From b73fd28ce06b2c80a196c0520a879defa01540b1 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Thu, 1 Jul 2004 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2004-07-01 | BWBR0002747 | Wet op de ondernemingsraden --- wet/wet-op-de-ondernemingsraden/BWBR0002747/README.md | 2 +- 1 file changed, 1 insertion(+), 1 deletion(-) diff --git a/wet/wet-op-de-ondernemingsraden/BWBR0002747/README.md b/wet/wet-op-de-ondernemingsraden/BWBR0002747/README.md index 478db475330..f544387738b 100644 --- a/wet/wet-op-de-ondernemingsraden/BWBR0002747/README.md +++ b/wet/wet-op-de-ondernemingsraden/BWBR0002747/README.md @@ -703,7 +703,7 @@ a. Voor de toepassing van deze wet wordt als bestuurder in de zin van deze wet n 7°. bij de Algemene Rekenkamer: de president of een lid van de Algemene Rekenkamer; 8°. bij de Nationale ombudsman: de Nationale ombudsman of een substituut-ombudsman. b. Voor de toepassing van artikel 23, tweede lid, zijn onder de aangelegenheden de onderneming betreffende niet begrepen de publiekrechtelijke vaststelling van taken van publiekrechtelijke lichamen en onderdelen daarvan, noch het beleid ten aanzien van en de uitvoering van die taken, behoudens voor zover het betreft de gevolgen daarvan voor de werkzaamheden van de in de onderneming werkzame personen. -c. Voor de toepassing van onderdeel b bij de rechtbanken, de gerechtshoven, de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het bedrijfsleven, zijn onder de aangelegenheden de onderneming betreffende niet begrepen het beleid ten aanzien van en de uitvoering van de rechterlijke taken als bedoeld in artikel 23, tweede en derde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, behoudens voorzover het de gevolgen daarvan betreft voor de werkzaamheden van de in de onderneming werkzame personen. +c. Voor de toepassing van onderdeel b bij de rechtbanken, de gerechtshoven, de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het bedrijfsleven, zijn onder de aangelegenheden de onderneming betreffende tevens niet begrepen het beleid ten aanzien van en de uitvoering van de rechterlijke taken als bedoeld in artikel 23, tweede en derde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, behoudens voorzover het de gevolgen daarvan betreft voor de werkzaamheden van de in de onderneming werkzame personen. d. De in de artikelen 5, 8, tweede en derde lid, 37, 38, 39 en 41, tweede lid, van deze wet aan de Raad toegekende bevoegdheden worden uitgeoefend door de Minister van Binnenlandse Zaken. e. Voor de toepassing van artikel 38, eerste lid, kunnen behalve een representatieve organisatie of organisaties van ondernemers ook een of meerdere ministers aangewezen worden. f. De verordenende bevoegdheid van de Raad, met uitzondering van de bevoegdheid genoemd in artikel 46a, strekt zich niet uit tot ondernemingen waarin uitsluitend of nagenoeg uitsluitend krachtens publiekrechtelijke aanstelling arbeid wordt verricht.