From b890038b32b67c8287c09c0fb18010d3ec16c679 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Mon, 16 Mar 2009 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2009-03-16 | BWBR0001860 | Faillissementswet --- wet/faillissementswet/BWBR0001860/README.md | 15 ++++++++++++--- 1 file changed, 12 insertions(+), 3 deletions(-) diff --git a/wet/faillissementswet/BWBR0001860/README.md b/wet/faillissementswet/BWBR0001860/README.md index b05e16d74d8..3eec0c7a6cd 100644 --- a/wet/faillissementswet/BWBR0001860/README.md +++ b/wet/faillissementswet/BWBR0001860/README.md @@ -1795,11 +1795,16 @@ Alsdan, zomede indien de faillietverklaring wordt uitgesproken binnen vier weken a. het tijdstip waarop de termijnen, bedoeld in de artikelen 43 en 45, aanvangen, wordt berekend vanaf het geven van de verklaring, bedoeld in artikel 3:160, eerste of tweede lid, of artikel 3:206, eerste of tweede lid, van de Wet op het financieel toezicht; b. boedelschulden, na het geven van de verklaring ontstaan, zullen ook in het faillissement als boedelschuld gelden; c. het tijdstip waarop de termijnen, vermeld in de artikelen 138, zesde lid, en 248, zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, aanvangen wordt berekend vanaf de aanvang van de bijzondere voorziening; -d. handelingen, ingevolge artikel 3:175 van de Wet op het financieel toezicht door of namens de bewindvoerders, bedoeld in dat artikel, verricht gedurende de tijd dat de noodregeling van kracht was, worden beschouwd als handelingen van de curator; en -e. de boedel is niet aansprakelijk voor verbintenissen van de kredietinstelling die in strijd met artikel 3:175, eerste en zesde lid, van de Wet op het financieel toezicht zijn aangegaan gedurende de tijd dat de noodregeling van kracht was, dan voorzover deze daardoor is gebaat. +d. handelingen, ingevolge artikel 3:175 van de Wet op het financieel toezicht door of namens de bewindvoerders, bedoeld in dat artikel, verricht gedurende de tijd dat de noodregeling van kracht was, worden beschouwd als handelingen van de curator; +e. de boedel is niet aansprakelijk voor verbintenissen van de kredietinstelling die in strijd met artikel 3:175, eerste en zesde lid, van de Wet op het financieel toezicht zijn aangegaan gedurende de tijd dat de noodregeling van kracht was, dan voorzover deze daardoor is gebaat; en +f. indien de uitvoering van de vangnetregeling is aangevangen onder de noodregeling, wordt deze tijdens het faillissement voortgezet op de voet van afdeling 3.5.6 van de Wet op het financieel toezicht. **4.** Het bepaalde in de eerste titel en artikel 362 is van overeenkomstige toepassing. +### Artikel 212ma + +Indien een kredietinstelling in staat van faillissement wordt verklaard zonder dat artikel 212m, eerste of derde lid, tot toepassing is gekomen, is afdeling 3.5.6 van de Wet op het financieel toezicht van overeenkomstige toepassing. + ### Artikel 212n Na de inkennisstelling, bedoeld in artikel 212c, stelt De Nederlandsche Bank N.V. onverwijld de toezichthoudende autoriteiten van alle andere lidstaten in kennis van het vonnis tot faillietverklaring, alsmede van de mogelijke gevolgen daarvan in het desbetreffende geval. @@ -2678,6 +2683,10 @@ Indien de faillietverklaring wordt uitgesproken ingevolge een der bepalingen van **2.** Is opnieuw surseance verzocht, binnen een maand na afloop van een vroeger verleende, dan geldt hetgeen in het eerste lid is bepaald mede voor het tijdvak der eerstvolgende surseance. +### Artikel 249a + +Indien de faillietverklaring van een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, van een financiƫle instelling die een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 3:110 van die wet heeft, of van een persoon die een vergunning heeft ingevolge artikel 3:4, eerste lid van die wet, wordt uitgesproken ingevolge een bepaling van deze titel of binnen een maand na het einde van een surseance van betaling die aan een dergelijke onderneming is verleend, wordt de uitvoering van de vangnetregeling die werd uitgevoerd tijdens de surseance van betaling voortgezet tijdens het faillissement op de voet van afdeling 3.5.6 van die wet. + ### Artikel 250 **1.** Het loon van de deskundigen, benoemd ingevolge de bepaling van artikel 226, en van de bewindvoerders wordt bepaald door de rechtbank en bij voorrang voldaan. @@ -2971,7 +2980,7 @@ e. een beleggingsonderneming met zetel in een staat die niet een lidstaat is die ### Artikel 281h -Vervallen +Afdeling 3.5.6 van de Wet op het financieel toezicht is van overeenkomstige toepassing op een surseance van betaling die wordt verleend aan een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 1:1 van die wet of een financiƫle instelling die een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 3:110 van die wet heeft. ### Afdeling Derde. Slotbepalingen