diff --git a/amvb/waterbesluit/BWBR0026872/README.md b/amvb/waterbesluit/BWBR0026872/README.md index 254bb536b2c..cac631ddb3b 100644 --- a/amvb/waterbesluit/BWBR0026872/README.md +++ b/amvb/waterbesluit/BWBR0026872/README.md @@ -416,7 +416,7 @@ g. een overzicht waaruit blijkt op welke wijze de beheerder de kwaliteit van de In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: - *bedrijfsafvalwater:* afvalwater dat vrijkomt bij door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid, dat geen huishoudelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater of grondwater is; -- *bouwen:* bouwen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de Woningwet; +- *bouwen:* een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; - *emissiegrenswaarde:* emissiegrenswaarde als bedoeld in artikel 2, onderdeel 40, van de kaderrichtlijn water; - *huishoudelijk afvalwater: *afvalwater dat overwegend afkomstig is van menselijke stofwisseling en huishoudelijke werkzaamheden; - *inwoner-equivalent (i.e.):* biochemisch zuurstofverbruik van 54 gram per etmaal; @@ -433,7 +433,7 @@ Bij het verlenen van een watervergunning houdt het bevoegd gezag rekening met de Op de voorbereiding van een vergunning als bedoeld in artikel 6.2 van de wet zijn de afdelingen 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en 13.2 van de Wet milieubeheer niet van toepassing, indien het lozen plaatsvindt: -a. vanuit een inrichting, niet zijnde een inrichting als bedoeld in artikel 8.1, eerste of tweede lid, van de Wet milieubeheer; +a. vanuit een inrichting, niet zijnde een inrichting als bedoeld in artikel 1.1, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; b. anders dan vanuit een inrichting in de zin van artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer. ### Artikel 6.2 @@ -555,12 +555,14 @@ b. vaste substanties of voorwerpen te storten, te plaatsen of neer te leggen, of Het eerste lid is niet van toepassing op: -a. het bouwen van bouwwerken als bedoeld in het Besluit bouwvergunningsvrije en licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken, met uitzondering van de bouwwerken bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdeel b, van dat besluit en met dien verstande dat in artikel 4, tweede lid, onderdeel b, onder 2°, en in artikel 5, tweede lid, onderdeel c, onder 2°, van dat besluit in plaats van «minder is dan 50 m^2» gelezen wordt: minder is dan 30 m^2; -b. activiteiten als bedoeld in artikel 4.1.1, eerste lid, onderdeel a tot en met e, van het Besluit ruimtelijke ordening, met dien verstande dat in het eerste lid van dat artikel: +a. het bouwen van bouwwerken als bedoeld in artikel 2 van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht, met uitzondering van een bouwwerk als bedoeld in onderdeel 3 van dat artikel, voor zover de oppervlakte daarvan meer dan 30 m^2 bedraagt, en de bouwwerken, bedoeld in de onderdelen 13, 18, onder d, en 20, van dat artikel; +b. activiteiten als bedoeld in artikel 4, onderdelen 1 tot en met 4, 6 en 7, van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht, met dien verstande dat: + +1°. voor zover het betreft een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in onderdeel 1, onder b, bij een woning, in dat onderdeel, onder 2°, in plaats van 150 m^2 wordt gelezen 25 m^2; +2°. voor zover het betreft een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in onderdeel 1 bij een ander gebouw dan een woning, hieronder uitsluitend wordt begrepen een bijbehorend bouwwerk als bedoeld onder b van dat onderdeel bij een gebouw met een agrarische bestemming; +3°. voor zover het betreft een bouwwerk, geen gebouw zijnde, als bedoeld in onderdeel 3, in dat onderdeel, onder b, in plaats van 50 m^2 wordt gelezen 25 m^2; +4°. voor zover het betreft installaties als bedoeld in de onderdelen 6 en 7, de oppervlakte daarvan niet meer dan 25 m^2 bedraagt; -1°. in onderdeel a, onder 1e, in plaats van «ten hoogste 150 m^2» gelezen wordt: ten hoogste 25 m^2; -2°. de uitbreiding van of een bijgebouw bij een ander gebouw, bedoeld in onderdeel b, betrekking heeft op een gebouw buiten de bebouwde kom met een agrarische bestemming; -3°. in onderdeel d, onder 1e, in plaats van «50 m^2» gelezen wordt: 25 m^2; c. het uitvoeren van onderhoud, aanleg of wijziging van waterstaatswerken, voor zover deze activiteiten door of vanwege de beheerder worden verricht; d. het maken van werken om oeverafslag tegen te gaan, mits deze niet boven het oeverland uitsteken, en het ten behoeve van de uitvoering van die werken storten, plaatsen of neerleggen van vaste substanties of voorwerpen; e. het permanent afmeren van woonschepen of andere drijvende objecten in rijkswateren, met uitzondering van de rijkswateren of delen van rijkswateren die zijn aangewezen bij ministeriële regeling; en @@ -758,10 +760,6 @@ Artikel 2.25, tweede tot en met vierde lid, van de Invoeringswet Waterwet is van **2.** Het overeenkomstig het eerste lid bepaalde bevoegd gezag deelt aan de vergunninghouder mede dat hij bevoegd gezag is voor de watervergunning. -### Artikel 8.7a - -Voor zover artikel 6.12 van toepassing is in gedeelten van het rivierbed doordat tengevolge van dit besluit zoals dat luidde op 22 december 2009 begrenzingen, gebiedsaanwijzingen of andere beperkingen op het vereiste van een vergunning krachtens de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, zoals die wet luidde vóór genoemde datum, zijn gewijzigd of vervallen, is met ingang van genoemde datum dat artikel niet van toepassing op gedragingen waarvoor op de genoemde datum een eerder verleende vergunning als bedoeld in artikel 40 van de Woningwet, zoals die wet luidde op die datum, onherroepelijk was. - ### Paragraaf 2. Slotbepalingen ### Artikel 8.8