2006-12-01 | BWBR0008973 | Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus

This commit is contained in:
Coornhert 2006-12-01 12:00:00 +00:00
parent 0b78847e04
commit b982364e9a

View file

@ -51,6 +51,8 @@ b. ter uitvoering van een haar bij wettelijk voorschrift opgedragen taak, of in
**2.** Onze Minister kan beveiligingsorganisaties of recherchebureaus van dit verbod bij ministeriële regeling vrijstelling verlenen, indien de aard van de werkzaamheden niet noodzaakt tot de toepassing van de bij of krachtens de artikelen 6 tot en met 10 gestelde regels. Aan een vrijstelling kunnen voorschriften verbonden worden.
**3.** Met een vergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt gelijkgesteld een vergunning afgegeven in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en die een beroepsniveau waarborgt dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale vergunning wordt nagestreefd.
### Artikel 3
Een vergunning voor een beveiligingsorganisatie kan worden verleend voor één van de volgende categorieën:
@ -88,6 +90,10 @@ b. de in artikel 6 bedoelde onderwerpen.
**7.** Een vergunning wordt verleend of verlengd na de betaling van een vergoeding van kosten. Onze Minister stelt bij ministeriële regeling regels voor de hoogte van de vergoeding.
### Artikel 4a
Met de eisen inzake de betrouwbaarheid terzake van het verrichten of aanbieden van beveiligings- of recherchewerkzaamheden door het in stand houden van een beveiligingsorganisatie of recherchebureau, bedoeld in artikel 4, eerste lid, 7, vijfde lid, en 10, eerste lid, van deze wet, worden gelijkgesteld eisen inzake de betrouwbaarheid die worden gesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en die een niveau van betrouwbaarheid waarborgen dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale eisen wordt nagestreefd.
### Artikel 5
**1.** Bestuursorganen verrichten geen beveiligingswerkzaamheden voor derden, tenzij dit bij of krachtens de wet is toegestaan.
@ -125,15 +131,17 @@ j. andere onderwerpen die de kwaliteit raken.
**2.** Een beveiligingsorganisatie of recherchebureau als bedoeld in het eerste lid stelt geen personen te werk die belast zullen worden met werkzaamheden, anders dan bedoeld in het eerste lid, dan nadat voor hen toestemming is verkregen van de korpschef van het politiekorps in de regio waar de beveiligingsorganisatie of het recherchebureau dan wel een onderdeel daarvan is gevestigd. Indien de beveiligingsorganisatie of het recherchebureau dan wel een onderdeel daarvan is gevestigd op een luchtvaartterrein, wordt de toestemming, bedoeld in de eerste volzin, verleend door de commandant van de Koninklijke marechaussee.
**3.** Indien een beveiligingsorganisatie of een recherchebureau geen vestiging in Nederland heeft, wordt de toestemming, bedoeld in het tweede lid, gegeven door de korpschef die in de vergunning is aangewezen.
**3.** Een beveiligingsorganisatie of recherchebureau, zonder vestiging in Nederland, aan welke een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid, laat personen als bedoeld in het tweede lid, geen beveiligingsonderscheidenlijk recherchewerkzaamheden in Nederland verrichten, dan nadat voor hen toestemming is verkregen van Onze Minister.
**4.** Indien het gewenst is in verband met de plaats waar een beveiligingsorganisatie of recherchebureau werkzaamheden verricht, dat de toestemming, bedoeld in het tweede lid, wordt verleend door een andere korpschef dan de in dat lid bedoelde korpschef of commandant, kan Onze Minister een andere korpschef aanwijzen. Indien aan de eerste volzin toepassing is gegeven, oefent de korpschef of commandant, bedoeld in het tweede lid, voor deze beveiligingsorganisaties en recherchebureaus de bevoegdheid niet uit. Voor de tewerkstelling van de overige opsporingsambtenaren wordt de toestemming slechts verleend na het overleggen van de ontheffing, bedoeld in artikel 5, vierde lid, en indien de desbetreffende persoon beschikt over de benodigde bekwaamheid.
**5.** De toestemming, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt onthouden indien de desbetreffende persoon niet beschikt over de bekwaamheid en betrouwbaarheid die nodig zijn voor het te verrichten werk. Indien de desbetreffende persoon een ambtenaar is als bedoeld in artikel 5, derde lid, wordt de toestemming slechts onthouden indien deze persoon niet beschikt over de benodigde bekwaamheid. Voor de tewerkstelling van de overige opsporingsambtenaren wordt de toestemming slechts verleend na het overleggen van de ontheffing, bedoeld in artikel 5, vierde lid, en indien de desbetreffende persoon beschikt over de benodigde bekwaamheid.
**6.** De toestemming, bedoeld in het eerste en tweede lid, kan worden ingetrokken indien zich omstandigheden voordoen of feiten bekend worden op grond waarvan de toestemming niet zou zijn verleend, indien zij zich hadden voorgedaan of bekend waren geweest op het tijdstip waarop de toestemming werd verleend.
**6.** De toestemming, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid kan worden ingetrokken indien zich omstandigheden voordoen of feiten bekend worden op grond waarvan de toestemming niet zou zijn verleend, indien zij zich hadden voorgedaan of bekend waren geweest op het tijdstip waarop de toestemming werd verleend.
**7.** De toestemming, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt verleend na de betaling van een vergoeding van kosten aan het Rijk of de regio. Onze Minister stelt bij ministeriële regeling regels met betrekking tot de kostenvergoeding.
**7.** De toestemming, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid wordt verleend na de betaling van een vergoeding van kosten aan het Rijk of de regio. Onze Minister stelt bij ministeriële regeling regels met betrekking tot de kostenvergoeding.
**8.** Met de toestemming, bedoeld in het eerste en derde lid, wordt gelijkgesteld een verklaring afgegeven in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en die een beroepsniveau waarborgt dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale toestemming wordt nagestreefd.
### Artikel 8
@ -159,13 +167,15 @@ j. andere onderwerpen die de kwaliteit raken.
**8.** Een beveiligingsorganisatie of recherchebureau aan welke een vergunning is verleend draagt er zorg voor dat de personen die zijn belast met beveiligingswerkzaamheden onderscheidenlijk recherchewerkzaamheden, bij de uitvoering van hun werkzaamheden een legitimatiebewijs bij zich dragen waarvan een model is vastgesteld door Onze Minister en dat zij dit op verzoek tonen.
**9.** Een beveiligingsorganisatie of een recherchebureau aan welke een vergunning is verleend stelt voor haar personeel een instructie vast. Deze instructie alsmede elke wijziging daarvan, behoeft de goedkeuring van Onze Minister.
**9.** Met een legitimatiebewijs, bedoeld in het achtste lid, wordt gelijkgesteld een legitimatiebewijs afgegeven in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en dat een beroepsniveau waarborgt dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met het nationale legitimatiebewijs wordt nagestreefd.
**10.** Een beveiligingsorganisatie of een recherchebureau aan welke een vergunning is verleend stelt voor haar personeel een instructie vast. Deze instructie alsmede elke wijziging daarvan, behoeft de goedkeuring van Onze Minister.
### Paragraaf 3. Installatie van en eisen aan alarmapparatuur
### Artikel 10
**1.** Een beveiligingsorganisatie aan welke een vergunning is verleend en die werkzaamheden verricht als bedoeld in artikel 3, onder *b*, laat het plan voor de installatie, de installatie en het onderhoud van de alarmapparatuur die hij gebruikt, slechts opstellen dan wel uitvoeren door alarminstallateurs die voldoen aan de door Onze Minister bij ministeriële regeling vast te stellen eisen van vakbekwaamheid en die beschikken over een verklaring van betrouwbaarheid. Zij verleent uitsluitend diensten aan derden die deze werkzaamheden eveneens slechts laten verrichten door alarminstallateurs die aan de genoemde voorwaarden voldoen.
**1.** Een beveiligingsorganisatie aan welke een vergunning is verleend en die werkzaamheden verricht als bedoeld in artikel 3, onder b, laat het plan voor de installatie, de installatie en het onderhoud van de alarmapparatuur die hij gebruikt, slechts opstellen dan wel uitvoeren door alarminstallateurs die voldoen aan de door Onze Minister bij ministeriële regeling vast te stellen eisen van vakbekwaamheid en die beschikken over een verklaring van betrouwbaarheid. Zij verleent uitsluitend diensten aan derden die deze werkzaamheden eveneens slechts laten verrichten door alarminstallateurs die aan de genoemde voorwaarden voldoen.
**2.** Onze Minister kan bij ministeriële regeling voor bepaalde categorieën alarmapparatuur regels stellen met betrekking tot de eisen waaraan deze apparatuur dient te voldoen en de wijze waarop, alsmede de organisaties door welke, de apparatuur op grond van deze eisen kan worden goedgekeurd.
@ -173,7 +183,7 @@ j. andere onderwerpen die de kwaliteit raken.
**4.** Een beveiligingsorganisatie als bedoeld in het eerste lid draagt zorg dat zij over documenten beschikt betreffende de door haar en derden gebruikte apparatuur, waarmee aangetoond kan worden dat zij aan het eerste en derde lid voldoet.
**5.** De verklaring van betrouwbaarheid, bedoeld in het eerste lid, wordt afgegeven door de korpschef van het politiekorps in de regio waar de desbetreffende persoon woonachtig is, dan wel, indien hij niet woonachtig is in Nederland, een korpschef of de commandant van de Koninklijke marechaussee die ingevolge artikel 7, tweede of derde lid, aan een beveiligingsorganisatie waarvoor de alarminstallateur gaat werken toestemming kan geven.
**5.** De verklaring van betrouwbaarheid, bedoeld in het eerste lid, wordt afgegeven door de korpschef van het politiekorps in de regio waar de desbetreffende persoon woonachtig is, dan wel, indien hij niet woonachtig is in Nederland, een korpschef, de commandant van de Koninklijke marechaussee of Onze Minister, die ingevolge artikel 7, tweede of derde lid, aan een beveiligingsorganisatie waarvoor de alarminstallateur gaat werken toestemming kan geven.
**6.** De verklaring van betrouwbaarheid, bedoeld in het eerste lid, kan worden ingetrokken indien zich omstandigheden voordoen of feiten bekend worden op grond waarvan de verklaring niet zou zijn afgegeven, indien deze zich hadden voorgedaan of bekend waren geweest op het tijdstip waarop de verklaring werd afgegeven.