2002-01-01 | BWBR0008946 | Zorgindicatiebesluit

This commit is contained in:
Coornhert 2002-01-01 12:00:00 +00:00
parent a9cbbfb427
commit b8302851eb

View file

@ -17,50 +17,42 @@ citeertitel: Zorgindicatiebesluit
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. de AWBZ: de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
b. indicatieorgaan: een indicatieorgaan als bedoeld in artikel 9a van de AWBZ;
b. indicatieorgaan: een indicatieorgaan als bedoeld in artikel 9*a* van de AWBZ;
c. zorgvrager: degene ten behoeve van wie een aanvraag om een indicatiebesluit is ingediend;
d. indicatiebesluit: het besluit van een indicatieorgaan waarbij beoordeeld wordt of en in welke omvang een zorgvrager in aanmerking komt voor een of meer vormen van zorg als bedoeld in artikel 2;
e. het besluit: het Besluit zorgaanspraken AWBZ;
f. cliëntprofiel: een profiel van zorgvragers met een vergelijkbare zorgbehoefte en beperkingen op dezelfde terreinen, bij wie de verzorgings-, verplegings-, begeleidings- of behandelingsdoelen naar aard en inhoud overeenkomen en die op verblijf als bedoeld in artikel 9, eerste en tweede lid, of artikel 13, tweede lid, van het besluit zijn aangewezen;
h. zorgzwaarte pakket: naar aard, inhoud en omvang bij een cliëntprofiel passende, samenhangende zorg als omschreven op grond van het besluit.
d. indicatiebesluit: het besluit van een indicatieorgaan waarbij beoordeeld wordt of e+in welke omvang een zorgvrager in aanmerking komt voor een of meer vormen van zorg als bedoeld in artikel 2.
### Artikel 2
Als vormen van zorg als bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de AWBZ worden aangewezen de vormen van zorg, bedoeld in de artikelen 4 tot en met 6, 8, 9, eerste en tweede lid, 9a, 10, 13, tweede lid, en 34 van het besluit, met uitzondering van:
a. de zorg, bedoeld in artikel 5 van het besluit, voor zover het betreft advies, instructie en voorlichting door een aan de instelling verbonden gespecialiseerde verpleegkundige ten behoeve van een niet in de instelling verblijvende verzekerde;
b. de zorg, bedoeld in artikel 8 van het besluit:
1°. voor zover het betreft consultatie van een aan de instelling verbonden verpleeghuisarts of arts voor verstandelijk gehandicapten ten behoeve van een niet in de instelling verblijvende verzekerde, of
2°. die in verband met een zintuiglijke handicap wordt verleend;
c. de zorg, bedoeld in artikel 9 of 13, tweede lid, van het besluit, voor zover het meer zorg betreft dan is begrepen in het voor de zorgdrager geïndiceerde zwaartepakket;
d. forensische zorg als bedoeld in artikel 2 van het Interimbesluit forensische zorg.
Als vormen van zorg als bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de AWBZ worden aangewezen de zorg, bedoeld in de artikelen 11 tot en met 14, 15, aanhef en onder a en b, 16 en 21 tot en met 25 van het Besluit zorgaanspraken bijzondere ziektekostenverzekering.
### Artikel 3
Het indicatieorgaan wordt, voor zover het betreft opneming en verder verblijf in een verpleeg- of zwakzinnigeninrichting als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder h, van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen, aangewezen als commissie als bedoeld in artikel 60, derde lid, van die wet.
### Paragraaf 2. Samenstelling indicatieorgaan
### Artikel 4
**1.** Het indicatieorgaan stelt met een indicatiebesluit de aanspraak op zorg als bedoeld in artikel 2 vast voor in het buitenland wonende personen die verzekerd zijn of met toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van sociale zekerheidsstelsels (PbEU 2004, L 166) of een Verdrag dat Nederland heeft gesloten of dat Nederland anderszins bindt tijdens een verblijf in Nederland recht hebben op verstrekkingen overeenkomstig de Nederlandse wetgeving.
**1.** Het indicatieorgaan bestaat uit ten minste vijf leden.
**2.** Het indicatiebesluit houdt rekening met de verwachte verblijfsduur van de zorgvrager in Nederland en heeft een maximale geldigheidsduur van zes maanden, welke eenmalig kan worden verlengd met maximaal zes maanden.
**2.**
### Paragraaf 2. Samenstelling indicatieorgaan
In ieder geval worden de navolgende, in het werkgebied van het indicatieorgaan werkzame, organisaties in de gelegenheid gesteld telkens ten minste één persoon aan te wijzen als lid van het indicatieorgaan:
1°. patiënten/consumentenorganisaties;
2°. instellingen die zorg verlenen als bedoeld in artikel 2;
3°. huisartsenorganisaties;
4°. uitvoeringsorganen.
**3.** De gemeente of gemeenten die in het werkgebied van het indicatieorgaan gelegen zijn, wijzen een persoon aan als lid van het indicatieorgaan.
### Paragraaf 3. De aanvraag om een indicatiebesluit
### Artikel 5
**1.** Een indicatiebesluit kan zowel schriftelijk als mondeling worden aangevraagd.
**1.** Bij of onmiddellijk na het indienen van de aanvraag om een indicatiebesluit gaat het indicatieorgaan na of de zorgvrager toestemming geeft tot het zonodig raadplegen van behandelend artsen en het gebruik maken van bij hen aanwezige medische gegevens en maakt hier schriftelijk melding van.
**2.** Bij of onmiddellijk na het indienen van de aanvraag gaat het indicatieorgaan na of de zorgvrager toestemming geeft tot het zonodig raadplegen van behandelende beroepsbeoefenaren en het gebruik maken van bij hen aanwezige medische gegevens, en het maakt hier schriftelijk melding van.
**3.** Indien de aanvraag door een vertegenwoordiger van de zorgvrager wordt gedaan, wordt nagegaan wat de reden daarvan is en wordt die reden schriftelijk vermeld.
**4.** Het indicatieorgaan tekent onverwijld de datum van ontvangst van de aanvraag aan.
**5.** Het indicatieorgaan zendt de aanvrager een bewijs van ontvangst, waarin die datum is vermeld.
**2.** Indien de aanvraag door een vertegenwoordiger van de zorgvrager wordt gedaan, wordt nagegaan wat de reden daarvan is en wordt die reden schriftelijk vermeld.
### Paragraaf 4. Het onderzoek
@ -69,20 +61,19 @@ Het indicatieorgaan wordt, voor zover het betreft opneming en verder verblijf in
Voor zover dit voor het nemen van een indicatiebesluit van belang is, wordt onderzoek verricht naar:
a. de algemene gezondheidstoestand van de zorgvrager;
b. de beperkingen die de zorgvrager in zijn functioneren ondervindt als gevolg van een somatische, psychogeriatrische of psychiatrische aandoening of beperking, of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap;
b. de beperkingen die de zorgvrager in zijn lichamelijk, zintuiglijk of verstandelijk functioneren ondervindt als gevolg van ziekte of een lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke beperking;
c. de woning en de woonomgeving van de zorgvrager;
d. het psychisch en sociaal functioneren van de zorgvrager;
e. de sociale omstandigheden van de zorgvrager;
f. de aard en de omvang van de aan de zorgvrager geboden professionele en niet-professionele hulp en zorg en de mogelijkheden tot continuering en uitbreiding daarvan;
g. welk cliëntprofiel het beste bij de zorgvrager past.
f. de aard en de omvang van de aan de zorgvrager geboden professionele en niet-professionele hulp en zorg en de mogelijkheden tot continuering en uitbreiding daarvan.
### Artikel 7
**1.** Bij het onderzoek wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van gegevens die bij de aanvraag zijn gevoegd of tijdens het onderzoek ter beschikking zijn gesteld.
**2.** Indien daartoe aanleiding bestaat, worden de behandelende beroepsbeoefenaren van de zorgvrager tijdens het onderzoek geraadpleegd.
**2.** Indien daartoe aanleiding bestaat, worden de behandelende artsen van de zorgvrager tijdens het onderzoek geraadpleegd.
**3.** Het gebruik maken van gegevens als bedoeld in het eerste lid en het raadplegen van behandelende beroepsbeoefenaren als bedoeld in het tweede lid geschiedt slechts met toestemming van de zorgvrager.
**3.** Het gebruik maken van gegevens als bedoeld in het eerste lid en het raadplegen van behandelend artsen als bedoeld in het tweede lid geschiedt slechts met toestemming van de zorgvrager.
### Artikel 8
@ -90,23 +81,45 @@ Het onderzoek wordt verricht door personen dan wel organisaties die over voldoen
### Artikel 9
**1.** Indien uit de aanvraag blijkt dat de zorgvrager die jonger is dan tachtig jaar langdurig verblijf of langdurige intensieve zorg thuis wenst, dan wel na het indienen van de aanvraag blijkt dat redelijkerwijs te verwachten is dat een indicatiebesluit zal worden genomen, waaruit blijkt dat een zorgvrager die jonger is dan tachtig jaar voor zodanig verblijf of zodanige zorg in aanmerking komt, wordt de aanvraag onderzocht door een team van deskundigen.
**1.** Indien uit de aanvraag blijkt dat de zorgvrager langdurige opname gedurende de dag en de nacht of langdurige intensieve zorg thuis wenst, dan wel na het indienen van de aanvraag blijkt dat redelijkerwijs te verwachten is dat een indicatiebesluit zal worden genomen, waaruit blijkt dat een zorgvrager voor zodanige opname of zorg in aanmerking komt, wordt de aanvraag onderzocht door een team van deskundigen.
**2.** In een team als bedoeld in het eerste lid is, voor zover dat voor de beoordeling van de aanvraag van belang kan zijn, deskundigheid aanwezig op de terreinen van de zorg, bedoeld in artikel 2, alsmede op de terreinen van woningaanpassing en voorzieningen die op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning verstrekt kunnen worden.
**2.** In een team als bedoeld in het eerste lid is, voor zover dat voor de beoordeling van de aanvraag van belang kan zijn, deskundigheid aanwezig op de terreinen van de zorg, bedoeld in artikel 2, alsmede op de terreinen van woningaanpassing en voorzieningen die op grond van de Welzijnswet 1994 en de Wet voorzieningen gehandicapten verstrekt kunnen worden.
**3.** Indien uit de aanvraag tevens blijkt dat de zorgvrager zorg wenst als bedoeld in de artikelen 11 tot en met 13 en 21 tot en met 25 van het Besluit zorgaanspraken bijzondere ziektekostenverzekering of indien na het indienen van de aanvraag blijkt dat een zorgvrager voor zodanige zorg in aanmerking komt, wordt in afwijking van het eerste en tweede lid de aanvraag onderzocht door de op grond van artikel 9a, eerste lid, aangewezen instelling.
### Artikel 9a
Artikel 9 is niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op langdurig verblijf of langdurige intensieve zorg thuis, te leveren door een instelling die door Onze Minister is aangewezen ten einde in het kader van een experiment tijdelijk te beproeven of het toepassingsbereik van artikel 9 op verantwoorde wijze kan worden beperkt.
**1.** Onze Minister wijst op aanvraag voor ten hoogste drie jaar een landelijk werkende instelling aan die beschikt over specifieke deskundigheid op het gebied van de gehandicaptenzorg en welke instelling uitsluitend tot doel heeft om alle in Nederland werkzame indicatieorganen kosteloos te adviseren over aanvragen als bedoeld in artikel 9, derde lid.
**2.**
Onze Minister kan de aanwijzing intrekken indien de betrokken instelling:
a. haar taak de indicatieorganen kosteloos te adviseren over aanvragen als bedoeld in artikel 9, derde lid, niet naar behoren vervult;
b. daarom verzoekt.
### Artikel 10
Vervallen
Onderzoek als bedoeld in deze paragraaf kan achterwege blijven, indien spoedige verlening van zorg redelijkerwijs noodzakelijk is.
### Paragraaf 5. Protocollen
### Artikel 11
Onze Minister kan beleidsregels stellen over de wijze waarop het indicatieorgaan zijn activiteiten uitvoert.
**1.** Het indicatieorgaan stelt een of meer protocollen vast met betrekking tot de door het indicatieorgaan te volgen procedure bij een aanvraag om een indicatiebesluit, waaronder het terzake te verrichten onderzoek.
**2.**
In protocollen als bedoeld in het eerste lid:
a. wordt aangegeven welke deskundigheid bij de beoordeling van een aanvraag om een indicatiebesluit betrokken wordt,
b. wordt aangegeven welke zorginhoudelijke criteria worden gehanteerd bij de beoordeling van een aanvraag om een indicatiebesluit,
c. wordt een onderscheid gemaakt tussen aanvragen waarop direct een indicatiebesluit kan volgen, aanvragen waarop met spoed een indicatiebesluit moet volgen, aanvragen waarbij onderzoek plaatsvindt door een team van deskundigen en overige aanvragen, en
d. worden termijnen opgenomen waarbinnen de bij de verschillende aanvragen behorende onderzoeken verricht worden.
**3.** Voorts waarborgen protocollen dat ten behoeve van aanvragen om een indicatiebesluit een of meerdere formulieren worden vastgesteld, tijdens het onderzoek een analyse van de zorgbehoefte van de zorgvrager wordt opgesteld en bezien wordt of er meerdere mogelijkheden zijn om in die behoefte te voorzien. In ieder geval wordt bezien of aan de zorgbehoefte, al dan niet in combinatie met andere zorg en hulp, doelmatig voldaan kan worden door het verlenen van extramurale zorg.
**4.** Onze Minister kan bij ministeriële regeling nadere regels stellen met betrekking tot een door een indicatieorgaan vast te stellen protocol en een door een indicatieorgaan vast te stellen formulier als bedoeld in het derde lid.
### Paragraaf 6. Het indicatiebesluit
@ -120,40 +133,30 @@ Onze Minister kan beleidsregels stellen over de wijze waarop het indicatieorgaan
**1.**
Indien een zorgvrager is aangewezen op een vorm van zorg of vormen van zorg als bedoeld in artikel 2, worden in het indicatiebesluit aangegeven:
Indien een indicatieorgaan een indicatiebesluit neemt, waaruit blijkt dat de zorgvrager in aanmerking komt voor een of meer vormen van zorg als bedoeld in artikel 2, geeft het:
a. de vorm van zorg of vormen van zorg waarop de zorgvrager is aangewezen,
b. de aandoening, beperking of handicap als gevolg waarvan de zorgvrager op de vorm van zorg of vormen van zorg is aangewezen, en
c. de hoeveelheid zorg in tijd per zorgvorm.
a. de omvang waarin hij in aanmerking komt voor die zorg zo mogelijk in termen van bandbreedtes aan,
b. de urgentie waarmee die zorg verleend moet worden aan, en
c. in de situatie dat uit dat besluit blijkt dat de zorgvrager voor meer dan één vorm van zorg als bedoeld in artikel 2 in aanmerking komt, zo mogelijk aan voor welke van die vormen van zorg naar zijn oordeel de zorgvrager het meest in aanmerking komt.
**2.**
In afwijking van het eerste lid worden indien een zorgvrager is aangewezen op verblijf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, of voortgezet verblijf als bedoeld in artikel 13, tweede lid, van het besluit in het indicatiebesluit aangegeven:
a. het verblijf of voortgezet verblijf met de daarbij behorende samenhangende zorg waarop de zorgvrager is aangewezen,
b. de aandoening, beperking of handicap als gevolg waarvan de zorgvrager op het verblijf of voortgezet verblijf met de daarbij behorende samenhangende zorg is aangewezen,
c. het bij de zorgvrager best passende cliëntprofiel, en
d. het daarbij behorende zorgzwaartepakket.
**3.** In het indicatiebesluit wordt aangegeven met ingang van welke datum de zorgvrager op de geïndiceerde vorm van zorg of vormen van zorg is aangewezen.
**4.** Indien een indicatieorgaan van mening is dat andere professionele zorg dan de zorg, bedoeld in artikel 2, noodzakelijk, dan wel mede noodzakelijk is, geeft het indicatieorgaan daarover zo mogelijk advies.
**2.** Indien het indicatieorgaan van oordeel is dat andere professionele zorg of hulp dan de zorg, bedoeld in artikel 2, noodzakelijk, dan wel mede noodzakelijk is, geeft het indicatieorgaan zo mogelijk dat en vanuit welke categorie van organisaties of personen die zorg of hulp naar zijn oordeel verleend kan worden aan.
### Artikel 14
**1.** Indien de geldigheidsduur van het indicatiebesluit korter is dan een jaar, geeft het indicatieorgaan in het indicatiebesluit aan of de zorgbehoefte van de zorgvrager naar haar oordeel ten minste een jaar zal bestaan vanaf het moment dat de zorgvrager volgens dat besluit op zorg is aangewezen.
Het nemen van indicatiebesluiten waaruit blijkt dat een zorgvrager in aanmerking komt voor:
**2.** Het indicatieorgaan laat de toepassing van het eerste lid achterwege indien de zorgvrager bij de aanvraag van een indicatiebesluit heeft aangegeven voornemens te zijn het indicatiebesluit niet met een subsidie op grond van artikel 44, eerste lid, onder b, van de AWBZ tot gelding te brengen.
a. langdurige opneming gedurende de dag en de nacht of langdurige intensieve zorg thuis, wordt niet gemandateerd aan instellingen die zodanige zorg verlenen;
b. zorg als bedoeld in de artikelen 11 tot en met 13 en 21 tot en met 25 van het Besluit zorgaanspraken bijzondere ziektekostenverzekering, wordt niet gemandateerd.
### Artikel 15
**1.** In het indicatiebesluit wordt de geldigheidsduur ervan vermeld.
**1.** In het indicatiebesluit wordt de geldigheidsduur ervan vermeld. De geldigheidsduur van een indicatiebesluit is niet onbepaald, tenzij het indicatieorgaan besluit dat zorg is aangewezen die gepaard gaat met langdurige opneming gedurende de dag en de nacht.
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen regels over de geldigheidsduur van indicatiebesluiten worden gesteld.
**2.** Indien om reden dat spoedige verlening van zorg redelijkerwijs noodzakelijk is, onderzoek als bedoeld in paragraaf 4 achterwege is gebleven, stelt het indicatieorgaan de geldigheidsduur van het besluit op ten hoogste vier weken.
### Artikel 16
Een zorgverzekeraar kan in situaties waarin onmiddelijke verlening van zorg als bedoeld in artikel 2 redelijkerwijs noodzakelijk is, besluiten dat een verzekerde zijn aanspraak op zorg gedurende ten hoogste twee weken tot gelding kan brengen, zonder dat hij beschikt over een indicatiebesluit, waaruit blijkt dat hij op zodanige zorg is aangewezen.
Een uitvoeringsorgaan kan in situaties waarin onmiddelijke verlening van zorg als bedoeld in artikel 2 redelijkerwijs noodzakelijk is, besluiten dat een verzekerde zijn aanspraak op zorg gedurende ten hoogste twee weken tot gelding kan brengen, zonder dat hij beschikt over een indicatiebesluit, waaruit blijkt dat hij op zodanige zorg is aangewezen.
### Artikel 16a
@ -173,25 +176,25 @@ a. de aard van de stoornis van de geestvermogens;
b. de omstandigheden die meebrengen dat hij zich ten gevolge van die stoornis niet buiten een een inrichting als bedoeld in artikel 3 kan handhaven;
c. de wijze waarop aan hem is meegedeeld dat hij bedenkingen kan inbrengen tegen zodanige opneming en verder verblijf en diens reactie daarop.
### Paragraaf 8. Registratie
### Paragraaf 8. Informatie
### Artikel 18
**1.** Het indicatieorgaan registreert de resultaten van zijn onderzoeken en de inhoud van de door hem gegeven indicatiebesluiten volgens bij ministeriële regeling te bepalen regels.
**1.**
**2.**
Eenmaal per jaar zendt het indicatieorgaan Onze Minister een verslag, waaruit blijkt:
De ministeriële regeling bevat ten minste een beschrijving van:
a. het aantal bij het indicatieorgaan ingediende aanvragen in het daaraan voorafgaande jaar,
b. met betrekking tot welke vorm van zorg deze aanvragen zijn ingediend, en
c. de met betrekking tot deze aanvragen genomen indicatiebesluiten.
a. de technische standaarden voor de wijze waarop gegevens worden vastgelegd;
b. de afzonderlijke gegevenselementen die vastgelegd worden en de ordening van deze elementen;
c. de functionele beveiligingseisen voor het bewerken en vastleggen van gegevens.
**2.** Het indicatieorgaan zendt binnen een maand na vaststelling van een protocol als bedoeld in artikel 11 een afschrift daarvan aan Onze Minister.
### Paragraaf 9. Overgangs- en slotbepalingen
### Artikel 19
Vervallen
Het Besluit indicatiebeoordeling verpleging en verzorging wordt ingetrokken.
### Artikel 20