2026-01-01 | BWBR0012289 | Vreemdelingencirculaire 2000 (B)

This commit is contained in:
Coornhert 2026-01-01 12:00:00 +00:00
parent b451607b48
commit b8951b6b53

View file

@ -204,7 +204,9 @@ De aanvrager moet binnen een termijn van acht weken nadat de IND daarom verzoekt
#### 3.3. TEV-procedure
##### 3.3.1. Begin van de TEV-procedure
##### 3.3.1. Algemeen
###### 3.3.1.1. Begin van de TEV-procedure
De TEV-procedure vangt aan door:
@ -217,6 +219,8 @@ De vreemdeling dient de mvv-aanvraag in met het daarvoor vereiste aanvraagformul
De IND maakt op haar website kenbaar waar de referent de mvv-aanvraag moet indienen. De referent dient de mvv-aanvraag in met het bij de IND te verkrijgen daarvoor vereiste aanvraagformulier.
###### 3.3.1.2. Bestendig verblijf
De IND neemt aan dat sprake is van bestendig verblijf als de vreemdeling op het moment van indienen van de mvv-aanvraag of het toetsmoment:
• verblijft in een land op basis van een verblijfsvergunning met een geldigheidsduur van drie maanden of meer;
@ -227,15 +231,6 @@ De IND neemt uitsluitend genoegen met een termijn korter dan drie maanden als er
De IND neemt in ieder geval geen bestendig verblijf aan als de vreemdeling in een land verblijft op grond van een visum voor kort verblijf.
De IND wijst de aanvraag voor een mvv af als de vreemdeling:
• in Nederland verblijft zonder rechtmatig verblijf; of
• op grond van artikel 8, aanhef en onder f, dan wel h, Vw rechtmatig in Nederland verblijft.
De IND wijst de aanvraag voor een mvv niet af omdat de vreemdeling op grond van artikel 8, aanhef en onder i, Vw rechtmatig in Nederland verblijft, als uit de duur en het doel van dit verblijf blijkt dat de vreemdeling niet in Nederland verblijft met het oogmerk de TEV-procedure te omzeilen.
De kennisgeving, waarmee de vreemdeling of diens referent op de hoogte wordt gesteld van de afgifte van een mvv aan de vreemdeling, is een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb.
##### 3.3.2. Aanvraagprocedure mvv door de vreemdeling
De Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging vraagt de vreemdeling:
@ -250,8 +245,8 @@ De Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging geeft de vreemdelin
De IND stelt de referent van de vreemdeling (als deze bekend is) schriftelijk in de gelegenheid:
a. binnen twee weken na vaststelling van dit verzuim de mvv-aanvraag aan te vullen met de in de brief genoemde gegevens en bescheiden; en
b. binnen twee weken de leges te betalen, in het geval de vreemdeling heeft aangegeven dat de referent de leges betaalt.
binnen twee weken na vaststelling van dit verzuim de mvv-aanvraag aan te vullen met de in de brief genoemde gegevens en bescheiden; en
binnen twee weken de leges te betalen, in het geval de vreemdeling heeft aangegeven dat de referent de leges betaalt.
In geval van een inwilliging machtigt de IND de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging om een mvv af te geven en stelt de IND de referent hiervan in kennis. De vreemdeling moet zijn document voor grensoverschrijding naar de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging meebrengen, zodat de mvv-sticker in dat document kan worden aangebracht.
@ -269,13 +264,25 @@ Als wordt voldaan aan de toelatingsvoorwaarden voor het betreffende verblijfsdoe
Uitsluitend als is voldaan aan deze voorwaarden en de IND een kennisgeving hoeft doen uitgaan naar de referent gaat de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging over tot afgifte van de mvv aan de vreemdeling.
##### 3.3.4. Afgifte mvv en inreis in Nederland
##### 3.3.4. Afwachten van de mvv-aanvraag in het buitenland
Uitgangspunt is dat de vreemdeling de aanvraag voor de mvv in het buitenland afwacht.
De IND wijst de aanvraag voor een mvv af als de vreemdeling op grond van artikel 8, aanhef en onder f, dan wel h, Vw rechtmatig in Nederland verblijft.
De IND wijst de aanvraag voor een mvv niet af omdat de vreemdeling op grond van artikel 8, aanhef en onder i, Vw rechtmatig in Nederland verblijft, als uit de duur en het doel van dit verblijf blijkt dat de vreemdeling niet in Nederland verblijft met het oogmerk de TEV-procedure te omzeilen.
##### 3.3.5. Afgifte mvv en inreis in Nederland
De vreemdeling ontvangt een kennisgeving dat de mvv wordt afgegeven door de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging. Deze kennisgeving, is een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb.
De vreemdeling moet binnen:
a. drie maanden na de kennisgeving op de mvv-aanvraag in persoon verschijnen bij de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in zijn land van herkomst of bestendig verblijf voor de vaststelling van zijn identiteit en afgifte van de mvv; en
b. 90 dagen vanaf de datum van de afgifte van de mvv Nederland inreizen.
De vreemdeling kan de afgiftelocatie, nadat de inwilligende beschikking is verzonden, niet zonder zwaarwegende redenen wijzigen (zie ook B1/4.1 Vc). De IND informeert de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het land van herkomst of bestendig verblijf over het verzoek tot wijziging van de afgiftelocatie.
De vreemdeling of diens referent moet een nieuwe mvv-aanvraag indienen als:
• de vreemdeling later dan drie maanden na de dagtekening van de kennisgeving aan de referent in persoon verschijnt bij de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging om zijn mvv af te halen;
@ -284,17 +291,19 @@ De vreemdeling of diens referent moet een nieuwe mvv-aanvraag indienen als:
Indien zich na de kennisgeving feiten en omstandigheden voordoen die aanleiding kunnen geven tot intrekking van de kennisgeving, legt de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging deze voor aan de IND. De IND beziet de kennisgeving op de intrekking daarvan en in geval van intrekking van de kennisgeving wordt de aanvraag gelijktijdig afgewezen.
##### 3.3.5. Ambtshalve verlening verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
##### 3.3.6. Ambtshalve verlening verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
###### 3.3.6.1. Algemeen
De IND verleent de verblijfsvergunning ambtshalve door uitreiking van het verblijfsdocument aan de vreemdeling in persoon.
Ook als niet meer aan de vereiste voorwaarden wordt voldaan als gevolg van een verandering van het beleid in de periode tussen de aanvraag van de mvv en de afgifte van de verblijfsvergunning verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ambtshalve aan de vreemdeling.
###### 3.3.5.1. Uitzondering in geval van nareis
###### 3.3.6.2. Uitzondering in geval van nareis
De IND merkt de datum van het verlenen van de verblijfsvergunning asiel aan de in Nederland verblijvende referent van de vreemdeling aan als de startdatum van de nareistermijn van drie maanden. De IND beschouwt de aanvraag tot het verlenen van een (onverplichte) mvv die het familie- of gezinslid binnen drie maanden na het verlenen van de verblijfsvergunning asiel van de in Nederland verblijvende vreemdeling indient als een tijdig verzoek om nareis.
###### 3.3.5.2. Geen ambtshalve verlening verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
###### 3.3.6.3. Geen ambtshalve verlening verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
De IND verleent in ieder geval geen ambtshalve verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in de volgende situaties:
@ -308,7 +317,7 @@ Als de geldigheidsduur van de mvv is verlopen op het moment dat de vreemdeling z
Bij intrekking van de mvv terwijl de vreemdeling nog in het buitenland verblijft, machtigt de IND de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging de mvv in te trekken, nadat de vreemdeling of diens referent conform artikel 4:8 Awb in de gelegenheid zijn gesteld hun zienswijze uit te brengen.
###### 3.3.5.3. Ingangsdatum ambtshalve verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
###### 3.3.6.4. Ingangsdatum ambtshalve verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
In aanvulling op artikel 3.57, eerste lid, Vb en op grond van artikel 3.57, tweede lid, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning met ingang van de dag, die in het mvv-aanvraagformulier is opgegeven als de dag waarop de vreemdeling Nederland zal inreizen, als deze datum binnen de geldigheidsduur van de afgegeven mvv valt.
@ -509,6 +518,8 @@ Aanvragen voor een verblijfsvergunning die door de IND zijn ontvangen voor 1 ok
Op grond van artikel 3.71, derde lid, Vb wijst de IND de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet af wegens het ontbreken van een geldige mvv als dit leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard (de hardheidsclausule).
##### 4.1.4. Bijzondere gevallen in het kader van de hardheidsclausule
De IND past de hardheidsclausule als bedoeld in artikel 3.71, derde lid, Vb in ieder geval toe als aan alle voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning onder de beperking verblijf als familie- of gezinslid wordt voldaan, afgezien van het mvv-vereiste, en de vreemdeling:
• het biologische of juridische minderjarige kind is van de referent, dat feitelijk behoort en al in het land van herkomst feitelijk behoorde tot het gezin van die referent en dat onder het rechtmatige gezag van de referent staat;
@ -520,7 +531,7 @@ De IND past de hardheidsclausule als bedoeld in artikel 3.71, derde lid, Vb in i
op welke wijze hij de referent ondersteunt; en
waarom deze ondersteuning niet door derden kan worden verleend, bijvoorbeeld door een familielid of medewerker van professionele (thuis)zorg.
##### 4.1.4. Niet-bijzondere gevallen in het kader van de hardheidsclausule
##### 4.1.5. Niet-bijzondere gevallen in het kader van de hardheidsclausule
De IND past de hardheidsclausule als bedoeld in artikel 3.71, derde lid, Vb in ieder geval niet toe als de vreemdeling:
@ -528,8 +539,9 @@ De IND past de hardheidsclausule als bedoeld in artikel 3.71, derde lid, Vb in i
• stelt dat aan een of meer voorwaarden voor vrijstelling slechts op een onderdeel niet is voldaan;
• enkel stelt dat aan alle voorwaarden voor verlening van de verblijfsvergunning voor het gestelde verblijfsdoel is voldaan, afgezien van het mvv-vereiste;
• asielgerelateerde gronden aanvoert;
• als asielzoeker is uitgeprocedeerd; of
• meer dan twee jaar na afloop van een eerder verleende verblijfsvergunning voor bepaalde tijd om verlenging of wijziging hiervan heeft gevraagd tenzij het overschrijden van deze termijn niet aan de vreemdeling is toe te rekenen.
• als asielzoeker is uitgeprocedeerd;
• meer dan twee jaar na afloop van een eerder verleende verblijfsvergunning voor bepaalde tijd om verlenging of wijziging hiervan heeft gevraagd tenzij het overschrijden van deze termijn niet aan de vreemdeling is toe te rekenen; of
• om praktische redenen zoals bijvoorbeeld kosten, tijd, moeite of wachttijd niet terug wíl reizen naar zijn land van herkomst of bestendig verblijf voor het ophalen van een geldige mvv.
#### 4.2. Geldig document voor grensoverschrijding
@ -665,6 +677,13 @@ Op grond van artikel 16, eerste lid, aanhef en onder c, Vw juncto artikel 26, ee
• de middelen van bestaan moeten duurzaam zijn; en
• de middelen van bestaan moeten voldoende hoog zijn.
Dit betekent dus dat de aanvraag niet wordt afgewezen op het duurzaamheidsvereiste, als:
• op enig moment bij of na het indienen van de aanvraag is aangetoond, dat de middelen van bestaan zijn aan te merken als duurzaam; en
• deze middelen op het moment van beslissen niet meer duurzaam zijn.
De direct voorafgaande alinea geldt niet als de arbeid tussen het moment van indienen van de aanvraag en het moment van beslissen is geëindigd. Daarnaast moeten de middelen op het moment van beslissen ook nog steeds zelfstandig en voldoende hoog zijn.
De IND past de eisen met betrekking tot de middelen van bestaan toe op alle aanvragen tot het verlenen, verlengen en wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, tenzij in het Vb, het VV of de Vc voor specifieke groepen andersluidende bepalingen over de middelen van bestaan zijn opgenomen.
Op grond van artikel 16, eerste lid, aanhef en onder c, Vw wijst de IND de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af als de vreemdeling niet zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan.
@ -678,8 +697,6 @@ Bij de berekening van de hoogte van het totale inkomen telt de IND alle bestandd
Een vreemdeling beschikt in ieder geval niet zelfstandig en duurzaam over voldoende middelen van bestaan als sprake is van een faillissement of surseance van betaling van de vreemdeling of diens referent.
Overgangsrecht verhoging normbedrag voor alleenstaanden en alleenstaande ouders
Het normbedrag voor alleenstaanden zoals opgenomen in artikel 3.19, eerste lid, VV geldt niet bij aanvragen om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier als de vreemdeling rechtmatig verblijf heeft verkregen voor 31 juli 2010 op basis van het normbedrag voor alleenstaanden. In dit geval geldt in plaats van 70% van het wettelijk minimumloon de norm van 50% van het wettelijk minimumloon.
Het normbedrag voor alleenstaande ouders zoals opgenomen in artikel 3.19, tweede lid, VV geldt niet bij aanvragen om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier als de vreemdeling rechtmatig verblijf heeft verkregen voor 31 juli 2010 op basis van het normbedrag voor alleenstaande ouders. In dit geval geldt in plaats van 90% van het wettelijk minimumloon de norm van 70% van het wettelijk minimumloon.
@ -2173,7 +2190,7 @@ Op grond van artikel 3.1, vijfde lid, aanhef en onder m, VV luidt de arbeidsmark
Wanneer een GVVA niet is vereist dan luidt op grond van artikel 3.1, vijfde lid, aanhef en onder b, VV de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid niet toegestaan.
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder k, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met een geldigheidsduur van maximaal één jaar.
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder k, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met een geldigheidsduur van maximaal één jaar. Ook is het niet mogelijk om na verblijf als stagiair (beperking lerend werken), dat verblijf voort te zetten als praktikant (beperking lerend werken).
#### 2.3. Bewijsmiddelen
@ -2188,15 +2205,15 @@ De IND beschouwt als bewijsmiddel voor de adviesaanvraag bij het UWV, waaruit mo
• gegevens over het eerder verblijf en toekomstig woonadres in Nederland;
• een stageovereenkomst met een beschrijving van het stageprogramma;
• indien de vreemdeling studeert: een bewijs van inschrijving en een verklaring van de onderwijsinstelling waaruit de noodzaak van de stage blijkt;
• indien de vreemdeling is afgestudeerd (alleen bij stagiairs die een HBO/WO-opleiding hebben afgerond): een diploma waaruit blijkt dat de vreemdeling niet langer dan 2 jaar geleden is afgestudeerd.
• indien de vreemdeling is afgestudeerd (alleen bij stagiairs die een HBO/WO-opleiding hebben afgerond): een diploma waaruit blijkt dat de vreemdeling niet langer dan twee jaar geleden is afgestudeerd.
De IND beschouwt een door de bevoegde autoriteiten gewaarmerkt afschrift van het diploma voor hoger onderwijs als bewijsmiddel, waaruit moet blijken dat de vreemdeling op het moment van de aanvraag niet langer dan 2 jaar geleden is afgestudeerd.
De IND beschouwt een door de bevoegde autoriteiten gewaarmerkt afschrift van het diploma voor hoger onderwijs als bewijsmiddel, waaruit moet blijken dat de vreemdeling op het moment van de aanvraag niet langer dan twee jaar geleden is afgestudeerd.
De IND beschouwt als bewijsmiddel voor de adviesaanvraag bij het UWV, waaruit moet blijken dat de vreemdeling relevante werkervaring opdoet in het kader van zijn arbeid buiten Nederland, de bijlage Gegevens (over noodzaak) lerend werken in het kader van arbeid, met toegevoegd:
• gegevens over de arbeidsplaats;
• gegevens over het eerder verblijf en toekomstig woonadres in Nederland;
• een praktikantenovereenkomst;
• een samenwerkingsovereenkomst tussen de Nederlandse en de buitenlandse werkgever met handtekening van beide werkgevers en de vreemdeling;
• een leerplan; en
• een terugkeerverklaring.
@ -2208,7 +2225,7 @@ De IND beschouwt als bewijsmiddel, waaruit moet blijken dat de vreemdeling werke
• een stageovereenkomst;
• een beursverklaring; en
• indien de vreemdeling studeert: een verklaring van de onderwijsinstelling dat de stage plaatsvindt in het kader van een actieprogramma van de Europese Unie; of
• indien de vreemdeling is afgestudeerd: (alleen bij hoger opgeleide stagiairs die een HBO/WO-opleiding hebben afgerond): een diploma waaruit blijkt dat de vreemdeling niet langer dan 2 jaar geleden is afgestudeerd.
• indien de vreemdeling is afgestudeerd: (alleen bij hoger opgeleide stagiairs die een HBO/WO-opleiding hebben afgerond): een diploma waaruit blijkt dat de vreemdeling niet langer dan twee jaar geleden is afgestudeerd.
De IND beschouwt als bewijsmiddel, waaruit moet blijken dat de vreemdeling werkervaring opdoet in het kader van arbeid op grond van een actieprogramma van de Europese Unie:
@ -2216,7 +2233,7 @@ De IND beschouwt als bewijsmiddel, waaruit moet blijken dat de vreemdeling werke
• gegevens over het eerder verblijf en toekomstig woonadres in Nederland;
• de bijlage Gegevens (over noodzaak) van lerend werken in het kader van arbeid;
• bewijsmiddelen waaruit blijkt dat de arbeid plaatsvindt in het kader van een actieprogramma van de Europese Unie;
• een praktikantenovereenkomst; en
• een samenwerkingsovereenkomst tussen de Nederlandse en de buitenlandse werkgever met handtekening van beide werkgevers en de vreemdeling; en
• een terugkeerverklaring.
De IND beschouwt als bewijsmiddel voor de adviesaanvraag bij het UWV, waaruit moet blijken dat de vreemdeling relevante werkervaring opdoet in het kader van zijn studie buiten Nederland:
@ -2229,7 +2246,7 @@ De IND beschouwt als bewijsmiddel voor de adviesaanvraag bij het UWV, waaruit mo
• studieverklaring en een
• stageprogramma.
De IND beschouwt een geldig document voor grensoverschrijding als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling Canadees onderdaan is en ten minste 18 jaar en niet ouder dan 30 jaar is.
De IND beschouwt een geldig document voor grensoverschrijding als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling Canadees onderdaan is en ten minste 18 jaar en niet ouder dan 30 jaar is.
De IND beschouwt een bewijs van inschrijving aan een onderwijsinstelling voor hoger onderwijs als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling studeert.
@ -6123,9 +6140,8 @@ In de overige gevallen geldt dat het uit een derde land afkomstige familielid va
De derdelands ouder heeft rechtmatig verblijf op grond van artikel 8 onder e, Vw als hij:
a. zijn identiteit en nationaliteit aannemelijk heeft gemaakt met een geldig paspoort of geldige identiteitskaart, of met andere bewijsmiddelen als hij geen geldig paspoort of geldige identiteitskaart kan overleggen;
b. een minderjarig, Nederlands kind heeft;
c. daadwerkelijk voor het kind zorgt; en
d. er een zodanige afhankelijkheid tussen hem en het kind bestaat dat het kind gedwongen zou zijn het grondgebied van de Unie te verlaten als aan de derdelands ouder een verblijfsrecht wordt geweigerd.
b. een minderjarig, Nederlands kind heeft; en
c. er een zodanige afhankelijkheid tussen hem en het kind bestaat dat het kind gedwongen zou zijn het grondgebied van de Unie te verlaten als aan de derdelands ouder een verblijfsrecht wordt geweigerd.
De IND kan niet vaststellen dat er sprake is van rechtmatig verblijf op grond van artikel 8 onder e, Vw als de derdelands ouder onvoldoende gegevens verschaft waarmee wordt aangetoond dat aan bovengenoemde voorwaarden wordt voldaan.
@ -6149,33 +6165,43 @@ Gezag is geen zelfstandige voorwaarde voor het ouderschap.
Het Nederlanderschap van het minderjarige kind kan worden aangetoond door middel van een geldig Nederlands paspoort of een geldige Nederlandse identiteitskaart.
###### 2.5.1.3. Zorgtaken
###### 2.5.1.3. Zodanige afhankelijkheid
• De IND verstaat onder zorgtaken ook opvoedingstaken.
• De IND merkt zorgtaken in elk geval aan als daadwerkelijke zorgtaken als deze op dagbasis terugkeren.
• De IND merkt zorg- en/of opvoedingstaken met een marginaal karakter niet aan als daadwerkelijke zorgtaken ten behoeve van het minderjarige kind, tenzij het marginale karakter van de zorg- en/of opvoedingstaken de derdelander ouder niet is aan te rekenen. Dit wordt de derdelander ouder niet aangerekend als aangetoond wordt dat de andere ouder de omgang met het kind frustreert, terwijl eerder wel sprake was van het verrichten van daadwerkelijke zorgtaken door de vreemdeling.
• Onder zorgtaken wordt niet verstaan enkel omgang of contact met het minderjarige Nederlandse kind.
###### 2.5.1.4. Zodanige afhankelijkheid
####### 2.5.1.3.1. Hoofdregel
De IND neemt in beginsel een zodanige afhankelijkheid aan als de derdelander ouder duurzaam samenwoont met een minderjarig Nederlands kind over wie hij het gezag heeft en voor wie hij de wettelijke en financiële last draagt en met wie hij een affectieve band heeft.
In andere gevallen beoordeelt de IND de zodanige afhankelijkheid aan de hand van de volgende omstandigheden:
a. de vreemdeling heeft het ouderlijk gezag over het minderjarige Nederlandse kind;
b. de rol van de andere Nederlandse ouder(s);
c. de vreemdeling draagt de wettelijke en financiële lasten voor het Nederlandse kind en heeft een affectieve band met het Nederlandse kind;
d. de woonsituatie van het kind;
e. de leeftijd van het kind;
f. het lichamelijke en emotionele ontwikkelingsniveau, de gezondheid en de economische situatie van het kind;
g. het risico dat voor het evenwicht van het kind zou ontstaan als hij van zijn ouder wordt gescheiden.
• de derdelands ouder zorgt daadwerkelijk voor het kind;
• de vreemdeling heeft het ouderlijk gezag over het minderjarige Nederlandse kind;
• de rol van de andere Nederlandse ouder(s);
• de vreemdeling draagt de wettelijke en financiële lasten voor het Nederlandse kind en heeft een affectieve band met het Nederlandse kind;
• de woonsituatie van het kind;
• de leeftijd van het kind;
• het lichamelijke en emotionele ontwikkelingsniveau, de gezondheid en de economische situatie van het kind;
• het risico dat voor het evenwicht van het kind zou ontstaan als hij van zijn ouder wordt gescheiden.
Het gaat hier niet over cumulatieve voorwaarden, maar omstandigheden die in onderlinge samenhang moeten worden beoordeeld.
####### 2.5.1.3.2. Zorg- en opvoedingstaken
De IND merkt zorgtaken in elk geval aan als daadwerkelijke zorgtaken als deze op dagbasis terugkeren.
De IND merkt zorg- en/of opvoedingstaken met een marginaal karakter niet aan als daadwerkelijke zorgtaken ten behoeve van het minderjarige kind, tenzij het marginale karakter van de zorg- en/of opvoedingstaken de derdelander ouder niet is aan te rekenen. Dit wordt de derdelander ouder niet aangerekend als aangetoond wordt dat de andere ouder de omgang met het kind frustreert, terwijl eerder wel sprake was van het verrichten van daadwerkelijke zorgtaken door de vreemdeling.
Onder zorgtaken wordt niet verstaan enkel omgang of contact met het minderjarige Nederlandse kind.
####### 2.5.1.3.3. Ouderlijk gezag
Gezag is geen zelfstandige voorwaarde, maar speelt wel een rol bij de beoordeling van de zodanige afhankelijkheidsverhouding. Gezag is een indicatie dat sprake is van een zodanige afhankelijkheid.
####### 2.5.1.3.4. Rol andere ouder
Dat een andere ouder voor het kind zorgt of kan en wil zorgen is geen zelfstandige reden om de zodanige afhankelijkheid tussen de vreemdeling en het kind niet vast te stellen. Als het zwaartepunt van de verzorging bij de andere ouder ligt, dan is dat wel een indicatie dat het kind minder afhankelijk is van de vreemdeling.
####### 2.5.1.3.5. Wettelijke en financiële lasten en affectieve band
Een vreemdeling draagt de wettelijke last voor een Nederlands kind als vaststaat dat er tussen de vreemdeling en het kind een familierechtelijke betrekking bestaat. De familierechtelijke betrekking wordt aangetoond met een geboorteakte of bewijs van erkenning of met andere officiële documenten waaruit een juridische band tussen de ouder en het kind blijkt.
Een vreemdeling draagt de financiële last voor een Nederlands kind als hij op duurzame wijze een financiële bijdrage levert aan de opvoeding en verzorging van het kind. De vreemdeling kan dit met ieder passend middel aantonen.
@ -6185,6 +6211,8 @@ Een vreemdeling heeft een affectieve band met het kind als er is aangetoond dat
de leeftijd van het kind, en;
de duur van de relatie tussen de ouder en het betrokken kind.
####### 2.5.1.3.6. Woonsituatie van het kind
Bij het beoordelen van de woonsituatie beoordeelt de IND in elk geval of de vreemdeling en het Nederlandse kind samenwonen en een gemeenschappelijke huishouding voeren. Hier geldt dat samenwoning sneller in de richting van een zodanige afhankelijkheid wijst dan niet-samenwoning.
##### 2.5.2. Derdelands minderjarige (voor)kinderen van ouders met een afgeleid verblijfsrecht op grond artikel 20 VWEU
@ -6195,11 +6223,10 @@ Een derdelands (voor)kind heeft in ieder geval rechtmatig verblijf op grond van
• het biologische of juridische kind is van een derdelands ouder met een verblijfsrecht of een faciliterend visum op grond van 20 VWEU;
• met deze ouder familieleven heeft in de zin van artikel 8 EVRM;
• zijn identiteit en nationaliteit aannemelijk heeft gemaakt met een geldig paspoort of geldige identiteitskaart, of met andere bewijsmiddelen dan wel verklaringen ingeval hij geen geldig paspoort of geldige identiteitskaart kan overleggen;
• daadwerkelijk verzorgd en of opgevoed wordt door zijn derdelands ouder;
• zodanig afhankelijk is van zijn derdelands ouder dat het minderjarige Nederlandse kind, bij wie de derdelands ouder verblijf heeft, de Europese Unie moet verlaten als hem het verblijfsrecht wordt geweigerd; en
• een toestemmingsverklaring van de achterblijvende ouder heeft overgelegd als bedoeld in paragraaf B7/3.2.3 Vc.
De regels in paragraaf B10/2.5 Vc die zien op identiteit en nationaliteit, minderjarigheid, zorgtaken en zodanige afhankelijkheid zijn van overeenkomstige toepassing op deze paragraaf.
De regels in paragraaf B10/2.5 Vc die zien op identiteit en nationaliteit, minderjarigheid en zodanige afhankelijkheid zijn van overeenkomstige toepassing op deze paragraaf.
#### 2.6. Procedurele voorwaarden