diff --git a/wet/beginselenwet-justitiële-jeugdinrichtingen/BWBR0011756/README.md b/wet/beginselenwet-justitiële-jeugdinrichtingen/BWBR0011756/README.md index 3d9a8029cc5..4a1eea2792e 100644 --- a/wet/beginselenwet-justitiële-jeugdinrichtingen/BWBR0011756/README.md +++ b/wet/beginselenwet-justitiële-jeugdinrichtingen/BWBR0011756/README.md @@ -21,7 +21,7 @@ b. inrichting: justitiële jeugdinrichting als bedoeld in artikel 3a; c. particuliere inrichting: een inrichting die door Onze Minister wordt gesubsidieerd; d. rijksinrichting: een inrichting die door Onze Minister in stand wordt gehouden; e. afdeling: een afdeling van een inrichting als bedoeld in artikel 8, tweede lid; -f. jeugdige: een persoon ten aanzien van wie de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel plaatsvindt; +f. jeugdige: een persoon ten aanzien van wie de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel plaatsvindt in een inrichting; g. bestuur: het bestuur van een rechtspersoon die een particuliere inrichting beheert; h. directeur: de directeur van de inrichting, of diens plaatsvervanger, bedoeld in artikel 3b, derde lid, dan wel 3c, tweede lid; i. personeelslid of medewerker: een persoon die een taak uitvoert in het kader van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel in een inrichting; @@ -95,7 +95,7 @@ b. de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting. **2.** Het beheer van een rijksinrichting berust bij de directeur, die als zodanig door Onze Minister wordt aangewezen. Onze Minister wijst een of meer personen aan als vervanger van de directeur. -**3.** Onze Minister kan aan het hoofd van de Dienst Justitiële Inrichtingen van het ministerie van Justitie mandaat verlenen inzake de uitvoering van het opperbeheer, bedoeld in het eerste lid, alsmede betreffende de hem bij of krachtens deze wet toegekende overige bevoegdheden. +**3.** Onze Minister kan mandaat verlenen betreffende de hem bij of krachtens deze wet toegekende bevoegdheden tot het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften aan het hoofd van de Dienst Justitiële Inrichtingen. ### Artikel 3d @@ -137,7 +137,7 @@ j. de oplegging van een disciplinaire straf, bedoeld in artikel 55, de toepassin ### Artikel 5 -**1.** De directeur meldt onttrekkingen aan de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel en andere bijzondere voorvallen aan Onze Minister. +**1.** De directeur meldt ongeoorloofde afwezigheid en andere bijzondere voorvallen aan Onze Minister. **2.** De directeur verstrekt Onze Minister te allen tijde alle verlangde inlichtingen. Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de inhoud en de wijze van melding. @@ -182,7 +182,7 @@ d. aan Onze Minister, de Raad en de directeur advies en inlichtingen te geven om **2.** -In opvanginrichtingen kunnen worden ondergebracht: +Opvanginrichtingen zijn bestemd voor de onderbrenging van: a. personen ten aanzien van wie een bevel tot voorlopige hechtenis is gegeven, voor zover zij ten tijde van het begaan van het strafbaar feit waarvan zij worden verdacht, de leeftijd van achttien jaren nog niet hebben bereikt; b. personen aan wie de straf van jeugddetentie, daaronder begrepen vervangende jeugddetentie, is opgelegd; @@ -280,13 +280,13 @@ b. normaal beveiligd: een gesloten inrichting of afdeling. **2.** Personen ten aanzien van wie de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen of vrijheidsbenemende maatregelen is gelast kunnen in aansluiting op hun verblijf in de inrichting in de gelegenheid worden gesteld tot deelname aan een scholings- en trainingsprogramma. Bij het niet voldoen aan de voorwaarden voor deelname, bedoeld in artikel 3, tweede lid, kan de deelname worden beëindigd. -**3.** Met de plaatsing en overplaatsing, bedoeld in het eerste lid en de beslissingen, bedoeld in het tweede lid, zijn door Onze Minister als zodanig aangewezen selectiefunctionarissen belast. Deze zijn bevoegd de overbrenging van personen te bevelen naar de voor hen bestemde inrichting of afdeling dan wel ten behoeve van deelname aan het voor hen bestemde scholings- en trainingsprogramma dan wel de beëindiging hiervan. Zij kunnen de overbrenging doen geschieden door daartoe door hen aangewezen personeelsleden of medewerkers. +**3.** Met de plaatsing en overplaatsing, bedoeld in het eerste lid en de beslissingen, bedoeld in het tweede lid, zijn door Onze Minister als zodanig aangewezen selectiefunctionarissen belast. Deze zijn bevoegd de overbrenging van personen te bevelen naar de voor hen bestemde inrichting of afdeling dan wel ten behoeve van deelname aan het voor hen bestemde scholings- en trainingsprogramma dan wel de beëindiging hiervan. Zij kunnen de overbrenging doen geschieden door daartoe door hen aangewezen personeelsleden of medewerkers. De inrichting is verplicht de jeugdige op te nemen. **4.** De selectiefunctionarissen nemen bij de beslissing, bedoeld in het eerste lid, de aanwijzingen van het openbaar ministerie en van de autoriteiten die de straf of maatregel hebben opgelegd, in aanmerking. De selectiefunctionarissen nemen bij de beslissing, bedoeld in het eerste lid, de aanwijzingen van de stichting voor zover mogelijk in acht. **5.** De selectiefunctionarissen nemen de beslissing om een jeugdige te plaatsen op een afdeling voor intensieve zorg of voor intensieve behandeling als bedoeld in artikel 22a, onderscheidenlijk artikel 22b, na advies van een psychiater, die voor zover mogelijk overleg heeft gevoerd met de behandelend gedragsdeskundige. -**6.** In geval van gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens van een jeugdige kan de selectiefunctionaris, met inachtneming van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen, bepalen dat de jeugdige naar een psychiatrisch ziekenhuis als bedoeld in artikel 1, onder h, van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen zal worden overgebracht om daar zolang als dat noodzakelijk is te worden verpleegd. +**6.** In geval van gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens van een jeugdige kan de selectiefunctionaris, met inachtneming van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen, bepalen dat de jeugdige naar een psychiatrisch ziekenhuis als bedoeld in artikel 1, onder h, van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen zal worden overgebracht om daar zolang als dat noodzakelijk is te worden verpleegd, en omtrent de wijze waarop het vervoer van de jeugdige plaatsvindt. **7.** Onze Minister stelt nadere regels vast omtrent de procedure van plaatsing en overplaatsing en overbrenging, bedoeld in het eerste onderscheidenlijk het zesde lid. @@ -317,7 +317,7 @@ b. normaal beveiligd: een gesloten inrichting of afdeling. De betrokkene heeft het recht een met redenen omkleed bezwaarschrift in te dienen tegen de beslissing: a. tot verlenging van de termijn, bedoeld in artikel 11, tweede lid, en 11a, derde lid; -b. tot plaatsing of overplaatsing als bedoeld in artikel 16, eerste lid; +b. tot plaatsing of overplaatsing of overbrenging als bedoeld in artikel 16, eerste onderscheidenlijk vijfde lid; c. tot plaatsing of overplaatsing op een afdeling als bedoeld in artikel 22a of 22b; d. tot beëindiging van zijn deelname aan een scholings- en trainingsprogramma; e. tot het gebruiken van geweld of aanwenden van vrijheidsbeperkende middelen, bedoeld in artikel 40, tweede lid. @@ -339,9 +339,11 @@ De betrokkene heeft het recht bij de selectiefunctionaris een met redenen omklee a. plaatsing in dan wel overplaatsing naar een bepaalde inrichting of afdeling; b. deelname aan een scholings- en trainingsprogramma. -**2.** De artikelen 66, tweede en vierde lid, en 18, derde en vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing. +**2.** Met een verzoekschrift wordt gelijkgesteld een akkoordverklaring van de jeugdige met het selectieadvies van de directeur van de inrichting. -**3.** Indien het verzoekschrift, bedoeld in het eerste lid, is afgewezen, kan twee maanden na de ontvangst van deze afwijzing opnieuw een verzoekschrift worden ingediend. +**3.** De artikelen 66, tweede en vierde lid, en 18, derde en vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing. + +**4.** Indien het verzoekschrift, bedoeld in het eerste lid, is afgewezen, kan twee maanden na de ontvangst van deze afwijzing opnieuw een verzoekschrift worden ingediend. ## Hoofdstuk V. Verblijfsplan en behandelplan @@ -436,7 +438,7 @@ b. indien dit ter bescherming van de betrokken jeugdige noodzakelijk is; c. in geval van ziekmelding of ziekte van de betrokken jeugdige; d. indien de jeugdige hierom verzoekt en de directeur dit verzoek redelijk en uitvoerbaar oordeelt. -**2.** De uitsluiting ingevolge het eerste lid, onder a of b, duurt ten hoogste twee dagen. De directeur kan deze uitsluiting voor ten hoogste twee dagen verlengen, indien hij tot het oordeel is gekomen dat de noodzaak tot uitsluiting nog bestaat. +**2.** De uitsluiting ingevolge het eerste lid, onder a of b, duurt ten hoogste twee dagen. De directeur kan deze uitsluiting telkens voor ten hoogste twee dagen verlengen, indien hij tot het oordeel is gekomen dat de noodzaak tot uitsluiting nog bestaat. **3.** Indien onverwijlde tenuitvoerlegging van de uitsluiting, bedoeld in het eerste lid, onder a of b, geboden is, kan een personeelslid of medewerker de maatregel, bedoeld in het eerste lid, voor een periode van ten hoogste vijftien uren treffen. @@ -462,6 +464,12 @@ d. indien de jeugdige hierom verzoekt en de directeur dit verzoek redelijk en ui **8.** De directeur houdt van de oplegging van de maatregel van afzondering, bedoeld in het eerste lid, en de verlenging daarvan, bedoeld in het derde lid, aantekening in een register. Bij toepassing van het vierde lid wordt de aantekening door het betrokken personeelslid of medewerker gemaakt. +### Artikel 25a + +**1.** De directeur kan, indien dit ter bescherming van de geestelijke of lichamelijke toestand van de jeugdige noodzakelijk is, bepalen dat de jeugdige die in een afzonderingscel verblijft, dag en nacht door middel van een camera wordt geobserveerd. + +**2.** Alvorens hij hiertoe beslist, wint hij het advies in van een gedragsdeskundige onderscheidenlijk de inrichtingsarts, tenzij dit advies niet kan worden afgewacht. In dat geval wint de directeur het advies zo spoedig mogelijk na zijn beslissing in. + ### Artikel 26 **1.** Indien de tenuitvoerlegging van de afzondering in de inrichting of afdeling waar zij is opgelegd op ernstige bezwaren stuit, kan zij in een andere inrichting of afdeling worden ondergaan. @@ -501,9 +509,11 @@ b. ter voldoening aan een oproep van de rechter. **2.** Met het oog op het verlaten van de inrichting, bedoeld in het eerste lid, kan de directeur aan daartoe door hem aangewezen personeelsleden of medewerkers bevelen dat de betrokken persoon naar de daartoe bestemde plaats wordt overgebracht. +**3.** Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de wijze waarop het vervoer van de jeugdige ten behoeve van het bijwonen van een gerechtelijke procedure, bedoeld in het eerste lid, plaatsvindt. + ### Artikel 29 -**1.** De directeur stelt een jeugdige die in een inrichting verblijft op grond van de tenuitvoerlegging van een maatregel, als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder b of c, in de gelegenheid de inrichting ten minste eenmaal per zes weken voor een periode van ten minste twaalf uren te verlaten. Artikel 30, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. +**1.** De directeur stelt een jeugdige die in een inrichting verblijft op grond van de tenuitvoerlegging van een maatregel als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder b of c, in de gelegenheid de inrichting ten minste eenmaal per zes weken voor een periode van ten minste twaalf uren te verlaten bij wijze van verlof. Artikel 30, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. **2.** @@ -512,6 +522,8 @@ De directeur kan van het in het eerste lid bepaalde afwijken, indien naar zijn r a. de mogelijkheid voor de jeugdige ontbreekt om het verlof op verantwoorde wijze door te brengen; b. de jeugdige een gevaar voor zichzelf of de omgeving oplevert. +**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het verlaten van de inrichting bij wijze van verlof. Deze betreffen in elk geval de criteria waaraan een jeugdige moet voldoen om voor het verlof in aanmerking te komen, de bevoegdheid tot en de wijze van verlening, weigering, beperking en intrekking alsmede de duur en frequentie van het verlof en de voorwaarden die aan het verlof kunnen worden verbonden. + ### Artikel 30 **1.** De directeur kan met machtiging van Onze Minister een jeugdige die in een inrichting verblijft op grond van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel, anders dan bedoeld in artikel 29, eerste lid, in de gelegenheid stellen de inrichting te verlaten bij wijze van verlof. @@ -574,9 +586,9 @@ Het recht van de jeugdige op onaantastbaarheid van zijn lichaam, zijn kleding en ### Artikel 37 -**1.** De directeur kan een jeugdige verplichten te gedogen dat ten aanzien van hem een bepaalde geneeskundige handeling wordt verricht, indien die handeling naar het oordeel van een arts noodzakelijk is ter afwending van ernstig gevaar voor de gezondheid of veiligheid van de jeugdige of van anderen. De handeling wordt verricht door een arts of, in diens opdracht, door een verpleegkundige. +**1.** De directeur kan een jeugdige verplichten te gedogen dat ten aanzien van hem een bepaalde geneeskundige handeling wordt verricht, indien die handeling naar het oordeel van een arts volstrekt noodzakelijk is ter afwending van gevaar voor de gezondheid of veiligheid van de jeugdige of van anderen. De handeling wordt verricht door een arts of, in diens opdracht, door een verpleegkundige. -**2.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de toepassing van het eerste lid. Deze regels betreffen in ieder geval de melding en de registratie van de geneeskundige handeling, alsmede de taak van de verantwoordelijke arts indien de geneeskundige handeling noodzakelijk is ter afwending van ernstig gevaar voortvloeiend uit de geestelijke stoornis van de jeugdige. +**2.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de toepassing van het eerste lid. Deze regels betreffen in ieder geval de melding en de registratie van de geneeskundige handeling, alsmede de taak van de verantwoordelijke arts indien de geneeskundige handeling volstrekt noodzakelijk is ter afwending van gevaar voortvloeiend uit de geestelijke stoornis van de jeugdige. ### Artikel 38 @@ -617,7 +629,7 @@ De selectiefunctionaris of een daartoe door hem aangewezen personeelslid of mede a. de uitvoering van een door hem genomen beslissing; b. de voorkoming van het zich onttrekken van de jeugdige aan het op hem uitgeoefende toezicht. -**3.** Aan het gebruik van geweld gaat zo mogelijk een waarschuwing vooraf. Degene die geweld heeft gebruikt maakt hiervan onverwijld een schriftelijk verslag en doet dit verslag onverwijld aan de directeur toekomen. +**3.** Aan het gebruik van geweld gaat zo mogelijk een waarschuwing vooraf. Degene die geweld heeft gebruikt maakt hiervan onverwijld een schriftelijk verslag en doet dit verslag onverwijld aan de directeur onderscheidenlijk de selectiefunctionaris toekomen. **4.** Onze Minister stelt nadere regels omtrent het gebruik van geweld en de aanwending van vrijheidsbeperkende middelen. @@ -672,7 +684,7 @@ l. andere door Onze Minister of de directeur aan te wijzen personen of instantie **2.** De directeur kan het aantal tegelijk tot de jeugdige toe te laten personen beperken, indien dit noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting. -**3.** De directeur kan de toelating tot de jeugdige van bezoek of van een bepaalde persoon of bepaalde personen weigeren, indien dit noodzakelijk is met het oog op een belang als bedoeld in artikel 41, vierde lid. Deze weigering van een bezoeker op de grond van artikel 41, vierde lid, onder a, b, d of e, geldt voor ten hoogste vier weken. +**3.** De directeur kan de toelating tot de jeugdige van een bepaalde persoon of bepaalde personen weigeren, indien dit noodzakelijk is met het oog op een belang als bedoeld in artikel 41, vierde lid. Deze weigering van een bezoeker op de grond van artikel 41, vierde lid, onder a, b, d of e, geldt voor ten hoogste vier weken. **4.** De directeur kan bepalen dat tijdens het bezoek toezicht wordt uitgeoefend, indien dit noodzakelijk is met het oog op een belang als bedoeld in artikel 41, vierde lid. Dit toezicht kan omvatten het beluisteren of het opnemen van het gesprek tussen de bezoeker en de jeugdige. Tevoren wordt aan betrokkenen mededeling gedaan van de aard en de reden van het toezicht. @@ -686,7 +698,7 @@ l. andere door Onze Minister of de directeur aan te wijzen personen of instantie **1.** De jeugdige heeft, behoudens de overeenkomstig het tweede tot en met het vierde lid te stellen beperkingen, het recht ten minste tweemaal per week op in de huisregels vastgestelde tijden en plaatsen en met behulp van een daartoe aangewezen toestel gedurende tien minuten een of meer telefoongesprekken te voeren met personen buiten de inrichting. De hieraan verbonden kosten komen, tenzij de directeur anders bepaalt, voor rekening van de jeugdige. -**2.** De directeur kan bepalen dat op de door of met de jeugdige gevoerde telefoongesprekken toezicht wordt uitgeoefend, indien dit noodzakelijk is om de identiteit van de persoon met wie de jeugdige een gesprek voert vast te stellen dan wel met het oog op een belang als bedoeld in artikel 41, vierde lid. Dit toezicht kan omvatten het beluisteren of het opnemen van het telefoongesprek. Tevoren wordt aan betrokkenen mededeling gedaan van de aard en de reden van het toezicht. +**2.** De directeur kan bepalen dat op de door of met de jeugdige gevoerde telefoongesprekken toezicht wordt uitgeoefend, indien dit noodzakelijk is om de identiteit van de persoon met wie de jeugdige een gesprek voert vast te stellen dan wel met het oog op een belang als bedoeld in artikel 41, vierde lid. Dit toezicht kan omvatten het beluisteren of het opnemen van het telefoongesprek. Tevoren wordt aan betrokkenen mededeling gedaan van de aard en de reden van het toezicht. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over het bewaren en verstrekken van opgenomen telefoongesprekken. **3.** De directeur kan de gelegenheid tot het voeren van een bepaald telefoongesprek of telefoongesprekken weigeren of een telefoongesprek binnen de daarvoor bestemde tijd beëindigen, indien dit noodzakelijk is met het oog op een belang als bedoeld in artikel 41, vierde lid. De beslissing tot het weigeren van een bepaald telefoongesprek of bepaalde telefoongesprekken geldt voor ten hoogste vier weken. @@ -757,7 +769,7 @@ c. de overbrenging van de jeugdige naar een ziekenhuis dan wel een andere instel **1.** De jeugdige heeft recht op sociale verzorging en hulpverlening. -**2.** De directeur draagt zorg dat de maatschappelijk werkers van stichtingen, reclasseringswerkers en andere daarvoor in aanmerking komende gedragsdeskundigen de in het eerste lid omschreven zorg en hulp in de inrichting kunnen verlenen. +**2.** De directeur draagt zorg dat de maatschappelijk werkers van stichtingen, reclasseringswerkers en daarvoor in aanmerking komende gedragsdeskundigen de in het eerste lid omschreven zorg en hulp in de inrichting kunnen verlenen. **3.** De directeur draagt zorg voor overbrenging van de jeugdige naar de daartoe bestemde plaats, indien de in het eerste lid omschreven zorg en hulp dit noodzakelijk maken en een dergelijke overbrenging zich verdraagt met de ongestoorde tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming. @@ -862,6 +874,12 @@ e. geldboete tot een bedrag van ten hoogste het zakgeld, bedoeld in artikel 51, **6.** Indien een straf is opgelegd wordt deze onverwijld ten uitvoer gelegd. De directeur kan bepalen dat een straf niet of slechts ten dele ten uitvoer wordt gelegd. +### Artikel 55a + +**1.** De directeur kan, indien dit ter bescherming van de geestelijke of lichamelijke toestand van de jeugdige noodzakelijk is, bepalen dat de jeugdige die in de strafcel verblijft, dag en nacht door middel van een camera wordt geobserveerd. + +**2.** Alvorens hij hiertoe beslist, wint hij het advies in van een gedragsdeskundige onderscheidenlijk de inrichtingsarts, tenzij dit advies niet kan worden afgewacht. In dat geval wint de directeur het advies zo spoedig mogelijk na zijn beslissing in. + ### Artikel 56 **1.** Indien de tenuitvoerlegging van de opsluiting in een strafcel of andere verblijfsruimte in de inrichting of de afdeling waarin zij is opgelegd niet mogelijk is of op ernstige bezwaren stuit, kan zij in een andere inrichting of afdeling worden ondergaan. @@ -884,7 +902,7 @@ e. geldboete tot een bedrag van ten hoogste het zakgeld, bedoeld in artikel 51, **1.** Van elke strafoplegging dan wel wijziging daarvan houdt de directeur aantekening in een register. -**2.** Indien een straf ingevolge de hoofdstukken XII, XIII, of XIV geheel of ten dele wordt herzien, houdt de directeur hiervan aantekening in een register. +**2.** Indien een straf ingevolge de hoofdstukken XII, XIII of XIV geheel of ten dele wordt herzien, houdt de directeur hiervan aantekening in een register. ### Artikel 59 @@ -918,11 +936,12 @@ a. de weigering of de intrekking van de toestemming om een kind in de inrichting b. de voortzetting van het verblijf op een afdeling voor intensieve zorg of voor intensieve behandeling, bedoeld in artikel 22a, derde lid, onderscheidenlijk artikel 22b, derde lid; c. de uitsluiting van het verblijf in de groep of van deelname aan activiteiten en de verlenging daarvan, bedoeld in artikel 23, derde lid, en 24, eerste lid, aanhef en onder a of b, onderscheidenlijk artikel 23, vierde lid en 24, tweede lid, alsmede verlenging van de uitsluiting van verblijf in de groep, bedoeld in artikel 23, tweede lid; d. de plaatsing in afzondering en de verlenging hiervan, bedoeld in artikel 25, eerste lid, op de grond van artikel 24, eerste lid, onder a of b, onderscheidenlijk artikel 25, derde lid, en de toepassing van artikel 26; -e. de correctieplaatsing en de verlenging hiervan, bedoeld in artikel 27, eerste onderscheidenlijk derde lid; +e. de tijdelijke plaatsing en de verlenging hiervan, bedoeld in artikel 27, eerste onderscheidenlijk derde lid; f. de beperking en de intrekking van verlof en proefverlof, bedoeld in de artikelen 29, tweede lid, 30, derde en vierde lid, en 31, derde lid; g. het onderzoek in het lichaam, bedoeld in artikel 36, eerste lid; h. het gedogen van een geneeskundige handeling, bedoeld in artikel 37; i. de bevestiging door mechanische middelen, bedoeld in artikel 38, eerste lid; +j. de observatie door middel van een camera, bedoeld in de artikelen 25a, eerste lid, en 55a, eerste lid; j. de oplegging van een disciplinaire straf, bedoeld in artikel 55 en de toepassing van de artikelen 56 en 57, derde lid. **2.** Van het horen van de jeugdige wordt aantekening gehouden. @@ -984,13 +1003,13 @@ f. de aantekening omtrent de oplegging van een disciplinaire straf als bedoeld i **4.** De maandcommissaris stelt de jeugdige en de directeur in de gelegenheid, al dan niet in elkaars tegenwoordigheid, hun standpunt mondeling toe te lichten. Indien de jeugdige de Nederlandse taal niet voldoende beheerst, draagt de maandcommissaris zorg voor de bijstand van een tolk. -**5.** Hij legt de resultaten van de bemiddeling neer in een schriftelijke mededeling en zend een gedagtekend afschrift daarvan aan de directeur en de jeugdige. De datum van die toezending of uitreiking wordt op dit afschrift aangetekend. Indien de jeugdige de Nederlandse taal niet voldoende begrijpt, draagt de maandcommissaris zorg voor een vertaling van de mededeling. In de gevallen, bedoeld in artikel 65, wordt de jeugdige gewezen op de mogelijkheid van beklag en de wijze waarop en de termijn waarbinnen dit moet worden gedaan. +**5.** Hij legt de resultaten van de bemiddeling neer in een schriftelijke mededeling en zendt een gedagtekend afschrift daarvan aan de directeur en de jeugdige. De datum van die toezending of uitreiking wordt op dit afschrift aangetekend. Indien de jeugdige de Nederlandse taal niet voldoende begrijpt, draagt de maandcommissaris zorg voor een vertaling van de mededeling. In de gevallen, bedoeld in artikel 65, wordt de jeugdige gewezen op de mogelijkheid van beklag en de wijze waarop en de termijn waarbinnen dit moet worden gedaan. **6.** De directeur deelt, binnen vier weken na ontvangst van de mededeling, bedoeld in het vijfde lid, de jeugdige alsmede de commissie van toezicht mede of hij het oordeel van de maandcommissaris over de grief deelt en of hij naar aanleiding van dat oordeel maatregelen zal nemen en zo ja welke. **7.** Tegen de mededeling, bedoeld in het zesde lid, kan de jeugdige een klacht indienen bij de beklagcommissie. Ten aanzien van de behandeling van de klacht zijn het eerste tot en met zesde lid van overeenkomstige toepassing. -**8.** De ouders of voogd, stiefouder of pleegouders hebben het recht als bedoeld in het eerste lid ter zake van een grief omtrent de wijze waarop de directeur zich in een bepaalde aangelegenheid jegens hem heeft gedragen. Het eerste en derde tot en met zevende lid is van overeenkomstige toepassing. +**8.** De ouders of voogd, stiefouder of pleegouders hebben het recht als bedoeld in het eerste lid ter zake van een grief omtrent de wijze waarop de directeur zich in een bepaalde aangelegenheid jegens hen heeft gedragen. Het eerste en derde tot en met zevende lid is van overeenkomstige toepassing. ## Hoofdstuk XIII. Beklag @@ -1125,7 +1144,7 @@ c. volstaan met de gehele of gedeeltelijke vernietiging. **3.** -Ten aanzien van de behandeling van het beroepschrift zijn de artikelen 65, derde lid, 66, tweede en vierde lid, 67, vierde lid, 68 eerste, tweede, derde en vierde lid, 69 en 70, eerste, tweede en derde lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de beroepscommissie kan bepalen dat: +Ten aanzien van de behandeling van het beroepschrift zijn de artikelen 65, derde lid, 66, tweede en vierde lid, 67, vierde lid, 68, eerste, tweede en derde lid, 69 en 70, eerste, tweede en derde lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de beroepscommissie kan bepalen dat: a. de directeur en de klager uitsluitend in de gelegenheid worden gesteld het beroepschrift schriftelijk toe te lichten; b. de mondelinge opmerkingen ten overstaan van een lid van de beroepscommissie kunnen worden gemaakt; @@ -1171,7 +1190,7 @@ c. vernietiging van de uitspraak van de beklagcommissie. **4.** -De artikelen 65, derde lid, 66, vierde lid, 68 eerste, tweede, derde en vierde lid, 69, 70, 71, 72, eerste en derde tot en met vijfde volzin, tweede, vierde en zevende lid, met uitzondering van de eerste volzin, 73, eerste tot en met vierde, zesde en zevende lid, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de commissie, bedoeld in het eerste lid, kan bepalen dat: +De artikelen 65, derde lid, 66, vierde lid, 68, eerste, tweede, derde en vierde lid, 69, 70, 71, 72, tweede lid, eerste en derde tot en met vijfde volzin, vierde en zevende lid, met uitzondering van de eerste volzin, 73, eerste tot en met vierde, zesde en zevende lid, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de commissie, bedoeld in het eerste lid, kan bepalen dat: a. de betrokkenen uitsluitend in de gelegenheid worden gesteld het beroepschrift schriftelijk toe te lichten; b. de mondelinge opmerkingen ten overstaan van een lid van de commissie, bedoeld in het eerste lid, kunnen worden gemaakt;