2015-01-22 | BWBW33099 | Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003
This commit is contained in:
parent
d5b1d478bb
commit
b94cac5f51
1 changed files with 26 additions and 76 deletions
|
|
@ -6234,21 +6234,23 @@ De bevoegdheid tot verlening van ontheffing is in Nederland gemandateerd aan de
|
|||
|
||||
#### 3. Betaling van de verschuldigde optie- en naturalisatiegelden
|
||||
|
||||
De optie- en naturalisatiegelden zijn verschuldigd voordat een verklaring van optie of verzoek tot verlening van het Nederlanderschap in behandeling wordt genomen. De betaling wordt in Nederland voldaan bij de autoriteit die de optieverklaring of het naturalisatieverzoek in ontvangst neemt, namelijk de burgemeester. In het buitenland zijn dat de hoofden van de Nederlandse diplomatieke en consulaire posten. Eerst na ontvangst van de betaling dan wel na de beslissing op een ontheffingsverzoek wordt het ingediende verzoek om naturalisatie dan wel de afgelegde optieverklaring in behandeling genomen. Ongeacht het verdere verloop van de naturalisatieprocedure – toewijzing, afwijzing of intrekking van het verzoek nadat de behandeling is begonnen – zijn de rechten verschuldigd betaald (vergelijk artikelen 2 en 3 BON).
|
||||
De optie- en naturalisatiegelden zijn verschuldigd voordat een verklaring van optie of verzoek tot verlening van het Nederlanderschap in behandeling wordt genomen. De betaling wordt in Nederland voldaan bij de autoriteit die de optieverklaring of het naturalisatieverzoek in ontvangst neemt, namelijk de burgemeester. In het buitenland is dat de Minister van Buitenlandse Zaken.
|
||||
|
||||
De hoogte van het verschuldigde bedrag voor het afleggen van de optieverklaring of voor het verzoek om naturalisatie wordt in beginsel vastgesteld op het moment dat de verklaring of het verzoek door de burgemeester/het hoofd van de Nederlandse diplomatieke en consulaire post in ontvangst wordt genomen. Zie de in de paragrafen 1.1, 1.3, 2.2 tot en met 2.4 en 2.6 opgenomen richtlijnen.
|
||||
Eerst na ontvangst van de betaling dan wel na de beslissing op een ontheffingsverzoek wordt het ingediende verzoek om naturalisatie dan wel de afgelegde optieverklaring in behandeling genomen. Ongeacht het verdere verloop van de naturalisatieprocedure – toewijzing, afwijzing of intrekking van het verzoek nadat de behandeling is begonnen – zijn de rechten verschuldigd betaald (vergelijk artikelen 2 en 3 BON).
|
||||
|
||||
Uitgangspunt is dat de leges worden betaald op het moment van het afleggen van de optieverklaring respectievelijk de indiening van het verzoek om naturalisatie. Het verschuldigde bedrag wordt ineens voldaan, betaling in termijnen is niet mogelijk. Wordt niet betaald op het moment van het afleggen van de optieverklaring respectievelijk de indiening van het verzoek om naturalisatie, dan wordt betrokkene op dat moment op grond van artikel 4:5, eerste lid, Awb in de gelegenheid gesteld om binnen zes weken te betalen (hiervoor zijn model 1.25, model 1.25a, model 2.8 en model 2.8a beschikbaar). De termijn van zes weken vloeit voort uit artikel 6 BON. Vindt de betaling van het verschuldigde bedrag niet plaats binnen deze zes weken, dan wordt de verklaring of het verzoek buiten behandeling gesteld (artikel 6 BON). Een besluit tot buitenbehandelingstelling wegens niet- of niet tijdige betaling wordt schriftelijk meegedeeld aan betrokkene (artikel 4, tweede lid, BVVN). Daarvoor zijn beschikbaar de modellen 1.26, 1.26a, 2.23 en 2.23a.
|
||||
De hoogte van het verschuldigde bedrag voor het afleggen van de optieverklaring of voor het verzoek om naturalisatie wordt in beginsel vastgesteld op het moment dat de verklaring of het verzoek door de burgemeester/ de Minister van Buitenlandse Zaken in ontvangst wordt genomen. Zie de in de paragrafen 1.1, 1.3, 2.2 tot en met 2.4 en 2.6 opgenomen richtlijnen.
|
||||
|
||||
Is verzocht om ontheffing van optie- of naturalisatiegelden, dan wordt de termijn van zes weken opgeschort tot de dag waarop op het ontheffingsverzoek (negatief) is beslist.
|
||||
Modellen van een schriftelijke bevestiging door betrokkene dat hij is geïnformeerd over de hoogte en de termijn van de te betalen optie- en naturalisatiegelden en dat hij instemt met de betaling van de opgelegde optie- en naturalisatiegelden dan wel is vrijgesteld van de betaling dan wel een verzoek om ontheffing heeft ingediend, zijn opgenomen als model 1.25 HRWN, model 1.25a HRWN, model 2.8 HRWN en model 2.8a HRWN. De vaststelling van de hoogte van de te betalen naturalisatiegelden is een voorbereidingshandeling zoals bedoeld in artikel 6:3 Awb en is niet afzonderlijk vatbaar voor bezwaar of beroep.
|
||||
|
||||
Tegen de beslissing tot buitenbehandelingstelling van een optieverklaring of een verzoek om naturalisatie kan op grond van de Awb binnen zes weken bezwaar worden aangetekend.
|
||||
Uitgangspunt is dat de leges worden betaald op het moment van het afleggen van de optieverklaring respectievelijk de indiening van het verzoek om naturalisatie. Het verschuldigde bedrag wordt ineens voldaan, betaling in termijnen is niet mogelijk. Wordt niet betaald op het moment van het afleggen van de optieverklaring respectievelijk de indiening van het verzoek om naturalisatie, dan wordt betrokkene op dat moment op grond van artikel 4:5, eerste lid, Awb in de gelegenheid gesteld om binnen zes weken te betalen. Hiervoor zijn model 1.25 HRWN, model 1.25a HRWN, model 2.8 HRWN en model 2.8a HRWN beschikbaar. De termijn van zes weken vloeit voort uit artikel 6 BON. Vindt de betaling van het verschuldigde bedrag niet plaats binnen deze zes weken, dan wordt de optieverklaring of het naturalisatieverzoek buiten behandeling gesteld (artikel 6 BON). Een besluit tot buitenbehandelingstelling wegens niet- of niet tijdige betaling wordt schriftelijk meegedeeld aan betrokkene (artikel 4, tweede lid, BVVN). Daarvoor zijn beschikbaar de modellen 1.26 HRWN, 1.26a HRWN, 2.23 HRWN en 2.23a HRWN.
|
||||
|
||||
Is verzocht om ontheffing van optie- of naturalisatiegelden, dan wordt de termijn van zes weken opgeschort tot de dag waarop op het ontheffingsverzoek (negatief) is beslist. Tegen de beslissing tot buitenbehandelingstelling van een optieverklaring of een verzoek om naturalisatie kan op grond van de Awb binnen zes weken bezwaar worden aangetekend.
|
||||
|
||||
Als het gaat om een optie/naturalisatie dat is afgelegd/ingediend bij de gemeente, dan moet het bezwaarschrift worden toegestuurd aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), Klantdirectie Naturalisatie, Postbus 280, 7600 AG te Almelo.
|
||||
|
||||
Als het gaat om een optie/naturalisatie dat is afgelegd/ingediend bij het hoofd van de Nederlandse diplomatieke en consulaire post, dan moet het bezwaarschrift worden toegestuurd aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), Klantdirectie Naturalisatie, Unit Nationaliteit en Naturalisatie, Postbus 285, 7600 AG te Almelo.
|
||||
Als het gaat om een optie/naturalisatie dat is afgelegd/ingediend bij de Minister van Buitenlandse Zaken, dan moet het bezwaarschrift worden toegestuurd aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), Klantdirectie Naturalisatie, Unit Nationaliteit en Naturalisatie, Postbus 285, 7600 AG te Almelo.
|
||||
|
||||
Stelt de burgemeester/het hoofd van de Nederlandse diplomatieke en consulaire post een verzoek om naturalisatie buiten behandeling, dan brengt hij geen advies uit aan Onze Minister. Zowel als de verzoeker bezwaar aantekent tegen de buitenbehandelingstelling, als wanneer de verzoeker dat niet doet, stuurt de burgemeester/het hoofd van de Nederlandse diplomatieke en consulaire post altijd het naturalisatiedossier aan de IND.
|
||||
Stelt de burgemeester/de Minister van Buitenlandse Zaken een verzoek om naturalisatie buiten behandeling, dan brengt hij geen advies uit aan Onze Minister. Zowel als de verzoeker bezwaar aantekent tegen de buitenbehandelingstelling, als wanneer de verzoeker dat niet doet, stuurt de burgemeester/de Minister van Buitenlandse Zaken altijd het naturalisatiedossier aan de IND.
|
||||
|
||||
#### 4. Afdracht naturalisatiegelden
|
||||
|
||||
|
|
@ -7702,7 +7704,18 @@ Geen.
|
|||
|
||||
### 21-alg. Toelichting algemeen
|
||||
|
||||
De in artikel 21 RWN bedoelde algemene maatregel van rijksbestuur is het Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap (BVVN, van 15 april 2002, *Stb.* 2002, 231)
|
||||
De in artikel 21 RWN bedoelde algemene maatregel van rijksbestuur is het Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap (BVVN, van 15 april 2002, Stb. 2002, 231)
|
||||
|
||||
Hoofdstuk I van het BVVN bevat algemene bepalingen, hoofdstuk II handelt over de administratieve behandeling van optieverklaringen, hoofdstuk III over de administratieve behandeling van verzoeken om naturalisatie (inclusief de administratieve handelingen inzake de afstandsverplichting), hoofdstuk IV over het bewijs van Nederlanderschap, hoofdstuk V over verlies van het Nederlanderschap door afstand en intrekking wegens fraude en het niet nakomen van de afstandsverplichting en hoofdstuk VI bevat overgangs- en slotbepalingen.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 2 BVVN en artikel 63 BVVN zijn de volgende autoriteiten bevoegd tot het in ontvangst nemen van optieverklaringen, verzoeken om naturalisatie en verklaringen van afstand van het Nederlanderschap:
|
||||
|
||||
– in Europees Nederland: de burgemeesters;
|
||||
– in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba: de gezaghebbers;
|
||||
– in Aruba, Curaçao en Sint Maarten: de Gouverneur;
|
||||
– in het buitenland: de Minister van Buitenlandse Zaken.
|
||||
|
||||
In de artikelen 7, 13, 19, 25, 33, 39, 45 en 51 BVVN wordt nader geregeld van welke personen deze autoriteiten optieverklaringen c.q. verzoeken om naturalisatie in ontvangst mogen nemen. Daarentegen zijn alle genoemde autoriteiten bevoegd om afstandsverklaringen van ongeacht welke persoon in ontvangst te nemen.
|
||||
|
||||
## 22
|
||||
|
||||
|
|
@ -7795,76 +7808,13 @@ Geen.
|
|||
|
||||
20034404-03-200320034404-03-200301-04-2003
|
||||
|
||||
### 22-2. Toelichting ad artikel 22, tweede lid
|
||||
### 22-2. Toelichting ad
|
||||
|
||||
Onze Ministers van Justitie van Aruba, van Curaçao en van Sint Maarten houden een openbaar register van de in het eerste lid bedoelde akten welke betrekking hebben op personen die in hun land woonachtig zijn.
|
||||
|
||||
|
||||
Ten aanzien van personen woonachtig in de Nederlandse Antillen berusten de optieregisters bij:
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
*Bonaire*
|
||||
|
||||
Burgerlijke Stand, Bevolkingsregister en Verkiezingen
|
||||
Boulevard Julio A. Abraham 1
|
||||
Kralendijk
|
||||
Bonaire
|
||||
Nederlandse Antillen
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
*Curaçao*
|
||||
|
||||
Burgerlijke Stand, Bevolkingsregister en Verkiezingen
|
||||
A.M. Chumaceiro Bulevar 13
|
||||
Willemstad
|
||||
Curaçao
|
||||
Nederlandse Antillen
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
*Saba*
|
||||
|
||||
Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister van Saba
|
||||
The Bottom
|
||||
Saba
|
||||
Nederlandse Antillen
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
*Sint Eustatius*
|
||||
|
||||
Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister van Sint Eustatius (Census Office) Fort Oranje
|
||||
Oranjestad
|
||||
Sint Eustatius
|
||||
Nederlandse Antillen
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
*Sint Maarten*
|
||||
|
||||
Burgerlijke Stand, Bevolkingsregister en Verkiezingen (Census Office) Sualouiga Road 6, Pondfill
|
||||
Philipsburg
|
||||
Sint Maarten
|
||||
Nederlandse Antillen
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
Het register met verleningen wordt gehouden door:
|
||||
Centraal Bureau voor Registratuur en Archiefzaken Curaçao
|
||||
|
||||
|
||||
Ten aanzien van personen woonachtig in Aruba berusten de registers bij: Buro Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister
|
||||
Schoolstraat 2
|
||||
Oranjestad
|
||||
Aruba
|
||||
|
||||
|
||||
De Nederlandse Antillen en Aruba hebben eveneens een openbaar register, waarin ten aanzien van de aldaar wonende personen dezelfde gegevens worden bijgehouden als die genoemd in artikel 22, eerste lid, RWN. De in deze bepaling bedoelde registers zijn dus zowel in de Nederlandse Antillen respectievelijk Aruba, als bij de IND in Rijswijk, Nederland aanwezig. Voor wat betreft de in de Nederlandse Antillen respectievelijk in Aruba uitgebrachte optieverklaringen volgt dit ook uit artikel 18, eerste lid, BVVN en artikel 24, eerste lid, BVVN.
|
||||
|
||||
20101624214-10-201008-10-20102010/220101624214-10-201008-10-20102010/210-10-2010De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.01-01-2015Stcrt. 2015, 1793, datum inwerkingtreding 22-01-2015, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van deze tekst. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-01-2015.Onze Ministers van Justitie van Aruba, van Curaçao en van Sint Maarten houden een openbaar register van de in het eerste lid bedoelde akten welke betrekking hebben op personen die in hun land woonachtig zijn.Ten aanzien van personen woonachtig in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba berusten de optieregisters bij:*Bonaire*Burgerlijke Stand, Bevolkingsregister en VerkiezingenBoulevard Julio A. Abraham 1KralendijkBonaireCaribisch Nederland*Curaçao*Burgerlijke Stand, Bevolkingsregister en VerkiezingenA.M. Chumaceiro Bulevar 13WillemstadCuraçaoSabaBurgerlijke Stand en Bevolkingsregister van SabaThe BottomSabaCaribisch NederlandSint EustatiusBurgerlijke Stand en Bevolkingsregister van Sint Eustatius (Census Office) Fort OranjeOranjestadSint EustatiusCaribisch NederlandSint MaartenBurgerlijke Stand, Bevolkingsregister en Verkiezingen (Census Office) Sualouiga Road 6, PondfillPhilipsburgSint MaartenHet register met verleningen wordt gehouden door:Centraal Bureau voor Registratuur en Archiefzaken CuraçaoTen aanzien van personen woonachtig in Aruba berusten de registers bij:Buro Burgerlijke Stand en BevolkingsregisterSchoolstraat 2OranjestadArubaAruba, Curaçao, Sint Maarten en de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba hebben eveneens een openbaar register, waarin ten aanzien van de aldaar wonende personen dezelfde gegevens worden bijgehouden als die genoemd in artikel 22, eerste lid, RWN. De in deze bepaling bedoelde registers zijn dus zowel in Aruba, Curaçao, Sint Maarten en de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba als bij de IND in Rijswijk, Europees Nederland aanwezig. Voor wat betreft de in voornoemde landen uitgebrachte optieverklaringen volgt dit ook uit artikel 18, eerste lid, BVVN en artikel 24, eerste lid, BVVN.01-01-2015Stcrt. 2015, 1793, datum inwerkingtreding 22-01-2015, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van deze tekst. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-01-2015.Onze Ministers van Justitie van Aruba, van Curaçao en van Sint Maarten houden een openbaar register van de in het eerste lid bedoelde akten welke betrekking hebben op personen die in hun land woonachtig zijn.Ten aanzien van personen woonachtig in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba berusten de optieregisters bij:*Bonaire*Burgerlijke Stand, Bevolkingsregister en VerkiezingenBoulevard Julio A. Abraham 1KralendijkBonaireCaribisch Nederland*Curaçao*Burgerlijke Stand, Bevolkingsregister en VerkiezingenA.M. Chumaceiro Bulevar 13WillemstadCuraçaoSabaBurgerlijke Stand en Bevolkingsregister van SabaThe BottomSabaCaribisch NederlandSint EustatiusBurgerlijke Stand en Bevolkingsregister van Sint Eustatius (Census Office) Fort OranjeOranjestadSint EustatiusCaribisch NederlandSint MaartenBurgerlijke Stand, Bevolkingsregister en Verkiezingen (Census Office) Sualouiga Road 6, PondfillPhilipsburgSint MaartenHet register met verleningen wordt gehouden door:Centraal Bureau voor Registratuur en Archiefzaken CuraçaoTen aanzien van personen woonachtig in Aruba berusten de registers bij:Buro Burgerlijke Stand en BevolkingsregisterSchoolstraat 2OranjestadArubaAruba, Curaçao, Sint Maarten en de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba hebben eveneens een openbaar register, waarin ten aanzien van de aldaar wonende personen dezelfde gegevens worden bijgehouden als die genoemd in artikel 22, eerste lid, RWN. De in deze bepaling bedoelde registers zijn dus zowel in Aruba, Curaçao, Sint Maarten en de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba als bij de IND in Rijswijk, Europees Nederland aanwezig. Voor wat betreft de in voornoemde landen uitgebrachte optieverklaringen volgt dit ook uit artikel 18, eerste lid, BVVN en artikel 24, eerste lid, BVVN.
|
||||
|
||||
Ten aanzien van personen woonachtig in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba berusten de optieregisters bij:
|
||||
|
||||
Aruba, Curaçao, Sint Maarten en de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba hebben eveneens een openbaar register, waarin ten aanzien van de aldaar wonende personen dezelfde gegevens worden bijgehouden als die genoemd in artikel 22, eerste lid, RWN. De in deze bepaling bedoelde registers zijn dus zowel in Aruba, Curaçao, Sint Maarten en de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba als bij de IND in Rijswijk, Europees Nederland aanwezig. Voor wat betreft de in voornoemde landen uitgebrachte optieverklaringen volgt dit ook uit artikel 18, eerste lid, BVVN en artikel 24, eerste lid, BVVN.
|
||||
|
||||
## 23
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue