2022-07-01 | BWBR0032136 | Besluit bewapening en uitrusting politie

This commit is contained in:
Coornhert 2022-07-01 12:00:00 +00:00
parent 8c5c9dc568
commit b88cad8f96

View file

@ -14,6 +14,8 @@ citeertitel: Besluit bewapening en uitrusting politie
### Artikel 1
**1.**
In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. *ambtenaar:* de ambtenaar van politie, bedoeld in artikel 2, onderdeel a of c, van de Politiewet 2012, met een rang als bedoeld in artikel 1, onderdelen a tot en met h, van het Besluit rangen politie;
@ -22,10 +24,13 @@ c. *semi-automatisch schoudervuurwapen:* semi-automatisch schoudervuurwapen, kal
d. *automatisch schoudervuurwapen:* automatisch schoudervuurwapen, kaliber 9 millimeter maal 19 millimeter;
e. *granaatwerper:* een granaatwerper, kaliber 40mm;
f. *repeteervuurwapen:* een repeteervuurwapen, kaliber 12;
g. *pepperspray:* spuitbus met Oleoresin Capsicum (OC);
g. *pepperspray:* spuitbus met Oleoresin Capsicum (OC) of Pelargonylvanillylamide (PAVA);
h. *aanhoudings- en ondersteuningsteam:* een aanhoudings- en ondersteuningsteam als bedoeld in artikel 11, onder a, van het Besluit beheer politie;
i. *aspirant:* de persoon, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdelen b en tt, van het Besluit algemene rechtspositie politie;
j. *surveillant van politie:* de ambtenaar van politie, bedoeld in artikel 2, onderdelen a of c, van de Politiewet 2012, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, met de rang, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van het Besluit rangen politie.
j. *surveillant van politie:* de ambtenaar van politie, bedoeld in artikel 2, onderdelen a of c, van de Politiewet 2012, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, met de rang, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van het Besluit rangen politie;
k. *stroomstootwapen:* een apparaat dat door het afgeven van een elektrische stroomstoot een persoon weerloos maakt als gevolg van het tijdelijk verstoren van het motorisch- en zintuiglijk zenuwsysteem.
**2.** In dit hoofdstuk wordt onder munitie mede verstaan niet-penetrerende projectielen als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder k, van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren.
### Artikel 2
@ -46,9 +51,10 @@ De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit:
a. handboeien;
b. een koppel;
c. een veiligheidsvest;
d. nazorgmiddelen bij het gebruik van pepperspray.
d. nazorgmiddelen bij het gebruik van pepperspray;
e. mondafscherming.
**4.** Indien de korpschef dit noodzakelijk acht, kan de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, mede worden uitgerust met tie-wraps.
**4.** Indien de korpschef dit noodzakelijk acht, kan de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, mede worden uitgerust met andere vrijheidsbeperkende middelen waarmee de polsen van een persoon bij elkaar kunnen worden gehouden.
**5.**
@ -87,7 +93,7 @@ b. een koppel;
c. een veiligheidsvest;
d. nazorgmiddelen bij het gebruik van pepperspray.
**4.** Indien het College van procureurs-generaal dit noodzakelijk acht, kan de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, mede worden uitgerust met tie-wraps.
**4.** Indien het College van procureurs-generaal dit noodzakelijk acht, kan de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, mede worden uitgerust met andere vrijheidsbeperkende middelen waarmee de polsen van een persoon bij elkaar kunnen worden gehouden.
**5.**
@ -126,7 +132,7 @@ b. een koppel;
c. een veiligheidsvest;
d. nazorgmiddelen bij het gebruik van pepperspray.
**5.** Indien de korpschef dit noodzakelijk acht, kan de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, mede worden uitgerust met tie-wraps.
**5.** Indien de korpschef dit noodzakelijk acht, kan de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, mede worden uitgerust met andere vrijheidsbeperkende middelen waarmee de polsen van een persoon bij elkaar kunnen worden gehouden.
**6.**
@ -157,7 +163,7 @@ b. een koppel;
c. een veiligheidsvest;
d. nazorgmiddelen bij het gebruik van pepperspray.
**4.** Indien de korpschef dit noodzakelijk acht, kan de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, mede worden uitgerust met tie-wraps.
**4.** Indien de korpschef dit noodzakelijk acht, kan de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, mede worden uitgerust met andere vrijheidsbeperkende middelen waarmee de polsen van een persoon bij elkaar kunnen worden gehouden.
**5.**
@ -197,11 +203,9 @@ b. een koppel;
c. een veiligheidsvest;
d. nazorgmiddelen bij het gebruik van pepperspray.
**7.** De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het derde lid, bestaat mede uit explosieven.
**7.** Indien de korpschef dit noodzakelijk acht, kan de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, mede worden uitgerust met andere vrijheidsbeperkende middelen waarmee de polsen van een persoon bij elkaar kunnen worden gehouden.
**8.** Indien de korpschef dit noodzakelijk acht, kan de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, mede worden uitgerust met tie-wraps.
**9.**
**8.**
De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, kan mede bestaan uit:
@ -216,7 +220,7 @@ Vervallen
### Artikel 8
De bewapening van de ambtenaar en de surveillant van politie, die dienst doen met een politiesurveillancehond, bestaat mede uit:
De bewapening van de ambtenaar en de surveillant van politie, die dienst doen met een surveillancehond, bestaat mede uit:
a. een elektrische wapenstok;
b. een lange wapenstok.
@ -237,14 +241,14 @@ De bewapening van de ambtenaar die is belast met de bewakings- en beveiligingsta
De bewapening van de ambtenaar die behoort tot de mobiele eenheid, bedoeld in artikel 26 van het Besluit beheer politie, kan tijdens de uitoefening van de dienst mede bestaan uit:
a. een lange wapenstok;
b. de granaatwerper en CS-traangasgranaten;
b. de granaatwerper en traangasgranaten;
c. een waterwerper.
### Artikel 12
De bewapening van de ambtenaar die is belast met persoonsbeveiliging kan tijdens de uitoefening van de dienst mede bestaan uit:
a. de granaatwerper en CS-traangasgranaten;
a. de granaatwerper en traangasgranaten;
b. rook- en lawaaigranaten;
c. het semi-automatisch schoudervuurwapen;
d. het automatisch schoudervuurwapen.
@ -257,13 +261,14 @@ De bewapening van de ambtenaar die behoort tot een aanhoudings- en ondersteuning
a. rook- en lawaaigranaten;
b. een elektrische wapenstok;
c. de granaatwerper en CS-traangasgranaten;
c. de granaatwerper en traangasgranaten;
d. het semi-automatisch schoudervuurwapen;
e. het automatisch schoudervuurwapen;
f. het repeteervuurwapen;
g. het stroomstootwapen.
g. het stroomstootwapen;
h. explosieven.
**2.** De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, bestaat mede uit explosieven.
**2.** De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, bestaat mede uit middelen om een persoon te blinddoeken.
### Artikel 14
@ -271,7 +276,7 @@ Onverminderd de artikelen 2 tot en met 13 kan Onze Minister aan door hem aangewe
### Artikel 15
**1.** Onze Minister bepaalt voor de wapens en de munitie, bedoeld in de artikelen 2 tot en met 14, het merk en type.
**1.** Onze Minister bepaalt voor de wapens, bedoeld in de artikelen 2 tot en met 14, en de daarbij behorende munitie, het merk en type.
**2.** Onze Minister kan voor de wapens, bedoeld in de artikelen 2 tot en met 14, het merk en type van het draagmiddel bepalen.
@ -279,9 +284,11 @@ Onverminderd de artikelen 2 tot en met 13 kan Onze Minister aan door hem aangewe
### Artikel 16
**1.** Onze Minister wijst het merk en type van de uitrusting, bedoeld in de artikelen 2, derde, vierde en vijfde lid, 3, derde, vierde en vijfde lid, 4, vierde, vijfde en zesde lid, 5, derde, vierde en vijfde lid, 6, zesde, zevende, achtste en negende lid, 7, vierde, vijfde en zesde lid, en 17, derde, vierde en vijfde lid, aan.
**1.** Onze Minister kan het merk en type van de uitrusting, bedoeld in de artikelen 2, derde, vierde en vijfde lid, 3, derde, vierde en vijfde lid, 4, vierde, vijfde en zesde lid, 5, derde, vierde en vijfde lid, 6, zesde, zevende en achtste lid, 7, vierde, vijfde en zesde lid, en 17, derde, vierde en vijfde lid, aanwijzen.
**2.** Onverminderd het eerste lid kunnen de korpschef en het College van procureurs-generaal aan de onder hen ressorterende ambtenaren andere dan de in het eerste lid bedoelde uitrusting toekennen.
**2.** Onze Minister kan regels stellen omtrent de uitrusting, bedoeld in het eerste lid.
**3.** Onverminderd het eerste lid kunnen de korpschef en het College van procureurs-generaal aan de onder hen ressorterende ambtenaren andere dan de in het eerste lid bedoelde uitrusting toekennen.
### Artikel 17
@ -301,9 +308,10 @@ De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit:
a. handboeien;
b. een koppel;
c. een veiligheidsvest;
d. nazorgmiddelen bij het gebruik van pepperspray.
d. nazorgmiddelen bij het gebruik van pepperspray;
e. middelen om een persoon te blinddoeken.
**4.** Indien de korpschef dit noodzakelijk acht, kan de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, mede worden uitgerust met tie-wraps.
**4.** Indien de korpschef dit noodzakelijk acht, kan de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, mede worden uitgerust met andere vrijheidsbeperkende middelen waarmee de polsen van een persoon bij elkaar kunnen worden gehouden.
**5.**
@ -326,7 +334,7 @@ Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Defensie, kan toestemmin
### Artikel 20
**1.** De wapens en de munitie, bedoeld in de artikelen 2 tot en met 19, worden door een door de korpschef aangewezen ondersteunende dienst van de politie aangeschaft en afgevoerd, met uitzondering van de afvoer van de pepperspray, de verdekte pepperspray en de munitie, voor zover deze na gebruik geen werkzame bestanddelen meer bevatten.
**1.** De wapens en de munitie, bedoeld in de artikelen 2 tot en met 19, worden door het Politiedienstencentrum aangeschaft en afgevoerd, met uitzondering van de afvoer van de pepperspray, de verdekte pepperspray en de munitie, voor zover deze na gebruik geen werkzame bestanddelen meer bevatten.
**2.** Onze Minister kan ontheffing verlenen van het eerste lid. Het eerste lid is niet van toepassing op de ambtenaren van de krijgsmacht die behoren tot de unit interventie mariniers van de bijzondere bijstandeenheid Dienst speciale interventies.
@ -355,29 +363,31 @@ Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent meetmiddelen waa
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
a. *politiesurveillancehond:* hond die uitsluitend wordt ingezet bij de surveillancedienst of het optreden van de mobiele eenheid, bedoeld in artikel 26 van het Besluit beheer politie;
a. *surveillancehond:* hond die uitsluitend wordt ingezet bij de surveillancedienst of het optreden van de mobiele eenheid, bedoeld in artikel 26 van het Besluit beheer politie;
b. *AOT-hond:* hond die uitsluitend wordt ingezet bij het optreden van een aanhoudings- en ondersteuningsteam of van een bijzondere bijstandseenheid;
c. *politiespeurhond:* hond die uitsluitend wordt ingezet voor bij regeling, bedoeld in artikel 24, derde lid, vastgestelde taken.
### Artikel 24
**1.**
**1.** De surveillancehond en de AOT-hond maken onderdeel uit van de bewapening.
De politiesurveillancehond, de AOE-hond en de politiespeurhond staan onder toezicht van:
**2.**
De surveillancehond, de AOT-hond en de politiespeurhond staan onder toezicht van:
a. een ambtenaar van politie als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de Politiewet 2012;
b. een ambtenaar van politie als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de Politiewet 2012, die op grond van artikel 7, negende lid, van die wet de bevoegdheid heeft geweld te gebruiken, of
c. de ambtenaar van politie als bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van die wet, die is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak.
**2.** De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, beschikt over de hond uitsluitend na toestemming van de korpschef.
**3.** De ambtenaar, bedoeld in het tweede lid, beschikt over de hond uitsluitend na toestemming van de korpschef.
**3.** De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, beschikt over een certificaat als bedoeld in het derde lid, onder a.
**4.** De ambtenaar, bedoeld in het tweede lid, beschikt over een certificaat als bedoeld in het vijfde lid, onder a.
**4.**
**5.**
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent:
a. een certificaat waaruit blijkt dat de combinatie van hond en de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, voldoet aan de bij deze regeling gestelde eisen;
a. een certificaat waaruit blijkt dat de combinatie van hond en de ambtenaar, bedoeld in het tweede lid, voldoet aan de bij deze regeling gestelde eisen;
b. de keuring en de herkeuring binnen twee jaar;
c. de instelling van commissies die zijn belast met de keuring, certificering en herkeuring;
d. het toezicht op de kwaliteit en de objectiviteit van de keuring en herkeuring.