2014-07-26 | BWBR0035387 | Inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, (op)waardering; verruimde achterwaartse verliesverrekening
This commit is contained in:
parent
8f46e879d7
commit
ba1984616b
1 changed files with 12 additions and 12 deletions
|
|
@ -12,15 +12,15 @@ citeertitel: Inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, (op)waardering; verruim
|
|||
|
||||
# Inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, (op)waardering; verruimde achterwaartse verliesverrekening
|
||||
|
||||
*Dit besluit is een actualisering van het besluit van 16 februari 2012, nr. BLKB2012/8. Aangevuld is het onderdeel over te laat gemaakte keuzes voor verruimde achterwaartse verliesverrekening in de vennootschapsbelasting. De aanvullingen betreffen een goedkeuring voor belastingplichtigen die kennelijk per abuis kozen voor deze faciliteit en een verlenging van de keuzetermijn in zeer bijzondere gevallen. Verwijderd is het onderdeel over het herzien van de keuze voor willekeurige afschrijving in jaren vóór 2007.*
|
||||
*Dit besluit is een actualisering van het besluit van 16 februari 2012, nr. BLKB2012/8. Aangevuld is het onderdeel over te laat gemaakte keuzes voor verruimde achterwaartse verliesverrekening in de vennootschapsbelasting. De aanvullingen betreffen een goedkeuring voor belastingplichtigen die kennelijk per abuis kozen voor deze faciliteit en een verlenging van de keuzetermijn in zeer bijzondere gevallen. Verwijderd is het onderdeel over het herzien van de keuze voor willekeurige afschrijving in jaren vóór 2007.*
|
||||
|
||||
## 1. Inleiding
|
||||
|
||||
Het besluit van 16 februari 2012, nr. BLKB2012/8, over het (op)waarderen van voorraden en bedrijfsmiddelen, stelselwijziging en verruimde achterwaartse verliesverrekening is geactualiseerd.
|
||||
Het besluit van 16 februari 2012, nr. BLKB2012/8, over het (op)waarderen van voorraden en bedrijfsmiddelen, stelselwijziging en verruimde achterwaartse verliesverrekening is geactualiseerd.
|
||||
|
||||
Ik heb het beleid bij verruimde achterwaartse verliesverrekening aangevuld (vernummerd onderdeel 3). Gebleken is namelijk dat een groot aantal belastingplichtigen gekozen heeft voor deze faciliteit terwijl zij daar geen enkel voordeel van hadden. Wel zullen zij vanaf 2016 geconfronteerd kunnen worden met de aan de faciliteit gekoppelde beperking van de voorwaartse verliesverrekening. In dit besluit wordt daarvoor een oplossing geboden. Verder heb ik in een paar uitzonderlijke gevallen goedgekeurd dat de – inmiddels verstreken – termijn wordt verlengd om alsnog te mogen kiezen voor verruimde verliesverrekening. Dat betrof situaties waarin een belastingplichtige te goeder trouw pas na het verstrijken van de termijn wist dat een belastbare winst ontstond over een jaar waarnaar alsnog een verlies uit de jaren 2009, 2010 of 2011 verruimd kon worden teruggewenteld (T-2, T-3).
|
||||
|
||||
Het onderdeel over willekeurige afschrijving en verliesverdamping (onderdeel 3, oud) is verwijderd omdat het zijn belang heeft verloren door tijdsverloop. Het betrof het terugnemen van willekeurige afschrijving toegepast door belastingplichtigen in jaren vóór 2007, toen er nog geen beperking in de voorwaartse verliesverrekening bestond. Als deze belastingplichtigen in jaren erna dreigden te worden geconfronteerd met verliesverdamping, mocht teruggekomen worden op de willekeurige afschrijving. Een verzoek daartoe moest worden gedaan uiterlijk 31 december 2012. Die datum is inmiddels verstreken.
|
||||
Het onderdeel over willekeurige afschrijving en verliesverdamping (onderdeel 3, oud) is verwijderd omdat het zijn belang heeft verloren door tijdsverloop. Het betrof het terugnemen van willekeurige afschrijving toegepast door belastingplichtigen in jaren vóór 2007, toen er nog geen beperking in de voorwaartse verliesverrekening bestond. Als deze belastingplichtigen in jaren erna dreigden te worden geconfronteerd met verliesverdamping, mocht teruggekomen worden op de willekeurige afschrijving. Een verzoek daartoe moest worden gedaan uiterlijk 31 december 2012. Die datum is inmiddels verstreken.
|
||||
|
||||
Tot slot zijn nog redactionele verbeteringen aangebracht.
|
||||
|
||||
|
|
@ -30,11 +30,11 @@ De goedkeuringen in dit besluit zijn gebaseerd op artikel 63 van de Algemene wet
|
|||
|
||||
### 2.1. Voorraden
|
||||
|
||||
Bij voorraadwaardering is in het algemeen waardering op kostprijs of lagere marktwaarde gebruikelijk. Als marktwaarde geldt daarbij de op de balansdatum op de inkoopmarkt te betalen prijs (arrest van de Hoge Raad van 10 juni 1959, nr. 13963, ECLI:NL:HR:1959:AY0875). Andere waarderingsstelsels zoals het ijzerenvoorraad- of lifostelsel zijn ook in overeenstemming met goed koopmansgebruik. Voor voorraden geldt dat waardering op verkoopprijs in strijd is met goed koopmansgebruik.
|
||||
Bij voorraadwaardering is in het algemeen waardering op kostprijs of lagere marktwaarde gebruikelijk. Als marktwaarde geldt daarbij de op de balansdatum op de inkoopmarkt te betalen prijs (arrest van de Hoge Raad van 10 juni 1959, nr. 13963, ECLI:NL:HR:1959:AY0875). Andere waarderingsstelsels zoals het ijzerenvoorraad- of lifostelsel zijn ook in overeenstemming met goed koopmansgebruik. Voor voorraden geldt dat waardering op verkoopprijs in strijd is met goed koopmansgebruik.
|
||||
|
||||
### 2.2. Bedrijfsmiddelen
|
||||
|
||||
Voor bedrijfsmiddelen is waardering op kostprijs (verminderd met de daarop toegepaste afschrijving) of lagere bedrijfswaarde in overeenstemming met goed koopmansgebruik (arrest van de Hoge Raad van 11 december 1985, nr. 23159, ECLI:NL:HR:1985:AW8138). Uit de jurisprudentie kan worden afgeleid dat de bedrijfswaarde niet gelijk gesteld kan worden aan de verkoopwaarde. Slechts in heel specifieke situaties is de verkoopwaarde maatstaf voor de bedrijfswaarde (arrest van de Hoge Raad van 17 april 1991, nr. 26632, ECLI:NL:HR:1991:ZC4553). Overigens was in dat arrest sprake van een afwaardering tot op de onderhandse verkoopwaarde, terwijl het in deze paragraaf gaat om een opwaardering. Waardering van bedrijfsmiddelen op verkoopwaarde is dus in zijn algemeenheid in strijd met goed koopmansgebruik.
|
||||
Voor bedrijfsmiddelen is waardering op kostprijs (verminderd met de daarop toegepaste afschrijving) of lagere bedrijfswaarde in overeenstemming met goed koopmansgebruik (arrest van de Hoge Raad van 11 december 1985, nr. 23159, ECLI:NL:HR:1985:AW8138). Uit de jurisprudentie kan worden afgeleid dat de bedrijfswaarde niet gelijk gesteld kan worden aan de verkoopwaarde. Slechts in heel specifieke situaties is de verkoopwaarde maatstaf voor de bedrijfswaarde (arrest van de Hoge Raad van 17 april 1991, nr. 26632, ECLI:NL:HR:1991:ZC4553). Overigens was in dat arrest sprake van een afwaardering tot op de onderhandse verkoopwaarde, terwijl het in deze paragraaf gaat om een opwaardering. Waardering van bedrijfsmiddelen op verkoopwaarde is dus in zijn algemeenheid in strijd met goed koopmansgebruik.
|
||||
|
||||
Als afwaardering op lagere bedrijfswaarde heeft plaatsgevonden en nadien stijging van de bedrijfswaarde een opwaardering noodzakelijk maakt, blijft deze beperkt tot de oorspronkelijke kostprijs dan wel de gemaakte voortbrengingskosten, verminderd met de afschrijving. De afschrijving wordt hier in fiscale zin bedoeld, dus met inachtneming van bijvoorbeeld artikel 3.30a van de Wet IB 2001.
|
||||
|
||||
|
|
@ -62,20 +62,20 @@ Als niet wordt gekozen kan het verlies over 2009 slechts één jaar worden terug
|
|||
|
||||
Bij dit soort cijfers ligt het kiezen voor de verruimde carry-back voor de hand. Het is evenwel voorgekomen dat in een dergelijk geval niet of niet op de juiste plaats in de aangifte was gekozen voor deze faciliteit. In dezelfde aangifte was bij de ‘Vorderingen vennootschapsbelasting’ soms wel rekening gehouden met de verruimde carry-back.
|
||||
|
||||
In beginsel geldt mijn beleidsregel dat een keuze die volgens de wet bij de aangifte moet worden gemaakt niet meer (succesvol) mogelijk is nadat de aanslag onherroepelijk is komen vast te staan (Besluit Fiscaal Bestuursrecht van 18 december 2013, nr. BLKB2013/995M, onderdeel 17, achtste lid, onder c)
|
||||
In beginsel geldt mijn beleidsregel dat een keuze die volgens de wet bij de aangifte moet worden gemaakt niet meer (succesvol) mogelijk is nadat de aanslag onherroepelijk is komen vast te staan (Besluit Fiscaal Bestuursrecht van 18 december 2013, nr. BLKB2013/995M, onderdeel 17, achtste lid, onder c)
|
||||
|
||||
Mede gezien bovenstaande en gezien het karakter van de verruimde carry-back als tijdelijke crisismaatregel, acht ik strikte toepassing van voormelde beleidsregel in dit geval niet passend. Daarom had ik in het besluit van 16 februari 2012, nr. BLKB2012/8, in overeenstemming met het besluit ambtshalve verminderen of teruggeven, gebruik gemaakt van de mogelijkheid een bijzondere regeling te treffen (Besluit ambtshalve verminderen of teruggeven, 16 december 2010, nr. DGB2010/6799M, § 3, vervangen door Besluit Fiscaal Bestuursrecht van 18 december 2013, nr. BLKB2013/995M, onderdeel 17, vijftiende lid, onderdeel b). Hoewel die bijzondere regeling door tijdsverloop is uitgewerkt in normale gevallen, neem ik deze hierna nog op met het oog op de uitzonderingssituatie die ik onder b heb opgenomen. Daarbij is geschrapt de verwijzing naar de inspecteur als behandelaar van deze standaardgevallen.
|
||||
Mede gezien bovenstaande en gezien het karakter van de verruimde carry-back als tijdelijke crisismaatregel, acht ik strikte toepassing van voormelde beleidsregel in dit geval niet passend. Daarom had ik in het besluit van 16 februari 2012, nr. BLKB2012/8, in overeenstemming met het besluit ambtshalve verminderen of teruggeven, gebruik gemaakt van de mogelijkheid een bijzondere regeling te treffen (Besluit ambtshalve verminderen of teruggeven, 16 december 2010, nr. DGB2010/6799M, § 3, vervangen door Besluit Fiscaal Bestuursrecht van 18 december 2013, nr. BLKB2013/995M, onderdeel 17, vijftiende lid, onderdeel b). Hoewel die bijzondere regeling door tijdsverloop is uitgewerkt in normale gevallen, neem ik deze hierna nog op met het oog op de uitzonderingssituatie die ik onder b heb opgenomen. Daarbij is geschrapt de verwijzing naar de inspecteur als behandelaar van deze standaardgevallen.
|
||||
|
||||
Belastingplichtigen die niet hebben gekozen voor de verruimde carry-back als bedoeld in artikel 20, tiende lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (tekst 2009–2011) en waarvan de desbetreffende aanslag reeds onherroepelijk vaststaat, kunnen onder onderstaande voorwaarden alsnog kiezen voor de verruimde carry-back. Hieraan wordt alleen dan niet tegemoet gekomen als niet zozeer sprake is van een hiervóór bedoelde fout maar de belastingplichtige door het verstrijken van de tijd nieuwe informatie heeft die maakt dat hij zijn aanvankelijke keuze wenst te herzien.
|
||||
|
||||
a. Belastingplichtige doet een verzoek waarin hij alsnog kiest voor verruimde carry-back.
|
||||
b. Het verzoek wordt uiterlijk 31 december 2012 ingediend. Een na die datum ingediend verzoek zal worden afgewezen. Daarop heb ik onlangs een uitzondering gemaakt in de situatie waarin een belastingplichtige te goeder trouw pas na het verstrijken van de termijn wist dat over een jaar een belastbare winst ontstond waarnaar alsnog een verlies uit de jaren 2009, 2010 of 2011 verruimd kon worden teruggewenteld (T-2, T-3). In een dergelijk geval kunnen belastingplichtigen ook na 31 december 2012 zich met een verzoek tot mij wenden (Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen/Cluster Vpb-IBwinst, Postbus 20201, 2500 EE Den Haag). De termijn voor indiening van een dergelijk verzoek bedraagt drie maanden. De termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop de belastingaanslag (met de bedoelde belastbare winst) onherroepelijk vaststaat.
|
||||
b. Het verzoek wordt uiterlijk 31 december 2012 ingediend. Een na die datum ingediend verzoek zal worden afgewezen. Daarop heb ik onlangs een uitzondering gemaakt in de situatie waarin een belastingplichtige te goeder trouw pas na het verstrijken van de termijn wist dat over een jaar een belastbare winst ontstond waarnaar alsnog een verlies uit de jaren 2009, 2010 of 2011 verruimd kon worden teruggewenteld (T-2, T-3). In een dergelijk geval kunnen belastingplichtigen ook na 31 december 2012 zich met een verzoek tot mij wenden (Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen/Cluster Vpb-IBwinst, Postbus 20201, 2500 EE Den Haag). De termijn voor indiening van een dergelijk verzoek bedraagt drie maanden. De termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop de belastingaanslag (met de bedoelde belastbare winst) onherroepelijk vaststaat.
|
||||
|
||||
Voor gevallen waarin de in de vorige volzin bedoelde belastingaanslag onherroepelijk kwam vast te staan in de periode van 18 november 2012 tot en met de dagtekening van dit besluit, vangt de termijn aan met ingang van de dag na de dagtekening van dit besluit. Daarmee geldt in deze overgangssituaties ook nog een termijn van ten minste drie maanden.
|
||||
Voor gevallen waarin de in de vorige volzin bedoelde belastingaanslag onherroepelijk kwam vast te staan in de periode van 18 november 2012 tot en met de dagtekening van dit besluit, vangt de termijn aan met ingang van de dag na de dagtekening van dit besluit. Daarmee geldt in deze overgangssituaties ook nog een termijn van ten minste drie maanden.
|
||||
|
||||
Over het jaar 2011 heeft X bv een verlies geleden. Op verzoek van X bv is over het jaar 2009 een navorderingsaanslag opgelegd zonder dat daarbij een boete is opgelegd. Door de navorderingsaanslag ontstaat in 2009 belastbare winst waarnaar alsnog het verlies uit 2011 verruimd kon worden teruggewenteld (T-2, T-3). De aanslag over 2011 staat dan echter al onherroepelijk vast. X bv mag alsnog een verzoek doen voor verruimde carry-back binnen drie maanden nadat de navorderingsaanslag onherroepelijk vaststaat. Als de navorderingsaanslag onherroepelijk kwam vast te staan in de periode van 18 november 2012 tot en met de dagtekening van dit besluit, vangt de termijn voor het verzoek aan met ingang van de dag na de dagtekening van dit besluit.
|
||||
Over het jaar 2011 heeft X bv een verlies geleden. Op verzoek van X bv is over het jaar 2009 een navorderingsaanslag opgelegd zonder dat daarbij een boete is opgelegd. Door de navorderingsaanslag ontstaat in 2009 belastbare winst waarnaar alsnog het verlies uit 2011 verruimd kon worden teruggewenteld (T-2, T-3). De aanslag over 2011 staat dan echter al onherroepelijk vast. X bv mag alsnog een verzoek doen voor verruimde carry-back binnen drie maanden nadat de navorderingsaanslag onherroepelijk vaststaat. Als de navorderingsaanslag onherroepelijk kwam vast te staan in de periode van 18 november 2012 tot en met de dagtekening van dit besluit, vangt de termijn voor het verzoek aan met ingang van de dag na de dagtekening van dit besluit.
|
||||
|
||||
Over het jaar 2011 heeft X bv een verlies geleden. X bv heeft eerder een rechtsvraag voorgelegd aan de inspecteur die het belastingjaar 2009 betreft. X bv en de inspecteur zijn het niet eens over de uitkomst. Gezamenlijk wordt besloten de vraag aan de rechter voor te leggen. Uiteindelijk stelt de Hoge Raad de inspecteur in het gelijk. Door de correctie ontstaat in 2009 belastbare winst waarnaar alsnog het verlies uit 2011 verruimd kan worden teruggewenteld (T-2, T-3). De aanslag over 2011 staat dan echter al onherroepelijk vast. X bv mag alsnog een verzoek doen voor verruimde carry-back binnen drie maanden na de dagtekening van het arrest van de Hoge Raad. Als de dagtekening van het arrest ligt tussen 18 november 2012 en de dagtekening van dit besluit dan vangt de termijn voor het verzoek aan met ingang van de dag na de dagtekening van dit besluit.
|
||||
Over het jaar 2011 heeft X bv een verlies geleden. X bv heeft eerder een rechtsvraag voorgelegd aan de inspecteur die het belastingjaar 2009 betreft. X bv en de inspecteur zijn het niet eens over de uitkomst. Gezamenlijk wordt besloten de vraag aan de rechter voor te leggen. Uiteindelijk stelt de Hoge Raad de inspecteur in het gelijk. Door de correctie ontstaat in 2009 belastbare winst waarnaar alsnog het verlies uit 2011 verruimd kan worden teruggewenteld (T-2, T-3). De aanslag over 2011 staat dan echter al onherroepelijk vast. X bv mag alsnog een verzoek doen voor verruimde carry-back binnen drie maanden na de dagtekening van het arrest van de Hoge Raad. Als de dagtekening van het arrest ligt tussen 18 november 2012 en de dagtekening van dit besluit dan vangt de termijn voor het verzoek aan met ingang van de dag na de dagtekening van dit besluit.
|
||||
|
||||
c. In het verzoek verklaart de belastingplichtige zich schriftelijk akkoord met:
|
||||
|
||||
|
|
@ -98,7 +98,7 @@ In een zeer uitzonderlijk geval kan de belastingplichtige de inspecteur verzoeke
|
|||
|
||||
## 4. Ingetrokken besluit
|
||||
|
||||
Het besluit van 16 februari 2012, nr. BLKB2012/8, is ingetrokken met ingang van de datum van inwerkingtreding van dit besluit.
|
||||
Het besluit van 16 februari 2012, nr. BLKB2012/8, is ingetrokken met ingang van de datum van inwerkingtreding van dit besluit.
|
||||
|
||||
## 5. Inwerkingtreding
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue