2024-12-08 | BWBR0040520 | Rijkswet consulaire bescherming EU-burgers

This commit is contained in:
Coornhert 2024-12-08 12:00:00 +00:00
parent ea85018693
commit b8cd3fe3e3

View file

@ -10,6 +10,8 @@ citeertitel: Rijkswet consulaire bescherming EU-burgers
# Rijkswet consulaire bescherming EU-burgers
## Hoofdstuk 1. Algemene bepaling
### Artikel 1
In deze wet wordt verstaan onder:
@ -20,6 +22,8 @@ In deze wet wordt verstaan onder:
*Onze Minister:* Onze Minister van Buitenlandse Zaken;
*Vertegenwoordigde lidstaat:* lidstaat die in een derde land op permanente basis is vertegenwoordigd door een ambassade of consulaat.
## Hoofdstuk 2. Consulaire bescherming EU-burgers
### Artikel 2
Op gelijke voet als waarop Onze Minister consulaire bescherming verleent aan Nederlanders en hun familieleden, biedt Onze Minister consulaire bescherming aan andere EU-burgers en hun familieleden, indien de lidstaat waarvan de betrokken EU-burgers de nationaliteit dragen niet vertegenwoordigd is in het desbetreffende land of indien de omstandigheden een dermate dringend karakter hebben of anderszins van dien aard zijn dat de vertegenwoordiging van die lidstaat niet in staat is om adequate consulaire bescherming te verlenen.
@ -47,6 +51,49 @@ b. de vertegenwoordiging van een andere lidstaat de verlening van consulaire bes
**4.** De Nederlander aan wie door een andere lidstaat consulaire bescherming is verleend, vergoedt Onze Minister de daarvoor door die lidstaat aan Onze Minister in rekening gebrachte kosten.
## Hoofdstuk 3. EU-noodreisdocument
### Artikel 5a
Onze Minister geeft een EU-noodreisdocument af aan andere EU-burgers dan Nederlanders en hun familieleden volgens de regels gesteld in dit hoofdstuk.
### Artikel 5b
**1.**
Onze Minister geeft op aanvraag een EU-noodreisdocument af aan andere EU-burgers dan Nederlanders en hun familieleden als:
a. de lidstaat waarvan die EU-burger de nationaliteit draagt niet vertegenwoordigd is in een derde land of de vertegenwoordiging van die lidstaat niet in staat is om een EU-noodreisdocument af te geven, en
b. het paspoort of reisdocument van die EU-burger of zijn familielid verloren, gestolen of vernietigd is, of om een andere reden niet binnen een redelijke termijn kan worden verkregen.
**2.** Onze Minister geeft een EU-noodreisdocument alleen af aan een familielid die geen EU-burger is en die een EU-burger in een derde land vergezelt als dat familielid legaal in een lidstaat verblijft, onverminderd de toepasselijke visumvereisten op grond van Verordening (EU) 2018/1806 en artikel 5, tweede lid, van Richtlijn 2004/38/EG.
### Artikel 5c
**1.** Onze Minister geeft een EU-noodreisdocument zo spoedig mogelijk af, maar uiterlijk zeven werkdagen na ontvangst van de aanvraag.
**2.** Van de afgiftetermijn kan alleen worden afgeweken in gemotiveerde gevallen. Onze Minister stelt de aanvrager daarvan in kennis.
### Artikel 5d
**1.** Een EU-noodreisdocument heeft de tijdelijke en territoriale geldigheid als vereist is voor de reis waarvoor het EU-noodreisdocument wordt verstrekt.
**2.** De geldigheidsduur van een EU-noodreisdocument bedraagt niet meer dan vijftien dagen, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen.
### Artikel 5e
Onze Minister stelt de aanvrager in kennis in het geval de lidstaat waarvan de aanvrager de nationaliteit draagt te kennen geeft dat deze voor consulaire bescherming zorg zal dragen, bedoeld in artikel 3, onderdeel a.
### Artikel 5f
**1.** De persoonsgegevens die voor een aanvraag van een EU-noodreisdocument worden verkregen, worden alleen gebruikt voor verificatie van de identiteit van de aanvrager, het drukken van de uniforme EU-NRD-sticker, bedoeld in bijlage II van Richtlijn (EU) 2019/997, en het faciliteren van de reis van de aanvrager.
**2.** De persoonsgegevens van andere EU-burgers dan Nederlanders en hun familieleden die een EU-noodreisdocument hebben aangevraagd, worden na 180 dagen gewist.
**3.** De persoonsgegevens van Nederlanders die een EU-noodreisdocument van een andere EU-lidstaat hebben ontvangen, worden na twee jaar gewist.
## Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
### Artikel 6
Deze rijkswet treedt in werking op 1 mei 2018.