2018-09-01 | BWBR0006251 | Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg
This commit is contained in:
parent
2d5e3bcf7f
commit
b8f81eb70d
1 changed files with 71 additions and 15 deletions
|
|
@ -32,7 +32,7 @@ c. het wegnemen van weefsel bij een overledene en het verrichten van sectie.
|
|||
|
||||
**3.** In deze wet wordt onder een andere overeenkomstsluitende staat verstaan een staat, niet zijnde een lid-Staat van de Europese Economische Gemeenschap, die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland.
|
||||
|
||||
**4.** In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder register verstaan een overeenkomstig artikel 3, eerste lid, ingesteld register.
|
||||
**4.** In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder register verstaan een overeenkomstig artikel 3, eerste lid, of artikel 36b, eerste lid, ingesteld register.
|
||||
|
||||
**5.** In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder erkend specialistenregister verstaan een specialistenregister ten aanzien waarvan artikel 14, eerste lid, is toegepast, dan wel een specialistenregister dat met toepassing van artikel 16 in het leven is geroepen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -60,7 +60,9 @@ fysiotherapeut,
|
|||
|
||||
verloskundige,
|
||||
|
||||
verpleegkundige.
|
||||
verpleegkundige,
|
||||
|
||||
physician assistant.
|
||||
|
||||
**2.** Bij elke inschrijving worden in het register vermeld de naam, voornamen, geslacht, geboortedatum, nationaliteit en adres van de betrokkene en het nummer en het tijdstip van inschrijving.
|
||||
|
||||
|
|
@ -409,6 +411,14 @@ b. het ingevolge opdracht van een beroepsbeoefenaar op het gebied van de individ
|
|||
|
||||
#### Paragraaf 9. Physician assistants
|
||||
|
||||
### Artikel 33a
|
||||
|
||||
Om in het betreffende register als physician assistant te kunnen worden ingeschreven, wordt vereist het bezit van een getuigschrift waaruit blijkt dat de betrokkene voldoet aan de daartoe bij algemene maatregel van bestuur gestelde opleidingseisen.
|
||||
|
||||
### Artikel 33b
|
||||
|
||||
Tot het gebied van deskundigheid van de physician assistant wordt gerekend het verrichten van bij algemene maatregel van bestuur te omschrijven handelingen op het deelgebied van de geneeskunst waarbinnen de physician assistant is opgeleid, een en ander met inachtneming van de beperkingen, bij de maatregel te stellen. Deze handelingen omvatten het onderzoeken, behandelen en begeleiden van patiënten met veel voorkomende aandoeningen binnen dat deelgebied van de geneeskunst.
|
||||
|
||||
### Afdeling 2. Beroepen waarop het stelsel van opleidingstitelbescherming van toepassing is
|
||||
|
||||
### Artikel 34
|
||||
|
|
@ -446,8 +456,10 @@ Tot het verrichten van heelkundige handelingen - waaronder worden verstaan hande
|
|||
a. de artsen,
|
||||
b. de tandartsen,
|
||||
c. de verloskundigen,
|
||||
d. de physician assistants,
|
||||
e. bij ministeriële regeling aan te wijzen categorieën van verpleegkundigen, behorend tot een wettelijk erkend specialisme, een en ander met inachtneming van de beperkingen, bij de regeling te stellen,
|
||||
|
||||
doch de onder *b* en *c* genoemde personen uitsluitend voor zover het betreft handelingen, in de aanhef van dit lid bedoeld, die overeenkomstig het bij of krachtens hoofdstuk III bepaalde worden gerekend tot hun gebied van deskundigheid.
|
||||
doch de onder b, c en d genoemde personen uitsluitend voor zover het betreft handelingen, in de aanhef van dit lid bedoeld, die overeenkomstig het bij of krachtens hoofdstuk III bepaalde worden gerekend tot hun gebied van deskundigheid.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -460,14 +472,22 @@ b. de verloskundigen, doch dezen uitsluitend voor zover het betreft handelingen,
|
|||
|
||||
Tot het verrichten van endoscopieën zijn bevoegd:
|
||||
|
||||
de artsen.
|
||||
a. de artsen,
|
||||
b. de physician assistants,
|
||||
c. bij ministeriële regeling aan te wijzen categorieën van verpleegkundigen, behorend tot een wettelijk erkend specialisme, een en ander met inachtneming van de beperkingen, bij de regeling te stellen,
|
||||
|
||||
doch de onder b en c genoemde personen uitsluitend voor zover het betreft handelingen, in de aanhef van dit lid bedoeld, die overeenkomstig het bij of krachtens hoofdstuk III bepaalde worden gerekend tot hun gebied van deskundigheid.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Tot het verrichten van catheterisaties zijn bevoegd:
|
||||
|
||||
a. de artsen,
|
||||
b. de verloskundigen, doch dezen uitsluitend voor zover het betreft handelingen, in de aanhef van dit lid bedoeld, die overeenkomstig het bij of krachtens hoofdstuk III bepaalde worden gerekend tot hun gebied van deskundigheid.
|
||||
b. de verloskundigen,
|
||||
c. de physician assistants,
|
||||
d. bij ministeriële regeling aan te wijzen categorieën van verpleegkundigen, behorend tot een wettelijk erkend specialisme, een en ander met inachtneming van de beperkingen, bij de regeling te stellen,
|
||||
|
||||
doch de onder b en c genoemde personen uitsluitend voor zover het betreft handelingen, in de aanhef van dit lid bedoeld, die overeenkomstig het bij of krachtens hoofdstuk III bepaalde worden gerekend tot hun gebied van deskundigheid.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -476,15 +496,21 @@ Tot het geven van injekties zijn bevoegd:
|
|||
a. de artsen,
|
||||
b. de tandartsen,
|
||||
c. de verloskundigen,
|
||||
d. de physician assistants,
|
||||
e. bij ministeriële regeling aan te wijzen categorieën van verpleegkundigen, behorend tot een wettelijk erkend specialisme, een en ander met inachtneming van de beperkingen, bij de regeling te stellen,
|
||||
|
||||
doch de onder *b* en *c* genoemde personen uitsluitend voor zover het betreft handelingen, in de aanhef van dit lid bedoeld, die overeenkomstig het bij of krachtens hoofdstuk III bepaalde worden gerekend tot hun gebied van deskundigheid.
|
||||
doch de onder b, c en d genoemde personen uitsluitend voor zover het betreft handelingen, in de aanhef van dit lid bedoeld, die overeenkomstig het bij of krachtens hoofdstuk III bepaalde worden gerekend tot hun gebied van deskundigheid.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
Tot het verrichten van punkties zijn bevoegd:
|
||||
|
||||
a. de artsen,
|
||||
b. de verloskundigen, doch dezen uitsluitend voor zover het betreft handelingen, in de aanhef van dit lid bedoeld, die overeenkomstig het bij of krachtens hoofdstuk III bepaalde worden gerekend tot hun gebied van deskundigheid.
|
||||
b. de verloskundigen,
|
||||
c. de physician assistants,
|
||||
d. bij ministeriële regeling aan te wijzen categorieën van verpleegkundigen, behorend tot een wettelijk erkend specialisme, een en ander met inachtneming van de beperkingen, bij de regeling te stellen,
|
||||
|
||||
doch de onder b en c genoemde personen uitsluitend voor zover het betreft handelingen, in de aanhef van dit lid bedoeld, die overeenkomstig het bij of krachtens hoofdstuk III bepaalde worden gerekend tot hun gebied van deskundigheid.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -506,13 +532,21 @@ doch uitsluitend voor zover zij voldoen aan de krachtens de Kernenergiewet (*Stb
|
|||
|
||||
Tot het verrichten van electieve cardioversie zijn bevoegd:
|
||||
|
||||
de artsen.
|
||||
a. de artsen,
|
||||
b. de physician assistants,
|
||||
c. bij ministeriële regeling aan te wijzen categorieën van verpleegkundigen, behorend tot een wettelijk erkend specialisme, een en ander met inachtneming van de beperkingen, bij de regeling te stellen,
|
||||
|
||||
doch de onder b en c genoemde personen uitsluitend voor zover het betreft handelingen, in de aanhef van dit lid bedoeld, die overeenkomstig het bij of krachtens hoofdstuk III bepaalde worden gerekend tot hun gebied van deskundigheid.
|
||||
|
||||
**10.**
|
||||
|
||||
Tot het toepassen van defibrillatie zijn bevoegd:
|
||||
|
||||
de artsen.
|
||||
a. de artsen,
|
||||
b. de physician assistants,
|
||||
c. bij ministeriële regeling aan te wijzen categorieën van verpleegkundigen, behorend tot een wettelijk erkend specialisme, een en ander met inachtneming van de beperkingen, bij de regeling te stellen,
|
||||
|
||||
doch de onder b en c genoemde personen uitsluitend voor zover het betreft handelingen, in de aanhef van dit lid bedoeld, die overeenkomstig het bij of krachtens hoofdstuk III bepaalde worden gerekend tot hun gebied van deskundigheid.
|
||||
|
||||
**11.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -544,7 +578,9 @@ d. verpleegkundigen, die behoren tot een ter bevordering van een goede uitoefeni
|
|||
1°. voor zover een onder a, b of c bedoelde beroepsbeoefenaar de diagnose heeft gesteld met betrekking tot de patiënt voor wie het geneesmiddel is bestemd,
|
||||
2°. voor zover medische protocollen en standaarden ter zake van het voorschrijven van UR-geneesmiddelen worden gevolgd,
|
||||
3°. binnen de bij de regeling te stellen beperkingen ten aanzien van de reikwijdte van de in de aanhef bedoelde bevoegdheid, en
|
||||
4°. voor zover van die bevoegdheid een aantekening in het register is gemaakt.
|
||||
4°. voor zover van die bevoegdheid een aantekening in het register is gemaakt;
|
||||
e. bij ministeriële regeling aan te wijzen categorieën van verpleegkundigen, behorend tot een wettelijk erkend specialisme, een en ander met inachtneming van de beperkingen, bij de regeling te stellen,
|
||||
f. de physician assistants, doch deze uitsluitend voor zover het betreft handelingen, in de aanhef van dit lid bedoeld, die overeenkomstig het bij of krachtens hoofdstuk III bepaalde worden gerekend tot hun gebied van deskundigheid.
|
||||
|
||||
**15.** De personen, genoemd in het eerste tot en met het veertiende lid, zijn tot het verrichten van de desbetreffende handelingen uitsluitend bevoegd voor zover zij redelijkerwijs mogen aannemen dat zij beschikken over de bekwaamheid die vereist is voor het behoorlijk verrichten van die handelingen. De personen, genoemd in het eerste tot en met het veertiende lid, die niet voldoen aan het bepaalde in de eerste volzin, worden voor de toepassing van de artikelen 35, eerste lid, onder a, 38 en 39 aangemerkt als personen die hun bevoegdheid ontlenen aan het in dit artikel bepaalde.
|
||||
|
||||
|
|
@ -575,7 +611,25 @@ b. het moment dat de bedoelde wijzigingswet wordt ingetrokken of verworpen door
|
|||
|
||||
### Artikel 36b
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat door Onze Minister een tijdelijk register wordt ingesteld en beheerd waarin beroepsbeoefenaren van een in de maatregel, bedoeld in artikel 36a, eerste lid, omschreven categorie voor de duur van het in die maatregel bedoelde experiment, op hun aanvraag worden ingeschreven.
|
||||
|
||||
**2.** Met betrekking tot de registers, bedoeld in het eerste lid, zijn de artikelen 3, eerste en vierde lid, 4, eerste, tweede en vierde lid, 6, onderdeel a, en 8 niet van toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Indien voor het betreffende beroep op grond van het eerste lid een tijdelijk register is ingesteld, gaat dat tijdelijk register op het tijdstip dat de wet, bedoeld in artikel 36a, achtste lid, onder a, in werking treedt, over in het in die wet voor dat beroep op grond van artikel 3 ingestelde register. Het tweede lid is vanaf dat tijdstip niet langer van toepassing ten aanzien van dat register.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van artikel 8, eerste lid, geldt voor de beroepsbeoefenaar die is ingeschreven in een tijdelijk register, dat op grond van het derde lid is overgegaan in een register als bedoeld in artikel 3, eerste lid, dat de inschrijving een half jaar na de inwerkingtreding van de wet, bedoeld in artikel 36a, achtste lid, onder a, wordt doorgehaald.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van het vierde lid, geldt voor degene die op de datum, bedoeld in het vierde lid, korter dan vijf jaar ingeschreven is, als datum, bedoeld in artikel 8, eerste lid, de datum van vijf jaar na die van de eerste inschrijving in het register, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**6.** Na het eindigen van het experiment, blijft de beroepsbeoefenaar die was ingeschreven in het tijdelijk register ter zake van enig in artikel 47, eerste lid, bedoeld handelen of nalaten gedurende de tijd dat hij ingeschreven stond, aan de tuchtrechtspraak onderworpen.
|
||||
|
||||
**7.** Indien toepassing gegeven wordt aan het zesde lid, geeft het tuchtcollege een oordeel over de gegrondheid van de klacht, met dien verstande dat geen maatregelen bedoeld in artikel 48, eerste lid, opgelegd kunnen worden.
|
||||
|
||||
**8.** Indien de termijn, bedoeld in artikel 36a, eerste lid, vervalt, anders dan door toepassing van artikel 36a, achtste lid, onder a, bestaat gedurende een half jaar na het verstrijken van die termijn de bevoegdheid tot het indienen van een klaagschrift, bedoeld in artikel 65, eerste lid. Van de datum waarop deze bevoegdheid aanvangt, wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
**9.** Na het eindigen van het experiment, kunnen leden-beroepsgenoten en plaatsvervangende leden-beroepsgenoten van de tuchtcolleges, bedoeld in de artikelen 55, eerste lid en 56, eerste lid, bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister benoemd worden, voor zover dit noodzakelijk is voor de behandeling van zaken over klachten die tot een half jaar na het eindigen van het experiment zijn ingediend. Deze leden en plaatsvervangende leden worden benoemd uit personen die ten tijde van het experiment waren ingeschreven in het tijdelijk register.
|
||||
|
||||
**10.** Indien de termijn, bedoeld in artikel 36a, eerste lid, vervalt, anders dan door toepassing van artikel 36a, achtste lid, onder a, blijven de aantekeningen die op grond van artikel 9 in het tijdelijk register zijn geplaatst gedurende vijf jaar raadpleegbaar.
|
||||
|
||||
### Artikel 37
|
||||
|
||||
|
|
@ -760,7 +814,9 @@ fysiotherapeut,
|
|||
|
||||
verloskundige,
|
||||
|
||||
verpleegkundige.
|
||||
verpleegkundige,
|
||||
|
||||
physician assistant.
|
||||
|
||||
**3.** De tuchtrechtspraak wordt in eerste aanleg uitgeoefend door regionale tuchtcolleges en in beroep door een centraal tuchtcollege.
|
||||
|
||||
|
|
@ -849,7 +905,7 @@ Herziening van een onherroepelijk geworden tuchtrechtelijke eindbeslissing waarb
|
|||
|
||||
### Artikel 55
|
||||
|
||||
**1.** Een regionaal tuchtcollege telt twee rechtsgeleerde leden van wie één tevens voorzitter is, alsmede, voor elk van de in artikel 47, tweede lid, aangegeven categorieën van aan tuchtrechtspraak onderworpen personen, drie leden-beroepsgenoten. Van het college maken mede deel uit plaatsvervangende rechtsgeleerde leden, benevens voor elk van de in de eerste volzin bedoelde categorieën, plaatsvervangende leden-beroepsgenoten.
|
||||
**1.** Een regionaal tuchtcollege telt twee rechtsgeleerde leden van wie één tevens voorzitter is, alsmede, voor elk van de in artikel 47, tweede lid, of krachtens artikel 36a, eerste lid, aangegeven categorieën van aan tuchtrechtspraak onderworpen personen, drie leden-beroepsgenoten. Van het college maken mede deel uit plaatsvervangende rechtsgeleerde leden, benevens voor elk van de in de eerste volzin bedoelde categorieën, plaatsvervangende leden-beroepsgenoten.
|
||||
|
||||
**2.** Aan de behandeling van een zaak wordt deelgenomen door de voorzitter, door het andere rechtsgeleerde lid en door de drie leden-beroepsgenoten, benoemd voor de categorie waartoe degene over wie is geklaagd, behoort, een en ander met de mogelijkheid van plaatsvervanging. In afwijking van het bepaalde in de eerste volzin kan de voorzitter bepalen dat aan de behandeling van een zaak die hem daartoe geschikt voorkomt, wordt deelgenomen door de voorzitter en door twee leden-beroepsgenoten, benoemd voor de categorie waartoe degene over wie is geklaagd, behoort, een en ander met de mogelijkheid van plaatsvervanging. Indien de zaak naar het oordeel van een van deze leden ongeschikt is voor behandeling overeenkomstig het bepaalde in de tweede volzin, wordt de behandeling voortgezet met toepassing van de eerste volzin.
|
||||
|
||||
|
|
@ -861,7 +917,7 @@ Herziening van een onherroepelijk geworden tuchtrechtelijke eindbeslissing waarb
|
|||
|
||||
### Artikel 56
|
||||
|
||||
**1.** Het centrale tuchtcollege telt drie rechtsgeleerde leden van wie één tevens voorzitter is, alsmede, voor elk van de in artikel 47, tweede lid, aangegeven categorieën van aan tuchtrechtspraak onderworpen personen, twee leden-beroepsgenoten. Van het college maken mede deel uit plaatsvervangende rechtsgeleerde leden, benevens voor elk van de in de eerste volzin bedoelde categorieën, plaatsvervangende leden-beroepsgenoten.
|
||||
**1.** Het centrale tuchtcollege telt drie rechtsgeleerde leden van wie één tevens voorzitter is, alsmede, voor elk van de in artikel 47, tweede lid, of krachtens artikel 36a, eerste lid, aangegeven categorieën van aan tuchtrechtspraak onderworpen personen, twee leden-beroepsgenoten. Van het college maken mede deel uit plaatsvervangende rechtsgeleerde leden, benevens voor elk van de in de eerste volzin bedoelde categorieën, plaatsvervangende leden-beroepsgenoten.
|
||||
|
||||
**2.** Aan de behandeling van een zaak wordt deelgenomen door de voorzitter, door de twee andere rechtsgeleerde leden en door de twee leden-beroepsgenoten, benoemd voor de categorie waartoe degene over wie is geklaagd, behoort, een en ander met de mogelijkheid van plaatsvervanging.
|
||||
|
||||
|
|
@ -873,7 +929,7 @@ Herziening van een onherroepelijk geworden tuchtrechtelijke eindbeslissing waarb
|
|||
|
||||
**1.** De voorzitter van een tuchtcollege kan ten aanzien van twee of meer met elkaar samenhangende zaken bepalen dat zij door het college ter terechtzitting gezamenlijk worden behandeld.
|
||||
|
||||
**2.** Ingeval in deze zaken degenen over wie is geklaagd, tot verschillende in artikel 47, tweede lid, aangegeven categorieën behoren, wordt aan het onderzoek ter terechtzitting door het ingevolge artikel 55, tweede lid, onderscheidenlijk artikel 56, tweede lid, vereiste aantal leden-beroepsgenoten of plaatsvervangende leden-beroepsgenoten van elk van de betrokken categorieën deelgenomen.
|
||||
**2.** Ingeval in deze zaken degenen over wie is geklaagd, tot verschillende in artikel 47, tweede lid, of krachtens artikel 36a, eerste lid, aangegeven categorieën behoren, wordt aan het onderzoek ter terechtzitting door het ingevolge artikel 55, tweede lid, onderscheidenlijk artikel 56, tweede lid, vereiste aantal leden-beroepsgenoten of plaatsvervangende leden-beroepsgenoten van elk van de betrokken categorieën deelgenomen.
|
||||
|
||||
**3.** Ingeval is geklaagd over een arts ter zake van verrichtingen op het gebied van de uitoefening der artsenijbereidkunst, wordt in het tuchtcollege ten minste één der plaatsen, bij artikel 55, tweede lid, onderscheidenlijk artikel 56, tweede lid, toegewezen aan leden-beroepsgenoten, vervuld door een lid-beroepsgenoot of plaatsvervangend lid-beroepsgenoot, die op grond van artikel 61, tiende of elfde lid, van de Geneesmiddelenwet mede bevoegd is geneesmiddelen ter hand te stellen.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue