diff --git a/amvb/besluit-uitvoering-eu-verordeningen-financiële-markten/BWBR0032230/README.md b/amvb/besluit-uitvoering-eu-verordeningen-financiële-markten/BWBR0032230/README.md index f78546be010..5427bd3ff5a 100644 --- a/amvb/besluit-uitvoering-eu-verordeningen-financiële-markten/BWBR0032230/README.md +++ b/amvb/besluit-uitvoering-eu-verordeningen-financiële-markten/BWBR0032230/README.md @@ -27,6 +27,7 @@ In dit besluit wordt verstaan onder: - *verordening (EU) nr. 345/2013 (Europese durfkapitaalfondsen):* verordening (EU) nr. 345/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2013 betreffende Europese durfkapitaalfondsen (PbEU 2013, L 115); - *verordening (EU) nr. 346/2013 (Europese sociaalondernemerschapsfondsen):* verordening (EU) nr. 346/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2013 inzake Europese sociaalondernemerschapsfondsen (PbEU 2013, L 115); - *verordening (EU) nr. 575/2013 (Kapitaalvereisten):* verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PbEU 2013, L 176); +- *verordening (EU) nr. 596/2014 (marktmisbruik):* verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende marktmisbruik (Verordening marktmisbruik) en houdende intrekking van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijnen 2003/124, 2003/125/EG en 2004/72/EG van de Commissie; - *verordening (EU) nr. 806/2014 (gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme):* verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk afwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 (PbEU 2014, L 225); - *verordening (EU) nr. 909/2014 (centrale effectenbewaarinstellingen):* verordening (EU) nr. 909/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende de verbetering van de effectenafwikkeling in de Europese Unie, betreffende centrale effectenbewaarinstellingen en tot wijziging van Richtlijnen 98/26/EG en 2014/65/EU en Verordening (EU) nr. 236/2012 (PbEU 2014, L 257); - *Verordening (EU) nr. 2015/760 (Europese langetermijnbeleggingsinstellingen):* verordening (EU) nr. 2015/760 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende Europese langetermijnbeleggingsinstellingen (PbEU 2015, L 123); @@ -59,12 +60,13 @@ i. voor verordening (EU) nr. 648/2012 (EMIR): j. voor verordening (EU) nr. 345/2013 (Europese durfkapitaalfondsen): de Autoriteit Financiële Markten; k. voor verordening (EU) nr. 346/2013 (Europese sociaalondernemerschapsfondsen): de Autoriteit Financiële Markten; l. voor verordening (EU) nr. 575/2013 (Kapitaalvereisten): de Nederlandsche Bank; -m. voor verordening (EU) nr. 909/2014 (centrale effectenbewaarinstelllingen): +m. voor verordening (EU) nr. 596/2014 (marktmisbruik): de Autoriteit Financiële Markten; +n. voor verordening (EU) nr. 909/2014 (centrale effectenbewaarinstelllingen): 1°. ten aanzien van de artikelen 9, voor zover het een bank betreft, 39 tot en met 47, 54 tot en met 57 en 59 en 60: de Nederlandsche Bank; 2°. ten aanzien van de artikelen 3 tot en met 7, 9, voor zover het een andere onderneming dan een bank betreft, 16 tot en met 20, 23, 26 tot en met 38 en 48 tot en met 53: de Autoriteit Financiële Markten; -n. voor verordening (EU) nr. 2015/760 (Europese langetermijnbeleggingsinstellingen): de Autoriteit Financiële Markten; -o. voor verordening (EU) nr. 2015/35 (Solvabiliteit II): de Nederlandsche Bank. +o. voor verordening (EU) nr. 2015/760 (Europese langetermijnbeleggingsinstellingen): de Autoriteit Financiële Markten; +p. voor verordening (EU) nr. 2015/35 (Solvabiliteit II): de Nederlandsche Bank. **2.** De Europese Centrale Bank treedt in de plaats van de Nederlandsche Bank als bevoegde autoriteit als bedoeld in het eerste lid, indien dit volgt uit de artikelen 4, 5 en 6 van verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (PbEU 2013, L 287).