2007-06-20 | BWBR0004052 | Reglement Dienst Buitenlandse Zaken

This commit is contained in:
Coornhert 2007-06-20 12:00:00 +00:00
parent 037cbf69f8
commit b98de831b5

View file

@ -277,7 +277,7 @@ e. de artikelen 45a, 54d, 56 en 57.
Degene die geen Nederlander is, kan slechts worden aangesteld indien:
a. hem verblijf is toegestaan op grond van artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000 en de vergunning tot verblijf het verrichten van arbeid in loondienst niet uitsluit, en
a. hem in Nederland rechtmatig verblijf is toegestaan als bedoeld in artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000 en Onze Minister voor hem beschikt over een tewerkstellingsvergunning als bedoeld in de Wet arbeid vreemdelingen, tenzij die tewerkstellingsvergunning krachtens laatstgenoemde wet niet is vereist, en
b. aanstelling niet geschiedt met het in het derde lid genoemde oogmerk, maar met het oogmerk van functievervulling op het departement.
**5.** Onder aanstelling in vaste dienst wordt tevens verstaan de indiensttreding van een ambtenaar in vaste dienst in algemene dienst van het rijk als bedoeld in artikel 5a van het ARAR. Voor de duur van het dienstverband bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken is op betrokkene niet het ARAR, maar dit reglement van toepassing.
@ -519,7 +519,7 @@ De ambtenaar kan in een andere functie worden geplaatst dan die waarvoor hij zij
a. hij naar het oordeel van Onze Minister beschikt, dan wel binnen redelijke termijn kan beschikken, over de kennis en kunde die noodzakelijk worden geacht om die functie naar behoren te kunnen uitoefenen, en
b. die functie hem redelijkerwijs kan worden opgedragen in verband met zijn persoonlijkheid, zijn omstandigheden en de voor hem bestaande vooruitzichten. Bedoelde plaatsing en de vaststelling van de plaatsingsduur, komen tot stand na een zorgvuldige afweging van het dienstbelang en het persoonlijk belang van de betrokkene en diens gezinsleden.
**4.** Tussen twee plaatsingen in kan een ambtenaar wiens plaatsing ingevolge artikel 26, eerste lid, eindigt, om redenen van dienstbelang gedurende een periode van ten hoogste twaalf maanden ter beschikking worden gehouden. Gedurende deze periode is de betrokkene op het departement belast met studie, gericht op het voortzetten van diens loopbaan, tenzij hem andere, tot de in artikel 6 genoemde taak van de DBZ behorende, passende werkzaamheden worden opgedragen.
**4.** Tussen twee plaatsingen in kan een ambtenaar wiens plaatsing ingevolge artikel 26, eerste of derde lid, eindigt respectievelijk is beëindigd, gedurende een periode van ten hoogste twaalf maanden ter beschikking worden gehouden. Deze periode kan in bijzondere gevallen worden verlengd. Gedurende de periode dat de ambtenaar ter beschikking wordt gehouden, wordt hij belast met andere passende werkzaamheden dan wel met studie gericht op het voortzetten van zijn loopbaan tenzij dat na overleg met de ambtenaar redelijkerwijs niet mogelijk blijkt.
**5.** Behoudens spoedeisende gevallen, wordt de ambtenaar uiterlijk acht weken voor de ingangsdatum in kennis gesteld van het besluit tot plaatsing, dan wel het besluit tot terbeschikkinghouding. In het besluit wordt ten minste vermeld: de ingangsdatum en, in geval van plaatsing, de nieuwe standplaats, de te vervullen functie en de duur van de plaatsing.
@ -621,29 +621,18 @@ Op de ambtenaar zijn de artikelen 17 tot en met 20d van het ARAR van overeenkoms
### Artikel 36
**1.**
a. De ambtenaar die geplaatst is bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland, heeft op grond van bij ministeriële regeling gestelde regels aanspraak op tegemoetkomingen in de kosten van hemzelf en zijn gezinsleden, welke verband houden met het verblijf buiten Nederland, alsmede de kosten welke verband houden met de aard en het niveau van de functie. Bedoelde tegemoetkomingen strekken ter bestrijding van beroepskosten.
**1.** a. De ambtenaar die geplaatst is bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland, heeft op grond van bij ministeriële regeling gestelde regels aanspraak op tegemoetkomingen in de kosten van hemzelf en zijn gezinsleden, welke verband houden met het verblijf buiten Nederland, alsmede de kosten welke verband houden met de aard en het niveau van de functie. Bedoelde tegemoetkomingen strekken ter bestrijding van beroepskosten.
b. In dit artikel wordt onder overplaatsing verstaan: een plaatsing bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland dan wel, volgende op een dergelijke plaatsing, een plaatsing in Nederland.
**2.** Aan de ambtenaar die wordt overgeplaatst, wordt een tegemoetkoming verleend in de daarmee verband houdende kosten van betrokkene zelf en de hem vergezellende gezinsleden, op grond van de bij ministeriële regeling gestelde regels.
**3.** Aan de ambtenaar wordt bij overplaatsing naar, in of uit het buitenland een tegemoetkoming verleend in de reiskosten en de daarmee verband houdende verblijfkosten voor huishoudelijk personeel, op grond van de bij ministeriële regeling gestelde regels.
**4.** De ambtenaar die, uit het buitenland komende, in Nederland is geplaatst en voor wie uit die plaatsing bijzondere kosten voortvloeien, wordt een tegemoetkoming toegekend in die kosten, op grond van de bij ministeriële regeling gestelde regels.
**5.** Omtrent de tegemoetkoming in kosten voor de tijdelijke waarneming door de ambtenaar van een andere functie dan die waarin hij is geplaatst, worden met betrekking tot functies buiten Nederland bij ministeriële regeling regels gesteld.
**6.**
a. Indien de in artikel 23b, zevende lid, onderdeel a, respectievelijk b, bedoelde gezinsleden geen gebruik hebben gemaakt van de in die bepalingen vermelde gelegenheid tot geneeskundig onderzoek, dan wel indien zij na onderzoek niet geschikt zijn verklaard voor verblijf in het desbetreffende land, respectievelijk voor verblijf overal ter wereld, heeft de betrokken ambtenaar ten aanzien van die gezinsleden geen aanspraak op vergoedingen op grond van bepalingen die in of krachtens dit reglement zijn gesteld ten behoeve van vergezellende gezinsleden bij plaatsing van de ambtenaar buiten Nederland, voor zover die bepalingen direct verband houden met de gezondheidstoestand van gezinsleden.
**3.** De ambtenaar die, uit het buitenland komende, in Nederland is geplaatst en voor wie uit die plaatsing bijzondere kosten voortvloeien, wordt een tegemoetkoming toegekend in die kosten, op grond van de bij ministeriële regeling gestelde regels.
**4.** a. Indien de in artikel 23b, zevende lid, onderdeel a, respectievelijk b, bedoelde gezinsleden geen gebruik hebben gemaakt van de in die bepalingen vermelde gelegenheid tot geneeskundig onderzoek, dan wel indien zij na onderzoek niet geschikt zijn verklaard voor verblijf in het desbetreffende land, respectievelijk voor verblijf overal ter wereld, heeft de betrokken ambtenaar ten aanzien van die gezinsleden geen aanspraak op vergoedingen op grond van bepalingen die in of krachtens dit reglement zijn gesteld ten behoeve van vergezellende gezinsleden bij plaatsing van de ambtenaar buiten Nederland, voor zover die bepalingen direct verband houden met de gezondheidstoestand van gezinsleden.
b. Voor de toepassing van onderdeel a worden onder gezinslid tevens verstaan degenen die eerst tijdens het dienstverband van de ambtenaar diens gezinslid worden of zijn geworden.
c. In bijzondere gevallen kan geheel of gedeeltelijk en al dan niet onder het opleggen van voorwaarden worden afgeweken van onderdeel a.
**7.** Onze Minister bepaalt per geval in welke muntsoort of muntsoorten de tegemoetkomingen worden uitbetaald.
**5.** Onze Minister bepaalt per geval in welke muntsoort of muntsoorten de tegemoetkomingen worden uitbetaald.
## Hoofdstuk VIII. Dienst- en werktijden en keuzemogelijkheden in het arbeidsvoorwaardenpakket
@ -922,10 +911,10 @@ c. indien het vergaderingen betreft van een internationale ambtenarenorganisatie
**4.**
Het aantal uren dat op grond van het eerste, tweede en derde lid alsmede op grond van artikel 18 van de Wet op de ondernemingsraden aan een ambtenaar mag worden verleend, bedraagt tezamen ten hoogste 240 uren per jaar, met dien verstande dat ten hoogste 320 uren worden verleend:
Het aantal uren dat op grond van het eerste, tweede en derde lid aan een ambtenaar mag worden verleend, bedraagt tezamen ten hoogste 240 uren per jaar, met dien verstande dat ten hoogste 320 uren worden verleend:
a. aan leden van de hoofdbesturen van de centrale organisaties, genoemd in artikel 105, tweede lid, onder a en b, van het ARAR en van organisaties, die rechtstreeks bij die centrale organisaties zijn aangesloten;
b. aan leden van het hoofdbestuur van het Ambtenarencentrum en aan leden van het dagelijks bestuur van de bij die organisatie aangesloten centrales;
b. aan leden van het hoofdbestuur van het Ambtenarencentrum en aan leden van het dagelijks bestuur van de bij die centrale aangesloten organisaties;
c. aan leden van het hoofdbestuur van de Centrale van Middelbare en Hogere Functionarissen bij Overheid, Onderwijs, Bedrijven en Instellingen, alsmede aan de bestuursleden van de sectoren en secties van die organisatie.
**5.** Het verlof, bedoeld in het eerste tot en met vierde lid, wordt slechts verleend aan ambtenaren die lid zijn van verenigingen van ambtenaren die zijn aangesloten bij centrales van verenigingen van ambtenaren die deel uitmaken van de Sectorcommissie overleg rijkspersoneel.
@ -1022,7 +1011,7 @@ b. in alle andere gevallen, indien de ambtenaar, alle omstandigheden in aanmerki
**2.**
De gewezen vrouwelijke ambtenaar, wier bevalling wordt verwacht binnen vier maanden na het tijdstip van ingang van haar ontslag, ontvangt haar aanspraak op haar laatstelijk genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering gedurende de periode die:
De gewezen vrouwelijke ambtenaar, wier bevalling wordt verwacht binnen vier maanden na het tijdstip van ingang van haar ontslag, ontvangt haar laatstelijk genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering gedurende de periode die:
a. aanvangt op de 41e dag voorafgaande aan de vermoedelijke datum van bevalling; en
b. eindigt op de 70e dag na de datum van bevalling.
@ -1132,6 +1121,10 @@ d. een pleegkind dat blijkens verklaringen uit de gemeentelijke basisadministrat
**8.** Indien het verlof, bedoeld in het eerste lid, ten doel heeft de ambtenaar in de gelegenheid te stellen de huwelijkspartner, indien deze als ambtenaar buiten Nederland wordt geplaatst, te vergezellen, wordt dat verlof in beginsel verleend voor de duur van de plaatsing van de huwelijkspartner, zonder behoud van bezoldiging.
**9.** Het bevoegd gezag biedt de ambtenaar aan wie buitengewoon verlof is verleend op grond van het eerste lid in verband met het vervullen van een functie bij een internationale volkenrechtelijke organisatie, dan wel van een functie als bedoeld in het vierde of vijfde lid, na afloop van het verlof een passende functie aan. Indien plaatsing niet aanstonds mogelijk is, wordt de ambtenaar ter beschikking gehouden overeenkomstig artikel 27, vierde lid.
**10.** Een passende functie als bedoeld in het negende lid, dient zo mogelijk ten minste gelijkwaardig te zijn aan de functie waarop het buitengewoon verlof betrekking had.
### Artikel 46a
**1.** De ambtenaar die na afloop van hem verleend buitengewoon verlof van lange duur en zonder dat dit is verlengd, zijn dienst niet tijdig hervat, wordt voor de toepassing van dit reglement geacht een aanvraag tot ontslag te hebben ingediend.
@ -1356,26 +1349,6 @@ a. met ingang van de dag waarop de ambtenaar ontslag is verleend;
b. met ingang van de dag waarop de ambtenaar de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt; of
c. met ingang van de dag volgende op die waarop de ambtenaar is overleden.
### Artikel 54ab
**1.**
De ambtenaar, bedoeld in artikel 54a, tweede lid, die voor 1 januari 2011 is herplaatst, ontvangt bij voortdurende arbeidsongeschiktheid gedurende hoogstens vijf jaar een uitkering van 70% van het verschil tussen:
a. zijn bezoldiging, vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering zoals die zou zijn geweest op de dag voor zijn herplaatsing indien de ambtenaar op die dag niet ongeschikt zou zijn geweest tot werken, en
b. zijn bezoldiging na herplaatsing verminderd met eventuele daarna volgende verhogingen op grond van artikel 7 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, en vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering.
**2.** In afwijking van het eerste lid heeft de ambtenaar die arbeidsongeschikt is geworden ten gevolge van een beroepsincident, ook nadat de termijn van vijf jaar is verstreken recht op een uitkering.
**3.**
De uitkering eindigt in ieder geval:
a. met ingang van de dag waarop de ambtenaar ontslag is verleend;
b. met ingang van de dag volgend op die waarop de ambtenaar is overleden.
**4.** Bij eventuele samenloop van een recht op uitkering op grond van dit artikel en een recht op uitkering grond van artikel 54a, derde of vierde lid, vervalt laatstbedoelde recht.
### Artikel 54b
**1.**
@ -1773,7 +1746,7 @@ b. wordt in plaats van «de wet en het plaatselijk gebruik», genoemd in het twe
**1.** De ambtenaar die is aangewezen als bedrijfshulpverlener als bedoeld in artikel 15 van de Arbeidsomstandighedenwet en die naast zijn normale werkzaamheden de bedrijfshulpverleningstaken naar behoren heeft uitgevoerd, ontvangt een toelage.
**2.** De toelage wordt bepaald volgens door Onze Minister te stellen regels en bedraagt ten minste  € 158,82 per jaar.
**2.** De toelage wordt bepaald volgens door Onze Minister te stellen regels en bedraagt ten minste  € 195,35 per jaar.
**3.** De te stellen regels bevatten in ieder geval de criteria die gehanteerd worden bij de toekenning van een bedrijfshulpverleningstoelage.
@ -2188,7 +2161,7 @@ c. een maand, indien de ambtenaar ten tijde van de opzegging laatstelijk korter
**1.** Aan de ambtenaar die in verband met de aanvaarding van een functie in een publiekrechtelijk college, waarin hij is benoemd of verkozen, tijdelijk wordt ontheven van de waarneming van zijn ambt, wordt, indien hij ophoudt zodanige functie te vervullen en hij niet in actieve dienst kan worden hersteld, eervol ontslag verleend.
**2.** Tenzij artikel 46a, eerste lid, van toepassing is, wordt eervol ontslag eveneens verleend aan de ambtenaar, die na afloop van het verlof, verleend met toepassing van artikel 46, uitgezonderd het vierde en vijfde lid, niet in actieve dienst kan worden hersteld.
**2.** Tenzij artikel 46a, eerste lid, van toepassing is, wordt eervol ontslag eveneens verleend aan de ambtenaar, die na afloop van het verlof, verleend met toepassing van artikel 46, uitgezonderd het vierde en vijfde lid en in verband met het vervullen van een functie bij een internationale volkenrechtelijke organisatie, niet in actieve dienst kan worden hersteld.
### Artikel 101a
@ -2259,7 +2232,7 @@ Indien aan de ambtenaar gedurende de tijd dat hij recht heeft op wachtgeld, daar
**1.**
Onverminderd het bepaalde in artikel 104, derde lid, onderdeel a, kan aan de ambtenaar die wegens ziekte verhinderd is zijn arbeid te verrichten, ontslag worden verleend, indien hij zonder deugdelijke grond weigert:
Ook tijdens de periode, bedoeld in artikel 104, derde lid, onderdeel a, kan aan de ambtenaar die wegens ziekte verhinderd is zijn arbeid te verrichten, ontslag worden verleend, indien hij zonder deugdelijke grond weigert:
a. gevolg te geven aan redelijke voorschriften of mee te werken aan getroffen maatregelen om hem in staat te stellen de eigen of andere passende arbeid als bedoeld in artikel 49, onderdeel j, te verrichten, of
b. passende arbeid als bedoeld in artikel 49, onderdeel i, te verrichten waartoe hij in de gelegenheid wordt gesteld, of
@ -2353,7 +2326,7 @@ Indien de weduwe of weduwnaar een samenlevingscontract sluit dan wel een geregis
## Hoofdstuk XVIIA. Vervallen.
## Hoofdstuk XVIII. Plaatselijk indienstgenomen werknemers
## Hoofdstuk XVIII. Lokaal indienstgenomen werknemers
### Paragraaf 1. Algemene bepalingen
@ -2361,7 +2334,7 @@ Indien de weduwe of weduwnaar een samenlevingscontract sluit dan wel een geregis
**1.** Onze Minister kan voor werkzaamheden bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland, werknemers op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht in dienst nemen.
**2.** Onze Minister bepaalt of een functie bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland door een plaatselijk in dienst te nemen werknemer zal worden vervuld.
**2.** Onze Minister bepaalt of een functie bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland door een lokaal in dienst te nemen werknemer zal worden vervuld.
**3.** Het indienstnemen van werknemers die niet de Nederlandse nationaliteit bezitten is mogelijk, mits dezen in hun functie niet met daadwerkelijk overheidsgezag worden bekleed.
@ -2415,7 +2388,7 @@ Arbeidsovereenkomsten naar burgerlijk recht worden schriftelijk aangegaan in de
a. de naam, voornamen en geboortedatum van de werknemer;
b. de datum waarop betrokkene in dienst treedt;
c. of de arbeidsovereenkomst wordt aangegaan voor bepaalde of voor onbepaalde tijd; wordt deze voor bepaalde tijd aangegaan, dan wordt die tijd vermeld;
d. welke periode als proeftijd in de zin van artikel 652 van boek 7, titel 10, van het Burgerlijk Wetboek is overeengekomen;
d. welke periode als proeftijd is overeengekomen;
e. het loon waarop de werknemer in dienst is genomen;
f. het aan betrokkene toekomende genot van kost, inwoning of andere vormen van loon in natura, alsmede de daarmee verbandhoudende inhoudingen;
g. de aard van de werkzaamheden welke de werknemer gewoonlijk zullen worden opgedragen;
@ -2429,15 +2402,15 @@ h. de bepalingen, in of krachtens dit reglement gesteld, welke op de arbeidsover
### Artikel 119
Naast de in artikel 16, derde lid, van toepassing verklaarde hoofdstukken, zijn de artikelen 23, eerste, zesde tot en met negende en elfde lid, alsmede 48 van overeenkomstige toepassing.
Vervallen
### Artikel 120
De volgende artikelen van boek 7, titel 10, van het Burgerlijk Wetboek zijn van toepassing op de arbeidsovereenkomst met plaatselijk indienstgenomen werknemers: 612, tweede tot en met vierde lid; 614; 633; 652; 674, eerste lid; 676; 677, eerste en vierde lid; 678; 679; 680, eerste lid en vijfde tot en met zevende lid; 681; 682 en 683, eerste lid.
Vervallen
### Artikel 121
**1.** Bij ministeriële regeling wordt een regeling vastgesteld ter nadere bepaling van de rechtspositie van plaatselijk indienstgenomen werknemers.
**1.** Bij ministeriële regeling wordt een regeling vastgesteld ter nadere bepaling van de rechtspositie van lokaal indienstgenomen werknemers.
**2.** Onze Minister kan in de in het eerste lid bedoelde regeling bepalen, welke onderwerpen, en met inachtneming van welke voorwaarden, namens hem nader dienen te worden geregeld.
@ -2453,42 +2426,41 @@ e. de toekenning van een loonschaal, en de toekenning van een loonnummer;
f. vaststelling en uitbetaling van het loon;
g. vervallen van het recht op loon;
h. betaling van loon tijdens ziekte;
i. aanspraak op loon wegens ziekte na beëindiging van de dienstbetrekking;
j. opdragen van overwerk, en vergoeding van de desbetreffende arbeidsuren;
k. de muntsoort, of de muntsoorten, waarin lonen en andere bedragen aan de werknemer worden uitbetaald;
l. dienst- en werktijden;
m. vakantie en verlof;
n. bedrijfsgeneeskundige begeleiding;
o. tegemoetkoming in ziektekosten;
p. aanspraken bij overlijden;
q. zwangerschaps- en bevallingsverlof;
r. opzegging tijdens zwangerschap;
s. plichtsverzuim en disciplinaire straffen;
t. het verstrekken van een opdracht tot het volgen van opleidingen, alsmede het verlenen van studiefaciliteiten;
u. einde, beëindiging en opzegging van de arbeidsovereenkomst;
v. uitkering bij beëindiging van de dienstbetrekking;
w. uitreiking van een getuigschrift;
x. vergoeding van reis- en verblijfkosten bij dienstreizen;
y. algemene verplichtingen;
z. functioneringsgesprekken en beoordelingen;
aa. bijzondere beloningen;
bb. bekendstelling van regelingen waarin de rechtspositie van de werknemer is neergelegd, alsmede van wijzigingen daarin;
cc. sociale voorzieningen, en
dd. suppletie op oudedags-, nabestaanden- en arbeidsongeschiktheidsvoorzieningen.
i. opdragen van overwerk, en vergoeding van de desbetreffende arbeidsuren;
j. de muntsoort, of de muntsoorten, waarin lonen en andere bedragen aan de werknemer worden uitbetaald;
k. dienst- en werktijden;
l. vakantie en verlof;
m. bedrijfsgeneeskundige begeleiding;
n. tegemoetkoming in ziektekosten;
o. aanspraken bij overlijden;
p. zwangerschaps- en bevallingsverlof;
q. opzegging tijdens zwangerschap;
r. plichtsverzuim en disciplinaire straffen;
s. het verstrekken van een opdracht tot het volgen van opleidingen, alsmede het verlenen van studiefaciliteiten;
t. einde, beëindiging en opzegging van de arbeidsovereenkomst;
u. uitkering bij beëindiging van de dienstbetrekking;
v. uitreiking van een getuigschrift;
w. vergoeding van reis- en verblijfkosten bij dienstreizen;
x. algemene verplichtingen;
y. functioneringsgesprekken en beoordelingen;
z. bijzondere beloningen;
aa. bekendstelling van regelingen waarin de rechtspositie van de werknemer is neergelegd, alsmede van wijzigingen daarin;
bb. sociale voorzieningen, en
cc. suppletie op oudedags-, nabestaanden- en arbeidsongeschiktheidsvoorzieningen.
### Artikel 123
**1.** Bij ministeriële regeling wordt voor elke vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland het bepaalde in of krachtens dit hoofdstuk nader uitgewerkt, zodanig dat het geheel van arbeidsvoorwaarden en daarmee verbandhoudende voorzieningen voldoet aan de eisen van de plaatselijke arbeidsmarkt en naar het oordeel van Onze Minister toereikend is.
**1.** Bij ministeriële regeling wordt voor elke vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland het bepaalde in of krachtens dit hoofdstuk nader uitgewerkt, zodanig dat het geheel van arbeidsvoorwaarden en daarmee verbandhoudende voorzieningen voldoet aan de eisen van de lokale arbeidsmarkt en naar het oordeel van Onze Minister toereikend is.
**2.** Bij de in artikel 121 bedoelde ministeriële regeling wordt bepaald op welke wijze een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid tot stand komt en de voorwaarden die daarbij in acht worden genomen.
### Artikel 124
Het bepaalde in of krachtens de artikelen 119 tot en met 122 is slechts van toepassing respectievelijk van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met dwingende bepalingen van plaatselijk geldend arbeidsrecht.
Het bepaalde in of krachtens de artikelen 119 tot en met 122 is slechts van toepassing respectievelijk van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met dwingende bepalingen van lokaal geldend arbeidsrecht.
### Artikel 125
**1.** Het loon van de werknemer wordt vastgesteld overeenkomstig het plaatselijk loonpeil.
**1.** Het loon van de werknemer wordt vastgesteld overeenkomstig het lokale loonpeil.
**2.** Onze Minister kan in plaats van een brutoloon een nettoloon toekennen.
@ -2498,30 +2470,37 @@ Vervallen
### Artikel 127
Bij beëindiging van de dienstbetrekking, wordt aan de betrokkene een uitkering toegekend overeenkomstig het plaatselijk geldend arbeidsrecht dan wel de plaatselijk geldende gebruiken onverminderd
Bij beëindiging van de dienstbetrekking, wordt aan de betrokkene een uitkering toegekend overeenkomstig het lokaal geldend arbeidsrecht dan wel de lokaal geldende gebruiken onverminderd
a. de mogelijkheid van uitkeringen op de voet van de in de artikelen 128 en 129 genoemde regelingen;
a. de mogelijkheid van uitkeringen op de voet van de in artikel 128 genoemde regelingen;
b. de mogelijkheid van een suppletie op oudedagsvoorzieningen, nabestaandenvoorzieningen of arbeidsongeschiktheidsvoorzieningen als bedoeld in artikel 130.
### Artikel 128
**1.** Indien ten behoeve van werknemers verplichtingen bestaan tot deelname aan al dan niet plaatselijke oudedagsvoorzieningen, sociale verzekeringen of andere sociale voorzieningen, worden deze werknemers daarvoor aangemeld door het hoofd van de desbetreffende vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland.
**1.** Indien ten behoeve van werknemers verplichtingen bestaan tot deelname aan al dan niet lokale oudedagsvoorzieningen, sociale verzekeringen of andere sociale voorzieningen, worden deze werknemers daarvoor aangemeld door het hoofd van de desbetreffende vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland.
**2.** Indien geen verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, bestaan, doch naar het oordeel van Onze Minister passende mogelijkheden bestaan, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.
**3.**
Aan de werknemer kan een deel van de premie worden vergoed van een door hem af te sluiten verzekering die voorziet in de opbouw van een oudedags-, nabestaanden- of arbeidsongeschiktheidsvoorziening indien:
a. de in het eerste en tweede lid bedoelde voorzieningen of regelingen ontbreken of de werknemer er niet voor kan worden aangemeld; of
b. de in het eerste en tweede lid bedoelde voorzieningen of regelingen door Onze Minister in hun gevolg ontoereikend worden geacht.
**4.** Indien zich bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland een situatie voordoet als bedoeld in het derde lid, wordt dit, tezamen met de daarbij geldende voorwaarden, opgenomen in de voor die vertegenwoordiging geldende ministeriële regeling, bedoeld in artikel 123, eerste lid.
### Artikel 129
Indien de in artikel 128 bedoelde voorzieningen of regelingen ontbreken, de desbetreffende werknemer daarvoor niet kan worden aangemeld, of deze voorzieningen of regelingen door Onze Minister in hun gevolg ontoereikend worden geacht, kan bij het sluiten van de arbeidsovereenkomst worden overeengekomen dat aan de betrokken werknemer een deel van de premie wordt vergoed van een door die werknemer af te sluiten verzekering, welke voorziet in de opbouw van een oudedagvoorziening en een dekking van de risicos van overlijden en arbeidsongeschiktheid. Zulks wordt alsdan in of bij de arbeidsovereenkomst vermeld, waarbij de bij overlijden begunstigde gezinsleden worden vermeld.
Vervallen
### Artikel 130
**1.** De werknemer op wie geen voorzieningen, regelingen dan wel verzekeringen als bedoeld in de artikelen 128 en 129 van toepassing zijn, kan ten behoeve van zichzelf dan wel voor zijn nagelaten gezinsleden in aanmerking worden gebracht voor een suppletie op oudedagsvoorzieningen, nabestaandenvoorzieningen of arbeidsongeschiktheidsvoorzieningen bij ontslag wegens het bereiken van de voor betrokkene geldende pensioengerechtigde leeftijd, overlijden dan wel arbeidsongeschiktheid.
**1.** De werknemer op wie geen voorzieningen, regelingen dan wel verzekeringen als bedoeld in artikel 128 van toepassing zijn, kan ten behoeve van zichzelf dan wel voor zijn nagelaten gezinsleden in aanmerking worden gebracht voor een suppletie op oudedagsvoorzieningen, nabestaandenvoorzieningen of arbeidsongeschiktheidsvoorzieningen bij ontslag wegens het bereiken van de voor betrokkene geldende pensioengerechtigde leeftijd, overlijden dan wel arbeidsongeschiktheid.
**2.** Voor de bepaling van grootte en duur van de suppletie beziet Onze Minister welke regelingen in het desbetreffende land gebruikelijk zijn, en past deze zoveel mogelijk naar analogie toe.
**2.** Een suppletie op oudedagsvoorzieningen, nabestaandenvoorzieningen of arbeidsongeschiktheidsvoorzieningen kan door Onze Minister worden toegekend indien deze van oordeel is dat de voorzieningen, regelingen dan wel verzekeringen, bedoeld in artikel 128, niet leiden tot een geheel van voorzieningen dat, mede gelet op de duur van het dienstverband alsmede de oorzaak en het tijdstip van ontslag, het overlijden of de arbeidsongeschiktheid, passend is te achten, met dien verstande dat geen suppletie wordt verstrekt ingeval verzekeringspremies zijn vergoed, maar niet voor verzekering zijn aangewend. Indien overlijden of arbeidsongeschiktheid het rechtstreeks gevolg is van de uitoefening van de dienst buiten schuld of onvoorzichtigheid van de werknemer, wordt de duur van het dienstverband fictief bepaald op de periode, gelegen tussen diens indiensttreding en de datum waarop de betrokkene de pensioengerechtigde leeftijd zou hebben bereikt.
**3.** Een suppletie op oudedagsvoorzieningen, nabestaandenvoorzieningen of arbeidsongeschiktheidsvoorzieningen kan door Onze Minister worden toegekend indien deze van oordeel is dat de voorzieningen, regelingen dan wel verzekeringen, bedoeld in de artikelen 128 en 129, niet leiden tot een geheel van voorzieningen dat, mede gelet op de duur van het dienstverband alsmede de oorzaak en het tijdstip van ontslag, het overlijden of de arbeidsongeschiktheid, passend is te achten, met dien verstande dat geen suppletie wordt verstrekt ingeval verzekeringspremies zijn vergoed, maar niet voor verzekering zijn aangewend. Indien overlijden of arbeidsongeschiktheid het rechtstreeks gevolg is van de uitoefening van de dienst buiten schuld of onvoorzichtigheid van de werknemer, wordt de duur van het dienstverband fictief bepaald op de periode, gelegen tussen diens indiensttreding en de datum waarop de betrokkene de pensioengerechtigde leeftijd zou hebben bereikt.
**4.** Het hoofd van een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland ziet erop toe dat in voorkomende gevallen de suppletie op oudedagsvoorzieningen, nabestaandenvoorzieningen of arbeidsongeschiktheidsvoorzieningen tijdig wordt aangevraagd, en adviseert Onze Minister desgevraagd met betrekking tot grootte en duur ervan.
**3.** Het hoofd van een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland ziet erop toe dat in voorkomende gevallen de suppletie op oudedagsvoorzieningen, nabestaandenvoorzieningen of arbeidsongeschiktheidsvoorzieningen tijdig wordt aangevraagd, en adviseert Onze Minister desgevraagd met betrekking tot grootte en duur ervan.
### Artikel 131
@ -2625,7 +2604,7 @@ Onze Minister kan artikel 130, eerste en tweede lid, overeenkomstig toepassen te
### Artikel 141
**1.** Aan degenen die ingevolge het tweede, vierde, vijfde dan wel zesde lid van artikel 8 bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland werkzaam zijn, kan in overeenstemming met de door hen beklede functies een titel worden toegekend, met inachtneming van het tweede tot en met zesde lid.
**1.** Aan degenen die ingevolge het tweede, vierde of zesde lid van artikel 8 bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland werkzaam zijn, kan in overeenstemming met de door hen beklede functies een titel worden toegekend, met inachtneming van het tweede tot en met zesde lid.
**2.**
@ -2650,7 +2629,7 @@ p. Directeur der Kanselarij
q. Kanselier der Eerste Klasse, dan wel
r. Kanselier der Tweede Klasse.
**3.** Aan degenen die ingevolge het derde lid van artikel 8 bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland werkzaam zijn kan in overeenstemming met de door hen beklede functies één van de in het tweede lid, onder *e* tot en met *h* en *j* tot en met *n*, genoemde titels worden toegekend, voorafgegaan of gevolgd door een aanduiding van hun specialisatie.
**3.** Aan degenen die ingevolge het derde of vijfde lid van artikel 8 bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland werkzaam zijn kan in overeenstemming met de door hen beklede functies één van de in het tweede lid, onder *e* tot en met *h* en *j* tot en met *n*, genoemde titels worden toegekend, voorafgegaan of gevolgd door een aanduiding van hun specialisatie.
**4.** Aan een honoraire consulaire ambtenaar kan de titel Consul-Generaal, Consul, dan wel Vice-Consul worden toegekend.
@ -2737,7 +2716,7 @@ d. Leden-niet-ambtenaren worden, telkenmale voor een periode van vier jaar, beno
e. Geen lid kunnen zijn: ambtenaren die buiten Nederland of bij de personeelsdienst zijn geplaatst, alsmede degenen die ophouden ambtenaar te zijn.
f. Indien bezwaar wordt gemaakt door een gedetacheerde ambtenaar als bedoeld in artikel 8, derde lid, onder *a*, wordt door Onze Minister aan de Commissie van Bezwaar een lid toegevoegd op voordracht van Onze Minister, hoofd van het betrokken ministerie.
f. Indien bezwaar wordt gemaakt door een gedetacheerde ambtenaar als bedoeld in artikel 8, derde lid, onder a of door een werknemer als bedoeld in artikel 115 die in dienst is genomen ter ondersteuning van een gedetacheerde ambtenaar als bedoeld in artikel 8, derde lid, onder a, wordt door Onze Minister aan de Commissie van Bezwaar een lid toegevoegd op voordracht van Onze Minister, hoofd van het betrokken ministerie.
**2.**