diff --git a/zbo/netcode-elektriciteit/BWBR0037940/README.md b/zbo/netcode-elektriciteit/BWBR0037940/README.md index e218514bbc6..20a154ca9f1 100644 --- a/zbo/netcode-elektriciteit/BWBR0037940/README.md +++ b/zbo/netcode-elektriciteit/BWBR0037940/README.md @@ -234,6 +234,18 @@ f. geldt in afwijking van onderdeel a dat voor de gelimiteerde frequentiegevoeli 2°. 1% voor elektriciteitsopslageenheden groter dan of gelijk aan 1 MW; g. is artikel 9.13 van overeenkomstige toepassing op het beïnvloeden van het via het overdrachtspunt van de aansluiting van een elektriciteitsopslageenheid uit te wisselen werkzaam vermogen. +**4.** + +Indien het bedrijfsmiddel dat tot invoeding van blindvermogen in het net van de netbeheerder kan leiden, bedoeld in het eerste lid, een synchrone condensor, aangesloten op een net met een spanningsniveau van 110 kV of hoger, betreft: + +a. zijn de aansluitvoorwaarden zoals verwoord in de artikelen 19, 29, 33 tot en met 37, 40 tot en met 46 en 51 tot en met 53 van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), met uitzondering van de onderdelen die betrekking hebben op het werkzaam vermogen, en de daarbij behorende artikelen van hoofdstuk 3, van overeenkomstige toepassing; +b. in afwijking van onderdeel a, jo. artikel 3.13, tweede lid, geldt voor de frequentiegradiënt van een synchrone condensor een drempelwaarde van 2 Hertz per seconde gedurende een voortschrijdend tijdsvenster van 500 milliseconden; +c. in afwijking van onderdeel a, jo. artikel 3.29, tweede tot en met vierde lid, is de synchrone condensor in staat bij variërende spanning ten minste een hoeveelheid blindvermogen te leveren dat gekenschetst wordt door een verhouding van blindvermogen tot maximaal schijnbaar vermogen gelijk aan 0,3 bij een spanning van 1,05 pu, gelijk aan 0,65 bij een spanning van 0,9 pu tot 1 pu en dat bepaald wordt door het lineaire verloop tussen respectievelijk 0,65 en 0,3 bij een spanning van 1 pu tot 1,05 pu, en een hoeveelheid blindvermogen op te nemen dat gekenschetst wordt door een verhouding van blindvermogen tot maximaal schijnbaar vermogen gelijk aan 0,1 bij een spanning van 0,9 pu, gelijk aan 0,5 bij een spanning van 1 pu tot 1,05 pu en dat bepaald wordt door het lineaire verloop tussen respectievelijk 0,1 en 0,5 bij een spanning van 0,9 pu tot 1 pu, en is daarmee in staat blindvermogen te leveren of op te nemen ten minste binnen en inclusief de grenzen van het rood gemarkeerde profiel in onderstaand U-Q/Smax-diagram: +d. zijn de artikelen 9.14, eerste lid, en 9.16 tot en met 9.18 van overeenkomstige toepassing; +e. zijn voor de gegevensuitwisseling tussen de aangeslotene die beschikt over een synchrone condensor en de netbeheerder de artikelen 13.1, 13.11 en 13.21, met uitzondering van de onderdelen die betrekking hebben op het werkzaam vermogen, van overeenkomstige toepassing. + +**5.** Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing indien de synchrone condensor een volledig geïntegreerde netcomponent is als bedoeld in artikel 3.28 van de Energiewet. + ### Artikel 2.17 **1.** De aangeslotene onderhoudt de elektrische installatie naar behoren. @@ -3014,7 +3026,7 @@ e. een onderbouwing en motivering van de onmogelijkheid om de fysieke congestie Een netbeheerder rapporteert jaarlijks uiterlijk 30 april over het afgelopen kalenderjaar aan de Autoriteit Consument en Markt over zijn congestiegebieden. De rapportage bevat per congestiegebied in ieder geval: a. de totale hoeveelheid elektriciteit die is getransporteerd; -b. de totale inzet van capaciteitsbeperkingen, waarbij voor iedere inzet het verschil tussen het maximaal verstrekte transportvermogen voor afname en voor invoeding zoals vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst, en het niveau waarop de transportbehoefte wordt beperkt (MW) wordt weergegeven, gerelateerd aan de duur van deze inzet (in uren); +b. de totale inzet van capaciteitsbeperkingen, waarbij voor iedere inzet het verschil tussen het maximaal verstrekte gecontracteerde transportvermogen voor afname en voor invoeding zoals vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst, en het niveau waarop de transportbehoefte wordt beperkt (MW) wordt weergegeven, gerelateerd aan de duur van deze inzet (in uren); c. de totale inzet van redispatchproducten op grond van bijlage 11 in MWh, zowel binnen als buiten het congestiegebied; en d. de kosten aan congestiemanagement, onderverdeeld in de totale kosten voor: