2013-01-01 | BWBR0030733 | Wet College voor de rechten van de mens

This commit is contained in:
Coornhert 2013-01-01 12:00:00 +00:00
parent c7cf69d7ee
commit b87f2d76af

View file

@ -158,7 +158,7 @@ c. sinds het in artikel 10 bedoelde onderscheid een zodanige termijn is verstrek
De artikelen 46c, 46d, tweede lid, 46f, 46g, 46h, eerste en tweede lid, 46i, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel c, 46j, 46l, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel c, 46m, 46n, 46o en 46p van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren zijn van overeenkomstige toepassing op de leden en plaatsvervangende leden van het College, met dien verstande dat:
a. de disciplinaire maatregel, bedoeld in artikel 46c, eerste lid, ten aanzien van de voorzitter van het College door de president van het gerechtshof te s-Gravenhage en ten aanzien van de overige leden en plaatsvervangende leden door de voorzitter van het College wordt opgelegd;
a. de disciplinaire maatregel, bedoeld in artikel 46c, eerste lid, ten aanzien van de voorzitter van het College door de president van het gerechtshof Den Haag en ten aanzien van de overige leden en plaatsvervangende leden door de voorzitter van het College wordt opgelegd;
b. het in artikel 46c, eerste lid, onderdeel b, genoemde verbod zich in een onderhoud of een gesprek in te laten met partijen of haar advocaten of gemachtigden of een bijzondere inlichting of schriftelijk stuk van hen aan te nemen niet op de leden en de plaatsvervangende leden van het College van toepassing is;
c. in de artikelen 46j en 46o, tweede lid, onder functionele autoriteit wordt verstaan: de voorzitter van het College.