2014-02-21 | BWBR0011826 | Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke ambtenaren

This commit is contained in:
Coornhert 2014-02-21 12:00:00 +00:00
parent 9ca778b6cf
commit b819d53ff1

View file

@ -46,17 +46,9 @@ k. arbeidsongeschiktheidsuitkering: een ingevolge de Wet op de arbeidsongeschikt
### Artikel 2
**1.**
**1.** De uitkeringsduur van de bovenwettelijke uitkering bedraagt drie maal de uitkeringsduur zoals vastgesteld op grond van hoofdstuk 2, paragraaf 4, van de Werkloosheidswet.
Met ingang van de dag waarop het ontslag ingaat wordt de duur van de uitkering vastgesteld op drie maanden, vermeerderd voor de betrokkene:
a. die op de dag van ontslag de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt met een periode gelijk aan 18% van de diensttijd;
b. die op de dag van ontslag 21 jaar oud is met een duur van 19,5% van de diensttijd en zo vervolgens per leeftijdsjaar opklimmend met 1,5%;
c. die op de dag van ontslag 60 jaar of ouder is, met een duur gelijk aan 78% van de diensttijd.
**2.** Indien voor een betrokkene de duur van de uitkering, berekend op grond van het eerste lid, langer is dan de duur van zijn WW-uitkering, wordt dat verschil in duur met een maximum van twee jaar in mindering gebracht op de op grond van het eerste lid berekende duur van de uitkering.
**3.** De duur van de uitkering van betrokkene die ten tijde van het ontslag 55 jaar of ouder is en een diensttijd, voor zover geldig voor pensioen, van tenminste tien jaar heeft volbracht, wordt na afloop van de termijn, welke op basis van het eerste en tweede lid is toegekend, verlengd tot de eerste dag van de kalendermaand volgend op die waarin hij de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt.
**2.** De duur van de uitkering van betrokkene die ten tijde van het ontslag 57 jaar of ouder is en een diensttijd, voor zover geldig voor pensioen, van ten minste tien jaar heeft volbracht, wordt na afloop van de termijn, voor welke die uitkering op basis van het eerste lid is toegekend, verlengd tot de eerste dag van de kalendermaand waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt.
## Hoofdstuk 2. De aanvullende uitkering bij werkloosheid
@ -70,11 +62,9 @@ c. die op de dag van ontslag 60 jaar of ouder is, met een duur gelijk aan 78% va
### Artikel 4
**1.** Indien de duur van de uitkering, berekend op basis van artikel 2, ten minste gelijk is aan de duur van de uitkering, berekend op basis van artikel 42 of 52g van de Werkloosheidswet, wordt de uitkering krachtens de Werkloosheidswet gedurende de eerste 12 maanden tot 80%, gedurende de daaropvolgende zes maanden tot 75% en gedurende de daaropvolgende periode tot 70% van het voor betrokkene geldende dagloon aangevuld.
**1.** De uitkering krachtens de Werkloosheidswet wordt aangevuld tot 70% van het voor betrokkene geldende dagloon.
**2.** Indien de duur van de uitkering, berekend op basis van artikel 2, korter is dan de duur van de uitkering, berekend op basis van artikel 42 of 52g van de Werkloosheidswet, wordt de uitkering krachtens de artikelen 42 en 52g van de Werkloosheidswet gedurende de eerste twaalf maanden tot 80%, gedurende de daaropvolgende zes maanden tot 75% en vervolgens tot 70% aangevuld.
**3.** Voor de toepassing van dit artikel wordt de uitkering krachtens de Werkloosheidswet steeds geacht door betrokkene onverminderd te zijn genoten.
**2.** Voor de toepassing van dit artikel wordt de uitkering krachtens de Werkloosheidswet steeds geacht door betrokkene onverminderd te zijn genoten.
### Artikel 5
@ -120,7 +110,7 @@ c. niet beschikbaar is om arbeid te aanvaarden in verband met een situatie als b
**4.** In afwijking van het tweede lid zijn de artikelen 19, eerste lid, onderdeel h, en 20, eerste lid, onderdeel e, van de Werkloosheidswet niet van overeenkomstige toepassing op de aansluitende uitkering, bedoeld in het eerste lid.
**5.** Het recht op een aansluitende uitkering eindigt na ommekomst van de duur van de aansluitende uitkering, doch uiterlijk op de eerste dag van de kalendermaand volgend op die waarin de betrokkene de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt.
**5.** Het recht op een aansluitende uitkering eindigt na ommekomst van de duur van de aansluitende uitkering, doch uiterlijk op de eerste dag van de kalendermaand waarin betrokkene de leeftijd van 65 jaar bereikt.
### Artikel 9
@ -128,11 +118,9 @@ De duur van de aansluitende uitkering is de op het moment van ontslag berekende
### Artikel 10
**1.** De aansluitende uitkering bedraagt voor de betrokkene gedurende de eerste twaalf maanden 80%, gedurende de daaropvolgende zes maanden 75%, en vervolgens 70% van het voor hem geldende dagloon. Gedurende de verlenging, bedoeld in artikel 2, derde lid, is de uitkering gelijk aan 70% van het dagloon.
**1.** De aansluitende uitkering bedraagt 70% van het voor betrokkene geldende dagloon.
**2.** Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met de termijn waarin betrokkene eerst recht heeft gehad op een aanvullende uitkering.
**3.** Ten aanzien van de hoogte van de aansluitende uitkering zijn de artikelen 45 en 47, tweede en derde lid, van de Werkloosheidswet van toepassing.
**2.** Ten aanzien van de hoogte van de aansluitende uitkering zijn de artikelen 45 en 47, tweede en derde lid, van de Werkloosheidswet van toepassing.
### Artikel 11
@ -174,8 +162,6 @@ Vervallen
**5.** De aanvraag om loonaanvulling wordt binnen drie maanden na het aanvaarden van de nieuwe betrekking ingediend. De loonaanvulling wordt door middel van een beschikbaar gesteld formulier aangevraagd. Bij overschrijding van deze termijn wordt de loonaanvulling toegekend vanaf het moment dat de aanvraag werd ingediend.
**6.** De loonaanvulling telt niet mee voor de berekening van het pensioen.
### Artikel 16
Aan de betrokkene, die buiten de rijksdienst arbeid of bedrijf ter hand gaat nemen, kan op zijn aanvraag ter zake van de kosten, die voor hem aan een daartoe nodige verhuizing zijn verbonden, een eenmalige tegemoetkoming worden toegekend van € 1 361 onder verrekening van een tegemoetkoming in verhuiskosten uit anderen hoofde.
@ -186,7 +172,7 @@ Op aanvraag van de betrokkene kan het recht op de bovenwettelijke uitkering voor
### Artikel 18
In afwijking van de artikelen 4 en 10 bedraagt het percentage 77% in plaats van 80%, 72% in plaats van 75%, 67% in plaats van 70% van het dagloon, zolang de Wet van 20 december 1984, houdende aanpassing van uitkeringspercentages van ontslaguitkerings- en arbeidsongeschiktheidsregelingen voor overheidspersoneel, onderwijspersoneel en daarmee gelijk te stellen personeel (Stb. 657) op de betrokkene van toepassing is.
In afwijking van de artikelen 4 en 10 bedraagt het percentage 67% in plaats van 70% van het dagloon, zolang de Wet van 20 december 1984, houdende aanpassing van uitkeringspercentages van ontslaguitkerings- en arbeidsongeschiktheidsregelingen voor overheidspersoneel, onderwijspersoneel en daarmee gelijk te stellen personeel (Stb. 657) op de betrokkene van toepassing is.
### Artikel 19