2008-11-26 | BWBR0003245 | Wet milieubeheer
This commit is contained in:
parent
b9ff8c1cc7
commit
b8d448ff9d
1 changed files with 39 additions and 75 deletions
|
|
@ -162,11 +162,13 @@ c. worden onder bescherming van het milieu mede verstaan de verbetering van het
|
|||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder het zich ontdoen van afvalstoffen mede verstaan:
|
||||
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt:
|
||||
|
||||
a. het nuttig toepassen of verwijderen van afvalstoffen binnen de inrichting waarin deze zijn ontstaan;
|
||||
b. het voor nuttige toepassing of verwijdering brengen van afvalstoffen vanuit een inrichting naar een elders gelegen inrichting die aan dezelfde natuurlijke of rechtspersoon behoort;
|
||||
c. het tijdelijk voor nuttige toepassing afgeven van afvalstoffen.
|
||||
a. onder het zich ontdoen van afvalstoffen mede verstaan het nuttig toepassen of verwijderen van afvalstoffen binnen de inrichting waarin deze zijn ontstaan;
|
||||
b. onder het zich door afgifte ontdoen van afvalstoffen mede verstaan:
|
||||
|
||||
1°. het voor nuttige toepassing of verwijdering brengen van afvalstoffen vanuit een inrichting naar een elders gelegen inrichting die aan dezelfde natuurlijke of rechtspersoon behoort;
|
||||
2°. het tijdelijk voor nuttige toepassing afgeven van afvalstoffen.
|
||||
|
||||
**6.** Bij ministeriële regeling wordt aangegeven welke stoffen, preparaten of producten in ieder geval worden aangemerkt als afvalstoffen, indien de houder zich daarvan ontdoet, voornemens is zich daarvan te ontdoen of zich daarvan moet ontdoen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2312,7 +2314,7 @@ b. de openbare kennisgeving van de verklaring.
|
|||
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën van gevallen worden aangegeven, waarin de vergunning slechts geldt voor degene aan wie zij is verleend. Daarbij kan tevens worden bepaald dat in daarbij aangegeven categorieën van gevallen:
|
||||
|
||||
a. de vergunning nog gedurende een daarbij aangegeven termijn blijft gelden voor rechtsopvolgers van degene aan wie zij is verleend;
|
||||
b. de vergunning ook geldt voor een rechtspersoon, aan wie zij is overgedragen door een andere rechtspersoon, indien daarvoor door het bevoegd gezag, dan wel – in gevallen als aangegeven krachtens artikel 8.35 – Onze Minister toestemming is verleend.
|
||||
b. de vergunning ook geldt voor een rechtspersoon, aan wie zij is overgedragen door een andere rechtspersoon, indien daarvoor door het bevoegd gezag toestemming is verleend.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.21
|
||||
|
||||
|
|
@ -2352,7 +2354,7 @@ b. de vergunning ook geldt voor een rechtspersoon, aan wie zij is overgedragen d
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag kan - onverminderd het in de artikelen 8.34, 8.38, 8.39 en 18.12 bepaalde - een vergunning voor een inrichting geheel of gedeeltelijk intrekken:
|
||||
Het bevoegd gezag kan - onverminderd het in de artikelen 8.34, 8.39 en 18.12 bepaalde - een vergunning voor een inrichting geheel of gedeeltelijk intrekken:
|
||||
|
||||
a. indien de inrichting ontoelaatbaar nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaakt en toepassing van artikel 8.23 redelijkerwijs daarvoor geen oplossing biedt;
|
||||
b. indien dit in het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen noodzakelijk is;
|
||||
|
|
@ -2456,48 +2458,31 @@ Ten aanzien van een wijziging van een vergunning overeenkomstig de artikelen 8.2
|
|||
|
||||
### Artikel 8.35
|
||||
|
||||
**1.** Indien een vergunning betrekking heeft op een inrichting, behorende tot een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorie, waarin afvalstoffen nuttig worden toegepast of worden verwijderd, worden bij de toepassing van dit hoofdstuk, van hoofdstuk 13 en van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht de bepalingen van deze paragraaf in acht genomen.
|
||||
|
||||
**2.** Bij de maatregel kan worden bepaald dat een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid slechts betrekking heeft op daarbij aangewezen categorieën van gevallen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 8.36
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan, indien naar zijn oordeel in het belang van een doelmatige beheer van afvalstoffen een onverwijlde voorziening noodzakelijk is, een regeling vaststellen van de in artikel 8.35 bedoelde strekking.
|
||||
|
||||
**2.** Een zodanige regeling vervalt een jaar nadat zij in werking is getreden of, indien binnen die termijn een algemene maatregel van bestuur ter vervanging van die regeling in werking is getreden, op het tijdstip waarop die maatregel in werking treedt. Onze Minister kan de termijn bij ministeriële regeling eenmaal met ten hoogste een jaar verlengen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 8.36a
|
||||
|
||||
**1.** Een vergunning wordt, voor zover zij een inrichting betreft die behoort tot een categorie of een categorie van gevallen die is aangewezen krachtens artikel 8.35, niet verleend dan nadat Onze Minister heeft verklaard dat hij daartegen geen bedenkingen heeft. Artikel 10:32 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing met betrekking tot de verklaring.
|
||||
|
||||
**2.** De verklaring kan slechts worden geweigerd op grond van de criteria, genoemd in artikel 10.5, tweede lid.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 8.36b
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan bij de verklaring, bedoeld in artikel 8.36a, bepalen dat de vergunning onder beperkingen wordt verleend of dat er voorschriften aan worden verbonden.
|
||||
|
||||
**2.** Indien toepassing is gegeven aan het eerste lid, wordt de vergunning onder de aangegeven beperkingen verleend en worden de aangegeven voorschriften eraan verbonden.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 8.36c
|
||||
|
||||
**1.** De artikelen 8.11 tot en met 8.17 zijn bij de toepassing van artikel 8.36b, eerste lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de beperkingen en voorschriften slechts berusten op de criteria, genoemd in artikel 10.5, tweede lid.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Voorts kunnen de voorschriften, bedoeld in artikel 8.36b, inhouden:
|
||||
|
||||
a. dat in daarbij aangewezen categorieën van gevallen afvalstoffen in de inrichting niet nuttig mogen worden toegepast of mogen worden verwijderd zonder afzonderlijke toestemming van het bevoegd gezag, dan wel van Onze Minister; daarbij kan worden bepaald dat de toestemming door het bevoegd gezag eerst wordt gegeven nadat een bij het voorschrift aangewezen bestuursorgaan heeft verklaard dat geen andere wijze van nuttige toepassing of verwijdering mogelijk is;
|
||||
b. de verplichting overeenkomstig het in de vergunning ter zake bepaalde, daarbij aangewezen afvalstoffen in ontvangst te nemen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 8.36d
|
||||
|
||||
In gevallen waarin een verklaring als bedoeld in artikel 8.36a vereist is, geeft het bevoegd gezag bij de beslissing op de aanvraag om de vergunning geen toepassing aan artikel 8.8 en evenmin aan artikel 10.14 j° artikel 10.4, voor zover deze bepalingen betrekking hebben op de criteria, genoemd in artikel 10.5, tweede lid.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 8.36e
|
||||
|
||||
**1.** De verklaring wordt vermeld in de beschikking ter zake waarvan zij is gegeven.
|
||||
|
||||
**2.** Een exemplaar ervan wordt gevoegd bij ieder exemplaar van de beschikking.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 8.36f
|
||||
|
||||
|
|
@ -2513,25 +2498,11 @@ c. met de kosten van financiële zekerheid in categorieën van gevallen waarvoor
|
|||
|
||||
### Artikel 8.37
|
||||
|
||||
**1.** Het bevoegd gezag zendt Onze Minister onverwijld een exemplaar van de aanvraag en van de daarbij gevoegde stukken.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de aanvrager de krachtens artikel 8.5 te verstrekken gegevens, voorzover deze betrekking hebben op het beheer van afvalstoffen, niet of niet volledig heeft verstrekt, laat het bevoegd gezag de aanvraag op verzoek van Onze Minister buiten behandeling.
|
||||
|
||||
**3.** Op verzoek van Onze Minister neemt het bevoegd gezag de aanvraag ondanks de onvolledigheid van de in het tweede lid bedoelde gegevens in behandeling. Het stelt de aanvrager op verzoek van Onze Minister in de gelegenheid de aanvraag overeenkomstig artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht binnen een bij het verzoek aan te geven termijn aan te vullen.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister zendt een exemplaar van het ontwerp van de verklaring zo tijdig aan het bevoegd gezag dat het met een exemplaar van het ontwerp van de beschikking overeenkomstig artikel 3:13, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht aan de aanvrager van de vergunning en aan de betrokken bestuursorganen kan worden gezonden.
|
||||
|
||||
**5.** Zienswijzen die overeenkomstig artikel 3:15 van de Algemene wet bestuursrecht naar voren worden gebracht alsmede door de krachtens artikel 8.7 aangewezen adviseurs en overeenkomstig artikel 8.31 uitgebrachte adviezen kunnen mede betrekking hebben op het ontwerp van de verklaring. Voor zover dat het geval is, zendt het bevoegd gezag ze onverwijld aan Onze Minister. Onze Minister deelt zijn oordeel over de zienswijzen en adviezen mee aan het bevoegd gezag.
|
||||
|
||||
**6.** Het bevoegd gezag kan Onze Minister te allen tijde advies uitbrengen met het oog op de samenhang tussen de beslissing omtrent de verklaring en de beslissing op de aanvraag. Het brengt met het oog op deze samenhang in ieder geval advies uit over het ontwerp van de verklaring.
|
||||
|
||||
**7.** Onze Minister zendt een exemplaar van de verklaring zo tijdig aan het bevoegd gezag dat de beschikking kan worden genomen binnen de termijn, genoemd in artikel 3:28 van de Algemene wet bestuursrecht, dan wel, indien toepassing is gegeven aan artikel 3:29, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, binnen de overeenkomstig dat lid verlengde termijn.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 8.38
|
||||
|
||||
**1.** De artikelen 8.36a tot en met 8.37 zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot wijziging en intrekking van een vergunning overeenkomstig de artikelen 8.22 tot en met 8.26 en 8.34.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister zendt een exemplaar van de verklaring zo tijdig aan het bevoegd gezag dat het besluit kan worden genomen binnen de termijn, genoemd in artikel 3:18 van de Algemene wet bestuursrecht dan wel artikel 8.26a.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 8.39
|
||||
|
||||
|
|
@ -3057,7 +3028,7 @@ b. effectief toezicht dan wel douanecontrole op het beheer van afvalstoffen moge
|
|||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Ten aanzien van een inrichting die behoort tot een categorie of een categorie van gevallen die is aangewezen krachtens artikel 8.35, alsmede ten aanzien van een beslissing omtrent een vergunning als bedoeld in artikel 10.48, houdt Onze Minister er rekening mee dat het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen voorts vereist dat:
|
||||
Ten aanzien van een beslissing omtrent een vergunning als bedoeld in artikel 10.48, houdt Onze Minister er rekening mee dat het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen voorts vereist dat:
|
||||
|
||||
a. de continuïteit van het beheer van afvalstoffen wordt gewaarborgd;
|
||||
b. de capaciteit van de voorzieningen voor het beheer van afvalstoffen is afgestemd op het aanbod van afvalstoffen.
|
||||
|
|
@ -3080,7 +3051,7 @@ Het afvalbeheersplan bevat voorts in ieder geval:
|
|||
|
||||
a. de hoofdlijnen van het beleid ter uitvoering van deze wet met betrekking tot het voorkomen of beperken van het ontstaan van afvalstoffen en het beheer van afvalstoffen in de betrokken periode van vier jaar en, voor zover mogelijk, in de daarop volgende zes jaar;
|
||||
b. een uitwerking van deze hoofdlijnen met betrekking tot daarbij aangewezen categorieën van afvalstoffen of wijzen van beheer van afvalstoffen;
|
||||
c. de capaciteit die benodigd is voor de nuttige toepassing of verwijdering van afvalstoffen in inrichtingen die behoren tot een categorie of een categorie van gevallen die is aangewezen krachtens artikel 8.35 in de betrokken periode van vier jaar en, voor zover mogelijk, in de daaropvolgende zes jaar;
|
||||
c. de capaciteit die benodigd is voor de daarbij aangewezen wijzen van beheer van afvalstoffen in de betrokken periode van vier jaar en, voor zover mogelijk, in de daaropvolgende zes jaar;
|
||||
d. een beschrijving van het beleid ter uitvoering van de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen in de betrokken periode van vier jaar.
|
||||
|
||||
### Artikel 10.8
|
||||
|
|
@ -3268,7 +3239,7 @@ c. het achterlaten van zodanige afvalstoffen op een daartoe ter beschikking gest
|
|||
|
||||
Bij de afvalstoffenverordening kunnen in ieder geval regels worden gesteld:
|
||||
|
||||
a. ten einde te voorkomen dat afvalstoffen als zwerfafval in het milieu terecht komen dan wel teneinde te bereiken dat zulks zo min mogelijk gebeurt;
|
||||
a. ten einde te voorkomen dat afvalstoffen als zwerfafval in het milieu terechtkomen dan wel teneinde te bereiken dat zulks zo min mogelijk gebeurt;
|
||||
b. omtrent het opruimen van afvalstoffen die als zwerfafval in het milieu terecht zijn gekomen;
|
||||
c. omtrent het op een voor het publiek zichtbare plaats aanwezig hebben van afvalstoffen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3279,15 +3250,13 @@ c. omtrent het op een voor het publiek zichtbare plaats aanwezig hebben van afva
|
|||
De gemeenteraad kan, in afwijking van artikel 10.21, in het belang van een doelmatig beheer van huishoudelijke afvalstoffen bij de afvalstoffenverordening bepalen dat:
|
||||
|
||||
a. huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld nabij elk perceel;
|
||||
b. huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld met een bij de verordening aangegeven regelmaat;
|
||||
c. in een gedeelte van het grondgebied van de gemeente geen huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld.
|
||||
b. huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld met een daarbij aangegeven regelmaat;
|
||||
c. in een gedeelte van het grondgebied van de gemeente geen huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld;
|
||||
d. daarbij aangegeven bestanddelen van het groente-, fruit- en tuinafval afzonderlijk worden ingezameld;
|
||||
e. groente-, fruit- en tuinafval met andere daarbij aangegeven bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk van het overige huishoudelijk afval wordt ingezameld.
|
||||
|
||||
**2.** De gemeenteraad betrekt bij de voorbereiding van een zodanig besluit de ingezetenen en belanghebbenden, op de wijze voorzien in de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet vastgestelde verordening.
|
||||
|
||||
**3.** Burgemeester en wethouders stellen de inspecteur op de hoogte van het voornemen een zodanig besluit te nemen.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister stelt regels inhoudende de voorwaarden waaronder ingevolge het eerste lid kan worden bepaald dat huishoudelijke afvalstoffen nabij elk perceel worden ingezameld. Hiertoe behoren in ieder geval regels omtrent de loopafstand van het perceel naar het inzamelpunt en de beschikbaarheid van het inzamelpunt.
|
||||
|
||||
### Artikel 10.27
|
||||
|
||||
In gevallen als bedoeld in artikel 10.26, eerste lid, onder b en c, dragen de gemeenteraad en burgemeester en wethouders er zorg voor dat op ten minste één daartoe ter beschikking gestelde plaats binnen de gemeente of binnen de gemeenten waarmee wordt samengewerkt, in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om huishoudelijke afvalstoffen achter te laten.
|
||||
|
|
@ -4186,16 +4155,12 @@ In gevallen waarin Onze Minister bevoegd is een vergunning of ontheffing te verl
|
|||
|
||||
### Artikel 13.11
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag kan bepalen dat afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht buiten toepassing blijft bij de voorbereiding van de beschikking op een aanvraag om een vergunning of ontheffing of van een beschikking tot wijziging daarvan, indien die beschikking:
|
||||
|
||||
a. betrekking heeft op het beheer van gevaarlijke afvalstoffen waarvan het beheer door een ongewone omstandigheid op korte termijn nodig is;
|
||||
b. betrekking heeft op het beheer van andere dan gevaarlijke afvalstoffen waarvan het beheer door een ongewone omstandigheid en in verband met de hoeveelheid waarin die afvalstoffen vrijkomen, op korte termijn nodig is;
|
||||
c. strekt tot uitvoering van een verplichting, opgelegd krachtens artikel 17.4
|
||||
|
||||
**2.** In gevallen als aangegeven krachtens artikel 8.35 kan Onze Minister in gevallen als bedoeld in het eerste lid, bepalen dat afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht buiten toepassing blijft.
|
||||
|
||||
### Afdeling 13.3. Afvalvoorzieningen categorie A met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
|
||||
|
||||
### Artikel 13.12
|
||||
|
|
@ -6168,17 +6133,15 @@ Indien een verzoek als bedoeld in artikel 5:34 van de Algemene wet bestuursrecht
|
|||
|
||||
### Artikel 18.13
|
||||
|
||||
In een geval als aangegeven krachtens artikel 8.35, geeft het bevoegd gezag geen beschikking tot toepassing van bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of intrekking van een vergunning dan na overleg met Onze Minister, voorzover het uitoefenen van die bevoegdheid verplichtingen betreft, die betrekking hebben op de continuïteit of de capaciteit, bedoeld in artikel 10.5, tweede lid.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 18.14
|
||||
|
||||
**1.** Een belanghebbende kan aan een bestuursorgaan dat bevoegd is tot toepassing van bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of intrekking van een vergunning of ontheffing, verzoeken een daartoe strekkende beschikking te geven.
|
||||
|
||||
**2.** Op verzoek van Onze Minister geeft het bevoegd gezag een beschikking tot toepassing van bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of intrekking van de vergunning, indien in een geval als aangegeven krachtens artikel 8.35, het bij of krachtens deze wet met betrekking tot de continuïteit of de capaciteit, bedoeld in artikel 10.5, tweede lid, bepaalde niet wordt nageleefd. Bij het verzoek kan Onze Minister een termijn bepalen waarbinnen aan zijn verzoek wordt voldaan.
|
||||
Een belanghebbende kan aan een bestuursorgaan dat bevoegd is tot toepassing van bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of intrekking van een vergunning of ontheffing, verzoeken een daartoe strekkende beschikking te geven.
|
||||
|
||||
### Artikel 18.14a
|
||||
|
||||
**1.** Indien een overeenkomstig artikel 18.14, eerste lid, gedaan verzoek betrekking heeft op de artikelen 1.1a, 10.1, 10.2 of 10.54, op het bepaalde bij of krachtens titel 9.2 of 9.3 of krachtens artikel 17.6, of op artikel 13 van de Wet bodembescherming, geeft het bestuursorgaan waarbij het verzoek is ingediend, een beschikking op het verzoek.
|
||||
**1.** Indien een overeenkomstig artikel 18.14 gedaan verzoek betrekking heeft op de artikelen 1.1a, 10.1, 10.2 of 10.54, op het bepaalde bij of krachtens titel 9.2 of 9.3 of krachtens artikel 17.6, of op artikel 13 van de Wet bodembescherming, geeft het bestuursorgaan waarbij het verzoek is ingediend, een beschikking op het verzoek.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -6205,7 +6168,7 @@ b. de andere adviseurs.
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De beschikking op een overeenkomstig artikel 18.14, eerste lid, gedaan verzoek wordt zo spoedig mogelijk gegeven, doch uiterlijk:
|
||||
De beschikking op een overeenkomstig artikel 18.14 gedaan verzoek wordt zo spoedig mogelijk gegeven, doch uiterlijk:
|
||||
|
||||
a. indien het verzoek overeenkomstig artikel 18.14a is doorgezonden: zes weken na de datum waarop het verzoek is ontvangen door het bestuursorgaan waarbij het verzoek is ingediend;
|
||||
b. in andere gevallen: vier weken na de datum waarop het verzoek is ontvangen.
|
||||
|
|
@ -6544,18 +6507,17 @@ Geen beroep kan worden ingesteld tegen een beschikking:
|
|||
a. houdende een aanwijzing als bedoeld in artikel 5.23,
|
||||
b. houdende een aanwijzing als bedoeld in artikel 8.27,
|
||||
c. houdende een aanwijzing als bedoeld in artikel 8.31a,
|
||||
d. inzake een verklaring als bedoeld in artikel 8.36a,
|
||||
e. houdende een verzoek als bedoeld in artikel 8.39,
|
||||
f. houdende een certificaat of een accreditatie als bedoeld in artikel 11.2, derde lid, onderdeel b of c,
|
||||
g. houdende een verzoek als bedoeld in artikel 17.5, eerste lid,
|
||||
h. houdende een aanwijzing als bedoeld in artikel 18.3d, eerste lid, of 18.3f, eerste lid,
|
||||
i. houdende een aanwijzing van Onze Minister met toepassing van artikel 18.3f, zevende lid, aan burgemeester en wethouders of aan het dagelijks bestuur van een waterschap ter zake van de uitvoering door deze bestuursorganen van het bepaalde krachtens artikel 18.3,
|
||||
j. houdende een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 18.3e, eerste lid, laatste volzin,
|
||||
k. houdende een vordering als bedoeld in artikel 18.8a, eerste lid,
|
||||
d. houdende een verzoek als bedoeld in artikel 8.39,
|
||||
e. houdende een certificaat of een accreditatie als bedoeld in artikel 11.2, derde lid, onderdeel b of c,
|
||||
f. houdende een verzoek als bedoeld in artikel 17.5, eerste lid,
|
||||
g. houdende een aanwijzing als bedoeld in artikel 18.3d, eerste lid, of 18.3f, eerste lid,
|
||||
h. houdende een aanwijzing van Onze Minister met toepassing van artikel 18.3f, zevende lid, aan burgemeester en wethouders of aan het dagelijks bestuur van een waterschap ter zake van de uitvoering door deze bestuursorganen van het bepaalde krachtens artikel 18.3,
|
||||
i. houdende een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 18.3e, eerste lid, laatste volzin,
|
||||
j. houdende een vordering als bedoeld in artikel 18.8a, eerste lid,
|
||||
l. inhoudende een aanmaning als bedoeld in artikel 18.16m, derde lid, of
|
||||
l. inhoudende een dwangbevel als bedoeld in artikel 18.16n, eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het tweede lid kan tegen een beschikking als bedoeld in dat lid, onder a, c, d, e of f, beroep worden ingesteld overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk door het ten aanzien van de beschikking waarop de aanwijzing, de verklaring, onderscheidenlijk het verzoek betrekking heeft, bevoegde gezag.
|
||||
**3.** In afwijking van het tweede lid kan tegen een beschikking als bedoeld in dat lid, onder a, c, d of f, beroep worden ingesteld overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk door het ten aanzien van de beschikking waarop de aanwijzing, onderscheidenlijk het verzoek betrekking heeft, bevoegde gezag.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht vangt de beroepstermijn in een geval als bedoeld in het derde lid aan met ingang van de dag na de dag waarop een exemplaar van de beschikking waarop de verklaring of het verzoek betrekking heeft, overeenkomstig artikel 3:44, eerste lid, onder a, van de Algemene wet bestuursrecht ter inzage is gelegd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -6717,7 +6679,7 @@ Voor de uitvoering van deze wet ten aanzien van gebieden die niet deel uitmaken
|
|||
|
||||
**3.** De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens paragraaf 2.2, hoofdstuk 7 of paragraaf 14.2, wordt Ons gedaan door Onze Minister, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens titel 12.1 wordt Ons gedaan door Onze Minister en, voor zover het onderdelen van het milieubeleid betreft die tot hun verantwoordelijkheid behoren, Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat, van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en van Economische Zaken. Indien het een of meer inrichtingen betreft, die onder Onze Minister van Defensie ressorteren, wordt de voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens de artikelen 12.1, tweede lid, 12.4 en 12.5 Ons mede door hem gedaan.
|
||||
|
||||
**4.** Het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 1.1, eerste, derde, zesde, zevende of achtste lid, 2.2, derde lid, 5.1, eerste lid, 5.3, eerste lid, 7.1, derde lid, 7.2, eerste lid, 7.7, 8.2, 8.2a, 8.5, 8.7, 8.15, 8.17, tweede lid, 8.19, 8.20, tweede lid, 8.35, 8.40, 8.45, 8.49, vijfde lid, 9.2.1.3, tweede lid, 9.2.1.4, 9.2.2.1, eerste lid, 9.2.3.1, derde lid, 9.2.3.2, 9.2.3.3, vierde lid, 10.2, tweede lid, 10.15, eerste lid, 10.16, eerste lid, 10.17, eerste lid, 10.18, 10.19, eerste lid, 10.22, tweede lid, 10.28, eerste lid, 10.29, eerste lid, 10.30, derde lid, 10.32, 10.41, eerste en tweede lid, 10.42, eerste lid, 10.43, eerste lid, 10.44, derde lid, 10.46, eerste lid, 10.47, eerste lid, 10.48, eerste lid, 10.51, eerste lid, 10.52, eerste lid, 10.54, derde lid, 10.61, eerste lid, 12.1, tweede lid, 12.4, 12.5, 12.10, tweede lid, 12.11, tweede lid, 12.12, tweede en vierde lid, 12.13, tweede en derde lid, 12.16, derde lid, 12.29, 15.13, eerste lid, 15.32, eerste of tweede lid, 15.46, vijfde lid, 16.1, derde lid, 16.12, tweede lid, in verbinding met 16.49, tweede lid, 16.5016.53, tweede lid, 17.7, 18.3 of 21.4 wordt overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal en in de Staatscourant bekendgemaakt. Aan een ieder wordt de gelegenheid geboden binnen een bij die bekendmaking vast te stellen termijn van ten minste vier weken opmerkingen over het ontwerp schriftelijk ter kennis van Onze Minister te brengen.
|
||||
**4.** Het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 1.1, eerste, derde, zesde, zevende of achtste lid, 2.2, derde lid, 5.1, eerste lid, 5.3, eerste lid, 7.1, derde lid, 7.2, eerste lid, 7.7, 8.2, 8.2a, 8.5, 8.7, 8.15, 8.17, tweede lid, 8.19, 8.20, tweede lid, 8.40, 8.45, 8.49, vijfde lid, 9.2.1.3, tweede lid, 9.2.1.4, 9.2.2.1, eerste lid, 9.2.3.1, derde lid, 9.2.3.2, 9.2.3.3, vierde lid, 10.2, tweede lid, 10.15, eerste lid, 10.16, eerste lid, 10.17, eerste lid, 10.18, 10.19, eerste lid, 10.22, tweede lid, 10.28, eerste lid, 10.29, eerste lid, 10.30, derde lid, 10.32, 10.41, eerste en tweede lid, 10.42, eerste lid, 10.43, eerste lid, 10.44, derde lid, 10.46, eerste lid, 10.47, eerste lid, 10.48, eerste lid, 10.51, eerste lid, 10.52, eerste lid, 10.54, derde lid, 10.61, eerste lid, 12.1, tweede lid, 12.4, 12.5, 12.10, tweede lid, 12.11, tweede lid, 12.12, tweede en vierde lid, 12.13, tweede en derde lid, 12.16, derde lid, 12.29, 15.13, eerste lid, 15.32, eerste of tweede lid, 15.46, vijfde lid, 16.1, derde lid, 16.12, tweede lid, in verbinding met 16.49, tweede lid, 16.5016.53, tweede lid, 17.7, 18.3 of 21.4 wordt overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal en in de Staatscourant bekendgemaakt. Aan een ieder wordt de gelegenheid geboden binnen een bij die bekendmaking vast te stellen termijn van ten minste vier weken opmerkingen over het ontwerp schriftelijk ter kennis van Onze Minister te brengen.
|
||||
|
||||
**5.** Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het vierde lid wordt, nadat hij is vastgesteld, toegezonden aan de beide kamers der Staten-Generaal. Hij treedt niet eerder in werking dan vier weken na de datum van uitgifte van het *Staatsblad* waarin hij is geplaatst. Een krachtens artikel 5.1, eerste lid, vastgestelde algemene maatregel van bestuur treedt in werking op een tijdstip dat, nadat vier weken na de toezending ervan aan de beide kamers der Staten-Generaal zijn verstreken, bij koninklijk besluit wordt vastgesteld, tenzij binnen die termijn door of namens een der kamers der Staten-Generaal of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het in de algemene maatregel van bestuur geregelde onderwerp bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend en wordt de algemene maatregel van bestuur onverwijld ingetrokken.
|
||||
|
||||
|
|
@ -6785,6 +6747,8 @@ de Wet verontreiniging zeewater,
|
|||
|
||||
behoudens voor zover uit de bepalingen van die wetten of van deze wet anders blijkt.
|
||||
|
||||
**9.** Hoofdstuk 10, met uitzondering van titel 10.7, is niet van toepassing op gedragingen, voor zover daaromtrent voorschriften gelden, die zijn gesteld bij of krachtens de Kaderwet diervoeders.
|
||||
|
||||
### Artikel 22.1a
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag draagt ervoor zorg dat vergunningen, verleend krachtens artikel 8.1 van de Wet milieubeheer voor inrichtingen waartoe gpbv-installaties behoren, voor zover die niet in overeenstemming zijn met de regels die voor 31 oktober 2007 ter uitvoering van de EG-richtlijn geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging bij of krachtens deze wet zijn gesteld, uiterlijk met ingang van die datum daarmee in overeenstemming zijn.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue