2007-01-01 | BWBR0002471 | Wet op de loonbelasting 1964
This commit is contained in:
parent
d4698e47da
commit
b7fab01746
1 changed files with 117 additions and 164 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Wet op de loonbelasting 1964
|
|||
bwb_id: BWBR0002471
|
||||
type: wet
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2005-02-24'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2006-12-14'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0002471
|
||||
citeertitel: Wet op de loonbelasting 1964
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -69,21 +69,30 @@ f. degene die uit een arbeidsverhouding die niet op grond van een andere bepalin
|
|||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
Als dienstbetrekking wordt niet beschouwd de arbeidsverhouding van degene, die ten behoeve van de natuurlijke persoon, tot wie hij in dienstbetrekking staat, uitsluitend of nagenoeg uitsluitend huiselijke of persoonlijke diensten in diens huishouden verricht en die diensten doorgaans op minder dan drie dagen per week verricht.
|
||||
**1.** Als dienstbetrekking wordt niet beschouwd de arbeidsverhouding van degene die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend diensten verricht ten behoeve van het huishouden van de natuurlijke persoon tot wie hij in dienstbetrekking staat, indien hij de diensten doorgaans op minder dan vier dagen per week verricht.
|
||||
|
||||
**2.** Onder het verrichten van diensten ten behoeve van een huishouden wordt voor de toepassing van dit artikel mede verstaan het verlenen van zorg aan de leden van dat huishouden.
|
||||
|
||||
### Artikel 5a
|
||||
|
||||
**1.** Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder artiest dan wel beroepssporter: degene die ingevolge een overeenkomst van korte duur, dan wel kortstondig krachtens een andere grond, als musicus of anderszins als artiest optreedt dan wel als beroep een tak van sport beoefent (beroepssporter).
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Degene die ingevolge een overeenkomst van korte duur, dan wel kortstondig krachtens een andere grond, als musicus of anderszins als artiest optreedt dan wel als beroep een tak van sport beoefent, is geen artiest onderscheidenlijk beroepssporter ingeval:
|
||||
Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder artiest: degene die ingevolge een overeenkomst van korte duur als musicus of anderszins als artiest optreedt, tenzij:
|
||||
|
||||
a. hij in Nederland woont, en:
|
||||
|
||||
1°. bij een beschikking als bedoeld in artikel 3.156 van de Wet inkomstenbelasting 2001 is verklaard dat de voordelen die hij geniet uit zijn optreden of sportbeoefening, worden aangemerkt als winst uit een onderneming, of
|
||||
2°. bij een beschikking als bedoeld in artikel 3.157 van de Wet inkomstenbelasting 2001 is verklaard dat de werkzaamheden die hij verricht in het kader van zijn optreden of sportbeoefening, worden aangemerkt als werkzaamheden uitsluitend verricht voor rekening en risico van de onderneming van een in Nederland gevestigde vennootschap waarin hij een aanmerkelijk belang heeft;
|
||||
b. hij het optreden rechtstreeks is overeengekomen met een natuurlijke persoon ten behoeve van diens persoonlijke aangelegenheden.
|
||||
1°. bij een beschikking als bedoeld in artikel 3.156 van de Wet inkomstenbelasting 2001 is verklaard dat de voordelen die hij geniet uit zijn optreden worden aangemerkt als winst uit onderneming, of
|
||||
2°. bij een beschikking als bedoeld in artikel 3.157 van de Wet inkomstenbelasting 2001 is verklaard dat de werkzaamheden die hij verricht in het kader van zijn optreden, worden aangemerkt als werkzaamheden uitsluitend verricht voor rekening en risico van de onderneming van een in Nederland gevestigde vennootschap waarin hij een aanmerkelijk belang heeft; of
|
||||
b. hij inwoner is van de Nederlandse Antillen, Aruba of een land waarmee de Staat der Nederlanden een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten; of
|
||||
c. hij het optreden rechtstreeks is overeengekomen met een natuurlijke persoon ten behoeve van diens persoonlijke aangelegenheden.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder beroepssporter: degene die ingevolge een overeenkomst van korte duur als beroep een tak van sport beoefent, tenzij:
|
||||
|
||||
a. hij in Nederland woont, of
|
||||
b. hij inwoner is van de Nederlandse Antillen, Aruba of een land waarmee de Staat der Nederlanden een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten; of
|
||||
c. hij de sportbeoefening rechtstreeks is overeengekomen met een natuurlijke persoon ten behoeve van diens persoonlijke aangelegenheden.
|
||||
|
||||
**3.** Ingeval een artiest of beroepssporter optreedt of als beroep een tak van sport beoefent in het kader van een dienstbetrekking tot een in Nederland gevestigde inhoudingsplichtige, is hij voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen werknemer.
|
||||
|
||||
|
|
@ -91,7 +100,12 @@ b. hij het optreden rechtstreeks is overeengekomen met een natuurlijke persoon t
|
|||
|
||||
### Artikel 5b
|
||||
|
||||
**1.** Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder buitenlands gezelschap: een groep van hoofdzakelijk niet in Nederland wonende natuurlijke personen of gevestigde rechtspersonen waarbij de leden van de groep individueel of gezamenlijk ingevolge een overeenkomst van korte duur, dan wel kortstondig krachtens een andere grond, als artiest in Nederland optreden of als beroep een tak van sport in Nederland beoefenen.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder buitenlands gezelschap: een groep van hoofdzakelijk niet in Nederland wonende natuurlijke personen of gevestigde lichamen waarbij de leden van de groep individueel of gezamenlijk ingevolge een overeenkomst van korte duur als artiest in Nederland optreden of als beroep een tak van sport in Nederland beoefenen, tenzij:
|
||||
|
||||
1°. het optreden of de sportbeoefening rechtstreeks is overeengekomen met een natuurlijk persoon ten behoeve van diens persoonlijke aangelegenheden, of
|
||||
2°. volgens bij ministeriële regeling te stellen regels aannemelijk wordt gemaakt dat het gezelschap hoofdzakelijk bestaat uit leden die inwoner zijn dan wel gevestigd zijn in een land waarmee de Staat der Nederlanden een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten of inwoner zijn van dan wel gevestigd zijn in Nederland of op de Nederlandse Antillen of Aruba.
|
||||
|
||||
**2.** De rechten die een buitenlands gezelschap heeft en de verplichtingen die daarop rusten, komen toe aan elk lid van het gezelschap en rusten op elk lid van het gezelschap. Een lid kan zich doen vertegenwoordigen door een lid dat als leider van het gezelschap fungeert.
|
||||
|
||||
|
|
@ -171,16 +185,14 @@ c. degene, die als beroep een tak van sport beoefent.
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Ten aanzien van een artiest, beroepssporter of buitenlands gezelschap is inhoudingsplichtige, indien het optreden of de sportbeoefening is gebaseerd op een overeenkomst van korte duur:
|
||||
Ten aanzien van een artiest, beroepssporter of buitenlands gezelschap is inhoudingsplichtige:
|
||||
|
||||
a. voorzover de gage wordt ontvangen van degene met wie het optreden of de sportbeoefening is overeengekomen: degene met wie het optreden of de sportbeoefening is overeengekomen;
|
||||
b. voorzover de gage wordt ontvangen van een derde: deze derde.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het optreden of de sportbeoefening is gebaseerd op een andere grond, geschiedt de heffing op de voet van artikel 35b, tweede lid, of artikel 35i, tweede lid.
|
||||
**2.** Wie niet in Nederland woont of gevestigd is, wordt slechts als inhoudingsplichtige beschouwd voorzover hij in Nederland een vaste inrichting voor de uitoefening van zijn bedrijf, beroep of andere bezigheid heeft, dan wel een in Nederland wonende of gevestigde vaste vertegenwoordiger. Hierbij wordt mede als vaste inrichting aangemerkt het in Nederland verrichten of doen verrichten van werkzaamheden die gericht zijn op het in Nederland laten optreden van artiesten, beroepssporters of buitenlandse gezelschappen.
|
||||
|
||||
**3.** Wie niet in Nederland woont of gevestigd is, wordt slechts als inhoudingsplichtige beschouwd voorzover hij in Nederland een vaste inrichting voor de uitoefening van zijn bedrijf, beroep of andere bezigheid heeft, dan wel een in Nederland wonende of gevestigde vaste vertegenwoordiger. Hierbij wordt mede als vaste inrichting aangemerkt het in Nederland verrichten of doen verrichten van werkzaamheden die gericht zijn op het in Nederland laten optreden van artiesten, beroepssporters of buitenlandse gezelschappen.
|
||||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling kan, in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de inhoudingsplicht worden verlegd naar een andere persoon dan voortvloeit uit de toepassing van het eerste of tweede lid.
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kan, in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de inhoudingsplicht worden verlegd naar een andere persoon dan voortvloeit uit de toepassing van het eerste of tweede lid.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk II. Voorwerp van de belasting
|
||||
|
||||
|
|
@ -188,7 +200,7 @@ b. voorzover de gage wordt ontvangen van een derde: deze derde.
|
|||
|
||||
**1.** De belasting wordt geheven over het belastbare loon.
|
||||
|
||||
**2.** Belastbaar loon is het loon verminderd met de zeedagenaftrek.
|
||||
**2.** Belastbaar loon is het gezamenlijke bedrag aan loon.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
|
|
@ -246,7 +258,7 @@ f. aanspraken, die naar aard en strekking overeenkomen met aanspraken als bedoel
|
|||
g. aanspraken op periodieke uitkeringen ter vervanging van gederfd of te derven loon, mits:
|
||||
|
||||
1°. deze aanspraken voorzien in aan de werknemer of gewezen werknemer toekomende periodieke uitkeringen die niet later ingaan dan in het jaar waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt of in periodieke uitkeringen die bij zijn overlijden ingaan en toekomen aan zijn echtgenoot of gewezen echtgenoot dan wel degene met wie hij duurzaam een gezamenlijke huishouding voert of heeft gevoerd en met wie geen bloed- of aanverwantschap in de rechte lijn bestaat, of aan zijn kinderen of pleegkinderen die de leeftijd van 30 jaar nog niet hebben bereikt;
|
||||
2°. voor deze aanspraken als verzekeraar optreedt een lichaam als bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdelen a, b of d, of de natuurlijke persoon, bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdeel e; en
|
||||
2°. voor deze aanspraken als verzekeraar optreedt een lichaam als bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdelen a, b of d, of de natuurlijke persoon tot wie de werknemer in dienstbetrekking staat of heeft gestaan; en
|
||||
3°. deze aanspraken niet zijn opgekomen ingevolge artikel 19b;
|
||||
h. aanspraken op uitkeringen wegens overlijden of invaliditeit ten gevolge van een ongeval;
|
||||
i. aanspraken op de in onderdeel m bedoelde uitkeringen en verstrekkingen alsmede vergoedingen en verstrekkingen ter zake van op de werknemer drukkende uitgaven voor het volgen van een opleiding of studie met het oog op het verwerven van inkomen uit werk en woning
|
||||
|
|
@ -334,7 +346,7 @@ d. de inhoudingsplichtige een passende sanctie oplegt indien het verbod wordt ov
|
|||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld waaraan een rittenregistratie moet voldoen. Tevens kunnen regels worden gesteld over het anderszins laten blijken dat de auto op kalenderjaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer voor privé-doeleinden wordt gebruikt.
|
||||
|
||||
**5.** Voor de toepassing van dit artikel wordt de waarde van de auto gesteld op de catalogusprijs met inbegrip van de omzetbelasting en de belasting van personenauto's en motorrijwielen. In afwijking in zoverre van de eerste volzin wordt de waarde van een auto die meer dan vijftien jaar geleden voor het eerst in gebruik is genomen, gesteld op de waarde in het economische verkeer.
|
||||
**5.** Voor de toepassing van dit artikel wordt de waarde van de auto gesteld op de catalogusprijs in de zin van artikel 9 van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 vermeerderd met de belasting van personenauto’s en motorrijwielen ingevolge de artikelen 9 tot en met 9c van genoemde wet. In afwijking in zoverre van de eerste volzin wordt de waarde van een auto die meer dan vijftien jaar geleden voor het eerst in gebruik is genomen, gesteld op de waarde in het economische verkeer.
|
||||
|
||||
**6.** Het voordeel wordt in aanmerking genomen voorzover het uitgaat boven de vergoeding die de werknemer voor het gebruik voor privé-doeleinden is verschuldigd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -369,17 +381,7 @@ b. vorderbaar en tevens inbaar wordt.
|
|||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
**1.** De zeedagenaftrek geldt ten aanzien van de werknemer die als kapitein, scheepsofficier of scheepsgezel van een zeeschip in de zin van de Zeebrievenwet in verband met zijn werkzaamheden doorgaans ten minste 180 dagen per jaar aan boord van een dergelijk zeeschip of in een buitenlandse haven of havenplaats verblijft (zeedagen). De dagen van vertrek en van aankomst worden daarbij meegerekend.
|
||||
|
||||
**2.** De zeedagenaftrek bedraagt € 4 per zeedag.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Als zeedagen worden niet in aanmerking genomen:
|
||||
|
||||
a. dagen ten gevolge van reizen met een duur van 14 dagen of minder, tenzij gedurende de reis een buitenlandse haven is aangedaan die voor de vervoerde zaken of personen het karakter van haven van bestemming of van vertrek heeft;
|
||||
b. dagen waarbij het vertrek uit en de aankomst in een Nederlandse haven op dezelfde dag liggen;
|
||||
c. dagen waarop het zeeschip de hele dag in een Nederlandse haven ligt.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk IIA. Vrije vergoedingen en verstrekkingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -397,6 +399,7 @@ b. andere vergoedingen voorzover zij naar algemene maatschappelijke opvattingen
|
|||
Tot de vrije vergoedingen behoren vergoedingen, in redelijkheid, ter zake van:
|
||||
|
||||
a. consumpties tijdens de werktijd die geen deel uitmaken van een maaltijd;
|
||||
ab. maaltijden waarbij het zakelijke karakter van meer dan bijkomstig belang is;
|
||||
b. werkkleding, met inachtneming van bij ministeriële regeling te stellen regels;
|
||||
c. vakliteratuur;
|
||||
d. representatie ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking, daaronder begrepen recepties, feestelijke bijeenkomsten, giften, relatiegeschenken en vermaak, met inbegrip van de desbetreffende reizen en het desbetreffende verblijf;
|
||||
|
|
@ -418,17 +421,15 @@ j. extra kosten van tijdelijk verblijf buiten het land van herkomst (extraterrit
|
|||
|
||||
Tot de vrije vergoedingen behoren niet vergoedingen ter zake van:
|
||||
|
||||
a. vervoer, waar onder woon-werkverkeer, indien dat vervoer niet plaatsvindt per taxi, luchtvaartuig, schip of ter beschikking gesteld vervoermiddel, voorzover de vergoeding meer bedraagt dan € 0,19 per kilometer;
|
||||
b. kinderopvang voorzover niet is voldaan aan artikel 16c;
|
||||
c. maaltijden waarbij het zakelijke karakter:
|
||||
|
||||
1°. van bijkomstig belang is, of
|
||||
2°. van meer dan bijkomstig belang is voorzover zij wat betreft aantal en regelmaat uitgaan boven bij ministeriële regeling te stellen normen;
|
||||
a. vervoer, waar onder woon-werkverkeer, indien dat vervoer niet plaatsvindt per taxi, luchtvaartuig, schip of ter beschikking gesteld vervoermiddel, voorzover de vergoeding meer bedraagt dan € 0,19 per kilometer, met dien verstande dat bij ministeriële regeling afwijkende regels kunnen worden gesteld met betrekking tot vaste vergoedingen ter zake van vervoer ingeval de werknemer hoofdzakelijk naar een vaste plaats van werkzaamheden reist;
|
||||
b. vervallen;
|
||||
c. onregelmatige diensten of continudiensten voorzover de vergoeding betrekking heeft op voeding, verlichting of verwarming in de woning, een duurzaam aan een plaats gebonden schip of woonwagen in de zin van artikel 1 van de Woningwet, de aanhorigheden daaronder begrepen, van de werknemer;
|
||||
d. bedrijfsfitness voorzover niet is voldaan aan bij ministeriële regeling te stellen regels;
|
||||
e. werkruimte, de inrichting daaronder begrepen, in de woning, een duurzaam aan een plaats gebonden schip of woonwagen in de zin van artikel 1 van de Woningwet, de aanhorigheden daaronder begrepen, van de werknemer voorzover niet is voldaan aan bij ministeriële regeling te stellen regels die mede betrekking hebben op de mate waarin de vergoeding niet tot de vrije vergoedingen wordt gerekend;
|
||||
f. telefoonabonnementen behoudens voorzover het betreft het tweede en volgende telefoonabonnement van de werknemer waarvan het zakelijke karakter van meer dan bijkomstig belang is;
|
||||
f. telefoon, internet en dergelijke communicatiemiddelen – niet zijnde computers en dergelijke apparatuur en bijbehorende apparatuur –, tenzij het zakelijke gebruik van meer dan bijkomstig belang is;
|
||||
g. persoonlijke verzorging, behoudens voorzover de werknemer optreedt als artiest of presentator of als beroep een tak van sport beoefent;
|
||||
h. personeelsverenigingen en dergelijke;
|
||||
h. personeelsverenigingen en dergelijke, behoudens voorzover is voldaan aan bij ministeriële regeling te stellen regels;
|
||||
ha. personeelsreizen, personeelsfestiviteiten en dergelijke incidentele personeelsvoorzieningen, behoudens voorzover is voldaan aan bij ministeriële regeling te stellen regels;
|
||||
i. huisvesting buiten de woonplaats ter zake van de dienstbetrekking voorzover de vergoeding betrekking heeft op een periode van meer dan twee jaar;
|
||||
j. vervallen;
|
||||
k. verschuldigde loonbelasting en bij wijze van inhouding verschuldigde premie voor de volksverzekeringen;
|
||||
|
|
@ -462,16 +463,9 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 16a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
**1.** Als vrije vergoeding ter zake van vervoer per openbaar vervoer geldt ten hoogste de prijs van de vervoerbewijzen voor de per openbaar vervoer afgelegde reisafstand, indien de werknemer de vervoerbewijzen ter vergoeding overhandigt of zo spoedig mogelijk zal overhandigen aan de inhoudingsplichtige.
|
||||
|
||||
Als vrije vergoeding ter zake van vervoer per openbaar vervoer, geldt ten hoogste de prijs van de vervoerbewijzen voor de per openbaar vervoer afgelegde reisafstand, indien:
|
||||
|
||||
a. de werknemer de vervoerbewijzen ter vergoeding overhandigt of zo spoedig mogelijk zal overhandigen aan de inhoudingsplichtige, en
|
||||
b. deze de vervoerbewijzen per werknemer administreert en voor controle beschikbaar houdt.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld voor de uitvoering van het eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste lid is slechts van toepassing indien de vergoeding niet als vrije vergoeding in de zin van artikel 15b, eerste lid, onderdeel a, in aanmerking wordt genomen.
|
||||
**2.** Het eerste lid is slechts van toepassing indien de vergoeding niet als vrije vergoeding in de zin van artikel 15b, eerste lid, onderdeel a, in aanmerking wordt genomen.
|
||||
|
||||
### Artikel 16b
|
||||
|
||||
|
|
@ -479,25 +473,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 16c
|
||||
|
||||
**1.** Vergoedingen ter zake van kosten van kinderopvang gelden als vrije vergoeding voorzover die vergoedingen niet meer bedragen dan een zesde deel van de aan de werknemer of zijn partner in rekening gebrachte kosten. Ten aanzien van de werknemer met een partner die een verstrekking van kinderopvang geniet, gelden vergoedingen ter zake van kosten van kinderopvang als vrije vergoeding voorzover die vergoedingen niet meer bedragen dan een zesde deel van de voor de waardering van de verstrekking in aanmerking genomen waarde van de kinderopvang.
|
||||
|
||||
**2.** Ten aanzien van de werknemer die geen partner heeft, of een partner heeft die van een inhoudingsplichtige geen vergoeding ter zake van kosten van kinderopvang ontvangt en geen verstrekking van kinderopvang geniet, wordt het in het in het eerste lid, eerste volzin, bedoelde deel van de aan de werknemer of zijn partner in rekening gebrachte kosten, verhoogd tot een derde deel.
|
||||
|
||||
**3.** Ten aanzien van de werknemer met een partner die een vergoeding ter zake van kosten van kinderopvang van een inhoudingsplichtige ontvangt welke minder bedraagt dan een zesde deel van de aan de werknemer of zijn partner in rekening gebrachte kosten, wordt het in het eerste lid, eerste volzin, bedoelde deel verhoogd tot een derde deel en verminderd met de vergoeding van de partner. Ten aanzien van de werknemer met een partner die een verstrekking van kinderopvang geniet van minder dan een zesde deel van de voor de waardering van de verstrekking in aanmerking genomen waarde van de kinderopvang, wordt het in het eerste lid, tweede volzin, bedoelde deel verhoogd tot een derde deel en de uitkomst vervolgens verminderd met de verstrekking van de partner.
|
||||
|
||||
**4.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder kinderopvang verstaan: kinderopvang waarvoor aanspraak op een kinderopvangtoeslag onderscheidenlijk aanspraak op een tegemoetkoming kan ontstaan op de voet van artikel 5 van de Wet kinderopvang.
|
||||
|
||||
**5.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder partner verstaan hetgeen daaronder in artikel 3 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen wordt verstaan.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van dit artikel wordt met een vergoeding ter zake van kosten van kinderopvang van een inhoudingsplichtige gelijkgesteld:
|
||||
|
||||
a. een tegemoetkoming van een gemeente op grond van artikel 24 van de Wet kinderopvang;
|
||||
b. een tegemoetkoming van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van artikel 30 van de Wet kinderopvang;
|
||||
c. een bijdrage in de kosten van kinderopvang van de eigenrisicodrager, bedoeld in artikel 82 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
|
||||
|
||||
**7.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld voor de toepassing van dit artikel.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
|
|
@ -508,7 +484,7 @@ Vrije verstrekkingen zijn:
|
|||
a. verstrekkingen voorzover zij geacht kunnen worden te strekken tot voorkoming van kosten, lasten en afschrijvingen ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking;
|
||||
b. andere verstrekkingen voorzover zij naar algemene maatschappelijke opvattingen niet als beloningsvoordeel worden ervaren.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 15a tot en met 16c zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** De artikelen 15a tot en met 16a zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Bijdragen van de werknemer aan vrije verstrekkingen komen niet in mindering op het loon.
|
||||
|
||||
|
|
@ -540,18 +516,18 @@ Onder pensioenregeling wordt verstaan een regeling:
|
|||
a. die uitsluitend of, met het oog op uitzonderlijke gevallen van restbegunstiging, nagenoeg uitsluitend ten doel heeft het treffen van:
|
||||
|
||||
1°. een levenslange inkomensvoorziening bij ouderdom voor werknemers en gewezen werknemers (ouderdomspensioen);
|
||||
2°. een inkomensvoorziening na hun overlijden ten behoeve van hun echtgenoten en gewezen echtgenoten, dan wel van degenen met wie zij duurzaam een gezamenlijke huishouding voeren of hebben gevoerd en met wie geen bloed- of aanverwantschap in de eerste graad bestaat (nabestaandenpensioen);
|
||||
2°. een inkomensvoorziening na hun overlijden ten behoeve van hun echtgenoten en gewezen echtgenoten, dan wel van degenen met wie zij duurzaam een gezamenlijke huishouding voeren of hebben gevoerd en met wie geen bloed- of aanverwantschap in de eerste graad bestaat (partnerpensioen);
|
||||
3°. een inkomensvoorziening na hun overlijden ten behoeve van hun kinderen en pleegkinderen die de leeftijd van 30 jaar nog niet hebben bereikt (wezenpensioen);
|
||||
4°. een inkomensvoorziening bij arbeidsongeschiktheid zodra die langer dan een jaar duurt en welke niet uitgaat boven hetgeen naar maatschappelijke opvattingen redelijk moet worden geacht (arbeidsongeschiktheidspensioen), en
|
||||
b. waarin is bepaald dat de aanspraken ingevolge de regeling niet kunnen worden afgekocht, vervreemd of prijsgegeven, dan wel formeel of feitelijk voorwerp van zekerheid kunnen worden, anders dan in de gevallen voorzien bij of krachtens de Pensioen- en spaarfondsenwet;
|
||||
c. waarvan als verzekeraar optreedt een lichaam of de natuurlijke persoon bedoeld in artikel 19a, eerste lid; een en ander voor zover die regeling blijft binnen de in of krachtens dit hoofdstuk vastgestelde begrenzingen.
|
||||
b. waarin is bepaald dat de aanspraken ingevolge de regeling niet kunnen worden afgekocht, vervreemd of prijsgegeven, dan wel formeel of feitelijk voorwerp van zekerheid kunnen worden, anders dan in de gevallen voorzien bij of krachtens de Pensioenwet;
|
||||
c. waarvan als verzekeraar optreedt een lichaam als bedoeld in artikel 19a, eerste lid; een en ander voor zover die regeling blijft binnen de in of krachtens dit hoofdstuk vastgestelde begrenzingen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Onder pensioenregeling wordt mede verstaan een regeling die:
|
||||
|
||||
a. het ouderdomspensioen na het bereiken van veertig deelnemingsjaren aanvult (40-deelnemingsjarenpensioen);
|
||||
b. het nabestaandenpensioen dan wel het wezenpensioen aanvult in verband met het ontbreken van uitkeringen ingevolge de Algemene nabestaandenwet en het verschil in verschuldigde premie voor de volksverzekeringen over het pensioen voor en na de 65-jarige leeftijd (nabestaandenoverbruggingspensioen).
|
||||
b. het partnerpensioen dan wel het wezenpensioen aanvult in verband met het ontbreken van uitkeringen ingevolge de Algemene nabestaandenwet en het verschil in verschuldigde premie voor de volksverzekeringen over het pensioen voor en na de 65-jarige leeftijd (nabestaandenoverbruggingspensioen).
|
||||
|
||||
**3.** Ingeval een regeling voldoet aan de in het eerste lid opgenomen voorwaarden doch niet blijft binnen de in of krachtens dit hoofdstuk opgenomen begrenzingen, is de regeling een pensioenregeling voorzover blijkt dat zij blijft binnen de in of krachtens dit hoofdstuk opgenomen begrenzingen. De inhoudingsplichtige verzoekt de inspecteur uiterlijk op het eerste moment van overschrijding van de bedoelde begrenzingen vast te stellen welk deel van de desbetreffende aanspraak blijft binnen die begrenzingen. Bij toepassing van de eerste volzin geeft de inhoudingsplichtige bij elke te zijner tijd op basis van de regeling te verstrekken pensioenuitkering overeenkomstig bij ministeriële regeling te stellen regels aan welk deel daarvan tot het loon van de werknemer behoort. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.
|
||||
|
||||
|
|
@ -586,7 +562,7 @@ Een ouderdomspensioen gaat niet later in dan bij het vroegste van de volgende ti
|
|||
**7.** Een ouderdomspensioen gaat niet uit boven 100 percent van het pensioengevend loon op het tijdstip van ingang.
|
||||
|
||||
**8.** a. De in deze wet met betrekking tot het desbetreffende pensioen opgenomen maxima worden voor het ouderdomspensioen opgevat met inbegrip van een bedrag dat ten minste wordt gesteld op per dienstjaar of ontbrekend dienstjaar een evenredig gedeelte van de voor dat jaar geldende uitkeringen voor gehuwde personen zonder toeslag als omschreven in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, en vijfde lid, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met de vakantietoeslag. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat een lager bedrag in aanmerking kan worden genomen dan het in de eerste volzin bedoelde bedrag indien een lager percentage per dienstjaar wordt toegepast dan de in het eerste tot en met derde lid bedoelde percentages.
|
||||
b. Voor het nabestaandenpensioen kan het in onderdeel a bedoelde bedrag voor 70% in aanmerking worden genomen.
|
||||
b. Voor het partnerpensioen kan het in onderdeel a bedoelde bedrag voor 70% in aanmerking worden genomen.
|
||||
c. Voor het wezenpensioen kan het in onderdeel a bedoelde bedrag voor 14% en voor volle wezen voor 28% in aanmerking worden genomen.
|
||||
|
||||
**9.** Met betrekking tot een op een beschikbare-premiestelsel gebaseerd ouderdomspensioen als bedoeld in het derde lid vindt, in afwijking van het vierde lid, onder 3° en 4°, de beoordeling of binnen de in het zevende lid genoemde begrenzingen wordt gebleven plaats op het tijdstip waarop voor het eerst aanspraak op ouderdomspensioen ontstaat en op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van ingang van het pensioen. Indien op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van ingang van het pensioen de begrenzing wordt overschreden, zal het meerdere worden uitgekeerd in een uitkering ineens. De uitkering ineens dan wel, indien uitkering niet plaatsvindt, het bedrag dat zou moeten worden uitgekeerd, wordt aangemerkt als loon uit tegenwoordige dienstbetrekking van de werknemer en wordt geacht te zijn genoten op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van ingang van het pensioen. Ten aanzien van de werknemer die niet premieplichtig is voor de Algemene Ouderdomswet wordt, in afwijking van de artikelen 20a en 26, de verschuldigde belasting over de uitkering onderscheidenlijk het bedrag dat zou moeten worden uitgekeerd, gesteld op de som van de belasting en de premie ingevolge de Algemene Ouderdomswet die daarover verschuldigd zou zijn door een persoon die wel premieplichtig is ingevolge die wet en overigens in dezelfde omstandigheden verkeert als de werknemer. Ten aanzien van de werknemer die wel premieplichtig is voor de Algemene Ouderdomswet is met betrekking tot de in de vorige volzin genoemde uitkeringen of bedragen artikel 26 niet van toepassing.
|
||||
|
|
@ -595,24 +571,24 @@ c. Voor het wezenpensioen kan het in onderdeel a bedoelde bedrag voor 14% en voo
|
|||
|
||||
### Artikel 18b
|
||||
|
||||
**1.** Een op een eindloonstelsel gebaseerd nabestaandenpensioen bedraagt per dienstjaar of ontbrekend dienstjaar niet meer dan 1,4 percent van het pensioengevend loon of bereikbare pensioengevend loon.
|
||||
**1.** Een op een eindloonstelsel gebaseerd partnerpensioen bedraagt per dienstjaar of ontbrekend dienstjaar niet meer dan 1,4 percent van het pensioengevend loon of bereikbare pensioengevend loon.
|
||||
|
||||
**2.** Een op een middelloonstelsel gebaseerd nabestaandenpensioen bedraagt per dienstjaar of ontbrekend dienstjaar niet meer dan 1,58 percent van het pensioengevend loon of bereikbaar pensioengevend loon.
|
||||
**2.** Een op een middelloonstelsel gebaseerd partnerpensioen bedraagt per dienstjaar of ontbrekend dienstjaar niet meer dan 1,58 percent van het pensioengevend loon of bereikbaar pensioengevend loon.
|
||||
|
||||
**3.** Voor een op een beschikbare-premiestelsel gebaseerd nabestaandenpensioen is artikel 18a, derde lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.** Voor een op een beschikbare-premiestelsel gebaseerd partnerpensioen is artikel 18a, derde lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Ingeval in de pensioenregeling is rekening gehouden met:
|
||||
|
||||
1°. een bepaalde nabestaande, wordt gerekend met de feitelijke gegevens van die nabestaande;
|
||||
2°. een onbepaalde nabestaande, wordt gerekend met een leeftijdsverschil tussen de werknemer en de nabestaande van ten hoogste drie jaren.
|
||||
1°. een bepaalde partner, wordt gerekend met de feitelijke gegevens van die partner;
|
||||
2°. een onbepaalde partner, wordt gerekend met een leeftijdsverschil tussen de werknemer en de partner van ten hoogste drie jaren.
|
||||
|
||||
**5.** Voor de toepassing van dit artikel en van artikel 18c worden voor het geval de werknemer niet in leven is op het tijdstip waarop het ouderdomspensioen zou ingaan, ontbrekende dienstjaren en bereikbaar pensioengevend loon in aanmerking genomen. Onder ontbrekende dienstjaren worden verstaan de jaren van het tijdstip van overlijden van de werknemer tot de in de pensioenregeling vastgestelde ingangsdatum. Onder bereikbaar pensioengevend loon wordt verstaan het pensioengevend loon dat de gewezen werknemer binnen de vastgestelde loopbaanontwikkeling in zijn functie zou hebben kunnen bereiken.
|
||||
|
||||
**6.** Een nabestaandenpensioen gaat in onmiddellijk na het overlijden van de werknemer of gewezen werknemer dan wel onmiddellijk na beëindiging van een uitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet.
|
||||
**6.** Een partnerpensioen gaat in onmiddellijk na het overlijden van de werknemer of gewezen werknemer dan wel onmiddellijk na beëindiging van een uitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet.
|
||||
|
||||
**7.** Een nabestaandenpensioen gaat niet uit boven 70 percent van het pensioengevend loon of het bereikbaar pensioengevend loon op het tijdstip van ingang.
|
||||
**7.** Een partnerpensioen gaat niet uit boven 70 percent van het pensioengevend loon of het bereikbaar pensioengevend loon op het tijdstip van ingang.
|
||||
|
||||
**8.** Voor de toepassing van het zevende lid is artikel 18a, negende lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -636,14 +612,14 @@ Ingeval in de pensioenregeling is rekening gehouden met:
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In afwijking in zoverre van de artikelen 18a, 18b en 18c kunnen een ouderdomspensioen, een nabestaandenpensioen en een wezenpensioen meer bedragen dan de aldaar opgenomen maxima voor zover zulks het gevolg is van:
|
||||
In afwijking in zoverre van de artikelen 18a, 18b en 18c kunnen een ouderdomspensioen, een partnerpensioen en een wezenpensioen meer bedragen dan de aldaar opgenomen maxima voor zover zulks het gevolg is van:
|
||||
|
||||
a. aanpassing van het pensioen aan loon- of prijsontwikkeling;
|
||||
b. variatie in de hoogte van de uitkeringen waarbij de laagste uitkering niet minder bedraagt dan 75 percent van de hoogste uitkering en de mate van variatie ten laatste op de ingangsdatum van het pensioen wordt vastgesteld;
|
||||
c. waardeoverdracht van pensioenaanspraken;
|
||||
d. gehele of gedeeltelijke onderlinge ruil van nabestaandenpensioen, wezenpensioen en ouderdomspensioen, mits de ruil uiterlijk op de ingangsdatum van het pensioen plaatsvindt op basis van algemeen aanvaarde actuariële grondslagen.
|
||||
d. gehele of gedeeltelijke onderlinge ruil van partnerpensioen, wezenpensioen en ouderdomspensioen, mits de ruil uiterlijk op de ingangsdatum van het pensioen plaatsvindt op basis van algemeen aanvaarde actuariële grondslagen.
|
||||
|
||||
**2.** Door ruil als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, ontstane verlies aan pensioen kan niet worden gecompenseerd en het nabestaandenpensioen en het wezenpensioen kunnen na een zodanige ruil niet meer bedragen dan 70 percent onderscheidenlijk 14 percent of 28 percent van het pensioengevend loon.
|
||||
**2.** Door ruil als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, ontstane verlies aan pensioen kan niet worden gecompenseerd en het partnerpensioen en het wezenpensioen kunnen na een zodanige ruil niet meer bedragen dan 70 percent onderscheidenlijk 14 percent of 28 percent van het pensioengevend loon.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel b, blijft in de jaren tussen de ingangsdatum van het pensioen en het bereiken van de 65-jarige leeftijd, van de uitkering buiten aanmerking een bedrag dat gelijk is aan tweemaal de voor die jaren geldende uitkeringen voor gehuwde personen zonder toeslag als omschreven in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, en vijfde lid, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met de vakantietoeslag. De eerste volzin is onverminderd van toepassing bij dienstbetrekkingen in deeltijd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -670,8 +646,8 @@ c. niet eerder wordt opgebouwd dan vanaf het tijdstip waarop de werknemer 40 dee
|
|||
Een nabestaandenoverbruggingspensioen is een pensioen dat:
|
||||
|
||||
a. ingaat onmiddellijk na het overlijden van de werknemer of gewezen werknemer dan wel onmiddellijk na beëindiging van het recht op een uitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet en uiterlijk eindigt bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd;
|
||||
b. toekomt aan degene voor wie een regeling voor nabestaandenpensioen of wezenpensioen is getroffen of had kunnen worden getroffen;
|
||||
c. niet meer bedraagt dan het gezamenlijke bedrag van 8/7 maal de nominale uitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet, vermeerderd met de vakantie-uitkering, en het verschil in verschuldigde premie voor de volksverzekeringen over het nabestaandenpensioen voor en na de 65-jarige leeftijd.
|
||||
b. toekomt aan degene voor wie een regeling voor partnerpensioen of wezenpensioen is getroffen of had kunnen worden getroffen;
|
||||
c. niet meer bedraagt dan het gezamenlijke bedrag van 8/7 maal de nominale uitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet, vermeerderd met de vakantie-uitkering, en het verschil in verschuldigde premie voor de volksverzekeringen over het partnerpensioen voor en na de 65-jarige leeftijd.
|
||||
|
||||
### Artikel 18g
|
||||
|
||||
|
|
@ -706,17 +682,17 @@ Met betrekking tot diensttijd waarin het loon nihil is of anderszins aanzienlijk
|
|||
|
||||
Als verzekeraar van een pensioen als bedoeld in artikel 18 kan optreden:
|
||||
|
||||
a. een lichaam dat ingevolge artikel 5, onderdeel *b*, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 is vrijgesteld van die belasting;
|
||||
b. een verzekeraar die bevoegd is het directe verzekeringsbedrijf, bedoeld in de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, uit te oefenen, mits deze de pensioenverplichting voor de heffing van de vennootschapsbelasting rekent tot het binnenlandse ondernemingsvermogen;
|
||||
a. een lichaam dat ingevolge artikel 5, onderdeel b, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 is vrijgesteld van die belasting;
|
||||
b. een verzekeraar als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, mits deze de pensioenverplichting voor de heffing van de vennootschapsbelasting rekent tot het binnenlandse ondernemingsvermogen;
|
||||
c. een niet in Nederland gevestigd pensioenfonds of lichaam dat het levensverzekeringsbedrijf uitoefent, mits het pensioen de voortzetting is van een pensioen dat reeds was verzekerd bij die verzekeraar in een periode waarin de werknemer of gewezen werknemer niet in Nederland woonde of niet in Nederland een dienstbetrekking vervulde;
|
||||
d. een ander lichaam dan bedoeld in de onderdelen *a* , *b* en *c* , dat in Nederland is gevestigd, de pensioenverplichting voor de heffing van de vennootschapsbelasting rekent tot het binnenlandse ondernemingsvermogen en voldoet aan de in het tweede lid gestelde voorwaarden;
|
||||
e. de natuurlijke persoon tot wie de werknemer in dienstbetrekking staat of heeft gestaan en die voldoet aan de in het tweede lid gestelde voorwaarden;
|
||||
e. vervallen;
|
||||
f. een pensioenfonds of lichaam dat bevoegd het verzekeringsbedrijf uitoefent, anders dan bedoeld in de onderdelen a, b en c, dat door Onze Minister, onder door hem te stellen voorwaarden, is aangewezen en dat zich tegenover Onze Minister heeft verplicht:
|
||||
|
||||
1°. te voldoen aan voorwaarden met betrekking tot het verschaffen van inlichtingen over de uitvoering van de regeling, en
|
||||
2°. zekerheid te stellen voor de invordering van de belasting die is verschuldigd door toepassing van artikel 19b, ofwel artikel 3.83, eerste of tweede lid, of artikel 7.2, achtste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, dan wel de werknemer of gewezen werknemer zich heeft verplicht deze zekerheid te stellen.
|
||||
|
||||
**2.** Het lichaam of de natuurlijke persoon, bedoeld in het eerste lid, onderdelen *d* en *e*, kan slechts als verzekeraar van een pensioen optreden ter uitvoering van toezeggingen als bedoeld in artikel 2, derde lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet (*Stb.* 1981, 18) of van toezeggingen waarvoor ontheffing is verleend van artikel 2, eerste lid, van die wet.
|
||||
**2.** Het lichaam, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, kan slechts als verzekeraar van een pensioen optreden ter uitvoering van een pensioenovereenkomst die door dat lichaam is gesloten met een directeur-grootaandeelhouder, dan wel ter uitvoering van een in dat lichaam ondergebrachte pensioenovereenkomst van een directeur-grootaandeelhouder en diens werkgever, waarbij het begrip directeur-grootaandeelhouder wordt opgevat overeenkomstig artikel 1 van de Pensioenwet. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de toepassing van de eerste volzin.
|
||||
|
||||
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de in het eerste lid, onderdeel f, bedoelde aanwijzing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -733,13 +709,13 @@ d. de zekerheidstelling wordt beëindigd door de werknemer of de gewezen werknem
|
|||
|
||||
wordt op het onmiddellijk daaraan voorafgaande tijdstip de aanspraak aangemerkt als loon uit een vroegere dienstbetrekking van de werknemer of gewezen werknemer dan wel, indien deze is overleden, van de gerechtigde tot de aanspraak.
|
||||
|
||||
**2.** Ingeval een verplichting ingevolge een pensioenregeling geheel of gedeeltelijk overgaat op een andere verzekeraar wordt de aanspraak ingevolge die regeling geacht te worden afgekocht. De eerste volzin is niet van toepassing ingeval de verplichting ingevolge een pensioenregeling geheel of gedeeltelijk overgaat naar een verzekeraar bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdelen a, b, d, e of f, mits deze overgang niet in strijd komt met de bepalingen bij of krachtens de artikelen 2, vierde lid, 32, 32a, 32b of 32ba van de Pensioen- en spaarfondsenwet. Met betrekking tot een verplichting die is verzekerd bij een lichaam of natuurlijk persoon als bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdelen d of e, wordt onder een overgang als bedoeld in de eerste volzin mede verstaan herverzekering bij een andere verzekeraar dan bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdelen a, b, d of f.
|
||||
**2.** Ingeval een verplichting ingevolge een pensioenregeling geheel of gedeeltelijk overgaat op een andere verzekeraar wordt de aanspraak ingevolge die regeling geacht te worden afgekocht. De eerste volzin is niet van toepassing ingeval de verplichting ingevolge een pensioenregeling geheel of gedeeltelijk overgaat naar een verzekeraar bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdelen a, b, d of f, mits deze overgang niet in strijd komt met de bepalingen bij of krachtens de artikelen 70 tot en met 91 van de Pensioenwet. Met betrekking tot een verplichting die is verzekerd bij een lichaam als bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdeel d, wordt onder een overgang als bedoeld in de eerste volzin mede verstaan herverzekering bij een andere verzekeraar dan bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdelen a, b, d of f.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste lid is niet van toepassing ingeval de werknemer of gewezen werknemer in het kader van scheiding van tafel en bed, echtscheiding of beëindiging van samenleving een aanspraak ingevolge een pensioenregeling geheel of gedeeltelijk vervreemdt aan zijn echtgenoot of gewezen echtgenoot onderscheidenlijk zijn partner of gewezen partner dan wel omzet in een zodanige aanspraak met als gerechtigde die echtgenoot of gewezen echtgenoot onderscheidenlijk zijn partner of gewezen partner, waarbij die verkregen of omgezette aanspraak voor de toepassing van deze wet wordt geacht de voortzetting te zijn van de aanspraak op een pensioenregeling van de werknemer of gewezen werknemer.
|
||||
|
||||
**4.** Het eerste lid is niet van toepassing voor zover een in onderdeel b van dat lid bedoelde uitkering of afkoopsom wordt uitgekeerd met toepassing van artikel 8, achtste lid, of artikel 32, vijfde lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet.
|
||||
**4.** Het eerste lid is niet van toepassing voor zover een in onderdeel b van dat lid bedoelde uitkering of afkoopsom wordt uitgekeerd met toepassing van artikel 66, 67 of 68 van de Pensioenwet.
|
||||
|
||||
**5.** Het eerste lid is niet van toepassing voor zover een in onderdeel b van dat lid bedoelde uitkering of afkoopsom wordt uitgekeerd als gevolg van een bij of krachtens artikel 32, vierde lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet toegestane afkoop van aanspraken, opgebouwd ten behoeve van pensioen in de periode voorafgaand aan de datum waarop de deelnemer of gewezen deelnemer de leeftijd van 65 jaar bereikt.
|
||||
**5.** Het eerste lid is niet van toepassing bij een vervreemding als bedoeld in artikel 57, vijfde lid, van de Pensioenwet alsmede bij een vermindering als bedoeld in artikel 134, eerste lid, van die wet.
|
||||
|
||||
**6.** Onze Minister kan, zo nodig onder door hem te stellen voorwaarden, bepalen dat het tweede lid, eerste volzin, niet van toepassing is indien de verplichting ingevolge een pensioenregeling overgaat op een niet in Nederland gevestigd pensioenfonds of lichaam dat het verzekeringsbedrijf uitoefent , anders dan bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdeel f, zulks ter verwerving van aanspraken ingevolge een pensioenregeling in het kader van de aanvaarding van een dienstbetrekking buiten Nederland. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de overgang van de verplichting ingevolge een pensioenregeling naar een pensioenfonds van een internationale organisatie in het kader van de aanvaarding van een dienstbetrekking bij die organisatie in Nederland.
|
||||
|
||||
|
|
@ -765,7 +741,7 @@ Zo nodig kunnen aanvullende voorwaarden worden gesteld.
|
|||
|
||||
### Artikel 19e
|
||||
|
||||
Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld ter zake van de instelling van een Adviescommissie fiscale behandeling pensioenen. De commissie adviseert over de fiscale aspecten van pensioenen, waarbij acht wordt geslagen op de voorwaarde dat de adviezen nagenoeg budgettair neutraal uitgevoerd kunnen worden.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 19f
|
||||
|
||||
|
|
@ -790,8 +766,8 @@ b. inhoudt dat een voorziening in geld kan worden opgebouwd, met dien verstande
|
|||
|
||||
Als kredietinstelling, onderscheidenlijk verzekeraar of beheerder van een beleggingsinstelling als bedoeld in het derde lid kunnen optreden:
|
||||
|
||||
a. ondernemingen of instellingen aan wie het ingevolge de Wet toezicht kredietwezen 1992 is toegestaan hun bedrijf te maken van het ter beschikking krijgen van, al dan niet op termijn, opvorderbare gelden en van het voor eigen rekening verrichten van kredietuitzettingen of beleggingen, mits deze kredietinstelling de verplichting ingevolge de levensloopregeling voor de heffing van de vennootschapsbelasting rekent tot het binnenlandse ondernemingsvermogen;
|
||||
b. verzekeraars aan wie het ingevolge de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 is toegestaan het directe verzekeringsbedrijf uit te oefenen, mits deze verzekeraar de verplichting ingevolge de levensloopregeling rekent tot het binnenlandse ondernemingsvermogen;
|
||||
a. financiële ondernemingen die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van bank mogen uitoefenen, mits zij de verplichtingen ingevolge de levensloopregeling voor de heffing van de vennootschapsbelasting rekenen tot het binnenlandse ondernemingsvermogen;
|
||||
b. financiële ondernemingen die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van verzekeraar mogen uitoefenen, mits zij de verplichtingen ingevolge de levensloopregeling rekenen tot het binnenlandse ondernemingsvermogen;
|
||||
c. beheerders van beleggingsinstellingen aan wie een vergunning is verleend ingevolge de Wet toezicht beleggingsinstellingen en die zijn gevestigd in Nederland;
|
||||
d. een ander lichaam dan bedoeld in de onderdelen a, b en c dat voldoet aan door onze Minister te stellen voorwaarden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -825,13 +801,13 @@ c. de inhoudingsplichtige aan de werknemer een bijdrage ten behoeve van de leven
|
|||
|
||||
De belasting over een loontijdvak van een jaar wordt bepaald aan de hand van de navolgende tabel (tarieftabel).
|
||||
|
||||
| Bij een belastbaar loon van meer dan | maar niet meer dan | bedraagt de belasting het in kolom III vermelde bedrag, vermeerderd met het bedrag dat wordt berekend door het in kolom IV vermelde percentage te nemen van het gedeelte van het belastbare loon dat het in kolom I vermelde bedrag te boven gaat | |
|
||||
| Bij een belastbaar inkomen uit werk en woning van meer dan | maar niet meer dan | bedraagt de belasting het in kolom III vermelde bedrag, vermeerderd met het bedrag dat wordt berekend door het in kolom IV vermelde percentage te nemen van het gedeelte van het belastbare inkomen uit werk en woning dat het in kolom I vermelde bedrag te boven gaat | |
|
||||
| --- | --- | --- | --- |
|
||||
| I | II | III | IV |
|
||||
| – | € 17 046 | – | 2,45% |
|
||||
| € 17 046 | € 30 631 | € 417 | 9,75% |
|
||||
| € 30 631 | € 52 228 | € 1 741 | 42% |
|
||||
| € 52 228 | – | € 10 811 | 52% |
|
||||
| – | € 17 319 | – | 2,50% |
|
||||
| € 17 319 | € 31 122 | € 432 | 10,25% |
|
||||
| € 31 122 | € 53 064 | € 1 846 | 42,00% |
|
||||
| € 53 064 | – | € 11 061 | 52,00% |
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
|
@ -871,7 +847,7 @@ f. de levensloopverlofkorting (artikel 22ca).
|
|||
|
||||
**1.** Voor de werknemer is de algemene heffingskorting van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** De algemene heffingskorting bedraagt € 1990.
|
||||
**2.** De algemene heffingskorting bedraagt € 2043.
|
||||
|
||||
### Artikel 22a
|
||||
|
||||
|
|
@ -881,18 +857,18 @@ f. de levensloopverlofkorting (artikel 22ca).
|
|||
|
||||
De arbeidskorting wordt berekend over het loon uit tegenwoordige arbeid en bedraagt de som van:
|
||||
|
||||
a. 1,795% van dat loon met een maximum van € 146; en
|
||||
b. 12,421% van dat loon voorzover dit bij een tijdvakloon op jaarbasis meer is dan € 8132.
|
||||
a. 1,781% van dat loon met een maximum van € 148; en
|
||||
b. 12,354% van dat loon voorzover dit bij een tijdvakloon op jaarbasis meer is dan € 8312.
|
||||
|
||||
De arbeidskorting bedraagt maximaal € 1357.
|
||||
De arbeidskorting bedraagt maximaal € 1392.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het tweede lid, wordt:
|
||||
|
||||
a. ingeval de werknemer bij het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 57 jaar heeft bereikt maar nog niet de leeftijd van 60, het percentage, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, vervangen door 14,954% en het bedrag, bedoeld in het tweede lid, tweede volzin, vervangen door € 1604;
|
||||
b. ingeval de werknemer bij het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 60 jaar heeft bereikt maar nog niet de leeftijd van 62, het percentage, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, vervangen door 17,467% en het bedrag, bedoeld in het tweede lid, tweede volzin, vervangen door € 1849;
|
||||
c. ingeval de werknemer bij het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 62 jaar heeft bereikt, het percentage, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, vervangen door 19,990% en het bedrag, bedoeld in het tweede lid, tweede volzin, vervangen door € 2095.
|
||||
a. ingeval de werknemer bij het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 57 jaar heeft bereikt maar nog niet de leeftijd van 60, het percentage, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, vervangen door 14,836% en het bedrag, bedoeld in het tweede lid, tweede volzin, vervangen door € 1642;
|
||||
b. ingeval de werknemer bij het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 60 jaar heeft bereikt maar nog niet de leeftijd van 62, het percentage, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, vervangen door 17,299% en het bedrag, bedoeld in het tweede lid, tweede volzin, vervangen door € 1890;
|
||||
c. ingeval de werknemer bij het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 62 jaar heeft bereikt, het percentage, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, vervangen door 19,762% en het bedrag, bedoeld in het tweede lid, tweede volzin, vervangen door € 2138.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -915,25 +891,25 @@ e. buitenlandse arbeidsongeschiktheidsverzekeringen die naar aard en strekking o
|
|||
|
||||
**1.** Voor de werknemer die een uitkering geniet op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, is de jonggehandicaptenkorting van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** De jonggehandicaptenkorting bedraagt € 645.
|
||||
**2.** De jonggehandicaptenkorting bedraagt € 656.
|
||||
|
||||
### Artikel 22b
|
||||
|
||||
**1.** Voor de werknemer die de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt en een tijdvakloon heeft dat op jaarbasis niet meer bedraagt dan € 31 256 is de ouderenkorting van toepassing.
|
||||
**1.** Voor de werknemer die de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt en een tijdvakloon heeft dat op jaarbasis niet meer bedraagt dan € 31 757 is de ouderenkorting van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** De ouderenkorting bedraagt € 374.
|
||||
**2.** De ouderenkorting bedraagt € 380.
|
||||
|
||||
### Artikel 22c
|
||||
|
||||
**1.** Voor de werknemer die een uitkering als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a of onderdeel c, van de Algemene Ouderdomswet geniet, is de alleenstaande ouderenkorting van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** De alleenstaande ouderenkorting bedraagt € 562.
|
||||
**2.** De alleenstaande ouderenkorting bedraagt € 571.
|
||||
|
||||
### Artikel 22ca
|
||||
|
||||
**1.** Voor de werknemer die beschikt over een ingevolge een levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g opgebouwde voorziening is de levensloopverlofkorting van toepassing. Voor de werknemer die met toepassing van artikel 19g, zesde lid, beschikt over de opgebouwde voorziening is de levensloopverlofkorting niet van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** De levensloopverlofkorting is gelijk aan het bedrag waarover met toepassing van artikel 19g wordt beschikt, maar ten hoogste € 185 per kalenderjaar waarin een voorziening in het kader van een levensloopregeling is opgebouwd, verminderd met de bedragen aan levensloopverlofkorting die de werknemer in voorafgaande loontijdvakken reeds heeft genoten.
|
||||
**2.** De levensloopverlofkorting is gelijk aan het bedrag waarover met toepassing van artikel 19g wordt beschikt, maar ten hoogste € 188 per kalenderjaar waarin een voorziening in het kader van een levensloopregeling is opgebouwd, verminderd met de bedragen aan levensloopverlofkorting die de werknemer in voorafgaande loontijdvakken reeds heeft genoten.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor de toepassing van dit artikel.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1106,9 +1082,7 @@ f. voor de datum van aanvang van de werkzaamheden van een werknemer aan de inspe
|
|||
|
||||
**3.** Tot de in het eerste lid en de in artikel 28, onderdelen a en d, bedoelde gegevens wordt mede gerekend het sociaal-fiscaalnummer van de werknemer.
|
||||
|
||||
**4.** Opgave van naam, adres en woonplaats van de werknemer alsmede van de overige in het eerste lid en in artikel 28, onderdeel *a*, bedoelde gegevens geschiedt door middel van de door de inspecteur uitgereikte of toegezonden loonbelastingverklaring.
|
||||
|
||||
**5.** Met betrekking tot de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 28 en 29, blijven de artikelen 47b, tweede lid, en 52a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen buiten toepassing.
|
||||
**4.** Met betrekking tot de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 28 en 29, blijven de artikelen 47b, tweede lid, en 52a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen buiten toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
|
|
@ -1140,7 +1114,7 @@ e. loon met een bestemmingskarakter, zijnde:
|
|||
1°. loon ter zake van een voor privé-doeleinden ter beschikking gestelde bestelauto als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992, indien in verband met de aard van het werk die bestelauto doorlopend afwisselend gebruikt wordt door twee of meer werknemers en in verband daarmee bezwaarlijk is vast te stellen of en aan wie die bestelauto voor privé-doeleinden ter beschikking is gesteld. In afwijking in zoverre van het overigens bij of krachtens deze wet bepaalde, bedraagt de verschuldigde belasting over dit loon op jaarbasis per bestelauto € 300. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit loon;
|
||||
2°. overig bij ministeriële regeling aan te wijzen loon;
|
||||
f. loon dat in een kalenderjaar in geblokkeerde vorm wordt gespaard ingevolge een spaarloonregeling, ingeval de werknemer reeds sedert de eerste dag van het kalenderjaar in dienstbetrekking staat tot de inhoudingsplichtige en deze ten aanzien van hem reeds sedert die dag bij de inhouding van loonbelasting de algemene heffingskorting toepast, tot ten hoogste € 613 per kalenderjaar;
|
||||
g. eenmaal per jaar een geschenk in natura ter gelegenheid van een algemeen erkende feestdag of het Sint-Nicolaasfeest, voor zover de waarde in het economische verkeer daarvan niet meer bedraagt dan € 35;
|
||||
g. geschenken in natura voorzover de waarde in het economische verkeer daarvan in het kalenderjaar niet meer bedraagt dan € 70, behoudens ingeval de inhoudingsplichtige verzoekt dat loon niet als eindheffingsbestanddeel aan te merken;
|
||||
h. niet tot de hiervoren opgenomen bestanddelen van het loon behorende vergoedingen of verstrekkingen voorzover deze niet meer belopen dan een bij ministeriële regeling te bepalen bedrag per maand, behoudens ingeval de inhoudingsplichtige verzoekt dat loon niet als eindheffingsbestanddeel aan te merken.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
|
@ -1161,7 +1135,7 @@ b. aan de hand van het enkelvoudige tarief met betrekking tot:
|
|||
c. naar een tarief van:
|
||||
|
||||
1°. 25 percent, met betrekking tot spaarloon als bedoeld in eerste lid, onderdeel f;
|
||||
2°. 15 percent, met betrekking tot geschenken in natura als bedoeld in het eerste lid, onderdeel g.
|
||||
2°. 20 percent, met betrekking tot geschenken in natura als bedoeld in het eerste lid, onderdeel g.
|
||||
|
||||
**3.** Ingeval het tabeltarief van toepassing is wordt het bedrag van de verschuldigde belasting bepaald aan de hand van de voor het tijdvak waarin het loon is genoten geldende in artikel 20a, eerste lid, opgenomen tabel, waarbij wordt aangenomen dat de inhoudingsplichtige de belasting en de bij reguliere betaling van het loon verschuldigde inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 41 van de Zorgverzekeringswet alsmede de daarover verschuldigde premie ingevolge hoofdstuk 3 van de Wet financiering sociale verzekeringen aanstonds voor zijn rekening heeft genomen. Voor zover bij naheffing als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, aannemelijk is dat de inhoudingsplichtige de belasting en premie pas later voor zijn rekening heeft genomen, wordt in zoverre van de eerste volzin afgeweken en wordt het voor de werknemer ontstane voordeel in de eindheffing betrokken naar de situatie ten tijde van het voor rekening van de inhoudingsplichtige nemen, doch uiterlijk ten tijde van de naheffing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1187,7 +1161,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 32
|
||||
|
||||
**1.** Onder spaarloonregeling wordt verstaan een schriftelijke regeling – niet zijnde een pensioenregeling – die voorziet in sparen van loon (spaarloon) dat gedurende ten minste vier jaar niet ter beschikking van de werknemer komt, tenzij het spaarloon wordt opgenomen ter zake van de verwerving van diens eigen woning als hoofdverblijf, de aankoop van effecten, de voldoening van premies voor lijfrenten als bedoeld in de artikelen 3.124, onderdeel b en 3.125, eerste lid, onderdelen a en c van de Wet inkomstenbelasting 2001 en de voldoening van premies ingevolge bij ministeriële regeling aan te wijzen overeenkomsten van levensverzekering waarbij een kapitaalsuitkering is verzekerd, de door de werknemer vrijwillig betaalde premies ingevolge een pensioenregeling, de start van een voor eigen rekening gedreven onderneming, de opname van verlof, de financiering van scholingsuitgaven als bedoeld in artikel 6.27 van de Wet inkomstenbelasting 2001, de financiering van kinderopvang als bedoeld in artikel 16c, vijfde lid, of bij beëindiging van diens dienstbetrekking. Ingeval het spaarloon door de werknemer is opgenomen bij beëindiging van diens dienstbetrekking, wordt voor elke maand gedurende welke het spaarloon voortijdig is opgenomen belasting geheven van de werknemer ter zake van een evenredig deel van het spaarloon.
|
||||
**1.** Onder spaarloonregeling wordt verstaan een schriftelijke regeling – niet zijnde een pensioenregeling – die voorziet in sparen van loon (spaarloon) dat gedurende ten minste vier jaar niet ter beschikking van de werknemer komt, tenzij het spaarloon wordt opgenomen ter zake van de verwerving van diens eigen woning als hoofdverblijf, de aankoop van effecten, de voldoening van premies voor lijfrenten als bedoeld in de artikelen 3.124, onderdeel b en 3.125, eerste lid, onderdelen a en c van de Wet inkomstenbelasting 2001 en de voldoening van premies ingevolge bij ministeriële regeling aan te wijzen overeenkomsten van levensverzekering waarbij een kapitaalsuitkering is verzekerd, de door de werknemer vrijwillig betaalde premies ingevolge een pensioenregeling, de start van een voor eigen rekening gedreven onderneming, de opname van verlof, de financiering van scholingsuitgaven als bedoeld in artikel 6.27 van de Wet inkomstenbelasting 2001, de financiering van kinderopvang waarvoor aanspraak op een kinderopvangtoeslag onderscheidenlijk aanspraak op een tegemoetkoming kan ontstaan op de voet van artikel 5 van de Wet kinderopvang of bij beëindiging van diens dienstbetrekking. Ingeval het spaarloon door de werknemer is opgenomen bij beëindiging van diens dienstbetrekking, wordt voor elke maand gedurende welke het spaarloon voortijdig is opgenomen belasting geheven van de werknemer ter zake van een evenredig deel van het spaarloon.
|
||||
|
||||
**2.** Om als spaarloonregeling te worden aangemerkt, dient de deelname daaraan open te staan voor ten minste driekwart van de werknemers van de inhoudingsplichtige.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1219,7 +1193,7 @@ c. regelen worden gesteld ter verzekering van het heffen van belasting over uitb
|
|||
|
||||
**5.** Ingeval op grond van het vierde lid een aanspraak wordt aangemerkt als loon uit vroegere dienstbetrekking van een werknemer of gewezen werknemer, wordt de inhoudingsplichtige die de in dat lid bedoelde regeling voor vervroegde uittreding uitvoert voor de toepassing van het eerste lid geacht een uitkering ingevolge een regeling voor vervroegde uittreding te hebben gedaan ter grootte van de aldaar bedoelde waarde van die aanspraak, op het tijdstip waarop de daar bedoelde aanspraak is aangemerkt als loon uit vroegere dienstbetrekking.
|
||||
|
||||
**6.** Onder een regeling voor vervroegde uittreding wordt verstaan een regeling die of een gedeelte van een regeling dat uitsluitend of nagenoeg uitsluitend ten doel heeft voorafgaand aan het ingaan van uitkeringen ingevolge een pensioenregeling of de Algemene Ouderdomswet te voorzien in een of meer uitkeringen of verstrekkingen ter overbrugging van de periode tot het ingaan van het pensioen of de uitkering ingevolge de Algemene Ouderdomswet dan wel tot het aanvullen van uitkeringen ingevolge een pensioenregeling. In afwijking in zoverre van de eerste volzin wordt een regeling niet als regeling voor vervroegde uittreding aangemerkt, voor zover die regeling een toezegging inhoudt in de zin van het bepaalde bij of krachtens de Pensioen- en spaarfondsenwet.
|
||||
**6.** Onder een regeling voor vervroegde uittreding wordt verstaan een regeling die of een gedeelte van een regeling dat uitsluitend of nagenoeg uitsluitend ten doel heeft voorafgaand aan het ingaan van uitkeringen ingevolge een pensioenregeling of de Algemene Ouderdomswet te voorzien in een of meer uitkeringen of verstrekkingen ter overbrugging van de periode tot het ingaan van het pensioen of de uitkering ingevolge de Algemene Ouderdomswet dan wel tot het aanvullen van uitkeringen ingevolge een pensioenregeling. In afwijking in zoverre van de eerste volzin wordt een regeling niet als regeling voor vervroegde uittreding aangemerkt, voor zover die regeling een pensioenovereenkomst inhoudt als bedoeld in de Pensioenwet of een pensioenregeling is als bedoeld in hoofdstuk IIB of in de artikelen 38d, 38e of 38f.
|
||||
|
||||
**7.** Op verzoek van de inhoudingsplichtige beslist de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking of een regeling een regeling voor vervroegde uittreding is. Het verzoek wordt gedaan voordat de regeling dan wel een wijziging van de regeling wordt ingevoerd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1242,25 +1216,13 @@ Met betrekking tot een eindheffingsbestanddeel als bedoeld in het eerste lid wor
|
|||
|
||||
Ter bevordering van een goede uitvoering van dit hoofdstuk kunnen bij ministeriële regeling nadere, zonodig afwijkende regels worden gesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel
|
||||
## Hoofdstuk VA. Belastingheffing bij verrekening van sociale uitkeringen
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
### Artikel 32c
|
||||
|
||||
### Artikel
|
||||
**1.** Ingeval een sociale uitkering wordt verrekend met een terug te betalen sociale uitkering, wordt de terugbetaling in afwijking van artikel 10 tot het verrekende bedrag niet in aanmerking genomen als negatief loon en gaat de uitkering die met de terug te betalen uitkering wordt verrekend tot het bedrag van die verrekening niet tot het loon behoren. Mocht na verrekening nog een aan de werknemer toekomend bedrag resteren, dan wordt dit loon op de voet van artikel 26 belast.
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 32e
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 32f
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 32g
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**2.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder een sociale uitkering verstaan een uitkering die op grond van een wettelijke bepaling inzake de sociale zekerheid door een gemeente, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de Sociale Verzekeringsbank wordt betaald.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk VI. Aanvullende regelingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -1344,22 +1306,13 @@ c. indien dat later is dan de tijdstippen, bedoeld in de onderdelen a en b en de
|
|||
|
||||
**1.** De belasting wordt geheven door inhouding op de gage.
|
||||
|
||||
**2.** Voorzover het optreden of de sportbeoefening is gebaseerd op een andere grond dan een overeenkomst van korte duur als bedoeld in artikel 5a, wordt de belasting geheven bij wijze van inhouding door de artiest of de beroepssporter als ware hij de inhoudingsplichtige voor de door hem genoten gage. In dat geval wordt de artiest of beroepssporter beschouwd als inhoudingsplichtige.
|
||||
**2.** De inhoudingsplichtige is verplicht de belasting in te houden op het tijdstip waarop de gage wordt genoten.
|
||||
|
||||
**3.** De inhoudingsplichtige is verplicht de belasting in te houden op het tijdstip waarop de gage wordt genoten.
|
||||
|
||||
**4.** De inhoudingsplichtige is verplicht de ingehouden belasting op aangifte af te dragen.
|
||||
|
||||
**5.** De inhoudingsplichtige die zekerheid wenst omtrent de vraag of op grond van een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting of op grond van enige andere regel van interregionaal of internationaal recht geen loonbelasting behoort te worden ingehouden, kan een verzoek indienen bij de inspecteur. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.
|
||||
**3.** De inhoudingsplichtige is verplicht de ingehouden belasting op aangifte af te dragen.
|
||||
|
||||
### Artikel 35c
|
||||
|
||||
Ten aanzien van een niet in Nederland wonende artiest of beroepssporter vindt geen heffing plaats indien het optreden of de sportbeoefening:
|
||||
|
||||
a. is gebaseerd op een andere grond dan een overeenkomst van korte duur als bedoeld in artikel 5a;
|
||||
b. plaatsvindt op basis van wederkerigheid;
|
||||
c. ter zake van het optreden of de sportbeoefening op basis van die wederkerigheid in het woonland van de artiest of beroepssporter overeenkomstige belastingheffing van de in Nederland wonende artiest of beroepssporter dan wel het in Nederland gevestigde gezelschap van artiesten of beroepssporters, evenmin plaatsvindt, en
|
||||
d. in relatie met het woonland van de artiest of beroepssporter geen regeling ter voorkoming van dubbele belasting van toepassing is dat voor de in Nederland wonende artiest of beroepssporter voorziet in vrijstelling van Nederlandse belasting voor voordelen uit persoonlijke werkzaamheden als zodanig in dat andere land.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 35d
|
||||
|
||||
|
|
@ -1382,9 +1335,9 @@ c. - indien hij in Nederland woont – opgave te doen van zijn sociaal-fiscaalnu
|
|||
De inhoudingsplichtige is gehouden volgens bij ministeriële regeling te stellen regels:
|
||||
|
||||
a. van de artiest of beroepssporter opgave te verlangen van gegevens waarvan de kennisneming voor de heffing van de belasting van belang kan zijn;
|
||||
b. van de in Nederland wonende artiest of beroepssporter opgave te verlangen van zijn sociaal-fiscaalnummer;
|
||||
b. van de in Nederland wonende artiest opgave te verlangen van zijn sociaal-fiscaalnummer;
|
||||
c. een loonadministratie te voeren en daarbij de gegevens te administreren met betrekking tot de gage en met betrekking tot vergoedingen en verstrekkingen die niet tot de gage behoren;
|
||||
d. aan de in Nederland wonende artiest of beroepssporter, alsmede, op diens verzoek, aan de niet in Nederland wonende artiest of beroepssporter, opgave te doen van de in een kalenderjaar genoten gage, van de ingehouden belasting en van andere gegevens die van belang kunnen zijn voor de heffing van de inkomstenbelasting;
|
||||
d. aan de in Nederland wonende artiest, alsmede, op diens verzoek, aan de niet in Nederland wonende artiest of beroepssporter, opgave te doen van de in een kalenderjaar genoten gage, van de ingehouden belasting en van andere gegevens die van belang kunnen zijn voor de heffing van de inkomstenbelasting;
|
||||
e. de identiteit van de artiest of beroepssporter vast te stellen aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1º tot en met 3º, van de Wet op de identificatieplicht, alsmede de aard, het nummer en een afschrift daarvan in de loonadministratie op te nemen.
|
||||
|
||||
**2.** Met betrekking tot de in dit artikel bedoelde verplichtingen is artikel 52a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen niet van toepassing.
|
||||
|
|
@ -1399,7 +1352,7 @@ Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor bepaalde groepen art
|
|||
|
||||
**1.** Ten aanzien van een buitenlands gezelschap wordt de belasting geheven naar de gage.
|
||||
|
||||
**2.** Gage is al hetgeen het buitenlandse gezelschap ontvangt ter zake van het optreden of de sportbeoefening in Nederland. Tot de gage behoren kostenvergoedingen alsmede aanspraken om na verloop van tijd of onder een voorwaarde een of meer uitkeringen of verstrekkingen te ontvangen.
|
||||
**2.** Gage is al hetgeen ter zake van het optreden of de sportbeoefening in Nederland wordt ontvangen door het buitenlandse gezelschap, dan wel door het lichaam waarmee de leden van het gezelschap een rechtsverhouding hebben op grond waarvan het optreden of de sportbeoefening plaatsvindt. Tot de gage behoren kostenvergoedingen alsmede aanspraken om na verloop van tijd of onder een voorwaarde een of meer uitkeringen of verstrekkingen te ontvangen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -1410,8 +1363,9 @@ b. vergoedingen die strekken tot bestrijding van reis- en verblijfkosten – and
|
|||
c. verstrekkingen die strekken tot voorkoming van reis- en verblijfkosten ter behoorlijke vervulling van het optreden dan wel de sportbeoefening;
|
||||
d. aanspraken ingevolge de Ziektewet, de Wet arbeid en zorg, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de Werkloosheidswet;
|
||||
e. aanspraken, die naar aard en strekking overeenkomen met aanspraken als bedoeld in onderdeel d;
|
||||
f. aanspraken op uitkeringen wegens overlijden of invaliditeit ten gevolge van een ongeval en
|
||||
g. bedragen die worden ingehouden als premie ingevolge hoofdstuk 3 van de Wet financiering sociale verzekeringen en als bijdrage voor aanspraken die naar aard en strekking overeenkomen met aanspraken bedoeld in onderdeel e, alsmede bijdrage voor aanspraken, bedoeld in onderdeel f.
|
||||
f. aanspraken op uitkeringen wegens overlijden of invaliditeit ten gevolge van een ongeval;
|
||||
g. bedragen die worden ingehouden als premie ingevolge hoofdstuk 3 van de Wet financiering sociale verzekeringen en als bijdrage voor aanspraken die naar aard en strekking overeenkomen met aanspraken bedoeld in onderdeel e, alsmede bijdrage voor aanspraken, bedoeld in onderdeel f;
|
||||
h. uitzendrechten voor zover die betrekking hebben op het land van vestiging van het buitenlands gezelschap.
|
||||
|
||||
**4.** Tot de gage behoort mede niet hetgeen blijkens een beschikking van de inspecteur als een niet tot de gage behorende vergoeding kan worden aangemerkt (kostenvergoedingsbeschikking). De kostenvergoedingsbeschikking wordt op verzoek door de inspecteur verstrekt en is vatbaar voor bezwaar. Het verzoek wordt voor het optreden of de sportbeoefening gedaan door het gezelschap of de inhoudingsplichtige, dan wel uiterlijk een maand na het optreden of de sportbeoefening door de inhoudingsplichtige. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de kostenvergoedingsbeschikking.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1443,22 +1397,13 @@ c. indien het gezelschap terzake onjuiste gegevens heeft verstrekt en de inhoudi
|
|||
|
||||
**1.** De belasting wordt geheven door inhouding op de gage.
|
||||
|
||||
**2.** Voorzover het optreden of de sportbeoefening is gebaseerd op een andere grond dan een overeenkomst van korte duur als bedoeld in artikel 5b, wordt de belasting geheven bij wijze van inhouding door het buitenlandse gezelschap als ware het de inhoudingsplichtige voor de door hem ontvangen gage. In dat geval wordt het gezelschap beschouwd als inhoudingsplichtige.
|
||||
**2.** De inhoudingsplichtige is verplicht de belasting in te houden op het tijdstip waarop de gage wordt ontvangen.
|
||||
|
||||
**3.** De inhoudingsplichtige is verplicht de belasting in te houden op het tijdstip waarop de gage wordt ontvangen.
|
||||
|
||||
**4.** De inhoudingsplichtige is verplicht de ingehouden belasting op aangifte af te dragen.
|
||||
|
||||
**5.** De inhoudingsplichtige die zekerheid wenst omtrent de vraag of op grond van een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting of op grond van enige andere regel van interregionaal of internationaal recht geen loonbelasting behoort te worden ingehouden, kan een verzoek indienen bij de inspecteur. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.
|
||||
**3.** De inhoudingsplichtige is verplicht de ingehouden belasting op aangifte af te dragen.
|
||||
|
||||
### Artikel 35j
|
||||
|
||||
Ten aanzien van een buitenlands gezelschap vindt geen heffing plaats indien het optreden of de sportbeoefening:
|
||||
|
||||
a. is gebaseerd op een andere grond dan een overeenkomst van korte duur als bedoeld in artikel 5b;
|
||||
b. plaatsvindt op basis van wederkerigheid;
|
||||
c. ter zake van het optreden of de sportbeoefening op basis van die wederkerigheid in het land van vestiging van het buitenlandse gezelschap overeenkomstige belastingheffing van de in Nederland wonende artiesten of beroepssporters dan wel het in Nederland gevestigde gezelschap van artiesten of beroepssporters, evenmin plaatsvindt, en
|
||||
d. in relatie met het land van vestiging van het buitenlands gezelschap geen regeling ter voorkoming van dubbele belasting van toepassing is dat voor de in Nederland wonende artiest of beroepssporter voorziet in vrijstelling van Nederlandse belasting voor voordelen uit persoonlijke werkzaamheden als zodanig in dat andere land.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 35k
|
||||
|
||||
|
|
@ -1508,9 +1453,9 @@ Artikel 10a zoals dat luidde op 31 december 2004 blijft van toepassing op vóór
|
|||
|
||||
Met betrekking tot bestaande pensioenaanspraken voor welke op of na 1 januari 1995 een ander lichaam als verzekeraar optreedt dan bedoeld in artikel 18, onderdeel c, en artikel 18i, onderdeel c, zoals dat luidde op 31 december 2004, is de in die onderdelen gestelde voorwaarde inzake de verzekeraar niet van toepassing. Onder bestaande pensioenaanspraken worden verstaan de op 31 december 1994 bestaande aanspraken welke naar of krachtens de tekst van artikel 11 zoals dat toen luidde, zijn aan te merken als aanspraken die berusten op een pensioenregeling.
|
||||
|
||||
### Artikel
|
||||
### Artikel 36c
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
Voor auto’s waarvoor het kenteken is opgegeven vóór 1 juli 2006, blijft artikel 13bis, vijfde lid, zoals dit lid op 30 juni 2006 luidde, van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 37
|
||||
|
||||
|
|
@ -1597,6 +1542,14 @@ c. een prepensioen als bedoeld in artikel 38a, zoals dit artikel op 31 december
|
|||
|
||||
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen met het oog op een goede invoering of een doelmatige toepassing van de wijzigingen die zijn aangebracht in deze wet bij de Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling, regels worden gesteld waarbij zo nodig kan worden afgeweken van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk IIB of hoofdstuk VIII van deze wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 38j
|
||||
|
||||
Met betrekking tot een pensioentoezegging als bedoeld in artikel 19 van de Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet kan als verzekeraar blijven optreden een verzekeraar als bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdelen d en e, zoals dat artikel luidde op de peildatum als bedoeld in artikel 1 van de Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet, en blijft artikel 19b, tweede lid, derde volzin, zoals dat artikel op de genoemde peildatum luidde, van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 38k
|
||||
|
||||
Artikel 19b, eerste lid, is niet van toepassing op een bij artikel 66 van de Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet toegestane afkoop van aanspraken.
|
||||
|
||||
### Artikel 39
|
||||
|
||||
Artikel 13*a*, tweede lid, is niet van toepassing op loon waarop de belasting met toepassing van die bepaling voor 1 januari 1994 zou zijn ingehouden.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue