diff --git a/beleidsregel/beleidsregels-normenkader-randvoorwaarden-glb/BWBR0020128/README.md b/beleidsregel/beleidsregels-normenkader-randvoorwaarden-glb/BWBR0020128/README.md index d7357d05d5e..81d3d48d69d 100644 --- a/beleidsregel/beleidsregels-normenkader-randvoorwaarden-glb/BWBR0020128/README.md +++ b/beleidsregel/beleidsregels-normenkader-randvoorwaarden-glb/BWBR0020128/README.md @@ -18,7 +18,7 @@ Voor de toepassing van deze regeling wordt aangesloten bij de terminologie van d **1.** -Indien in strijd wordt gehandeld met de verplichtingen, bedoeld in artikel 3 van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006, wordt de inkomenssteun, behoudens overmacht, gekort met een percentage dat afhankelijk is gesteld van: +Indien in strijd wordt gehandeld met de verplichtingen, bedoeld in artikel 3 van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006, wordt de inkomenssteun, behoudens overmacht en het bepaalde in het derde lid, gekort met een percentage dat afhankelijk is gesteld van: – de beoordeling van een niet-naleving, – het aantal niet-nalevingen, en @@ -33,7 +33,9 @@ b. omvang; c. ernst; d. permanent karakter. -**3.** De randvoorwaarden per beleidsterrein zijn opgenomen in de bijlage. +**3.** De minister kan aan de hand van de criteria bedoeld in het tweede lid, nadat een niet-naleving onmiddellijk is of tijdens de hercontrole blijkt te zijn hersteld, besluiten dat een niet-naleving van gering belang wordt beschouwd zoals bedoeld in artikel 24, tweede lid, van Verordening (EG) 73/2009. + +**4.** De randvoorwaarden per beleidsterrein zijn opgenomen in de bijlage. ### Artikel 3 @@ -60,7 +62,7 @@ De berekening van de korting vindt als volgt plaats: a. De beoordeling, bedoeld in artikel 2, tweede lid, leidt tot een initiële korting per randvoorwaarde die is weergegeven in de kolom ‘initiële korting’ in de bijlage. b. Bij vaststelling van meerdere niet-nalevingen ten aanzien van hetzelfde besluit of dezelfde norm worden die niet-nalevingen voor de vaststelling van de korting beschouwd als één niet-naleving, waarbij per besluit of norm de niet-naleving met de hoogste initiële korting als uitgangspunt voor de berekening van het kortingspercentage wordt genomen. -c. Per besluit of norm wordt overeenkomstig artikel 66, eerste lid, tweede alinea, van verordening 796/2004 beoordeeld of er factoren zijn die tot een verhoging of een verlaging van het in onderdeel b vastgestelde kortingspercentage moet leiden. In dat geval dient het verhoogde dan wel verlaagde kortingspercentage als uitgangspunt voor de berekening van het kortingspercentage. +c. Per besluit of norm wordt overeenkomstig artikel 66, eerste lid, tweede alinea, van verordening 796/2004 beoordeeld of er factoren zijn die tot een verhoging of een verlaging van het in onderdeel b vastgestelde kortingspercentage moet leiden. In dat geval dient het verhoogde dan wel verlaagde kortingspercentage als uitgangspunt voor de berekening van het kortingspercentage. Indien de niet-naleving van gering belang wordt beschouwd, wordt ten aanzien van het desbetreffende besluit of desbetreffende norm geen korting toegepast. d. Bij vaststelling van meerdere niet-nalevingen ten aanzien van verschillende besluiten of normen die tot hetzelfde terrein van randvoorwaarden behoren worden die gevallen, na toepassing van onderdeel b en c, voor de vaststelling van de korting beschouwd als één niet-naleving, waarbij per terrein van randvoorwaarden de niet-naleving met de hoogste korting als uitgangspunt voor de berekening van de korting wordt genomen. e. De uit onderdeel d voortvloeiende kortingspercentages worden bij elkaar opgeteld. De maximale korting op alle vastgestelde niet-nalevingen op alle terreinen en over het totale bedrag aan de toe te kennen steun is niet hoger dan 5%, tenzij sprake is van herhaalde of opzettelijke niet-naleving van een randvoorwaarde.