2002-10-01 | BWBR0012790 | Besluit zeevisvaartbemanning
This commit is contained in:
parent
bbbb3501de
commit
b8ee3c47ab
1 changed files with 67 additions and 10 deletions
|
|
@ -171,33 +171,90 @@ Bij regeling van Onze Minister kan aanvulling van het aantal bemanningsleden wor
|
|||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Bij regeling van Onze Minister kunnen de volgende, nader te omschrijven aanvullingen, beperkingen of vaargebieden op vaarbevoegdheidsbewijzen voor de zeevisvaart worden aangebracht: de beperking in vaargebied, voortstuwingsvermogen, lengte, al dan niet in combinatie met een bepaald soort vissersvaartuigen.
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald wordt de ervaring of diensttijd uitgedrukt in jaren behaald aan boord van vissersvaartuigen, na de verkrijging van de bevoegdheid om tenminste als stuurman-werktuigkundige aan boord van een vissersvaartuig dienst te doen.
|
||||
|
||||
**2.** Bij regeling van Onze Minister wordt bepaald welke ervaring, niet opgedaan aan boord van vissersvaartuigen, in aanmerking wordt genomen.
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Een vaarbevoegdheidsbewijs voor de zeevisvaart is geldig tot ten hoogste vijf jaar na de datum van afgifte.
|
||||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Een vaarbevoegdheidsbewijs wordt afgegeven indien de aanvrager aantoont te voldoen aan de ingevolge dit besluit vereiste beroepsvereisten, ervaring en medische geschiktheid.
|
||||
|
||||
**2.** Een vaarbevoegdheidsbewijs kan vernieuwd worden, indien de houder in de periode van vijf jaar voorafgaand aan de datum van de aanvraag tot vernieuwing ten minste 1 jaar heeft dienstgedaan in een naar het oordeel van het hoofd van de Scheepvaartinspectie relevante functie waarvoor een vaarbevoegdheid is vereist en die door de houder op grond van de aan hem toegekende vaarbevoegdheden mocht worden vervuld, dan wel in een andere, naar het oordeel van het hoofd van de Scheepvaartinspectie daarmee vergelijkbare functie.
|
||||
|
||||
**3.** In het geval, genoemd in het tweede lid, wordt het vaarbevoegdheidsbewijs dat is vernieuwd ingenomen of zonodig ongeldig gemaakt.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Een vaarbevoegdheidsbewijs, dat door verloop van de geldigheidsduur ongeldig is geworden, en dat niet op grond van het tweede lid kan worden vernieuwd, wordt op verzoek vernieuwd indien de aanvrager direct voorafgaande aan de aanvraag:
|
||||
|
||||
a. een daartoe door Onze Minister erkende opleiding heeft gevolgd en met succes heeft afgesloten;
|
||||
b. gedurende drie maanden in een naar het oordeel van het hoofd van de Scheepvaartinspectie relevante functie boven de sterkte heeft gevaren, of
|
||||
c. op grond van een ontheffing, gedurende ten minste drie maanden in een naar het oordeel van het hoofd van de Scheepvaartinspectie relevante, maar lagere functie heeft gevaren dan waarvoor zijn ongeldig geworden vaarbevoegdheidsbewijs gold.
|
||||
|
||||
**5.** Een vaarbevoegdheidsbewijs dat verloren is gegaan kan worden vervangen door een duplicaat vaarbevoegdheidsbewijs, waarvan de einddatum overeenkomt met de einddatum van het originele document.
|
||||
|
||||
**6.** Indien de aanvrager van een duplicaat aanspraak kan maken op vernieuwing van het vaarbevoegdheidsbewijs, wordt hem desgevraagd met inachtneming van het tweede lid een nieuw vaarbevoegdheidsbewijs afgegeven.
|
||||
|
||||
**7.** Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing indien de eerste aanvraag van een vaarbevoegdheidsbewijs niet is ingediend binnen vier jaar na de datum waarop het kennisbewijs van de opleiding is afgegeven.
|
||||
|
||||
**8.** De kosten van de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs of een duplicaat vaarbevoegdheidsbewijs worden bij de aanvraag voldaan.
|
||||
|
||||
**9.** Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de eerste afgifte van vaarbevoegdheidsbewijzen voor de zeevisvaart.
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Onze Minister kan een vaarbevoegdheidsbewijs, diploma of certificaat dat is afgegeven door een bevoegde autoriteit van een staat, niet zijnde een Lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte erkennen, indien de beroepsvereisten, de wijze van opleiding en examinering en de opgedane ervaring tenminste gelijkwaardig zijn aan die in Nederland.
|
||||
|
||||
**2.** Indien een vaarbevoegdheidsbewijs, diploma of certificaat wordt erkend als gelijkwaardig aan een Nederlands vaarbevoegdheidsbewijs, wordt aan de aanvrager het overeenkomstige Nederlandse vaarbevoegdheidsbewijs van erkenning afgegeven.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs van erkenning als schipper zeevisvaart of plaatsvervangend schipper zeevisvaart, legt de aanvrager het bewijs over dat hij de door Onze Minister erkende opleidingsmodule wetgeving met gunstig gevolg heeft afgesloten.
|
||||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Indien bij de beoordeling van de aanvraag voor een EG-verklaring als bedoeld in artikel 8 van de Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma's en in artikel 10, tweede lid,van de Algemene wet erkenning EG-beroepsopleidingen voor een beroep waarvoor de vaarbevoegdheden genoemd in artikel 18, tweede lid, onderdeel d, van de wet geldig zijn, blijkt dat de opleiding of de ervaring van de aanvrager wezenlijke verschillen vertoont met de in Nederland geldende eisen wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld om:
|
||||
|
||||
a. bij gebleken verschil in de opleiding een opleiding te volgen en een examen af te leggen, en
|
||||
b. bij gebleken verschil in de ervaring een aanvullende aanpassingsstage te doen.
|
||||
|
||||
**2.** Het bepaalde in artikel 22, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Algemene bepalingen inzake kennisbewijzen
|
||||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De kennisbewijzen voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs om daarmee dienst te doen aan boord van vissersvaartuigen in de functie van schipper, plaatsvervangend schipper, stuurman-werktuigkundige, stuurman zeevisvaart of werktuigkundige zeevisvaart zijn in neerdalende lijn:
|
||||
|
||||
a. stuurman-werktuigkundige voor de zeevisvaart SW 4;
|
||||
b. stuurman zeevisvaart S IV-v, respectievelijk werktuigkundige zeevisvaart W IV-v;
|
||||
c. stuurman-werktuigkundige voor de zeevisvaart SW 5;
|
||||
d. stuurman-werktuigkundige voor de zeevisvaart SW 6.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De diploma's als bedoeld in de Wet op de zeevischvaartdiploma's, Stb. 1935, 455 voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs om daarmee dienst te doen aan boord van vissersvaartuigen in de functie van schipper, plaatsvervangend schipper, stuurman-werktuigkundige, stuurman zeevisvaart of werktuigkundige zeevisvaart zijn in neerdalende lijn:
|
||||
|
||||
a. het diploma voor de zeevisvaart S IV-v;
|
||||
b. het diploma voor de zeevisvaart W IV-v;
|
||||
c. het diploma voor de zeevisvaart SW V;
|
||||
d. het diploma voor de zeevisvaart SW VI.
|
||||
|
||||
**3.** Met het diploma voor de zeevisvaart S IV-v wordt in deze paragraaf gelijkgesteld: het diploma als stuurman voor de zeevisvaart tezamen met het aanvullingsdiploma voor de zeevisvaart;
|
||||
|
||||
**4.** Met het diploma voor de zeevisvaart SW V wordt in deze paragraaf gelijkgesteld het diploma als stuurman voor de zeevisvaart;
|
||||
|
||||
**5.** Met het diploma voor de zeevisvaart W IV-v worden, in deze paragraaf, uitsluitend voor een functie als werktuigkundige aan boord van vissersvaartuigen, gelijkgesteld het diploma als motordrijver voor de zeevisvaart alsmede het diploma als motordrijver, of een diploma van een hogere rangorde, uitgereikt krachtens de Wet op de zeevaartdiploma's.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Vereiste kennisbewijzen en ervaring algemeen
|
||||
|
||||
|
|
@ -302,17 +359,17 @@ c. een leeftijd van 18 jaar.
|
|||
|
||||
### Artikel 36
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Een vaarbevoegdheidsbewijs als schipper zeevisvaart aan boord van vissersvaartuigen met een lengte van minder dan 24 meter, op reizen binnen vaargebied II, wordt afgegeven aan de houder van het diploma SW V met aantekening, uitgereikt krachtens artikel 2 van het Dienstdiplomareglement zeevisvaart.
|
||||
|
||||
### Artikel 37
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Een vaarbevoegdheidsbewijs als schipper zeevisvaart aan boord van vissersvaartuigen met een lengte van minder dan 45 meter, op reizen binnen vaargebied II, wordt afgegeven aan de houder van het diploma SW V met aantekening, uitgereikt krachtens artikel 2 van het Dienstdiplomareglement zeevisvaart.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5. Overgangsbepalingen vaarbevoegdheden
|
||||
|
||||
### Artikel 38
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Een vaarbevoegdheid als stuurman zeevisvaart aan boord van vissersvaartuigen met een lengte van niet meer dan 45 meter wordt afgegeven aan de houder van het Bewijs van bekendheid met de bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee, dan wel aan de houder van het Bewijs van bekendheid met de Bepalingen ter Voorkoming van Aanvaringen op Zee S VII.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 5. Beroepsvereisten voor de zeevisvaart
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue