2006-01-01 | BWBR0002244 | Destructiewet

This commit is contained in:
Coornhert 2006-01-01 12:00:00 +00:00
parent 82f3175fa8
commit b97ddd92e6

View file

@ -40,7 +40,7 @@ Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan ond
a. gestorven slachtdieren, alsmede gestorven voor de landbouwproduktie gehouden dieren, met inbegrip van doodgeboren dieren en onvoldragen vruchten;
b. dieren die in het kader van ziektebestrijdingsmaatregelen zijn gedood;
c. dierlijk afval, dat ingevolge de vleeskeuringswet of de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren onbruikbaar moet worden gemaakt voor voedsel voor mens en dier, alsmede alle pluimvee - of delen daarvan -, dat ingevolge de Landbouwwet ongeschikt is verklaard voor menselijke consumptie;
c. dierlijk afval, dat ingevolge verordening (EG) nr. 854/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke voorschriften voor de organisatie van officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong (PbEU L 139 en L 226) of de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren onbruikbaar moet worden gemaakt voor voedsel voor mens en dier, alsmede alle pluimvee - of delen daarvan -, dat ingevolge de Landbouwwet ongeschikt is verklaard voor menselijke consumptie;
d. alle delen van een geslacht dier, die niet aan de keuring na het slachten zijn onderworpen, met uitzondering van huiden, vellen, hoeven, veren, wol, hoornen en andere soortgelijke delen;
e. alle vlees, met inbegrip van vlees van pluimvee, alsmede vis en wild, en alle levensmiddelen van dierlijke oorsprong, die zijn bedorven en derhalve een gevaar voor de gezondheid van mens en dier inhouden;
f. van buiten de lid-staten van de Europese Gemeenschap of een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte ter invoer aangeboden dieren, vers vlees, daaronder begrepen vlees van pluimvee en wild, vis, vlees- en zuivelprodukten, die tijdens de voorgeschreven controle niet blijken te voldoen aan de veterinaire voorschriften voor invoer in de Europese Gemeenschap en de andere Staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, tenzij zij worden teruggevoerd naar het land van herkomst dan wel invoer ervan is toegestaan op beperkende voorwaarden die in bepalingen van de Europese Gemeenschap of de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte zijn vastgesteld;
@ -244,9 +244,7 @@ De eigenaar van destructiemateriaal heeft, volgens bij algemene maatregel van be
### Artikel 15
**1.** De eigenaar of houder van een gestorven of in nood gedood slachtdier, hetwelk ingevolge de Vleeskeuringswet (*Stb.* 1919, 524) onbruikbaar moet worden gemaakt voor voedsel voor mens en dier, is verplicht zorg te dragen, dat het vóór de overdracht aan de ondernemer niet van de huid wordt ontdaan.
**2.** Deze verplichting geldt niet met betrekking tot het in het eerste lid bedoelde in nood gedode slachtdier, hetwelk in een bijzondere slachtplaats, aangewezen krachtens artikel 5, tweede lid, van de Vleeskeuringswet, van de huid wordt ontdaan.
Vervallen
### Paragraaf . Plaatselijke voorzieningen
@ -330,21 +328,27 @@ Beroep staat open overeenkomstig hoofdstuk 20 van de Wet milieubeheer.
**1.** Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de bij besluit van Onze Minister en Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij gezamenlijk aangewezen ambtenaren.
**2.** De artikelen 31*a*, 31*d* en 31*g*, eerste lid, van de Vleeskeuringswet zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het in artikel 5:18 van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde onderzoek ook kan worden uitgevoerd in door Onze Minister aangewezen andere laboratoria.
**2.** Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de *Staatscourant*.
**3.** Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de *Staatscourant*.
### Artikel 24a
Van elke krachtens artikel 5:18 van de Algemene wet bestuursrecht onderzochte zaak, wordt aan de belanghebbende op diens verzoek een vergoeding gegeven ter grootte van het bedrag waarmee haar verkoopwaarde ten gevolge van het onderzoek is verminderd. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de wijze waarop de vergoeding wordt vastgesteld en uitgekeerd.
### Artikel 24b
De in artikel 24 bedoelde ambtenaren zijn bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning binnen te treden zonder toestemming van de bewoner, voor zover deze bevoegdheid strekt tot het zich begeven naar en het betreden van in de woning aanwezige bedrijfsruimten.
### Artikel 24c
**1.** Voor zover het in artikel 5:18 van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde onderzoek niet geschiedt ter plaatse waar de zaak is aangetroffen, wordt het uitgevoerd in het laboratorium van de Voedsel en Waren Autoriteit.
**2.** Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit kan, zo nodig onder het stellen van nadere regels, categorieën van gevallen aanwijzen, waarin het onderzoek, in afwijking van het eerste lid, geheel of voor een deel wordt uitgevoerd in een daartoe in het bijzonder uitgerust ander laboratorium, door hem te dien einde aangewezen.
### Paragraaf . Overgangs- en slotbepalingen
### Artikel 25
**1.** Aan de ondernemer, wiens destructor is toegelaten ingevolge het Destructiebesluit 1942, wordt een vergunning, als bedoeld in artikel 5, verleend. Voor de toepassing van de eerste volzin wordt onder "destructor" verstaan een inrichting, uitsluitend of in hoofdzaak bestemd tot het onschadelijkmaken van hoog-risico-materiaal door het te verwerken tot nuttige produkten.
**2.** De gebiedsindeling, vastgesteld bij beschikking van de Staatssecretaris van Sociale Zaken (Volksgezondheid) en de Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening van 2 april 1951, no. 7760, Afdeling Volksgezondheid I ( *Stcrt.* 1951, 85), wordt voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde geacht te zijn vastgesteld ingevolge artikel 10.
**3.** De ondernemer, die op het tijdstip van het inwerkingtreden van deze wet een vergunning heeft tot het verwerken van ander materiaal dan hoog-risico-materiaal, wordt voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde geacht deze vergunning te hebben ontvangen ingevolge artikel 6.
**4.** Gedurende het tijdvak, waarin nog niet een verordening, als bedoeld in artikel 17, eerste lid, in werking is getreden, geeft de eigenaar of houder van hoog-risico-materiaal terstond kennis van de aanwezigheid van dit hoog-risico-materiaal aan het hoofd van de keuringsdienst, bedoeld in artikel 20*a* van de Vleeskeuringswet (*Stb.* 1919, 524), dan wel aan de in diens plaats door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaar. Deze kennisgeving geldt als aangifte ingevolge artikel 12, eerste lid.
Vervallen
### Artikel 26