2018-02-17 | BWBR0037315 | Besluit implementatie richtlijn 2012/34/EU tot instelling van één Europese spoorwegruimte

This commit is contained in:
Coornhert 2018-02-17 12:00:00 +00:00
parent a0b16324cc
commit b85d920fa1

View file

@ -4,7 +4,7 @@ titel: Besluit implementatie richtlijn 2012/34/EU tot instelling van één Europ
bwb_id: BWBR0037315
type: AMvB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2015-12-15'
datum_inwerkingtreding: '2018-01-31'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0037315
citeertitel: Besluit implementatie richtlijn 2012/34/EU tot instelling van één Europese
spoorwegruimte
@ -23,6 +23,7 @@ In dit besluit en de daarop rustende bepalingen, wordt verstaan onder:
- *levensvatbaar alternatief:* levensvatbaar alternatief als bedoeld in artikel 3, onderdeel 10, van richtlijn 2012/34/EU;
- *methode voor toerekening:* methode voor de toerekening van de kosten aan het aan spoorwegondernemingen aangeboden minimumtoegangspakket als bedoeld in artikel 63, eerste lid, van de wet;
- *redelijke winst:* redelijke winst als bedoeld in artikel 3, onderdeel 17, van richtlijn 2012/34/EU;
- *uitvoeringsverordening (EU) 2015/429:* uitvoeringsverordening (EU) 2015/429 van de Europese Commissie van 13 maart 2015 tot vaststelling van de modaliteiten voor het opleggen van heffingen voor de kosten van geluidshinder (PbEU 2015, L 70/36);
- *uitvoeringsverordening (EU) 2015/909:* uitvoeringsverordening (EU) 2015/909 van de Europese Commissie van 12 juni 2015 betreffende de modaliteiten voor de berekening van de kosten die rechtstreeks uit de exploitatie van de treindienst voortvloeien (PbEU 2015, L 148);
- *wet:*
Spoorwegwet.
@ -72,9 +73,9 @@ welke kosten als bedoeld in artikel 4, onderdeel b, worden toegerekend aan de ko
**1.** De beheerder kan binnen het minimumtoegangspakket verschillende diensten onderscheiden en voor ieder van deze diensten een aparte vergoeding hanteren.
**2.** De beheerder kan binnen de onderscheiden diensten verschillende kostengeoriënteerde gebruiksklassen hanteren en voor deze gebruiksklassen verschillende vergoedingen hanteren, voor zover de totale vergoedingen binnen de dienst gelijk blijven aan de kostenbasis van deze dienst.
**2.** De beheerder kan binnen de onderscheiden diensten verschillende gebruiksklassen hanteren en voor deze gebruiksklassen verschillende vergoedingen hanteren, voor zover de totale vergoedingen binnen de dienst gelijk blijven aan de kostenbasis van deze dienst.
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de binnen het minimumtoegangspakket te hanteren diensten en de kostengeoriënteerde gebruiksklassen.
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de binnen het minimumtoegangspakket te hanteren diensten en de gebruiksklassen.
### Artikel 7
@ -90,7 +91,7 @@ welke kosten als bedoeld in artikel 4, onderdeel b, worden toegerekend aan de ko
### Artikel 8
De beheerder kan op de vergoedingen correcties aanbrengen indien in enig dienstregelingsjaar een vergoeding is gehanteerd op basis van een methode voor toerekening die de Autoriteit Consument en Markt heeft goedgekeurd en nadien gewijzigd is op basis van een in rechte onaantastbaar geworden:
De beheerder kan op de vergoedingen correcties aanbrengen indien in enig dienstregelingsjaar een vergoeding is gehanteerd op basis van een methode voor toerekening die de Autoriteit Consument en Markt heeft goedgekeurd en nadien gewijzigd is op basis van een:
a. rechterlijke uitspraak, of
b. besluit van de Autoriteit Consument en Markt,
@ -119,7 +120,114 @@ voor zover de vergoeding die in rekening is gebracht afwijkt van de vergoeding d
**1.** De Autoriteit Consument en Markt keurt de methode voor toerekening goed voor een periode van ten hoogste vijf dienstregelingsjaren.
**2.** Indien de methode voor toerekening niet of niet tijdig wordt goedgekeurd door de Autoriteit Consument en Markt, wordt de geldigheid van de meest recent goedgekeurde methode voor toerekening verlengd tot het moment dat een besluit van de Autoriteit Consument en Markt tot goedkeuring van een nieuwe methode voor toerekening in rechte onaantastbaar is geworden.
**2.** Indien de methode voor toerekening niet of niet tijdig wordt goedgekeurd door de Autoriteit Consument en Markt, wordt de geldigheid van de meest recent goedgekeurde methode voor toerekening verlengd tot het moment dat de Autoriteit Consument en Markt een nieuwe methode voor toerekening heeft goedgekeurd.
### Paragraaf 3. Heffingen in verband met capaciteitsgebrek en milieueffecten
### Artikel 11a
**1.** Indien tijdens de coördinatie, bedoeld in artikel 1 van het Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorweginfrastructuur geen overeenstemming kan worden bereikt ten aanzien van concurrerende capaciteitsaanvragen die betrekking hebben op vervoer, kan de beheerder een schaarsteheffing vaststellen als bedoeld in artikel 62, zesde lid, onderdeel a, van de wet.
**2.** De beheerder stelt de hoogte van de heffing vast.
### Artikel 11b
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 11c
**1.** De beheerder stelt een bonus en een malus in als bedoeld in de artikelen 5 en 7 van uitvoeringsverordening (EU) 2015/429.
**2.** De bonus, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend op basis van het aantal assen van een treinwagon en het aantal kilometers dat deze in een door de beheerder in de netverklaring vastgestelde periode heeft afgelegd.
## Hoofdstuk 2a. Aanvullende heffingen
### Artikel 11d
**1.** De beheerder legt aan een spoorwegonderneming een extra heffing op als bedoeld in artikel 62, zesde lid, onderdeel c, van de wet voor het gebruik van de hoofdspoorweginfrastructuur ter aanvullende dekking van de door de beheerder gemaakte kosten als bedoeld in artikel 32, eerste lid, van richtlijn 2012/34/EU.
**2.**
De door de beheerder gemaakte kosten voor het beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur die door de extra heffing bij spoorvervoerders in rekening worden gebracht, bedragen ten hoogste de som van de totale begrote kosten, bedoeld in artikel 3, verminderd met:
a. de totale begrote kosten die worden toegerekend aan de diensten voor het minimumtoegangspakket overeenkomstig artikel 7;
b. de totale opbrengsten van de beheerder in verband met het verlenen van toegang tot dienstvoorzieningen en diensten als bedoeld in artikel 13, en
c. de overige inkomsten met betrekking tot het beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur.
**3.** Onverminderd het tweede lid bedraagt de heffing niet meer dan de kosten die het betreffende marktsegment kan dragen als bepaald bij de evaluatie, bedoeld in artikel 11f, eerste lid.
### Artikel 11e
Onze Minister bepaalt na overleg met de beheerder ten minste eenmaal per vijf jaar welk deel van het restant van de som, bedoeld in artikel 11d, tweede lid, jaarlijks wordt toegerekend aan de extra heffing.
### Artikel 11f
**1.**
In opdracht van Onze Minister voert de beheerder, na overleg met de desbetreffende spoorwegondernemingen, de evaluatie, bedoeld in artikel 32, eerste lid, van richtlijn 2012/34/EU ten minste eenmaal per vijf jaar uit ten behoeve van het bepalen van de relevantie van extra heffingen voor bepaalde marktsegmenten. Hierbij maakt de beheerder in elk geval onderscheid tussen de marktsegmenten:
a. goederenvervoersdiensten;
b. passagiersvervoersdiensten in het kader van een openbaredienstcontract, en
c. overige passagiersvervoersdiensten.
**2.** De beheerder stelt de marktsegmenten vast en op basis van het door Onze Minister bepaalde deel van het restant van de som dat jaarlijks aan de extra heffing toegerekend wordt, bedoeld in artikel 11e, de hoogte van de extra heffing die het betreffende marktsegment kan dragen.
**3.** De beheerder kan de marktsegmenten, genoemd in het eerste lid, nader onderverdelen overeenkomstig artikel 32, eerste lid, en bijlage VI van richtlijn 2012/34/EU.
**4.** De beheerder bepaalt ten minste eenmaal per vijf jaar de lijst van marktsegmenten en het door Onze Minister, rekening houdend met de resultaten van de evaluatie, bepaalde deel van het restant van de som dat de betreffende marktsegmenten kunnen dragen, bedoeld in het tweede lid.
**5.** De beheerder stelt een methode van toerekening vast waarmee op basis van het eerste, tweede en derde lid het tarief voor de extra heffing bepaald wordt.
### Artikel 11g
**1.** De lijst van marktsegmenten, de evaluatie, bedoeld in artikel 11f, eerste lid, en de methode van toerekening, bedoeld in artikel 11f, vijfde lid, behoeven de goedkeuring van de Autoriteit Consument en Markt. Op de voorbereiding van een goedkeuringsbesluit is afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
**2.** Alvorens de beheerder het tarief voor de extra heffing per marktsegment bekend maakt in de netverklaring, zendt deze een aanvraag ter goedkeuring aan de Autoriteit Consument en Markt. De aanvraag gaat vergezeld van een lijst van marktsegmenten, de evaluatie, de methode van toerekening en de documenten die daarop betrekking hebben.
**3.** De Autoriteit Consument en Markt keurt de lijst van marktsegmenten, de evaluatie, bedoeld in artikel 11f, eerste lid, en de methode van toerekening, bedoeld in artikel 11f, vijfde lid, goed, indien is voldaan aan de vereisten, gesteld in de artikelen 29, tweede en derde lid, 32, eerste lid, en bijlage VI, punt 1, van richtlijn 2012/34/EU.
**4.** De Autoriteit Consument en Markt kan voorwaarden verbinden aan de goedkeuring.
**5.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de goedkeuring en de daartoe te volgen procedure.
**6.** De goedkeuring, bedoeld in het eerste lid, geldt voor een periode van ten hoogste vijf jaar.
**7.** Na goedkeuring als bedoeld in het eerste lid stelt de beheerder de extra heffing per marktsegment vast en maakt het tarief voor die extra heffing bekend in de netverklaring.
### Artikel 11h
**1.**
De beheerder brengt ten aanzien van de vastgestelde marktsegmenten, of ten aanzien van de hoogte van de extra heffing die het betreffende marktsegment kan dragen, bedoeld in artikel 11f, tweede lid, of ten aanzien van de methode van toerekening, bedoeld in artikel 11f, vijfde lid, correcties aan indien de verdeling of het relatieve deel in enig dienstregelingsjaar is gewijzigd op basis van een:
a. rechterlijke uitspraak, of
b. besluit van de Autoriteit Consument en Markt.
**2.** Indien de correctie, bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft op meer dan één dienstregelingsjaar, verdeelt de beheerder de correctie evenredig over hetzelfde aantal dienstregelingsjaren.
### Artikel 11i
**1.** Overeenkomstig artikel 62, zesde lid, onderdeel f, van de wet en artikel 35 en bijlage VI, punt twee, van richtlijn 2012/34/EU stelt de beheerder een regeling vast die de spoorwegondernemingen en de beheerder er toe aanzet om de verstoringen zo gering mogelijk te houden en de prestaties van en op de hoofdspoorweginfrastructuur te verbeteren.
**2.**
De prestatieregeling, bedoeld in het eerste lid, kan een bijtelling dan wel aftrek inhouden waarbij geldt dat de regeling, uitgaande van de concessie, bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de wet, de concessie, bedoeld in artikel 19 van de Wet personenvervoer 2000 en de daarmee verband houdende regelgeving, een zodanig toegevoegde waarde heeft dat deze:
a. tot een betere punctualiteit en benutting van de capaciteit op het spoor leidt;
b. tot het gebruik van minder belastend materieel voor de spoorweginfrastructuur leidt, of
c. het gebruik van de Betuweroute voor het vervoer van gevaarlijke stoffen stimuleert.
**3.** De beheerder stelt, in overeenstemming met de spoorwegondernemingen, de belangrijkste parameters van de regeling en het tarief vast en maakt deze bekend in de netverklaring.
**4.** Op basis van de belangrijkste parameters maakt de beheerder eenmaal per jaar het gemiddelde jaarlijkse prestatieniveau van de betreffende spoorwegondernemingen bekend.
### Artikel 11j
**1.** Na overleg met de betreffende gerechtigde legt de beheerder aan die gerechtigde een heffing op als bedoeld in artikel 62, zesde lid, onderdeel g, van de wet indien die gerechtigde de aan haar toegewezen capaciteit voor paden als bedoeld in artikel 1 van het Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorweginfrastructuur of voor het opstellen van treinmaterieel annuleert, of bij herhaling geheel of gedeeltelijk niet gebruikt.
**2.** De heffing kan gedifferentieerd worden al naar gelang het moment van annuleren, of de duur of frequentie van het geheel of gedeeltelijk niet gebruiken van de toegewezen capaciteit.
**3.** De beheerder stelt in het belang van een efficiënt capaciteitsgebruik criteria vast voor de toepassing van de heffing en het vaststellen van de hoogte van de heffing.
## Hoofdstuk 3. Dienstvoorzieningen en diensten
@ -205,6 +313,17 @@ a. de te volgen procedure en criteria voor toegang tot dienstvoorzieningen, die
b. de toerekening van kosten aan het minimumtoegangspakket, die onder andere noodzakelijk kunnen zijn voor de goede uitvoering van de uitvoeringshandelingen op grond van artikel 31, derde lid, van richtlijn 2012/34/EU;
c. de eisen aan de methode voor toerekening, die onder andere noodzakelijk kunnen zijn voor de goede uitvoering van de uitvoeringshandelingen op grond van artikel 31, derde lid, van richtlijn 2012/34/EU.
**3.**
In het belang van een goede uitvoering van dit besluit kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld met betrekking tot:
a. de schaarsteheffing, bedoeld in artikel 11a;
b. de bonus en malus voor luchtkwaliteit, bedoeld in artikel 11b;
c. de bonus en malus voor geluidsreductie, bedoeld in artikel 11c;
d. de extra heffing, bedoeld in artikel 11d, eerste lid;
e. de prestatieregeling, bedoeld in artikel 11i, eerste lid;
f. de heffing, bedoeld in artikel 11j, eerste lid.
## Hoofdstuk 5. Wijziging van andere algemene maatregelen van bestuur
### Paragraaf 1. Wijziging van het
@ -223,7 +342,7 @@ Wijzigt het Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorweginfrastructuur.
### Artikel 23
Tot de datum waarop de eerste goedkeuring van de methode voor toerekening, bedoeld in artikel 10, in rechte onaantastbaar is geworden, hanteert de beheerder voor het berekenen van de vergoeding voor het minimumtoegangspakket de methode van toerekening die wordt toegepast voor het dienstregelingsjaar 2016 en die is opgenomen in de netverklaring voor het dienstregelingsjaar 2016, alsmede in de daarop volgende jaren.
Tot de datum waarop de Autoriteit Consument en Markt voor het eerst goedkeuring heeft gegeven aan de methode voor toerekening, bedoeld in artikel 10, hanteert de beheerder voor het berekenen van de vergoeding voor het minimumtoegangspakket de methode van toerekening die wordt toegepast voor het dienstregelingsjaar 2016 en die is opgenomen in de netverklaring voor het dienstregelingsjaar 2016, alsmede in de daarop volgende jaren.
### Artikel 24