2013-07-01 | BWBR0003664 | Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945

This commit is contained in:
Coornhert 2013-07-01 12:00:00 +00:00
parent 18136be958
commit b71de081f6

View file

@ -209,9 +209,9 @@ b. 50, indien de weduwe of weduwnaar van het burger-oorlogsslachtoffer geen mind
**3.** a. De uitkering aan de minderjarige volle wees van het burger-oorlogsslachtoffer wordt naar behoefte individueel bepaald. Bij vaststelling van de uitkering wordt rekening gehouden met geëigende voorzieningen ter zake van kosten van onderwijs en opleiding.
b. De onder *a* bedoelde uitkering kan zo nodig worden voortgezet tot uiterlijk het bereiken van de 27-jarige leeftijd door de betrokkene, indien hij, hetzij in verband met een dagstudie, hetzij in verband met arbeidsongeschiktheid, door het ontbreken van andere geëigende voorzieningen op die uitkering is aangewezen.
**4.** De uitkering, berekend met toepassing van het bepaalde in het eerste lid, onder *a*, bedraagt niet meer dan een bedrag ter grootte van 80% van het bedrag, bedoeld in artikel 10, achtste lid, onder *b*, vermenigvuldigd met 3/4 en vermeerderd met een bedrag ter grootte van 20% van de som van de uitkeringen bedoeld in de artikelen 17, eerste lid, en 25 van de Algemene nabestaandenwet.
**4.** De uitkering, berekend met toepassing van het bepaalde in het eerste lid, onder *a*, bedraagt niet meer dan een bedrag ter grootte van 80% van het bedrag, bedoeld in artikel 10, achtste lid, onder b, vermenigvuldigd met 3/4 en vermeerderd met een bedrag ter grootte van 20% van de uitkering, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de Algemene nabestaandenwet.
**5.** De uitkering, berekend met toepassing van het bepaalde in het eerste lid, onder *b*, bedraagt niet meer dan een bedrag ter grootte van 80% van het bedrag, bedoeld in artikel 10, achtste lid, onder *b*, vermenigvuldigd met 5/7 en vermeerderd met een bedrag ter grootte van 20% van de uitkering bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Algemene nabestaandenwet.
**5.** De uitkering, berekend met toepassing van het bepaalde in het eerste lid, onder *b*, bedraagt niet meer dan een bedrag ter grootte van 80% van het bedrag, bedoeld in artikel 10, achtste lid, onder b, vermenigvuldigd met 5/7 en vermeerderd met een bedrag ter grootte van 20% van de uitkering bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Algemene nabestaandenwet.
### Artikel 16