2005-02-25 | BWBR0003227 | Wet geluidhinder

This commit is contained in:
Coornhert 2005-02-25 12:00:00 +00:00
parent 6f47728758
commit b9f19b40e3

View file

@ -94,7 +94,7 @@ geluidsvermogen: de hoeveelheid geluidsenergie die door een toestel of inrichtin
Onze Minister: Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
de inspecteur: de ter plaatse bevoegde inspecteur van het staatstoezicht op de volksgezondheid, die door Onze Minister is aangewezen;
inspecteur: als zodanig bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaar;
spoorweg: spoorweg als bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet.
@ -351,9 +351,7 @@ b. de doeltreffendheid van de in aanmerking komende maatregelen om te voorkomen
### Artikel 44
**1.** Een besluit, houdende de vaststelling, wijziging of opheffing van een zone, wordt eerst genomen nadat de inspecteur terzake advies heeft uitgebracht dan wel sedert het tijdstip waarop hij door burgemeester en wethouders in de gelegenheid werd gesteld terzake advies uit te brengen, acht weken zijn verlopen.
**2.** Van het besluit wordt zo spoedig mogelijk mededeling gedaan aan de inspecteur.
Vervallen
### Artikel 45
@ -369,18 +367,16 @@ Behoudens het bepaalde in artikel 47 is de voor woningen binnen een krachtens ar
**1.** Gedeputeerde staten kunnen in bij algemene maatregel van bestuur aan te geven gevallen en volgens daarbij te stellen regels, op verzoek van degenen die daartoe bij de maatregel zijn aangewezen en - ingeval de zone door hen wordt vastgesteld - uit eigen beweging, voor de ter plaatse ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting als bedoeld in artikel 46 een hogere dan de in dat artikel genoemde waarde vaststellen, met dien verstande dat deze waarde 55 dB(A) en voor wat aanwezige of in aanbouw zijnde woningen betreft 60 dB(A) niet te boven mag gaan.
**2.** Een besluit, houdende een beslissing als bedoeld in het eerste lid, wordt eerst genomen nadat de inspecteur terzake advies heeft uitgebracht dan wel sedert het tijdstip waarop hij in de gelegenheid werd gesteld terzake advies uit te brengen, vier weken zijn verlopen.
**2.** Gedeputeerde staten beslissen op een verzoek als bedoeld in het eerste lid binnen dertien weken na de datum van ontvangst van het verzoek.
**3.** Gedeputeerde staten beslissen op een verzoek als bedoeld in het eerste lid binnen dertien weken na de datum van ontvangst van het verzoek.
**3.** Indien toepassing is gegeven aan artikel 52, tweede lid, onder *b*, wordt het verzoek binnen vier weken na de dagtekening van het raadsbesluit tot vaststelling of herziening van het bestemmingsplan bij gedeputeerde staten ingediend. In afwijking van het tweede lid beslissen gedeputeerde staten op een verzoek als bedoeld in de eerste volzin voordat zij over de goedkeuring van het bestemmingsplan of de herziening hiervan beslissen.
**4.** Indien toepassing is gegeven aan artikel 52, tweede lid, onder *b*, wordt het verzoek binnen vier weken na de dagtekening van het raadsbesluit tot vaststelling of herziening van het bestemmingsplan bij gedeputeerde staten ingediend. In afwijking van het derde lid beslissen gedeputeerde staten op een verzoek als bedoeld in de eerste volzin voordat zij over de goedkeuring van het bestemmingsplan of de herziening hiervan beslissen.
**5.**
**4.**
Een verzoek wordt geacht te zijn ingewilligd, indien gedeputeerde staten:
a. niet binnen de in het derde lid bedoelde termijn, of
b. ingeval toepassing wordt gegeven aan het vierde lid, tweede volzin, niet uiterlijk tegelijk met het toezenden van de beslissing over de goedkeuring van het bestemmingsplan of de herziening hiervan,
a. niet binnen de in het tweede lid bedoelde termijn, of
b. ingeval toepassing wordt gegeven aan het derde lid, tweede volzin, niet uiterlijk tegelijk met het toezenden van de beslissing over de goedkeuring van het bestemmingsplan of de herziening hiervan,
een besluit met betrekking tot het verzoek aan de verzoeker hebben toegezonden.
@ -393,7 +389,7 @@ Bij wijziging van een zone of bij herziening van een bestemmingsplan, geldende v
a. degene ten behoeve van wie de waarde wordt verhoogd heeft verklaard dat hij uiterlijk gelijktijdig met de verhoging financiële middelen ter beschikking stelt ten behoeve van de toepassing van maatregelen als bedoeld in artikel 71, tweede lid, met betrekking tot woningen die door de wijziging van de zone of herziening van het bestemmingsplan een hogere geluidsbelasting ondervinden, en
b. de waarde wat ten tijde van de eerste zonevaststelling geprojecteerde woningen betreft 55 dB(A) en wat ten tijde van de eerste zonevaststelling aanwezige of in aanbouw zijnde woningen betreft 60 dB(A) niet te boven mag gaan.
**2.** Artikel 47, tweede tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
**2.** Artikel 47, tweede tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 49
@ -403,7 +399,7 @@ Bij algemene maatregel van bestuur kunnen waarden worden vastgesteld voor de ten
**1.** Gedeputeerde staten kunnen in bij algemene maatregel van bestuur aan te geven gevallen en volgens daarbij te stellen regels, op verzoek van degenen die daartoe bij de maatregel zijn aangewezen en - ingeval de zone door hen wordt vastgesteld - uit eigen beweging, voor de ter plaatste ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting als bedoeld in artikel 49 hogere dan de krachtens dat artikel bepaalde waarden vaststellen, met dien verstande dat deze waarden bij algemene maatregel van bestuur te stellen grenzen niet te boven mogen gaan.
**2.** Artikel 47, tweede tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
**2.** Artikel 47, tweede tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 51
@ -452,9 +448,7 @@ De vaststelling van een zone krachtens artikel 53 kan deel uitmaken van de vasts
### Artikel 56
**1.** In gevallen waarin de vaststelling van een zone krachtens artikel 53 niet deel uitmaakt van de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan, zijn, onverminderd de bepalingen van deze paragraaf, ter zake van de totstandkoming van het daartoe strekkende besluit de artikelen 23 tot en met 28, 30, en 31 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening van overeenkomstige toepassing.
**2.** Gedeputeerde staten doen van hun besluit ter zake van de goedkeuring van een besluit tot vaststelling van een zone, behalve aan de in artikel 28, vijfde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening genoemde instanties, mededeling aan de inspecteur.
In gevallen waarin de vaststelling van een zone krachtens artikel 53 niet deel uitmaakt van de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan, zijn, onverminderd de bepalingen van deze paragraaf, ter zake van de totstandkoming van het daartoe strekkende besluit de artikelen 23 tot en met 28, 30, en 31 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 57
@ -462,7 +456,7 @@ De vaststelling van een zone krachtens artikel 53 kan deel uitmaken van de vasts
**2.**
Ter zake van het besluit van gedeputeerde staten zijn artikel 56, tweede lid, en de in artikel 56, eerste lid, genoemde artikelen van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, met uitzondering van de artikelen 27, 28, tweede tot en met vierde lid, en negende lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
Ter zake van het besluit van gedeputeerde staten zijn de in artikel 56 genoemde artikelen van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, met uitzondering van de artikelen 27, 28, tweede tot en met vierde lid, en negende lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
a. gedeputeerde staten in de plaats treden van de gemeenteraad en van burgemeester en wethouders;
b. Wij in de plaats treden van gedeputeerde staten.
@ -500,15 +494,13 @@ b. de doeltreffendheid van de in aanmerking komende maatregelen om te voorkomen
### Artikel 63
**1.** Een besluit, houdende de vaststelling, wijziging of opheffing van een zone krachtens deze paragraaf, wordt eerst genomen nadat de inspecteur terzake advies heeft uitgebracht dan wel sedert het tijdstip waarop hij in de gelegenheid werd gesteld terzake advies uit te brengen, acht weken zijn verlopen.
**2.** Van het besluit wordt zo spoedig mogelijk mededeling gedaan aan de inspecteur.
Vervallen
### Artikel 64
**1.** In de gevallen waarin blijkens het onderzoek, bedoeld in artikel 62, het gebied rond een terrein als bedoeld in artikel 53, eerste lid, waarbinnen met inachtneming van de al krachtens de Wet milieubeheer verleende vergunningen en de daaraan verbonden voorschriften een hogere geluidsbelasting, vanwege het terrein, dan 50 dB(A) optreedt, gelegen is in het gebied van meer dan één gemeente, wordt de zone, met overeenkomstige toepassing van de artikelen 53 en 54, door provinciale staten vastgesteld. Artikel 57, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
**2.** Indien provinciale staten nalaten toepassing te geven aan het eerste lid of aan artikel 30, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening - ingeval die bepaling op grond van artikel 57, tweede lid, van overeenkomstige toepassing is - wordt daarin door Ons voorzien. De artikelen 56, tweede lid, en de in artikel 56, eerste lid, genoemde artikelen van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, met uitzondering van de artikelen 27, 28, eerste tot en met vierde lid, en negende lid, en 30, zijn alsdan van overeenkomstige toepassing.
**2.** Indien provinciale staten nalaten toepassing te geven aan het eerste lid of aan artikel 30, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening - ingeval die bepaling op grond van artikel 57, tweede lid, van overeenkomstige toepassing is - wordt daarin door Ons voorzien. De in artikel 56 genoemde artikelen van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, met uitzondering van de artikelen 27, 28, eerste tot en met vierde lid, en negende lid, en 30, zijn alsdan van overeenkomstige toepassing.
#### Paragraaf 2. Ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting in zones
@ -518,7 +510,7 @@ De ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, van d
### Artikel 66
Gedeputeerde staten kunnen in bij algemene maatregel van bestuur aan te geven gevallen en volgens daarbij te stellen regels, op verzoek van degenen die daartoe bij de maatregel zijn aangewezen en - ingeval de zone door hen wordt vastgesteld - uit eigen beweging, voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevels van de in artikel 65 bedoelde woningen een hogere dan de in dat artikel genoemde waarde vaststellen, met dien verstande dat deze waarde voor wat geprojecteerde woningen betreft 55 dB(A) en voor wat aanwezige of in aanbouw zijnde woningen betreft 60 dB(A) niet te boven mag gaan. De artikelen 47, tweede tot en met vijfde lid, en 51 zijn van overeenkomstige toepassing.
Gedeputeerde staten kunnen in bij algemene maatregel van bestuur aan te geven gevallen en volgens daarbij te stellen regels, op verzoek van degenen die daartoe bij de maatregel zijn aangewezen en - ingeval de zone door hen wordt vastgesteld - uit eigen beweging, voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevels van de in artikel 65 bedoelde woningen een hogere dan de in dat artikel genoemde waarde vaststellen, met dien verstande dat deze waarde voor wat geprojecteerde woningen betreft 55 dB(A) en voor wat aanwezige of in aanbouw zijnde woningen betreft 60 dB(A) niet te boven mag gaan. De artikelen 47, tweede tot en met vierde lid, en 51 zijn van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 67
@ -550,7 +542,7 @@ b. een wezenlijke toename van het aantal geluidgehinderden bij toetsing op bouwp
**3.** Met betrekking tot gebouwen en andere objecten ten aanzien waarvan toepassing is gegeven aan het eerste lid, worden bij algemene maatregel van bestuur omtrent de onderwerpen die met betrekking tot woningen geregeld zijn in de artikelen 71 en 72 regels gesteld. Daarbij kunnen bepalingen van die artikelen van overeenkomstige toepassing worden verklaard.
**4.** Artikel 48 is van overeenkomstige toepassing. Bij toepassing van het tweede lid zijn voorts de artikelen 47, tweede tot en met vijfde lid, en 51 van overeenkomstige toepassing.
**4.** Artikel 48 is van overeenkomstige toepassing. Bij toepassing van het tweede lid zijn voorts de artikelen 47, tweede tot en met vierde lid, en 51 van overeenkomstige toepassing.
**5.** Bij toepassing van het tweede lid kan worden bepaald, dat met betrekking tot bij de maatregel aangeduide gebouwen en andere objecten, het derde lid niet van toepassing is.
@ -569,7 +561,7 @@ b. zodanige waarden noodzakelijk zijn als gevolg van een vaststelling of herzien
**3.** Gedeputeerde staten nemen bij de beslissing over de goedkeuring van een bestemmingsplan of de herziening hiervan dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden als bedoeld in het eerste lid ter zake van de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, van de gevel van woningen, van andere gebouwen dan woningen of van andere geluidsgevoelige objecten binnen de zone de waarden in acht, die ingevolge de artikelen 65 tot en met 68 als de ten hoogste toelaatbare worden aangemerkt.
**4.** Ter zake van de toepassing van het eerste lid zijn de artikelen 62 en 63 van overeenkomstige toepassing.
**4.** Ter zake van de toepassing van het eerste lid is artikel 62 van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 69a
@ -589,11 +581,9 @@ b. zodanige waarden noodzakelijk zijn als gevolg van een vaststelling of herzien
**1.** Burgemeester en wethouders zijn gehouden na een ingesteld akoestisch onderzoek aan gedeputeerde staten de binnen de gemeente voorkomende gevallen te melden, waarin op het tijdstip van de vaststelling van een zone krachtens of met overeenkomstige toepassing van artikel 53, de geluidsbelasting van de gevel, vanwege het industrieterrein, van binnen de zone aanwezige of in aanbouw zijnde woningen hoger is dan 55 dB(A). Een afschrift van deze kennisgeving wordt aan Onze Minister toegezonden.
**2.** Gedeputeerde staten stellen, na overleg met het gemeentebestuur, met inachtneming van de regels, gegeven krachtens het vierde lid, en gelet op de maatregelen, in verband met andere woningen binnen de zone voortvloeiend uit de toepassing van Afdeling 2, §§ 2 en 3, van dit hoofdstuk, een programma op van maatregelen die naar hun oordeel in aanmerking komen om de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, van de gevels van de in het eerste lid bedoelde woningen te beperken tot 55 dB(A) en te voldoen aan het in artikel 111, eerste lid, onder *a*, bepaalde. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat tevens één of meer overeenkomstige programmas dienen te worden opgesteld, onderscheidenlijk gericht op een beperking van de geluidsbelasting van de gevels van de bedoelde woningen tot bij de maatregel aangegeven hogere waarden.
**2.** Gedeputeerde staten stellen, na overleg met het gemeentebestuur, met inachtneming van de regels, gegeven krachtens het derde lid, en gelet op de maatregelen, in verband met andere woningen binnen de zone voortvloeiend uit de toepassing van Afdeling 2, §§ 2 en 3, van dit hoofdstuk, een programma op van maatregelen die naar hun oordeel in aanmerking komen om de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, van de gevels van de in het eerste lid bedoelde woningen te beperken tot 55 dB(A) en te voldoen aan het in artikel 111, eerste lid, onder *a*, bepaalde. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat tevens één of meer overeenkomstige programmas dienen te worden opgesteld, onderscheidenlijk gericht op een beperking van de geluidsbelasting van de gevels van de bedoelde woningen tot bij de maatregel aangegeven hogere waarden.
**3.** Het besluit, houdende de vaststelling van het programma, wordt eerst genomen nadat de inspecteur aan gedeputeerde staten terzake advies heeft uitgebracht dan wel sedert het tijdstip waarop hij door gedeputeerde staten in de gelegenheid werd gesteld terzake advies uit te brengen, acht weken zijn verlopen.
**4.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gegeven omtrent de aard van de maatregelen die in aanmerking komen en de omstandigheden waaronder dit het geval is, alsmede met betrekking tot de opzet van een programma als bedoeld in het tweede lid, en het tijdstip van uitvoering daarvan.
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gegeven omtrent de aard van de maatregelen die in aanmerking komen en de omstandigheden waaronder dit het geval is, alsmede met betrekking tot de opzet van een programma als bedoeld in het tweede lid, en het tijdstip van uitvoering daarvan.
### Artikel 72
@ -694,15 +684,13 @@ b. de doeltreffendheid van de in aanmerking komende verkeersmaatregelen en ander
### Artikel 78
**1.** Een besluit, houdende vaststelling of herziening van een bestemmingsplan dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden, behorende tot een zone als bedoeld in artikel 74, of een besluit tot vrijstelling als bedoeld in artikel 76*a*, wordt eerst genomen nadat de inspecteur terzake advies heeft uitgebracht dan wel sedert het tijdstip waarop hij door burgemeester en wethouders in de gelegenheid werd gesteld terzake advies uit te brengen, acht weken zijn verlopen.
**2.** Van het besluit wordt zo spoedig mogelijk mededeling gedaan aan de inspecteur.
Vervallen
#### Paragraaf 2. Aanleg van een weg buiten toepassing van de bestemmingsplanprocedure
### Artikel 79
Tot aanleg van een weg anders dan op grondslag van een overeenkomstig de artikelen 76 tot en met 78 vastgesteld of herzien bestemmingsplan wordt, indien binnen de aanwezige of toekomstige zone woningen, dan wel andere gebouwen dan woningen of andere objecten ten aanzien waarvan toepassing is gegeven aan artikel 82, tweede lid, aanwezig, in aanbouw of geprojecteerd zijn, niet overgegaan dan in overeenstemming met een onherroepelijk geworden besluit van de gemeenteraad, krachtens artikel 81 genomen naar aanleiding van een door de wegaanlegger aan burgemeester en wethouders gedane mededeling van zijn voornemen en na een overeenkomstig artikel 80 ingesteld onderzoek.
Tot aanleg van een weg anders dan op grondslag van een overeenkomstig de artikelen 76 en 77 vastgesteld of herzien bestemmingsplan wordt, indien binnen de aanwezige of toekomstige zone woningen, dan wel andere gebouwen dan woningen of andere objecten ten aanzien waarvan toepassing is gegeven aan artikel 82, tweede lid, aanwezig, in aanbouw of geprojecteerd zijn, niet overgegaan dan in overeenstemming met een onherroepelijk geworden besluit van de gemeenteraad, krachtens artikel 81 genomen naar aanleiding van een door de wegaanlegger aan burgemeester en wethouders gedane mededeling van zijn voornemen en na een overeenkomstig artikel 80 ingesteld onderzoek.
### Artikel 80
@ -712,11 +700,9 @@ Tot aanleg van een weg anders dan op grondslag van een overeenkomstig de artikel
### Artikel 81
**1.** Binnen zes maanden nadat de resultaten van het in artikel 80 bedoelde onderzoek zijn verkregen, neemt de gemeenteraad, tenzij hij burgemeester en wethouders hiertoe bevoegd heeft verklaard, een besluit, bepalende welke maatregelen nodig zijn om te voorkomen dat de geluidsbelasting die de weg na zijn aanleg binnen de zone zal veroorzaken, de waarden die ingevolge de artikelen 82, 82*a*, 83 en 85 als de ten hoogste toelaatbare worden aangemerkt, te boven zou gaan.
**1.** Binnen zes maanden nadat de resultaten van het in artikel 80 bedoelde onderzoek zijn verkregen, neemt de gemeenteraad, tenzij hij burgemeester en wethouders hiertoe bevoegd heeft verklaard, een besluit, bepalende welke maatregelen nodig zijn om te voorkomen dat de geluidsbelasting die de weg na zijn aanleg binnen de zone zal veroorzaken, de waarden die ingevolge de artikelen 82, 82a, 83 en 85 als de ten hoogste toelaatbare worden aangemerkt, te boven zou gaan.
**2.** Het besluit wordt eerst genomen nadat de inspecteur terzake advies heeft uitgebracht dan wel sedert het tijdstip waarop hij door burgemeester en wethouders in de gelegenheid werd gesteld terzake advies uit te brengen, acht weken zijn verlopen.
**3.** Van het besluit wordt mededeling gedaan aan de wegaanlegger en aan de inspecteur.
**2.** Van het besluit wordt mededeling gedaan aan de wegaanlegger.
#### Paragraaf 3. Ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting in zones
@ -782,40 +768,22 @@ Bij toepassing van artikel 82*a*, 83 of 85 kan de gelding van een daarbij vastge
### Artikel 87
**1.** Een besluit, houdende de beslissing op een verzoek als bedoeld in artikel 82*a*, eerste lid, 83, eerste lid, of 85, wordt eerst genomen nadat de inspecteur terzake advies heeft uitgebracht, dan wel vier weken is verlopen sedert het tijdstip waarop hij in de gelegenheid werd gesteld terzake advies uit te brengen.
**1.** Gedeputeerde staten beslissen op een verzoek als bedoeld in artikel 82a, eerste lid, 83, eerste lid, of 85, binnen dertien weken na de datum van ontvangst van het verzoek.
**2.** Gedeputeerde staten beslissen op een verzoek als bedoeld in het eerste lid binnen dertien weken na de datum van ontvangst van het verzoek.
**2.** Indien toepassing is gegeven aan artikel 76, tweede lid, onder b, wordt het verzoek binnen vier weken na de dagtekening van het raadsbesluit tot vaststelling of herziening van het bestemmingsplan bij gedeputeerde staten ingediend. In afwijking van het eerste lid beslissen gedeputeerde staten op een verzoek als bedoeld in de eerste volzin voordat zij over de goedkeuring van het bestemmingsplan of de herziening hiervan beslissen.
**3.** Indien toepassing is gegeven aan artikel 76, tweede lid, onder *b*, wordt het verzoek binnen vier weken na de dagtekening van het raadsbesluit tot vaststelling of herziening van het bestemmingsplan bij gedeputeerde staten ingediend. In afwijking van het tweede lid beslissen gedeputeerde staten op een verzoek als bedoeld in de eerste volzin voordat zij over de goedkeuring van het bestemmingsplan of de herziening hiervan beslissen.
**4.**
**3.**
Een verzoek wordt geacht te zijn ingewilligd, indien gedeputeerde staten:
a. niet binnen de in het tweede lid bedoelde termijn, of
b. ingeval toepassing wordt gegeven aan het derde lid, tweede volzin, niet uiterlijk tegelijk met het toezenden van de beslissing over de goedkeuring van het bestemmingsplan of de herziening hiervan,
a. niet binnen de in het eerste lid bedoelde termijn, of
b. ingeval toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, tweede volzin, niet uiterlijk tegelijk met het toezenden van de beslissing over de goedkeuring van het bestemmingsplan of de herziening hiervan,
een besluit met betrekking tot het verzoek hebben bekendgemaakt.
### Artikel 87a
**1.** Met betrekking tot krachtens artikel 2 van de Wet D'gemeenten en D'provincies aangewezen D'gemeenten is voor de in artikel 3, eerste lid, van die wet genoemde periode dit artikel van toepassing.
**2.** In artikel 83, eerste lid, wordt "kunnen gedeputeerde staten" vervangen door: kan de gemeenteraad, tenzij hij burgemeester en wethouders hiertoe bevoegd heeft verklaard,.
**3.** In de artikelen 85 en 100*a*, eerste lid, wordt "Gedeputeerde staten kunnen" vervangen door: De gemeenteraad kan, tenzij hij burgemeester en wethouders hiertoe bevoegd heeft verklaard,.
**4.** In artikel 87, tweede lid, wordt "Gedeputeerde staten beslissen" vervangen door: De gemeenteraad beslist, tenzij hij burgemeester en wethouders hiertoe bevoegd heeft verklaard,.
**5.** In artikel 87, derde lid, wordt in de eerste volzin "gedeputeerde staten" vervangen door: de gemeenteraad of, in voorkomend geval, burgemeester en wethouders. De tweede volzin vervalt.
**6.**
Artikel 87, vierde lid, komt te luiden:
5. Een verzoek wordt geacht te zijn ingewilligd, indien de gemeenteraad of, in voorkomend geval, burgemeester en wethouders, niet binnen de in het tweede lid bedoelde termijn een besluit met betrekking tot het verzoek aan de verzoeker hebben toegezonden.
**7.** In artikel 100*a*, derde lid, wordt "gedeputeerde staten" vervangen door: de gemeenteraad of, in voorkomend geval, van burgemeester en wethouders. Voorts wordt "87" vervangen door: 87, zoals gewijzigd bij artikel 87*a*,.
Vervallen
### Afdeling 2A. De aanleg, wijziging of verbreding van een hoofdweg in de zin van
@ -931,7 +899,7 @@ Behoudens het tweede en derde lid is de voor woningen binnen de zone van een te
a. de geluidsbelasting vanwege deze hoofdweg of vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen op 1 maart 1986, van de gevel van deze woningen op dat tijdstip, onderscheidenlijk na ingebruikneming van deze hoofdweg of wegen lager was dan of gelijk was aan 55 dB(A), of
b. deze hoofdweg na 1 januari 1982 is aangelegd op grond van een overeenkomstig de artikelen 76 tot en met 78 vastgesteld of herzien bestemmingsplan, of
c. binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen na 1 januari 1982 zijn aangelegd op grond van een overeenkomstig de artikelen 76 tot en met 78 vastgesteld of herzien bestemmingsplan,
c. binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen na 1 januari 1982 zijn aangelegd op grond van een overeenkomstig de artikelen 76 en 77 vastgesteld of herzien bestemmingsplan,
de voor de wijziging of verbreding ter plaatse heersende geluidsbelasting, met dien verstande dat een geluidsbelasting waarvan de waarde 50 dB(A) niet te boven gaat, in elk geval als toelaatbaar aangemerkt blijft.
@ -1043,20 +1011,18 @@ b. de eerder vastgestelde waarde.
Het eerste lid is niet van toepassing:
a. ingeval de woningen of de weg zijn geprojecteerd in een na 1 januari 1982 overeenkomstig de artikelen 76 tot en met 78 vastgesteld bestemmingsplan;
a. ingeval de woningen of de weg zijn geprojecteerd in een na 1 januari 1982 overeenkomstig de artikelen 76 en 77 vastgesteld bestemmingsplan;
b. ingeval tot aanleg of reconstructie van de weg na 1 januari 1982 is besloten met toepassing van de artikelen 79 tot en met 81.
### Artikel 89
**1.** Burgemeester en wethouders stellen met inachtneming van de regels, gegeven krachtens het derde lid, een programma op van maatregelen die naar hun oordeel in aanmerking komen om de geluidsbelasting, vanwege de weg, van de gevels van de in artikel 88 bedoelde woningen zoveel mogelijk te beperken tot 55 dB(A) en om zo nodig te voldoen aan artikel 111, tweede of derde lid.
**1.** Burgemeester en wethouders stellen met inachtneming van de regels, gegeven krachtens het tweede lid, een programma vast van maatregelen die naar hun oordeel in aanmerking komen om de geluidsbelasting, vanwege de weg, van de gevels van de in artikel 88 bedoelde woningen zoveel mogelijk te beperken tot 55 dB(A) en om zo nodig te voldoen aan artikel 111, tweede of derde lid.
**2.** Het besluit, houdende de vaststelling van een programma, wordt eerst genomen nadat de inspecteur aan burgemeester en wethouders terzake advies heeft uitgebracht, dan wel sedert het tijdstip waarop hij door burgemeester en wethouders in de gelegenheid werd gesteld terzake advies uit te brengen, vier weken is verlopen.
**3.** Met betrekking tot gevallen, bedoeld in artikel 88, worden bij algemene maatregel van bestuur regels gegeven omtrent het tijdstip van melding van die gevallen, de aard van de maatregelen die in aanmerking komen, en de omstandigheden waaronder dit het geval is, alsmede omtrent de opzet en het tijdstip van indiening van een programma als bedoeld in het tweede lid.
**2.** Met betrekking tot gevallen, bedoeld in artikel 88, worden bij algemene maatregel van bestuur regels gegeven omtrent het tijdstip van melding van die gevallen, de aard van de maatregelen die in aanmerking komen, en de omstandigheden waaronder dit het geval is, alsmede omtrent de opzet en het tijdstip van vaststelling van een programma.
### Artikel 90
**1.** Burgemeester en wethouders leggen het ingevolge artikel 89, tweede lid, vastgestelde programma van maatregelen onverwijld door tussenkomst van gedeputeerde staten voor aan Onze Minister.
**1.** Burgemeester en wethouders leggen het ingevolge artikel 89, eerste lid, vastgestelde programma van maatregelen onverwijld door tussenkomst van gedeputeerde staten voor aan Onze Minister.
**2.** Onze Minister stelt na ontvangst van zodanig programma voor de woningen waarop het betrekking heeft, de ten hoogste toelaatbare waarde van de geluidsbelasting, vanwege de weg, van de gevels vast, met dien verstande dat deze waarde, behoudens het derde lid, 55 dB(A) niet te boven mag gaan. Onze Minister doet van zijn besluit mededeling aan burgemeester en wethouders.
@ -1343,7 +1309,7 @@ b. de eerder vastgestelde waarde.
Behoudens het tweede en derde lid is de voor woningen binnen de zone van een te wijzigen landelijke spoorweg ten gevolge waarvan binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen worden aangepast, ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen, indien:
a. de geluidsbelasting vanwege binnen het tracé van deze landelijke spoorweg gelegen wegen op 1 maart 1986, van de gevel van deze woningen op dat tijdstip, onderscheidenlijk na ingebruikneming van deze wegen lager was dan of gelijk was aan 55 dB(A), of
b. binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen na 1 januari 1982 zijn aangelegd op grond van een overeenkomstig de artikelen 76 tot en met 78 vastgesteld of herzien bestemmingsplan,
b. binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen na 1 januari 1982 zijn aangelegd op grond van een overeenkomstig de artikelen 76 en 77 vastgesteld of herzien bestemmingsplan,
de voor de wijziging ter plaatse heersende geluidsbelasting, met dien verstande dat een geluidsbelasting waarvan de waarde 50 dB(A) niet te boven gaat, in elk geval als toelaatbaar aangemerkt blijft.
@ -1433,7 +1399,7 @@ b. in andere gevallen: 35 dB(A).
Indien met betrekking tot gevels van in aanbouw zijnde of aanwezige woningen een hogere geluidsbelasting dan 50 dB(A), vanwege een weg, als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld, treft de gemeenteraad met betrekking tot de geluidwering van die gevels maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting binnen de woning bij gesloten ramen ten hoogste bedraagt:
a. ingeval het een weg betreft die na 1 januari 1982 is aangelegd en is opgenomen in een overeenkomstig de artikelen 76 tot en met 78 vastgesteld bestemmingsplan, dan wel na dat tijdstip ingevolge een besluit, genomen met toepassing van de artikelen 79 tot en met 81, is aangelegd: 35 dB(A);
a. ingeval het een weg betreft die na 1 januari 1982 is aangelegd en is opgenomen in een overeenkomstig de artikelen 76 en 77 vastgesteld bestemmingsplan, dan wel na dat tijdstip ingevolge een besluit, genomen met toepassing van de artikelen 79 tot en met 81, is aangelegd: 35 dB(A);
b. ingeval het een weg betreft, niet bedoeld onder *a*, die op 1 maart 1986 in aanleg of geprojecteerd was: 40 dB(A).
**3.** Ingeval op 1 maart 1986 een weg, niet bedoeld onder *a* van het tweede lid, en woningen aanwezig waren en, met toepassing van artikel 90, tweede lid, met betrekking tot de gevels van de woningen een hogere geluidsbelasting dan 50 dB(A), vanwege de weg, als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld, treft de gemeenteraad met betrekking tot de geluidwering van die gevels maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting binnen de woning bij gesloten ramen ten hoogste 45 dB(A) bedraagt.
@ -1784,7 +1750,7 @@ Vervallen
### Artikel 145
Tegen een besluit krachtens artikel 56, eerste lid, van deze wet, jo artikel 28, vierde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, kan beroep worden ingesteld met overeenkomstige toepassing van de artikelen 28, zevende lid, en 29 van die wet.
Tegen een besluit krachtens artikel 56 van deze wet, jo artikel 28, vierde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, kan beroep worden ingesteld met overeenkomstige toepassing van de artikelen 28, zevende lid, en 29 van die wet.
### Artikel 146
@ -1804,7 +1770,7 @@ Vervallen
### Artikel 148
**1.** Met betrekking tot de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn de artikelen 18.3 tot en met 18.16 van de Wet milieubeheer van toepassing.
**1.** Met betrekking tot de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn de artikelen 18.3 tot en met 18.14, 18.15, onder b, en 18.16 van de Wet milieubeheer van toepassing, met dien verstande dat met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde ten aanzien van inrichtingen als bedoeld in artikel 170, derde lid, uitsluitend belast zijn de daartoe bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.
**2.** Het in artikel 18.2 van de Wet milieubeheer bedoelde bestuursorgaan heeft tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van het ten aanzien van de betrokken inrichting bij of krachtens deze wet bepaalde.
@ -1980,13 +1946,9 @@ b. op daartoe strekkend verzoek ontheffing verlenen.
**3.** In afwijking van het bepaalde in artikel 71, tweede lid, stelt Onze Minister het programma van aktiviteiten als omschreven in dat artikellid op, voor zover het programma betrekking heeft op inrichtingen, die in gebruik of mede in gebruik zijn ten behoeve van de landsverdediging. Onze Minister stelt het programma op na overleg met Onze Minister van Defensie.
**4.** In de gevallen waarin het derde lid van toepassing is brengt de inspecteur het advies, bedoeld in artikel 71, derde lid, aan Onze Minister uit. In deze gevallen wordt de inspecteur door Onze Minister in de gelegenheid gesteld het advies uit te brengen. Hij brengt het advies uit binnen acht weken nadat hij daartoe in de gelegenheid is gesteld.
**4.** Bij de vaststelling van het programma deelt Onze Minister aan burgemeester en wethouders van de gemeente, waarin de in het derde lid bedoelde inrichting is gelegen, en aan gedeputeerde staten mede de geluidsbelasting vanwege die inrichting na de volledige uitvoering van het programma.
**5.** Bij de vaststelling van het programma deelt Onze Minister aan burgemeester en wethouders van de gemeente, waarin de in het derde lid bedoelde inrichting is gelegen, en aan gedeputeerde staten mede de geluidsbelasting vanwege die inrichting na de volledige uitvoering van het programma.
**6.** In afwijking van artikel 148, eerste lid, in samenhang met artikel 18.4, derde lid, van de Wet milieubeheer, zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet ten aanzien van inrichtingen als bedoeld in het derde lid, uitsluitend belast de daartoe bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.
**7.** Onze Minister van Defensie is ermee belast dat het programma, bedoeld in artikel 71, ten aanzien van inrichtingen als bedoeld in het derde lid, wordt uitgevoerd.
**5.** Onze Minister van Defensie is ermee belast dat het programma, bedoeld in artikel 71, ten aanzien van inrichtingen als bedoeld in het derde lid, wordt uitgevoerd.
### Artikel 171
@ -2000,9 +1962,11 @@ Vervallen
### Artikel 173
**1.** De inspecteur is bevoegd van een bestuursorgaan dat met de uitvoering of de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde is belast, daarover inlichtingen te vorderen.
**1.** Met het toezicht op de uitvoering en de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.
**2.** De artikelen 5:13, 5:17 en 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
**2.** De artikelen 5:13, 5:15, 5:16, 5:17 en 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
**3.** Onze Minister kan bij ministeriële regeling bepalen dat bestuursorganen die met de uitvoering of de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast, daarbij aan te geven gegevens verstrekken aan de krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren. Bij de regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het tijdstip waarop, de frequentie waarmee en de vorm waarin de gegevens worden verstrekt. Tevens kan bij de regeling worden bepaald dat daarbij gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven gevallen.
### Artikel 173a