2011-01-01 | BWBR0028402 | Beleidsregel bevoegdheid graadverlening hoger onderwijs

This commit is contained in:
Coornhert 2011-01-01 12:00:00 +00:00
parent e1b15cc27b
commit b8ae67e087

View file

@ -19,7 +19,7 @@ In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
a. *wet:*
Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
b. *minister:* Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voor zover het betreft het onderwijs op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
c. *accreditatieorgaan:* Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie, bedoeld in artikel 1 van het op 3 september 2003 te Den Haag totstandgekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Vlaamse Gemeenschap van België inzake de accreditatie van opleidingen binnen het Nederlandse en Vlaamse hoger onderwijs (Trb. 2003, 167);
c. *accreditatieorgaan:* Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie, bedoeld in artikel 1 van het op 3 september 2003 te Den Haag totstandgekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Vlaamse Gemeenschap van België inzake de accreditatie van opleidingen binnen het Nederlandse en Vlaamse hoger onderwijs (Trb. 2003, 167);
d. *inspectie:* inspectie als bedoeld in artikel 2 van de Wet op het onderwijstoezicht;
e. *graad:* graad als bedoeld in artikel 7.10a van de wet;
f. *aanvraag:* verzoek om toestemming;
@ -53,7 +53,7 @@ b. de naleving door de aanvrager van de wettelijke voorschriften inzake de kwali
Voor een positief oordeel als bedoeld in het eerste lid dient in ieder geval te worden voldaan aan de volgende eisen:
a. de aanvrager is een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid;
b. het accreditatieorgaan heeft met betrekking tot de opleiding waarop de aanvraag betrekking heeft, een positief besluit als bedoeld in artikel 5a.8, achtste lid, van de wet genomen;
b. het accreditatieorgaan heeft met betrekking tot de opleiding waarop de aanvraag betrekking heeft, een positief besluit als bedoeld in artikel 5a.10a, derde lid, van de wet genomen;
c. de aanvrager heeft ten tijde van de aanvraag het volledige curriculum van de opleiding waarop de aanvraag betrekking heeft, ten minste één maal recent in Nederland verzorgd op de wijze, bedoeld in het derde lid, en
d. studenten hebben de opleiding waarop de aanvraag betrekking heeft, recent afgerond.
@ -78,7 +78,7 @@ e. de opleiding is geen gezamenlijke opleiding als bedoeld in artikel 7.3c van d
Voor een beslissing op de aanvraag zijn in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden nodig:
a. een document waarin onderbouwd wordt uiteengezet dat wordt voldaan aan de eisen en voorwaarden van artikel 3;
b. indien vereist op grond van artikel 3, een positief besluit als bedoeld in artikel 5a.8, achtste lid, van de wet;
b. indien vereist op grond van artikel 3, een positief besluit als bedoeld in artikel 5a.10a, derde lid, van de wet;
c. de notariële oprichtingsakte van de rechtspersoon;
d. de meest recente onderwijs- en examenregeling van de voorgedragen opleiding;
e. actuele informatie over de instelling, het te volgen onderwijs en de opleidingsnaam die op grond van artikel 7.15 van de wet aan studenten en aanstaande studenten dient te worden verstrekt;
@ -115,7 +115,7 @@ b. de financiële of bestuurlijke continuïteit van de rechtspersoon naar het oo
### Artikel 7
Onder de nodige inlichtingen, bedoeld in artikel 1.12, derde lid, eerste volzin, van de wet, worden in ieder geval begrepen: informatie over wijzigingen in de eigendomsverhoudingen, de financiële soliditeit of de bestuursstructuur van de rechtspersoon alsmede alle wijzigingen van de gegevens betreffende de rechtspersoon bij de Kamer van Koophandel.
Onder de nodige inlichtingen, bedoeld in artikel 1.12, derde lid, eerste volzin, van de wet, worden in ieder geval begrepen: informatie over wijzigingen in de eigendomsverhoudingen, de financiële soliditeit of de bestuursstructuur van de rechtspersoon alsmede alle wijzigingen van de gegevens betreffende de rechtspersoon bij de Kamer van Koophandel.
### Paragraaf 8. Overgangs- en slotbepalingen