde, met uitzondering van hetgeen daarin is bepaald over toestellen, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat: -a. in artikel 3, zesde lid, in plaats van «bijlage 1, tabel 1 en tabel 2», wordt gelezen: tabel 2.2.7.7.2.1 van bijlage 1 bij de VSG; +a. in artikel 3, zesde lid, in plaats van «bijlage 1, tabel 1 en tabel 2», wordt gelezen: tabel 2.2.7.2.2.1 van bijlage 1 bij de VSG; b. vervallen; c. de overeenkomstige toepassing van artikel 10, eerste lid, onder d, en 11, tweede lid, van het Besluit stralingsbescherming geen betrekking heeft op bronnen; -d. het vervoer van splijtstoffen, ertsen of radioactieve stoffen betreft, Onze Minister van Infrastructuur en Milieu; -e. de artikelen 114 en 119 alleen van overeenkomstige toepassing zijn voor het geval een categorie B ongeval wordt opgeschaald tot een categorie A ongeval; -f. bij de overeenkomstige toepassing van artikel 124 in plaats van «die van dit besluit afwijken» wordt gelezen: die van de van overeenkomstige toepassing verklaarde artikelen van het Besluit stralingsbescherming afwijken. +d. de artikelen 114 en 119 alleen van overeenkomstige toepassing zijn voor het geval een categorie B ongeval wordt opgeschaald tot een categorie A ongeval; +e. bij de overeenkomstige toepassing van artikel 124 in plaats van «die van dit besluit afwijken» wordt gelezen: die van de van overeenkomstige toepassing verklaarde artikelen van het Besluit stralingsbescherming afwijken. ### Artikel 1c @@ -85,7 +84,7 @@ c. de handeling of werkzaamheid waarvoor de vergunning is aangevraagd, behoort t ### Artikel 1d -Onze Minister kan regels stellen ten aanzien van de beveiliging van het vervoer, de opslag in verband met het vervoer en het binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen of doen brengen van de in artikel 22 van het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen bedoelde splijtstoffen en ertsen en de in artikel 20ca van het Besluit stralingsbescherming bedoelde radioactieve stoffen. +De Autoriteit kan bij verordening regels stellen ten aanzien van de beveiliging van het vervoer, de opslag in verband met het vervoer en het binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen of doen brengen van de in artikel 22 van het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen bedoelde splijtstoffen en ertsen en de in artikel 20ca van het Besluit stralingsbescherming bedoelde radioactieve stoffen. ## Hoofdstuk II. Het vervoeren en het voorhanden hebben bij opslag in verband met het vervoer @@ -99,8 +98,8 @@ Onze Minister kan regels stellen ten aanzien van de beveiliging van het vervoer, Het in artikel 15, onder a, van de wet vervatte verbod geldt niet voor het vervoeren en het voorhanden hebben bij opslag in verband met het vervoer van splijtstoffen of ertsen, indien binnen de locatie: -a. de activiteit van de radionucliden in de betrokken splijtstoffen of ertsen lager is dan de in tabel 2.2.7.7.2.1 bij het VSG vermelde grenswaarde voor de activiteit van een vrijgestelde zending, of -b. de activiteitsconcentratie van die stoffen of ertsen lager is dan de in tabel 2.2.7.7.2.1 bij het VSG vermelde waarde voor de activiteitsconcentratie voor vrijgestelde stoffen. +a. de activiteit van de radionucliden in de betrokken splijtstoffen of ertsen lager is dan de in tabel 2.2.7.2.2.1 van bijlage 1 bij de VSG vermelde grenswaarde voor de activiteit van een vrijgestelde zending, of +b. de activiteitsconcentratie van die stoffen of ertsen lager is dan de in tabel 2.2.7.2.2.1 van bijlage 1 bij de VSG vermelde waarde voor de activiteitsconcentratie voor vrijgestelde stoffen. **2.** Voor de toepassing van het eerste lid worden bestraalde splijtstoffen beoordeeld naar onbestraalde toestand. @@ -124,17 +123,17 @@ g. de vermoedelijke datum van het vervoer of de duur, waarvoor vergunning wordt h. de hoeveelheid te vervoeren splijtstoffen of ertsen; i. in gevallen van colli met het type B(M) of indien de bepalingen voor verpakkingen met splijtstoffen in hoofdstuk 6.4 van bijlage 1 bij de VSG van toepassing zijn: -1°. een afschrift van certificaten van goedkeuring of erkenning van het model van de te vervoeren colli als bedoeld in 5.1.5.3.1 van bijlage 1 bij de VSG, afgegeven door Onze Minister dan wel door de bevoegde autoriteit van een ander, met toepassing van het tweede lid aangewezen land, +1°. een afschrift van certificaten van goedkeuring of erkenning van het model van de te vervoeren colli als bedoeld in 5.1.5.2.1 van bijlage 1 bij de VSG, afgegeven door de Autoriteit dan wel door de bevoegde autoriteit van een ander, met toepassing van het tweede lid aangewezen land, 2°. de gegevens, bedoeld in 6.4.23.2(c) van bijlage 1 bij de VSG; j. in het geval dat splijtstoffen of ertsen op grond van een speciale regeling als bedoeld in 1.7.4 worden vervoerd: de gegevens, bedoeld in 6.4.23.3 van bijlage 1 bij de VSG; -k. in gevallen, waarin een met toepassing van het tweede lid aangewezen land als eerste bij de verzending is betrokken: de door de bevoegde autoriteit van dat land afgegeven certificaten van goedkeuring van verzending, bedoeld in 5.1.5.3.1(c) en 5.1.5.3.1(b) van bijlage 1 bij de VSG; +k. in gevallen, waarin een met toepassing van het tweede lid aangewezen land als eerste bij de verzending is betrokken: de door de bevoegde autoriteit van dat land afgegeven certificaten van goedkeuring van verzending, bedoeld in 5.1.5.2.1 van bijlage 1 bij de VSG; l. naam en adres van degene, die de verzekering of andere financiële zekerheid, bedoeld in artikel 4, zal verstrekken alsmede naam en adres van degene die deze verzekering of andere financiële zekerheid zal afsluiten; m. in voorkomend geval een nauwkeurige aanduiding van de plaats of de plaatsen, waar opslag van de betrokken splijtstoffen of ertsen in verband met het vervoer zal plaatsvinden; n. indien een vergunning wordt aangevraagd voor een handeling die overeenkomstig de krachtens artikel 1b, in samenhang met artikel 4, tweede lid, van het Besluit stralingsbescherming, geldende regeling als gerechtvaardigd is bekendgemaakt, een verwijzing naar die bekendmaking. **2.** -Een aanwijzing van landen als bedoeld in het eerste lid, onder h en j, geschiedt bij een door plaatsing in de *Staatscourant* bekend te maken besluit van Onze Minister. +Een aanwijzing van landen als bedoeld in het eerste lid, onder i, geschiedt bij een door plaatsing in de *Staatscourant* bekend te maken besluit van Onze Minister. Uitsluitend aangewezen kunnen worden landen die naar het oordeel van Onze Minister toepassing geven aan de ter zake door de Internationale Atoomorganisatie gedane aanbevelingen. @@ -160,7 +159,7 @@ Vervallen ### Artikel 4c -**1.** De ondernemer die een radioactieve stof vervoert, meldt dit vervoer en het voorhanden hebben bij de opslag in verband met dat vervoer ten minste drie weken tevoren aan Onze Minister. +**1.** De ondernemer die een radioactieve stof vervoert, meldt dit vervoer en het voorhanden hebben bij de opslag in verband met dat vervoer ten minste drie weken tevoren aan de Autoriteit. **2.** @@ -175,16 +174,16 @@ b. een administratie bijhoudt waarin de gegevens genoemd in artikel 4d zijn opge De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt niet voor het vervoeren of het voorhanden hebben bij de opslag in verband met dat vervoer van een kunstmatige bron of een natuurlijke bron, voorzover deze is of wordt bewerkt met het oog op zijn radioactieve eigenschappen, indien: -a. de activiteit van de radionucliden in de betrokken radioactieve stof lager is dan de in tabel 2.2.7.7.2.1 van bijlage 1 bij het VSG vermelde grenswaarde voor de activiteit van een vrijgestelde zending, -b. de activiteitsconcentratie van die stof lager is dan de in tabel 2.2.7.7.2.1 van bijlage 1 bij het VSG vermelde waarde voor de activiteitsconcentratie voor vrijgestelde stoffen, of +a. de activiteit van de radionucliden in de betrokken radioactieve stof lager is dan de in tabel 2.2.7.2.2.1 van bijlage 1 bij de VSG vermelde grenswaarde voor de activiteit van een vrijgestelde zending, +b. de activiteitsconcentratie van die stof lager is dan de in tabel 2.2.7.2.2.1 van bijlage 1 bij de VSG vermelde waarde voor de activiteitsconcentratie voor vrijgestelde stoffen, of c. artikel 5 van toepassing is. **5.** De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt niet voor het vervoeren of het voorhanden hebben bij de opslag in verband met dat vervoer van een natuurlijke bron, voorzover deze niet is of wordt bewerkt met het oog op zijn radioactieve eigenschappen, indien: -a. de activiteit van de radionucliden in de betrokken natuurlijke bron lager is dan de in tabel 2.2.7.7.2.1 van bijlage 1 bij het VSG vermelde grenswaarde voor de activiteit van een vrijgestelde zending, -b. de activiteitsconcentratie van de betrokken natuurlijke bron lager is dan tienmaal de in tabel 2.2.7.7.2.1 van bijlage 1 bij het VSG vermelde waarde voor de activiteitsconcentratie voor vrijgestelde stoffen, of +a. de activiteit van de radionucliden in de betrokken natuurlijke bron lager is dan de in tabel 2.2.7.2.2.1 van bijlage 1 bij de VSG vermelde grenswaarde voor de activiteit van een vrijgestelde zending, +b. de activiteitsconcentratie van de betrokken natuurlijke bron lager is dan tienmaal de in tabel 2.2.7.2.2.1 van bijlage 1 bij de VSG vermelde waarde voor de activiteitsconcentratie voor vrijgestelde stoffen, of c. artikel 5 van toepassing is. **6.** Het bij of krachtens artikel 25, vierde, vijfde en achtste lid, van het Besluit stralingsbescherming bepaalde is van overeenkomstige toepassing. @@ -205,9 +204,9 @@ e. indien een melding wordt gedaan voor vervoer en voorhanden hebben bij de opsl **2.** Indien een melding wordt gedaan voor vervoer en voorhanden hebben bij de opslag in verband met dat vervoer, dat niet of als niet-gerechtvaardigd is bekendgemaakt overeenkomstig de krachtens artikel 1b, in samenhang met artikel 4, tweede lid, van het Besluit stralingsbescherming geldende regeling, omvat de melding tevens een verzoek om rechtvaardiging van dat vervoer en het voorhanden hebben bij de opslag in verband met dat vervoer. De melding bevat dan tevens de gegevens met betrekking tot de economische, sociale en andere voordelen van het betrokken vervoer en het voorhanden hebben bij de opslag in verband met dat vervoer en met betrekking tot de gezondheidsschade die erdoor kan worden toegebracht, die nodig zijn met het oog op de beoordeling van de gerechtvaardigdheid van het vervoer en het voorhanden hebben bij de opslag in verband met dat vervoer. -**3.** De ondernemer meldt wijzigingen van de in het eerste lid genoemde gegevens ten minste drie werkdagen voordat het vervoer en het voorhanden hebben bij de opslag in verband met dat vervoer, waarop zij betrekking hebben, plaatsvindt aan Onze Minister. +**3.** De ondernemer meldt wijzigingen van de in het eerste lid genoemde gegevens ten minste drie werkdagen voordat het vervoer en het voorhanden hebben bij de opslag in verband met dat vervoer, waarop zij betrekking hebben, plaatsvindt aan de Autoriteit. -**4.** De ondernemer verstrekt Onze Minister op zijn verzoek nadere gegevens. +**4.** De ondernemer verstrekt de Autoriteit op zijn verzoek nadere gegevens. ### Artikel 5 @@ -216,7 +215,7 @@ e. indien een melding wordt gedaan voor vervoer en voorhanden hebben bij de opsl Het in artikel 29, eerste lid, van de wet vervatte verbod zonder vergunning radioactieve stoffen te vervoeren of voorhanden te hebben geldt voor het vervoeren en het voorhanden hebben bij opslag in verband met het vervoer van stoffen in colli van het type B(M) als bedoeld in hoofdstuk 6.4 van bijlage 1 bij de VSG, tenzij het model van het collo voldoet aan de eisen met betrekking tot type B(M) zonder voortdurende druknivellering, gesteld in 6.4.9.1 en 6.4.7.5 van bijlage 1 bij de VSG, en a. de activiteit van de radioactieve stoffen niet meer bedraagt dan aangegeven in 5.1.5.2.2 van bijlage 1 bij de VSG, dan wel -b. zulks in een door Onze Minister afgegeven certificaat van goedkeuring of erkenning van het model van het te vervoeren collo is bepaald. +b. zulks in een door de Autoriteit afgegeven certificaat van goedkeuring of erkenning van het model van het te vervoeren collo is bepaald. **2.** @@ -232,7 +231,7 @@ De aanvraag om een vergunning voor het vervoeren van radioactieve stoffen en voo a. de gegevens, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdelen a tot en met h, m en n, en derde lid, met dien verstande dat telkens in plaats van «splijtstoffen» wordt gelezen: «radioactieve stoffen» en in plaats van «handeling»: «handeling of werkzaamheid»; b. in een geval als bedoeld in artikel 5, eerste lid: -1°. een afschrift van certificaten van goedkeuring of erkenning van het model van de te vervoeren colli als bedoeld in 5.1.5.3.1 van bijlage 1 bij de VSG, afgegeven door Onze Minister dan wel door de bevoegde autoriteit van een ander, met overeenkomstige toepassing van artikel 3, tweede lid, aangewezen land, +1°. een afschrift van certificaten van goedkeuring of erkenning van het model van de te vervoeren colli als bedoeld in 5.1.5.3.1 van bijlage 1 bij de VSG, afgegeven door de Autoriteit dan wel door de bevoegde autoriteit van een ander, met overeenkomstige toepassing van artikel 3, tweede lid, aangewezen land, 2°. de gegevens, bedoeld in 6.4.23.2(c) van bijlage 1 bij de VSG; c. in een geval als bedoeld in artikel 5, tweede lid: de gegevens, bedoeld in 6.4.23.3 van bijlage 1 bij de VSG; d. in gevallen, waarin een met overeenkomstige toepassing van artikel 3, tweede lid, aangewezen land als eerste bij de verzending is betrokken: de door de bevoegde autoriteiten van dat land afgegeven certificaten van goedkeuring van de verzending, bedoeld in 5.1.5.3.1(c) en 5.1.5.3.1(b) van bijlage 1 bij de VSG. @@ -262,16 +261,16 @@ Tot de in het eerste lid bedoelde voorschriften kunnen behoren: a. het voorschrift, dat het vervoer dient te geschieden onder daarbij aan te wijzen geleide, dan wel de opslag onder daarbij aan te wijzen toezicht; b. het voorschrift, dat het vervoer dient plaats te vinden langs een daarbij aan te geven route; c. het voorschrift, dat bij opslag in verband met het vervoer, onverminderd de bepalingen, welke terzake gelden op grond van andere voorschriften, zodanige maatregelen dienen te worden genomen, dat schade zo veel als redelijkerwijs mogelijk is, wordt voorkomen; -d. het voorschrift, dat bij opslag in verband met het vervoer moet worden voldaan aan door Onze Minister gestelde nadere eisen; +d. het voorschrift, dat bij opslag in verband met het vervoer moet worden voldaan aan door de Autoriteit gestelde nadere eisen; e. het voorschrift dat van de transportroute mag worden afgeweken, indien door een onvoorzien voorval een onbelemmerde doorgang van het vervoer niet meer mogelijk is. ### Artikel 8 -**1.** Met betrekking tot het vervoeren van splijtstoffen of ertsen over de spoorweg en het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer zijn de bepalingen van de VSG van toepassing. Indien voor het vervoeren van splijtstoffen over de spoorweg of voor het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer ingevolge dit besluit het in artikel 15, onder a, van de wet vervatte verbod geldt, kan Onze Minister aan een vergunning van de VSG afwijkende voorschriften verbinden, voorzover de richtlijn vervoer gevaarlijke goederen over land dat toelaat. +**1.** Met betrekking tot het vervoeren van splijtstoffen of ertsen over de spoorweg en het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer zijn de bepalingen van de VSG van toepassing. Indien voor het vervoeren van splijtstoffen over de spoorweg of voor het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer ingevolge dit besluit het in artikel 15, onder a, van de wet vervatte verbod geldt, kan de Autoriteit aan een vergunning van de VSG afwijkende voorschriften verbinden, voorzover de richtlijn vervoer gevaarlijke goederen over land dat toelaat. **2.** Bij het voorhanden hebben van splijtstoffen of ertsen bij opslag in verband met het vervoer over de spoorweg dienen, indien daarvoor ingevolge dit besluit het in artikel 15, onder a, van de wet vervatte verbod niet geldt, onverminderd de bepalingen, welke terzake gelden ingevolge het eerste lid, eerste volzin, zodanige maatregelen te worden genomen, dat schade, zo veel als redelijkerwijs mogelijk is, wordt voorkomen. -**3.** Onze Minister kan ontheffing verlenen van de in het eerste lid, eerste volzin, bedoelde bepalingen. Een zodanige ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. +**3.** De Autoriteit kan ontheffing verlenen van de in het eerste lid, eerste volzin, bedoelde bepalingen. Een zodanige ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. **4.** De bevoegdheid, bedoeld in het derde lid, eerste volzin, kan alleen worden uitgeoefend in de gevallen en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 6, tweede, derde en vijfde lid, van de richtlijn vervoer gevaarlijke goederen over land. @@ -285,9 +284,9 @@ e. het voorschrift dat van de transportroute mag worden afgeweken, indien door e ### Artikel 10 -**1.** Met betrekking tot het vervoeren van radioactieve stoffen over de spoorweg en het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer zijn de bepalingen van de VSG van toepassing. Indien voor het vervoeren van radioactieve stoffen over de spoorweg of voor het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer ingevolge dit besluit het in artikel 29, eerste lid, van de wet vervatte verbod geldt, kan Onze Minister aan een vergunning van de VSG afwijkende voorschriften verbinden, voorzover de richtlijn vervoer gevaarlijke goederen over land dat toelaat. +**1.** Met betrekking tot het vervoeren van radioactieve stoffen over de spoorweg en het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer zijn de bepalingen van de VSG van toepassing. Indien voor het vervoeren van radioactieve stoffen over de spoorweg of voor het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer ingevolge dit besluit het in artikel 29, eerste lid, van de wet vervatte verbod geldt, kan de Autoriteit aan een vergunning van de VSG afwijkende voorschriften verbinden, voorzover de richtlijn vervoer gevaarlijke goederen over land dat toelaat. -**2.** Bij het voorhanden hebben van radioactieve stoffen bij opslag in verband met het vervoer over de spoorweg dienen, onverminderd de bepalingen, welke terzake gelden ingevolge het eerste lid, eerste volzin, zodanige maatregelen te worden genomen, dat schade, zo veel als redelijkerwijs mogelijk is, wordt voorkomen. Daarbij moet worden voldaan aan door Onze Minister gestelde nadere eisen. +**2.** Bij het voorhanden hebben van radioactieve stoffen bij opslag in verband met het vervoer over de spoorweg dienen, onverminderd de bepalingen, welke terzake gelden ingevolge het eerste lid, eerste volzin, zodanige maatregelen te worden genomen, dat schade, zo veel als redelijkerwijs mogelijk is, wordt voorkomen. Daarbij moet worden voldaan aan door de Autoriteit gestelde nadere eisen. **3.** Ten aanzien van de in het eerste lid, eerste volzin, bedoelde bepalingen is artikel 8, derde en vierde lid, van overeenkomstige toepassing. @@ -322,7 +321,7 @@ b. door Belgiëvaarders indien voor het vervoer een vergunning is afgegeven door **2.** -Vervoer, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt ten minste drie weken tevoren gemeld aan Onze Minister waarbij de vervoerder de volgende informatie verschaft: +Vervoer, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt ten minste drie weken tevoren gemeld aan de Autoriteit waarbij de vervoerder de volgende informatie verschaft: a. de naam en het adres van degene die de melding doet, alsmede van de afzender en de ontvanger van de betrokken splijtstoffen en ertsen; b. de hoeveelheid splijtstoffen en ertsen waarop de melding betrekking heeft; @@ -338,10 +337,10 @@ d. het nummer en de geldigheidsdatum van de vergunning, bedoeld in het eerste li Ten aanzien van het vervoeren van splijtstoffen of ertsen naar en van zee of over zee zijn de artikelen 7 en 8, eerste, tweede en derde lid, van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat: a. telkens in plaats van "VSG" wordt gelezen: de International Maritime Dangerous Goods Code, bedoeld in hoofdstuk VII, deel A-1, van het op 1 november 1974 te Londen totstandgekomen Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee (Trb. 1976, 157) en de bij dat verdrag behorende bindende protocollen, aanhangsels en bijlagen; -b. voor de toepassing van de International Maritime Dangerous Goods Code voor Nederland Onze Minister als bevoegde autoriteit wordt aangemerkt; +b. voor de toepassing van de International Maritime Dangerous Goods Code voor Nederland de Autoriteit als bevoegde autoriteit wordt aangemerkt; c. in plaats van een ingevolge de International Maritime Dangerous Goods Code voor het model van verpakkingen vereiste goedkeuring door de bevoegde autoriteiten van een of meer daarbij aangewezen landen is vereist een zodanige goedkeuring, welke is verleend: -1°. hetzij door Onze Minister, +1°. hetzij door de Autoriteit, 2°. hetzij door de bevoegde autoriteit van een ander land, dat met overeenkomstige toepassing van artikel 3, tweede lid, is aangewezen en dat bij het vervoer betrokken is of waar het model is ontworpen; d. voor vervoer als bedoeld in artikel 13 met een schip onder Nederlandse vlag het bepaalde met betrekking tot de goedkeuring van de zending door de voor Nederland bevoegde autoriteit niet geldt; e. voor vervoer als bedoeld in artikel 13 met een schip onder vreemde vlag het bepaalde met betrekking tot de goedkeuring van de zending en van het model van de verpakking door de voor Nederland bevoegde autoriteit niet geldt. @@ -352,7 +351,7 @@ e. voor vervoer als bedoeld in artikel 13 met een schip onder vreemde vlag het b ### Artikel 15 -Het in artikel 29, eerste lid, van de wet vervatte verbod zonder vergunning van Onze Minister radioactieve stoffen te vervoeren geldt, in afwijking van artikel 5, niet voor het vervoeren van radioactieve stoffen over de Nederlandse territoriale zee of over niet-Nederlandse wateren. +Het in artikel 29, eerste lid, van de wet vervatte verbod zonder vergunning van de Autoriteit radioactieve stoffen te vervoeren geldt, in afwijking van artikel 5, niet voor het vervoeren van radioactieve stoffen over de Nederlandse territoriale zee of over niet-Nederlandse wateren. ### Artikel 16 @@ -361,10 +360,10 @@ Het in artikel 29, eerste lid, van de wet vervatte verbod zonder vergunning van Ten aanzien van het vervoeren van radioactieve stoffen naar en van zee of over zee zijn de artikelen 8, derde lid, 9 en 10, eerste en tweede lid, van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat: a. in artikel 10, eerste lid, in plaats van "VSG" wordt gelezen: de International Maritime Dangerous Goods Code, bedoeld in hoofdstuk VII, deel A-1, van het op 1 november 1974 te Londen totstandgekomen Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee (Trb. 1976, 158) en de bij dat verdrag behorende bindende protocollen, aanhangsels en bijlagen; -b. voor de toepassing van de International Maritime Dangerous Goods Code voor Nederland Onze Minister als bevoegde autoriteit wordt aangemerkt; +b. voor de toepassing van de International Maritime Dangerous Goods Code voor Nederland de Autoriteit als bevoegde autoriteit wordt aangemerkt; c. in plaats van een ingevolge de International Maritime Dangerous Goods Code voor het model van verpakkingen vereiste goedkeuring door de bevoegde autoriteiten van een of meer daarbij aangewezen landen is vereist een zodanige goedkeuring, welke is verleend: -1°. hetzij door Onze Minister, +1°. hetzij door de Autoriteit, 2°. hetzij door de bevoegde autoriteit van een ander land, dat met overeenkomstige toepassing van artikel 3, tweede lid, is aangewezen en dat bij het vervoer betrokken is of waar het model is ontworpen; d. voor vervoer als bedoeld in artikel 15 met een schip onder Nederlandse vlag het bepaalde met betrekking tot de goedkeuring van de zending door de voor Nederland bevoegde autoriteit niet geldt; e. voor vervoer als bedoeld in artikel 15 met een schip onder vreemde vlag het bepaalde met betrekking tot de goedkeuring van de zending en van het model van de verpakking door de voor Nederland bevoegde autoriteit niet geldt. @@ -387,7 +386,7 @@ Het in artikel 15, onder a, van de wet vervatte verbod geldt niet voor het vervo Tot de in het eerste lid bedoelde voorschriften kunnen behoren: -a. het voorschrift dat bijlage 18 (annex 18) van het op 7 december 1944 te Chicago tot stand gekomen verdrag inzake de internationale burgerlijke luchtvaart (*Stb.* 1947, H 165) en de daarbij behorende technische voorschriften (Technical Instructions for the safe transport of dangerous goods by air), in acht dienen te worden genomen, met dien verstande dat voor de toepassing van die regels voor Nederland Onze Minister als bevoegde autoriteit wordt aangemerkt; +a. het voorschrift dat bijlage 18 (annex 18) van het op 7 december 1944 te Chicago tot stand gekomen verdrag inzake de internationale burgerlijke luchtvaart (*Stb.* 1947, H 165) en de daarbij behorende technische voorschriften (Technical Instructions for the safe transport of dangerous goods by air), in acht dienen te worden genomen, met dien verstande dat voor de toepassing van die regels voor Nederland de Autoriteit als bevoegde autoriteit wordt aangemerkt; b. voorschriften als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onder c en d. ### Artikel 19 @@ -396,7 +395,7 @@ b. voorschriften als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onder c en d. Bij het vervoeren van splijtstoffen of ertsen in een luchtvaartuig en bij het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer dienen, indien daarvoor ingevolge dit besluit het in artikel 15, onder a, van de wet vervatte verbod niet geldt, bijlage 18 (annex 18) van het op 7 december 1944 te Chicago tot stand gekomen verdrag inzake de internationale burgerlijke luchtvaart (*Stb.* 1947, H 165) en de daarbij behorende technische voorschriften (Technical Instructions for the safe transport of dangerous goods by air) in acht te worden genomen, met dien verstande dat: -a. voor de toepassing van die regels voor Nederland Onze Minister als bevoegde autoriteit wordt aangemerkt; +a. voor de toepassing van die regels voor Nederland de Autoriteit als bevoegde autoriteit wordt aangemerkt; b. voor het vervoer als bedoeld in artikel 17 in een Nederlands luchtvaartuig het bepaalde met betrekking tot de goedkeuring van een zending door de voor Nederland bevoegde autoriteit niet geldt; c. voor vervoer als bedoeld in artikel 17 in een niet-Nederlands luchtvaartuig het bepaalde met betrekking tot de goedkeuring van een zending of van het model van de verpakking door de voor Nederland bevoegde autoriteit niet geldt. @@ -406,7 +405,7 @@ c. voor vervoer als bedoeld in artikel 17 in een niet-Nederlands luchtvaartuig h ### Artikel 20 -Het in artikel 29, eerste lid, van de wet vervatte verbod zonder vergunning van Onze Minister radioactieve stoffen te vervoeren geldt, in afwijking van artikel 5, niet voor het vervoeren van radioactieve stoffen in een luchtvaartuig, waarbij geen landing op Nederlands grondgebied plaatsvindt. +Het in artikel 29, eerste lid, van de wet vervatte verbod zonder vergunning van de Autoriteit radioactieve stoffen te vervoeren geldt, in afwijking van artikel 5, niet voor het vervoeren van radioactieve stoffen in een luchtvaartuig, waarbij geen landing op Nederlands grondgebied plaatsvindt. ### Artikel 21 @@ -418,7 +417,7 @@ Aan een vergunning voor het vervoeren van radioactieve stoffen in een luchtvaart Bij het vervoeren van radioactieve stoffen in een luchtvaartuig en bij het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer dienen bijlage 18 (annex 18) van het op 7 december 1944 te Chicago tot stand gekomen verdrag inzake de burgerlijke luchtvaart (*Stb.* 1947, H 165) en de daarbij behorende technische voorschriften (Technical Instructions for the safe transport of dangerous goods by air) in acht te worden genomen, met dien verstande dat: -a. voor de toepassing van die regels voor Nederland Onze Minister als bevoegde autoriteit wordt aangemerkt; +a. voor de toepassing van die regels voor Nederland de Autoriteit als bevoegde autoriteit wordt aangemerkt; b. voor vervoer als bedoeld in artikel 20 in een Nederlands luchtvaartuig het bepaalde met betrekking tot de goedkeuring van een zending door de voor Nederland bevoegde autoriteit niet geldt; c. voor vervoer als bedoeld in artikel 20 in een niet-Nederlands luchtvaartuig het bepaalde met betrekking tot de goedkeuring van een zending of van het model van de verpakking door de voor Nederland bevoegde autoriteit niet geldt. @@ -434,8 +433,8 @@ c. voor vervoer als bedoeld in artikel 20 in een niet-Nederlands luchtvaartuig h Het in artikel 15, onder a, van de wet vervatte verbod geldt niet voor het binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen of doen brengen van splijtstoffen of ertsen indien: -a. de activiteit van de radionucliden in de betrokken splijtstoffen en ertsen lager is dan de in tabel 2.2.7.7.2.1 van bijlage 1 bij het VSG vermelde grenswaarde voor de activiteit van een vrijgestelde zending; -b. de activiteitsconcentratie van die stoffen en ertsen lager is dan de in tabel 2.2.7.7.2.1 van bijlage 1 bij het VSG vermelde waarde voor de activiteitsconcentratie voor vrijgestelde stoffen, of +a. de activiteit van de radionucliden in de betrokken splijtstoffen en ertsen lager is dan de in tabel 2.2.7.2.2.1 van bijlage 1 bij de VSG vermelde grenswaarde voor de activiteit van een vrijgestelde zending; +b. de activiteitsconcentratie van die stoffen en ertsen lager is dan de in tabel 2.2.7.2.2.1 van bijlage 1 bij de VSG vermelde waarde voor de activiteitsconcentratie voor vrijgestelde stoffen, of c. het vervoer, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel b, betreft. **2.** Voor de toepassing van het eerste lid worden bestraalde splijtstoffen beoordeeld naar onbestraalde toestand. @@ -494,7 +493,7 @@ e. het voorschrift dat van de plaats waar de splijtstoffen of ertsen binnen resp **1.** -Het in artikel 29, eerste lid, van de wet vervatte verbod zonder vergunning van Onze Minister radioactieve stoffen binnen of buiten Nederlands grondgebied te brengen of te doen brengen geldt voor: +Het in artikel 29, eerste lid, van de wet vervatte verbod zonder vergunning van de Autoriteit radioactieve stoffen binnen of buiten Nederlands grondgebied te brengen of te doen brengen geldt voor: a. geneesmiddelen en b. gebruiksartikelen, @@ -505,15 +504,15 @@ waaraan bij de productie en fabricage opzettelijk radioactieve stoffen zijn toeg Het in het eerste lid, onder b, bedoelde verbod geldt niet voor een kunstmatige bron of een natuurlijke bron, voorzover deze is of wordt bewerkt met het oog op zijn radioactieve eigenschappen, indien: -a. de activiteit van de radionucliden in de betrokken radioactieve stof lager is dan de in tabel 2.2.7.7.2.1 van bijlage 1 bij het VSG vermelde grenswaarde voor de activiteit van een vrijgestelde zending, of -b. de activiteitsconcentratie van die stof lager is dan de in tabel 2.2.7.7.2.1 van bijlage 1 bij het VSG vermelde waarde voor de activiteitsconcentratie voor vrijgestelde stoffen. +a. de activiteit van de radionucliden in de betrokken radioactieve stof lager is dan de in tabel 2.2.7.2.2.1 van bijlage 1 bij de VSG vermelde grenswaarde voor de activiteit van een vrijgestelde zending, of +b. de activiteitsconcentratie van die stof lager is dan de in tabel 2.2.7.2.2.1 van bijlage 1 bij de VSG vermelde waarde voor de activiteitsconcentratie voor vrijgestelde stoffen. **3.** Het in het eerste lid, onder b, bedoelde verbod geldt niet voor een natuurlijke bron, voorzover deze niet is of wordt bewerkt met het oog op zijn radioactieve eigenschappen, indien: -a. de activiteit van de radionucliden in de betrokken natuurlijke bron lager is dan de in tabel 2.2.7.7.2.1 van bijlage 1 bij het VSG vermelde grenswaarde voor de activiteit van een vrijgestelde zending, of -b. de activiteitsconcentratie van de betrokken natuurlijke bron lager is dan tienmaal de in tabel 2.2.7.7.2.1 van bijlage 1 bij het VSG vermelde waarde voor de activiteitsconcentratie voor vrijgestelde stoffen. +a. de activiteit van de radionucliden in de betrokken natuurlijke bron lager is dan de in tabel 2.2.7.2.2.1 van bijlage 1 bij de VSG vermelde grenswaarde voor de activiteit van een vrijgestelde zending, of +b. de activiteitsconcentratie van de betrokken natuurlijke bron lager is dan tienmaal de in tabel 2.2.7.2.2.1 van bijlage 1 bij de VSG vermelde waarde voor de activiteitsconcentratie voor vrijgestelde stoffen. **4.** Het bij en krachtens artikel 25, derde, vierde, zevende en achtste lid, van het Besluit stralingsbescherming bepaalde is van overeenkomstige toepassing. @@ -551,7 +550,7 @@ Vervallen De ondernemer onder wiens verantwoordelijkheid: a. een radioactieve stof binnen het Nederlands grondgebied wordt gebracht vanuit een land buiten de Europese Unie of een radioactieve stof vanaf Nederlands grondgebied buiten het grondgebied van de Europese Unie wordt gebracht, of -b. een radioactieve stof als open bron vanaf Nederlands grondgebied naar het grondgebied van een andere lidstaat van de Europese Unie wordt gebracht, meldt dit tenminste drie weken voordat dit brengen plaatsvindt aan Onze Minister. +b. een radioactieve stof als open bron vanaf Nederlands grondgebied naar het grondgebied van een andere lidstaat van de Europese Unie wordt gebracht, meldt dit tenminste drie weken voordat dit brengen plaatsvindt aan de Autoriteit. **2.** @@ -564,15 +563,15 @@ b. een administratie bijhoudt waarin de gegevens genoemd in artikel 4d zijn opge De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt niet voor een kunstmatige bron of een natuurlijke bron, voorzover deze is of wordt bewerkt met het oog op zijn radioactieve eigenschappen, indien: -a. de activiteit van de radionucliden in de betrokken radioactieve stof lager is dan de in tabel 2.2.7.7.2.1 van bijlage 1 bij het VSG vermelde grenswaarde voor de activiteit van een vrijgestelde zending, of -b. de activiteitsconcentratie van die stof lager is dan de in tabel 2.2.7.7.2.1 van bijlage 1 bij het VSG vermelde waarde voor de activiteitsconcentratie voor vrijgestelde stoffen. +a. de activiteit van de radionucliden in de betrokken radioactieve stof lager is dan de in tabel 2.2.7.2.2.1 van bijlage 1 bij de VSG vermelde grenswaarde voor de activiteit van een vrijgestelde zending, of +b. de activiteitsconcentratie van die stof lager is dan de in tabel 2.2.7.2.2.1 van bijlage 1 bij de VSG vermelde waarde voor de activiteitsconcentratie voor vrijgestelde stoffen. **4.** De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt niet voor een natuurlijke bron, voorzover deze niet is of wordt bewerkt met het oog op zijn radioactieve eigenschappen, indien: -a. de activiteit van de radionucliden in de betrokken natuurlijke bron lager is dan de in tabel 2.2.7.7.2.1 van bijlage 1 bij het VSG vermelde grenswaarde voor de activiteit van een vrijgestelde zending; of -b. de activiteitsconcentratie van de betrokken natuurlijke bron lager is dan tienmaal de in tabel 2.2.7.7.2.1 van bijlage 1 bij het VSG vermelde genoemde waarde voor de activiteitsconcentratie voor vrijgestelde stoffen. +a. de activiteit van de radionucliden in de betrokken natuurlijke bron lager is dan de in tabel 2.2.7.2.2.1 van bijlage 1 bij de VSG vermelde grenswaarde voor de activiteit van een vrijgestelde zending; of +b. de activiteitsconcentratie van de betrokken natuurlijke bron lager is dan tienmaal de in tabel 2.2.7.2.2.1 van bijlage 1 bij de VSG vermelde genoemde waarde voor de activiteitsconcentratie voor vrijgestelde stoffen. **5.** Het bij en krachtens artikel 25, derde, vierde, zevende en achtste lid, van het Besluit stralingsbescherming bepaalde is van overeenkomstige toepassing. @@ -598,7 +597,7 @@ f. indien een melding wordt gedaan voor een handeling of werkzaamheid die overee **2.** Indien een melding wordt gedaan voor een handeling of werkzaamheid die niet of als niet-gerechtvaardigd is bekendgemaakt overeenkomstig de krachtens artikel 1b, in samenhang met artikel 4, tweede lid, van het Besluit stralingsbescherming geldende regeling, omvat de melding tevens een verzoek om rechtvaardiging van die handeling of werkzaamheid. De melding bevat dan tevens de gegevens met betrekking tot de economische, sociale en andere voordelen van de betrokken handeling of werkzaamheid en met betrekking tot de gezondheidsschade die erdoor kan worden toegebracht, die nodig zijn met het oog op de beoordeling van de gerechtvaardigdheid van de handeling of werkzaamheid. -**3.** Degene die de melding heeft gedaan, meldt wijzigingen van de in het eerste lid genoemde gegevens ten minste drie werkdagen voordat de handelingen of werkzaamheden plaatsvinden, waarop ze betrekking hebben, aan Onze Minister. +**3.** Degene die de melding heeft gedaan, meldt wijzigingen van de in het eerste lid genoemde gegevens ten minste drie werkdagen voordat de handelingen of werkzaamheden plaatsvinden, waarop ze betrekking hebben, aan de Autoriteit. ### Paragraaf 3. Uitvoering Verordening (Euratom) nr. 1493/93