2021-01-01 | BWBR0032445 | Beleidsregels Toetsingskader Wet verplichte beroepspensioenregeling, aangepaste versie

This commit is contained in:
Coornhert 2021-01-01 12:00:00 +00:00
parent ef2f883851
commit ba738c8684

View file

@ -12,11 +12,11 @@ citeertitel: Beleidsregels Toetsingskader Wet verplichte beroepspensioenregeling
# Beleidsregels Toetsingskader Wet verplichte beroepspensioenregeling, aangepaste versie
Het Toetsingskader Wet verplichte beroepspensioenregeling (Toetsingskader Wvb) is na de inwerkingtreding van de Wet verplichte beroepspensioenregeling (Wvb) ingevoerd per 1 september 2006. Beroepsgenoten, belanghebbenden en derden krijgen via het Toetsingskader Wvb inzicht in de criteria waaraan aanvragen om verplichtstelling en ook om wijziging of intrekking ervan, worden getoetst evenals in de procedures die daarbij gevolgd worden. Hierdoor kan ook van die zijde een bijdrage worden geleverd aan een snellere afwikkeling van aanvragen op basis van de Wvb.
Het Toetsingskader Wet verplichte beroepspensioenregeling (Toetsingskader Wvb) is na de inwerkingtreding van de Wet verplichte beroepspensioenregeling (Wvb) ingevoerd per 1 september 2006. Beroepsgenoten, belanghebbenden en derden krijgen via het Toetsingskader Wvb inzicht in de criteria waaraan aanvragen om verplichtstelling en ook om wijziging of intrekking ervan, worden getoetst evenals in de procedures die daarbij gevolgd worden. Hierdoor kan ook van die zijde een bijdrage worden geleverd aan een snellere afwikkeling van aanvragen op basis van de Wvb.
## 1. Doel van de verplichtstelling
Met de verplichtstelling wordt tegemoet gekomen aan de behoefte onder vrije beroepsgenoten om in collectief verband een pensioenvoorziening te treffen. Een verplichtstelling die naar het oordeel van het kabinet alleen gehandhaafd kan worden met strikte eisen ten aanzien van solidariteit en representativiteit. Die eisen zijn in de Wvb opgenomen.
Met de verplichtstelling wordt tegemoetgekomen aan de behoefte onder vrije beroepsgenoten om in collectief verband een pensioenvoorziening te treffen. Een verplichtstelling die naar het oordeel van het kabinet alleen gehandhaafd kan worden met strikte eisen ten aanzien van solidariteit en representativiteit. Die eisen zijn in de Wvb opgenomen.
## 2. Reikwijdte van de verplichtstelling
@ -34,15 +34,15 @@ Om de werkingssfeer van de verplichtstelling te omschrijven, geeft de beroepspen
Daarom is het in ieder geval nodig aan te geven of de werkingssfeer zich uitstrekt over beroepsgenoten in loondienst. Verder moet, als er een minimumleeftijd voor toetreding is, worden aangegeven hoe hoog die is. Ook moet de maximum leeftijd voor beëindiging van de deelname aan de pensioenregeling worden opgenomen. Wanneer voor de maximumleeftijd wordt verwezen naar artikel 18a van de Wet op de loonbelasting 1964 of artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet zal de maximumleeftijd automatisch meebewegen met het tijdpad dat daarin is opgenomen.
Wanneer in een omschrijving van een werkingssfeer wordt verwezen naar een bepaalde wet, besluit of regeling, dan moet deze worden gefixeerd. Dit betekent dat moet worden aangegeven van welke datum de wet, het besluit of de regeling is waarnaar verwezen wordt en waar die is terug te vinden. Bij verwijzing naar artikel 18a van de Wet op de loonbelasting 1964 of artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet is het opnemen van een fixatie niet vereist.
Wanneer in een omschrijving van een werkingssfeer wordt verwezen naar een bepaalde wet, besluit of regeling, dan moet deze worden gefixeerd. Dit betekent dat een jaartal en publicatienummer van de Staatscourant of het Staatsblad zijn opgenomen. Bij verwijzing naar artikel 18a van de Wet op de loonbelasting 1964 of artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet is het opnemen van een fixatie niet vereist.
#### . Overlapping van werkingssferen
Een overlap van werkingsferen zal zich niet voordoen bij de vrije beroepsgenoten, omdat de werkingssfeer een afgebakende omschrijving kent van het beroep van de beroepsgenoot. Voor beroepsgenoten in loondienst kan wel een overlap van werkingsferen ontstaan. Een beroepsgenoot in loondienst kan zowel onder de werkingssfeer van een verplichte beroepspensioenregeling vallen als onder de werkingssfeer van een verplichtgesteld bedrijfstakpensioenfonds (bpf). Teneinde een samenloop te voorkomen zal de beroepspensioenvereniging de werkingssfeer zo moeten omschrijven dat werknemers die al onder een andere verplichtstelling vallen worden uitgesloten. Mocht bij de aanvraag blijken dat er toch overlap bestaat, dan zal de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) de beroepspensioenvereniging verzoeken de werkingssfeer te wijzigen alvorens de aanvraag verder in behandeling wordt genomen.
Een overlap van werkingssferen zal zich niet voordoen bij de vrije beroepsgenoten, omdat de werkingssfeer een afgebakende omschrijving kent van het beroep van de beroepsgenoot. Voor beroepsgenoten in loondienst kan wel een overlap van werkingssferen ontstaan. Een beroepsgenoot in loondienst kan zowel onder de werkingssfeer van een verplichte beroepspensioenregeling vallen als onder de werkingssfeer van een verplichtgesteld bedrijfstakpensioenfonds (bpf). Teneinde een samenloop te voorkomen zal de beroepspensioenvereniging de werkingssfeer zo moeten omschrijven dat werknemers die al onder een andere verplichtstelling vallen worden uitgesloten. Mocht bij de aanvraag blijken dat er toch overlap bestaat, dan zal de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) de beroepspensioenvereniging verzoeken de werkingssfeer te wijzigen alvorens de aanvraag verder in behandeling wordt genomen.
Mocht uit zienswijzen blijken dat er sprake is van overlap, dan zal de Minister van SZW de betrokken partijen verzoeken tot een oplossing te komen.
Indien overlap wordt geconstateerd bij twee gelijktijdig in behandeling zijnde aanvragen, de een in het kader van de Wvb en de ander in het kader van de wet Bpf 2000, worden beide aanvragen aangehouden. Aanvragers zullen worden verzocht een oplossing te vinden voor de overlap bij gebreke waarvan niet tot besluitvorming kan worden overgegaan.
Indien overlap wordt geconstateerd bij twee gelijktijdig in behandeling zijnde aanvragen, de één in het kader van de Wvb en de ander in het kader van de wet Bpf 2000, worden beide aanvragen aangehouden. Aanvragers zullen worden verzocht een oplossing te vinden voor de overlap bij gebreke waarvan niet tot besluitvorming kan worden overgegaan.
## 3. Representativiteit
@ -126,7 +126,7 @@ De toelichting bevat in ieder geval:
een opgave van de peildatum of de periode waarop de cijfers betrekking hebben;
een toelichting waaruit blijkt dat de grenzen van het domein waarover de gegevens zijn verzameld gerelateerd zijn aan de werkingssfeer van de beroepspensioenregeling waarop de aanvraag tot verplichtstelling, wijziging of intrekking ervan betrekking heeft. Daarbij moet ook duidelijk zijn dat de in de werkingssfeer uitgesloten categorieën beroepsgenoten in de tellingen buiten beschouwing gelaten zijn.
De opgave van de representativiteit kan worden ingediend aan de hand van het formulier representativiteitsgegevens. Ingeval van een representativiteitspercentage onder de 60 of ingeval beargumenteerde zienswijzen tegen de representativiteit daartoe aanleiding geven, is het gebruik maken van dit formulier vereist. De Minister van SZW kan naar aanleiding van de opgave van de representativiteit verlangen dat een nadere rapportage, van een registeraccountant of een accountantadministratieconsulent die daartoe is gecertificeerd, over de juistheid van de opgave wordt overgelegd.
De Minister van SZW kan naar aanleiding van de opgave van de representativiteit verlangen dat een assurancerapport van een registeraccountant of accountant-administratieconsulent, die daartoe is gecertificeerd, over de juistheid van de opgave wordt overgelegd.
Deze eisen aan de opgave van representativiteitsgegevens zijn ook vastgelegd in de Regeling verplichtstelling beroepspensioenregeling.
@ -138,7 +138,7 @@ Zienswijzen tegen en onduidelijkheid over de representativiteit zullen worden vo
Evenals de Wet Bpf 2000 kent ook de Wvb een periodieke representativiteitstoets.
Ten minste één maal per vijf jaar zal worden beoordeeld of voor de verplichtstelling nog voldoende draagvlak bestaat (eerste keer per 1 januari 2011).Op deze manier wordt veilig gesteld dat de basis voor een verplichtstelling - een belangrijke meerderheid van de beroepsgenoten ondersteunt deze - gewaarborgd wordt.
Ten minste één maal per vijf jaar zal worden beoordeeld of voor de verplichtstelling nog voldoende draagvlak bestaat. Op deze manier wordt veilig gesteld dat de basis voor een verplichtstelling - een belangrijke meerderheid van de beroepsgenoten ondersteunt deze - gewaarborgd wordt.
De periodieke toets betreft de meting van de representativiteit op dezelfde manier, met dezelfde criteria en (vorm)vereisten, als in paragraaf 3a beschreven.
@ -150,33 +150,33 @@ Uit de Wvb blijkt dat de termijn van 8 weken voor het aantonen van de representa
In het verzoek van de Minister van SZW wordt aangegeven op welke wijze de representativiteit moet worden aangetoond. Als hulpmiddel zal daartoe een checklist worden meegestuurd waarin een opsomming wordt gegeven van de eisen die aan de gegevens gesteld worden (zie hiervoor: eisen aan gegevens met betrekking tot de representativiteit in paragraaf 3a).
De opgave van de representativiteitsgegevens en de hiervoor gehanteerde onderzoeksmethodiek kan worden ingediend aan de hand van het formulier representativiteitsgegevens, bedoeld in de artikelen 1, 3 en 5 van de Regeling verplichtstelling beroepspensioenregeling.
#### . Belangrijke meerderheid in de periodieke toets
1. in de periodieke toets wordt een meerderheid van tenminste 60% als belangrijk gekwalificeerd;
2. wanneer sprake is van een meerderheid tussen de 55% en 60% is dit in de periodieke toets in beginsel ook een belangrijke meerderheid;
3. een percentage beneden de 55% leidt tot een herhalingstoets na twee jaar.
Belangrijke meerderheid in de periodieke representativiteitstoets
Indien het representativiteitpercentage minder dan 60% bedraagt, moet ook in het geval van de vijfjaarstoets verplicht gebruik worden gemaakt van het formulier representativiteitsgegevens. De Minister van SZW kan naar aanleiding van de opgave van de representativiteit verlangen dat een nadere rapportage, van een registeraccountant of accountant-administratieconsulent die daartoe gecertificeerd is, over de juistheid van de opgave wordt overgelegd.
1. In de periodieke toets wordt een meerderheid van tenminste 60% als belangrijk gekwalificeerd.
2. Wanneer sprake is van een meerderheid tussen de 55% en 60% is dit in de periodieke toets in beginsel ook een belangrijke meerderheid.
3. Een percentage beneden de 55% leidt tot een herhalingstoets na twee jaar.
De Minister van SZW kan naar aanleiding van de opgave van de representativiteit verlangen dat een assurancerapport van een registeraccountant of accountant-administratieconsulent, die daartoe gecertificeerd is, over de juistheid van de opgave wordt overgelegd.
#### . Termijn
Iedere keer dat een verplichtstelling na 1 januari 2006 is opgelegd dan wel gewijzigd en waarbij de representativiteit is vastgesteld, begint de termijn van vijf jaar voor de periodieke toets opnieuw te lopen.
Iedere keer dat een verplichtstelling is opgelegd dan wel gewijzigd en waarbij de representativiteit is vastgesteld, begint de termijn van vijf jaar voor de periodieke toets opnieuw te lopen.
Indien geen wijziging van de verplichtstelling plaatsvindt, zal vijf jaar na de vorige periodieke toets of in het geval van een noodzakelijke herhalingstoets, vijf jaar na afronding van die herhalingstoets, de representativiteit opnieuw getoetst worden.
Indien geen wijziging van de verplichtstelling plaatsvindt, zal vijf jaar na de vorige periodieke toets of in het geval van een noodzakelijke herhalingstoets, vijf jaar na afronding van die herhalingstoets, de representativiteit opnieuw worden getoetst.
In het geval dat bij een aanvraag tot wijziging van de verplichtstelling is gebleken dat de representativiteit onvoldoende is, zal de wijziging van de verplichtstelling niet plaatsvinden en begint de periode van vijf jaar niet opnieuw te lopen. Na de oorspronkelijke vijf jaar zal de periodieke toets van de representativiteit plaatsvinden en bij onvoldoende meerderheid ook na de herhalingstoets twee jaar later, zal intrekking van de verplichtstelling volgen.
#### . Resultaat vijfjaarstoets
Indien de beroepspensioenvereniging binnen 8 weken na het verzoek aantoont te voldoen aan de vereiste representativiteit, dan stelt de Minister van SZW per brief betrokkenen hiervan op de hoogte.
Indien de beroepspensioenvereniging binnen 8 weken na het verzoek aantoont te voldoen aan de vereiste representativiteit, dan stelt de Minister van SZW betrokkenen hiervan op de hoogte.
Indien de beroepspensioenvereniging binnen 8 weken na het verzoek niet aantoont te voldoen aan de vereiste representativiteit, dan doet de Minister van SZW in de Staatscourant de mededeling dat niet is aangetoond dat voldaan wordt aan het vereiste van een belangrijke meerderheid. Ook worden betrokkenen hiervan per brief op de hoogte gesteld.
Indien de beroepspensioenvereniging binnen 8 weken na het verzoek niet aantoont te voldoen aan de vereiste representativiteit, dan doet de Minister van SZW in de Staatscourant de mededeling dat niet is aangetoond dat voldaan wordt aan het vereiste van een belangrijke meerderheid. Ook worden betrokkenen hiervan op de hoogte gesteld.
#### . Herhalingstoets
8 weken voor het verstrijken van de twee jaar na deze melding in de Staatscourant, zal aan betrokken beroepspensioenvereniging opnieuw worden gevraagd aan te tonen dat zij voldoet aan het representativiteitsvereiste.
8 weken voor het verstrijken van de twee jaar na deze melding in de Staatscourant, zal aan de betrokken beroepspensioenvereniging opnieuw worden gevraagd aan te tonen dat zij voldoet aan het representativiteitsvereiste.
Wanneer in de periode tussen de vijfjaarstoets en de herhalingstoets echter is aangetoond dat er wel voldaan wordt aan het vereiste van een belangrijke meerderheid, begint vanaf dat moment een nieuwe vijfjaarstermijn te lopen en komt de herhalingstoets te vervallen. Het tussentijds aantonen van een voldoende representativiteit kan spontaan door de betrokken beroepspensioenvereniging gebeuren, maar ook in het kader van een wijziging van de verplichtstelling in de periode tussen de vijfjaarstoets en de herhalingstoets.
@ -230,13 +230,13 @@ Binnen deze termijn van 26 respectievelijk 39 dan wel maximaal 52 weken worden d
Op basis van artikel 5, eerste lid, Wvb kan een beroepspensioenvereniging die naar het oordeel van de Minister van SZW een belangrijke meerderheid vertegenwoordigt van de beroepsgenoten die tot de beroepsgroep behoren, een aanvraag tot verplichtstelling indienen.
Een aanvraag tot verplichtstelling moet schriftelijk bij de Minister van SZW worden ingediend en wordt namens deze behandeld door de directie UAW.
Een aanvraag tot verplichtstelling moet schriftelijk (elektronisch) bij de Minister van SZW worden ingediend en wordt namens deze behandeld door de Directie Uitvoeringstaken Arbeidsvoorwaardenwetgeving (UAW).
Artikel 6 Wvb vermeldt de stukken die moeten worden ingediend bij een aanvraag tot verplichtstelling. Verder zijn op basis van dit artikel nadere regels gesteld waaraan de aanvraag moet voldoen (Regeling verplichtstelling beroepspensioenregeling).
Een aanvraag tot verplichtstelling wordt pas in behandeling genomen als de aanvraag volledig is en inhoudelijk voldoet aan de vereisten. De datum van in behandeling nemen is de datum waarop de aanvraag in de Staatscourant wordt geplaatst en de termijn van tervisielegging start.
Alle stukken die in het kader van de aanvraag dienen te worden meegestuurd liggen ter visie en kunnen worden geraadpleegd via de site van de Directie UAW (http://cao.szw.nl). Zienswijzen tegen de (wijzigingen van) reglementen en statuten van de beroepspensioenvereniging, de akte van oprichting van het beroepspensioenfonds, het reglement of de reglementen van het beroepspensioenfonds, de actuariële en bedrijfstechnische nota, de uitvoeringsovereenkomst en de overeenkomst tot overdracht of herverzekering, worden primair beoordeeld door DNB. In het advies van DNB aan de Minister van SZW met betrekking tot de aanvraag wordt op de zienswijzen ingegaan. De Minister van SZW is verantwoordelijk voor de besluitvorming hierover.
Alle stukken die in het kader van de aanvraag dienen te worden meegestuurd liggen ter visie en kunnen worden geraadpleegd via de site van de Directie UAW (www.uitvoeringarbeidsvoorwaardenwetgeving.nl). Zienswijzen tegen de (wijzigingen van) reglementen en statuten van de beroepspensioenvereniging, de akte van oprichting van het beroepspensioenfonds, het reglement of de reglementen van het beroepspensioenfonds, de actuariële en bedrijfstechnische nota, de uitvoeringsovereenkomst en de overeenkomst tot overdracht of herverzekering, worden primair beoordeeld door DNB. In het advies van DNB aan de Minister van SZW met betrekking tot de aanvraag wordt op de zienswijzen ingegaan. De Minister van SZW is verantwoordelijk voor de besluitvorming hierover.
Indien stukken ontbreken, zal de Directie UAW hierover reclameren bij de indiener van de aanvraag. Dit geldt evenzo voor onduidelijkheden in de werkingssfeer van de verplichtstelling, het ontbreken van een toelichting of een onvoldoende representativiteit(opgave).
@ -248,15 +248,13 @@ Bij een eerste aanvraag tot verplichtstelling wordt de representativiteit bereke
Als de verplichtstelling ook betrekking heeft op beroepsgenoten in loondienst wordt de representativiteit voor de zelfstandig werkende beroepsgenoten en voor de beroepsgenoten in loondienst afzonderlijk getoetst.
In het geval van een representativiteit(percentage) van onder de 60% dient voor de representativiteitsopgave gebruik gemaakt te worden van het formulier representativiteitsgegevens (zie paragraaf 3a).
##### . Zienswijzen
Na vaststelling van de volledigheid van de aanvraag en het voldoen aan de vereisten waaronder die van de representativiteit zoals in dit toetsingkader toegelicht, zal de aanvraag tot verplichtstelling bekend worden gemaakt door publicatie in de Staatscourant (artikel 16, eerste lid, Wvb). Dat is het moment waarop de behandeling van de aanvraag start. Daarbij wordt aangegeven binnen welke termijn derden/belanghebbenden zienswijzen kunnen indienen tegen de aanvraag (artikel 16, tweede lid, Wvb).
De termijn van tervisielegging bedraagt in beginsel vier weken. Gedurende deze termijn van vier weken liggen de op de aanvraag van verplichtstelling betrekking hebbende stukken ter visie en kunnen zienswijzen worden ingediend.
Overschrijding van de vier weken termijn voor het indienen van zienswijzen is niet mogelijk, tenzij de directie UAW daartoe schriftelijk toestemming heeft gegeven. Dit uitstel kan bovendien alleen worden verleend wanneer tenminste de hoofdpunten van de zienswijzen tijdens de periode van tervisielegging schriftelijk zijn ingebracht en deugdelijk gemotiveerd is waarom om uitstel wordt verzocht.
Overschrijding van de vier weken termijn voor het indienen van zienswijzen is niet mogelijk, tenzij de Directie UAW daartoe schriftelijk (elektronisch) toestemming heeft gegeven. Dit uitstel kan bovendien alleen worden verleend wanneer tenminste de hoofdpunten van de zienswijzen tijdens de periode van tervisielegging zijn ingebracht en deugdelijk gemotiveerd is waarom om uitstel wordt verzocht.
Zienswijzen die zijn ingediend vóór de datum van bekendmaking van de aanvraag in de Staatscourant, worden niet in behandeling genomen.
@ -275,7 +273,7 @@ Indien sprake is van (vermeende) overlap van de werkingssfeer van een beroepspen
##### . Overleg met DNB
Bij een eerste aanvraag tot verplichtstelling zal DNB door de Minister van SZW worden gevraagd aan te geven of de oprichtingsakte, statuten en reglementen aan wet- en regelgeving voldoen. Bij de aanvraag moeten op grond van artikel 6 van de Wvb deze stukken worden meegestuurd.
Bij een eerste aanvraag tot verplichtstelling zal DNB door de Minister van SZW worden gevraagd aan te geven of de oprichtingsakte, statuten en reglementen aan wet- en regelgeving voldoen. Bij de aanvraag moeten op grond van artikel 6 Wvb deze stukken worden meegestuurd.
Tevens zal DNB worden gevraagd te oordelen over de financiële opzet van het beroepspensioenfonds en de grondslagen waarop die opzet is gebaseerd. Daartoe zal een actuariële en bedrijfstechnische nota, die hiervoor als informatie dient, onderdeel uitmaken van de aanvraag.
@ -285,15 +283,15 @@ Na ontvangst van het oordeel van DNB en eventueel van de SER zal de Minister van
Een besluit tot verplichtstelling wordt bekendgemaakt in de Staatscourant. De datum van in werking treden wordt in het besluit vermeld waarbij voor de volledigheid wordt aangegeven dat het besluit geen terugwerkende kracht heeft. Het besluit wordt met redenen omkleed wanneer tegen de aanvraag zienswijzen zijn ingebracht.
De aanvrager van de verplichtstelling, de eventuele indieners van zienswijzen, en DNB worden schriftelijk geïnformeerd over het genomen besluit.
De aanvrager van de verplichtstelling, de eventuele indieners van zienswijzen, en DNB worden schriftelijk (elektronisch) geïnformeerd over het genomen besluit.
De SER wordt schriftelijk geïnformeerd in het geval dat in de procedure sprake was van zienswijzen. Is er in verband met (vermeende) overlap van werkingssferen een reactie gevraagd van de SER en van de Stichting van de Arbeid dan worden deze over het besluit geïnformeerd.
De SER wordt schriftelijk (elektronisch) geïnformeerd in het geval dat in de procedure sprake was van zienswijzen. Is er in verband met (vermeende) overlap van werkingssferen een reactie gevraagd van de SER en van de Stichting van de Arbeid dan worden deze over het besluit geïnformeerd.
#### b. wijziging van de verplichtstelling
##### . Indienen aanvraag tot wijziging
Op basis van artikel 9, eerste lid, Wvb kan een beroepspensioenvereniging die naar het oordeel van de Minister van SZW een belangrijke meerderheid van de beroepsgenoten in de beroepsgroep vertegenwoordigt een wijziging van de verplichtstelling aanvragen. Een dergelijke aanvraag moet schriftelijk bij de Minister van SZW worden ingediend en wordt namens deze behandeld door de directie UAW.
Op basis van artikel 9, eerste lid, Wvb kan een beroepspensioenvereniging die naar het oordeel van de Minister van SZW een belangrijke meerderheid van de beroepsgenoten in de beroepsgroep vertegenwoordigt een wijziging van de verplichtstelling aanvragen. Een dergelijke aanvraag moet schriftelijk (elektronisch) bij de Minister van SZW worden ingediend en wordt namens deze behandeld door de Directie UAW.
Een wijziging van de verplichtstelling heeft betrekking op een aanpassing van de werkingssfeer. Daarvan is sprake in geval de werkingssfeer met een groep beroepsgenoten wordt uitgebreid. Daarbij kan het gaan om een uitbreiding met de groep beroepsgenoten die in loondienst werken. De werkingssfeer kan ook uitgebreid worden met een bepaalde groep, waarvan de deelnemers binnen de beroepsgroep helder te onderscheiden zijn op grond van hun activiteiten.
@ -301,13 +299,13 @@ Als de wijziging van de verplichtstelling betrekking heeft op een inperking van
Een wijziging van de verplichtstelling kan bijvoorbeeld ook aan de orde zijn bij een naamswijziging.
Bij een aanvraag tot wijziging van de verplichtstelling moeten de bescheiden bedoeld in artikel 6 Wvb met uitzondering van de oprichtingsakte en een gewaarmerkt exemplaar van de reglementen worden meegezonden. Verder zijn op basis van dit artikel nadere regels gesteld waaraan de aanvraag moet voldoen (Regeling verplichtstelling beroepspensioenregeling).
Bij een aanvraag tot wijziging van de verplichtstelling moeten de bescheiden bedoeld in artikel 9 Wvb worden meegezonden. Verder zijn op basis van artikel 9, vierde lid, Wvb nadere regels gesteld waaraan de aanvraag moet voldoen (Regeling verplichtstelling beroepspensioenregeling).
Indien de beroepspensioenregeling door een pensioenfonds wordt uitgevoerd en er heeft een wijziging van de statuten en reglementen plaatsgevonden moet op grond van artikel 9, derde lid, Wvb ook een authentiek afschrift van de wijzigingsakte en een gewaarmerkt exemplaar van de wijzigingen van het reglement worden meegestuurd.
Het beroepspensioenfonds dient de met de wijziging van de verplichtstelling samenhangende statuten- of reglementswijzigingen aan DNB te zenden (art. 109 Wvb)
Het beroepspensioenfonds dient de met de wijziging van de verplichtstelling samenhangende statuten- of reglementswijzigingen aan DNB te zenden (art. 108 Wvb)
Wanneer de aanvraag tot wijziging van de verplichtstelling volledig is en inhoudelijk voldoet aan de vereisten, wordt met de procedure wat betreft de bekendmaking in de Staatscourant en (eventueel) de zienswijzenprocedure gestart, zoals bij een eerste aanvraag tot verplichtstelling (zie paragraaf 4a).
Wanneer de aanvraag tot wijziging van de verplichtstelling volledig is en inhoudelijk voldoet aan de vereisten, wordt van de aanvraag mededeling gedaan in de Staatscourant en kunnen er zienswijzen tegen de wijzigingsaanvraag worden ingebracht, zoals bij een eerste aanvraag tot verplichtstelling (zie hiervoor paragraaf 4a).
##### . Representativiteit
@ -335,15 +333,15 @@ Wanneer de wijziging van de verplichtstelling alleen een naamswijziging betreft
Een besluit betreffende een wijziging van de verplichtstelling wordt bekendgemaakt in de Staatscourant. De datum van in werking treden wordt in het besluit vermeld waarbij voor de volledigheid wordt aangegeven dat het besluit geen terugwerkende kracht heeft. Het besluit wordt met redenen omkleed uitgebracht wanneer tegen de aanvraag zienswijzen zijn ingebracht.
De aanvrager om wijziging van de verplichtstelling en de eventuele indieners van zienswijzen, evenals DNB worden schriftelijk geïnformeerd over het genomen besluit. De SER wordt schriftelijk geïnformeerd in het geval dat in de procedure sprake was van zienswijzen of onduidelijkheden over de representativiteit. Is er in verband met (vermeende) overlap van werkingssferen een reactie gevraagd van de SER en van de Stichting van de Arbeid dan worden deze over het besluit geïnformeerd.
De aanvrager om wijziging van de verplichtstelling en de eventuele indieners van zienswijzen, evenals DNB worden schriftelijk (elektronisch) geïnformeerd over het genomen besluit. De SER wordt schriftelijk (elektronisch) geïnformeerd in het geval dat in de procedure sprake was van zienswijzen of onduidelijkheden over de representativiteit. Is er in verband met (vermeende) overlap van werkingssferen een reactie gevraagd van de SER en van de Stichting van de Arbeid dan worden deze over het besluit geïnformeerd.
#### c. intrekking van de verplichtstelling op aanvraag van de beroepspensioenvereniging
##### . Indienen aanvraag tot intrekking intrekkingsaanvraag
##### . Indienen aanvraag tot intrekking
Op basis van artikel 13, eerste lid, Wvb kan een beroepspensioenvereniging die naar het oordeel van de Minister van SZW een belangrijke meerderheid van de beroepsgenoten in de beroepsgroep vertegenwoordigt, een aanvraag tot intrekking van de verplichtstelling indienen. Een dergelijke aanvraag moet schriftelijk bij de Minister van SZW worden ingediend en wordt namens deze behandeld door de directie UAW.
Op basis van artikel 13, eerste lid, Wvb kan een beroepspensioenvereniging die naar het oordeel van de Minister van SZW een belangrijke meerderheid van de beroepsgenoten in de beroepsgroep vertegenwoordigt, een aanvraag tot intrekking van de verplichtstelling indienen. Een dergelijke aanvraag moet schriftelijk (elektronisch) bij de Minister van SZW worden ingediend en wordt namens deze behandeld door de Directie UAW.
Bij een aanvraag tot intrekking van de verplichtstelling zijn op basis van artikel 13, zesde lid, Wvb nadere regels gesteld waaraan de aanvraag tot een intrekking van de verplichtstelling moet voldoen (Regeling verplichtstelling beroepspensioenregeling).
Bij een aanvraag tot intrekking van de verplichtstelling zijn op basis van artikel 13, zesde lid, Wvb nadere regels gesteld waaraan de aanvraag tot intrekking van de verplichtstelling moet voldoen (Regeling verplichtstelling beroepspensioenregeling).
Ook een aanvraag tot intrekking van de verplichtstelling wordt bekend gemaakt in de Staatscourant en tegen een intrekkingsaanvraag kunnen zienswijzen worden ingebracht.
@ -361,23 +359,23 @@ De zienswijzenprocedure verloopt conform de procedure bij een aanvraag tot verpl
De Minister van SZW zal in het geval van een aanvraag tot intrekking van de verplichtstelling in overleg treden met DNB. Een intrekking kan financiële gevolgen hebben voor het beroepspensioenfonds of de deelnemers in het beroepspensioenfonds.
In het geval van een aanvraag tot een intrekking zal DNB worden gevraagd te oordelen over de financiële opzet van het beroepspensioenfonds en de grondslagen waarop die opzet is gebaseerd, ook na de intrekking van de verplichtstelling.
In het geval van een aanvraag tot intrekking zal DNB worden gevraagd te oordelen over de financiële opzet van het beroepspensioenfonds en de grondslagen waarop die opzet is gebaseerd, ook na de intrekking van de verplichtstelling.
Op grond van artikel 15, derde lid, Wvb kan de Minister van SZW ter bescherming van de rechten van de deelnemers of gewezen deelnemers voorschriften verbinden aan een besluit tot intrekking. Daarbij kan de opvatting van DNB over de financiële gevolgen van de intrekking als informatie dienen.
##### . Besluit tot intrekking
Een besluit betreffende een intrekking van de verplichtstelling wordt bekend gemaakt in de Staatscourant. De datum van in werking treden wordt in het besluit vermeld waarbij voor de volledigheid wordt aangegeven dat het besluit geen terugwerkende kracht heeft. Het besluit tot intrekking wordt met redenen omkleed uitgebracht wanneer tegen de aanvraag zienswijzen zijn ingebracht.
Een besluit betreffende een intrekking van de verplichtstelling wordt bekend gemaakt in de Staatscourant. De datum van in werking treden wordt in het besluit vermeld waarbij voor de volledigheid wordt aangegeven dat het besluit geen terugwerkende kracht heeft. Het besluit tot intrekking wordt met redenen omkleed wanneer tegen de aanvraag zienswijzen zijn ingebracht.
De aanvrager tot intrekking en de eventuele indieners van zienswijzen, evenals DNB worden schriftelijk geïnformeerd over het genomen besluit. De SER wordt schriftelijk geïnformeerd in het geval dat in de procedure sprake was van zienswijzen of onduidelijkheden over de representativiteit.
De aanvrager tot intrekking en de eventuele indieners van zienswijzen, evenals DNB worden schriftelijk (elektronisch) geïnformeerd over het genomen besluit. De SER wordt schriftelijk (elektronisch) geïnformeerd in het geval dat in de procedure sprake was van zienswijzen of onduidelijkheden over de representativiteit.
#### d. intrekking van een deel van de verplichtstelling op aanvraag van de beroepspensioenvereniging
##### . Aanvraag intrekking deel van verplichtstelling
Op basis van artikel 13, tweede lid, Wvb kan een beroepspensioenvereniging die naar het oordeel van de Minister van SZW een belangrijke meerderheid van de beroepsgenoten in de beroepsgroep vertegenwoordigt, om intrekking van een deel van de verplichtstelling vragen. Een dergelijke aanvraag moet schriftelijk bij de Minister van SZW worden ingediend en wordt namens deze behandeld door de directie UAW.
Op basis van artikel 13, tweede lid, Wvb kan een beroepspensioenvereniging die naar het oordeel van de Minister van SZW een belangrijke meerderheid van de beroepsgenoten in de beroepsgroep vertegenwoordigt, om intrekking van een deel van de verplichtstelling vragen. Een dergelijke aanvraag moet schriftelijk (elektronisch) bij de Minister van SZW worden ingediend en wordt namens deze behandeld door de Directie UAW.
Op basis van artikel 13 Wvb zijn nadere regels gesteld waaraan de aanvraag van een intrekking van de verplichtstelling moet voldoen (Regeling verplichtstelling beroepspensioenregeling).
Op basis van artikel 13, zesde lid, Wvb zijn nadere regels gesteld waaraan de aanvraag van een intrekking van de verplichtstelling moet voldoen (Regeling verplichtstelling beroepspensioenregeling).
##### . Een deel van de verplichtstelling
@ -405,7 +403,7 @@ De zienswijzenprocedure verloopt conform de procedure bij een aanvraag tot verpl
De Minister van SZW zal in het geval van een aanvraag tot gedeeltelijke intrekking van de verplichtstelling in overleg treden met DNB.
In het geval van een aanvraag tot een gedeeltelijke intrekking waarbij de uitvoering van de pensioenregeling is opgedragen aan een beroepspensioenfonds zal DNB worden gevraagd te oordelen over de financiële opzet van het beroepspensioenfonds en de grondslagen waarop die opzet is gebaseerd, ook na de intrekking van een deel van de verplichtstelling.
In het geval van een aanvraag tot gedeeltelijke intrekking waarbij de uitvoering van de pensioenregeling is opgedragen aan een beroepspensioenfonds zal DNB worden gevraagd te oordelen over de financiële opzet van het beroepspensioenfonds en de grondslagen waarop die opzet is gebaseerd, ook na de intrekking van een deel van de verplichtstelling.
DNB zal zich in het bijzonder ook buigen over de consequenties van de gedeeltelijke intrekking voor de financiële positie van het beroepspensioenfonds en zijn deelnemers.
@ -413,9 +411,9 @@ Op grond van artikel 15, derde lid, Wvb kan de Minister van SZW ter bescherming
##### . Besluit tot gedeeltelijke intrekking
Een besluit betreffende een intrekking van een deel van de verplichtstelling wordt bekendgemaakt in de Staatscourant. De datum van in werking treden wordt in het besluit vermeld waarbij voor de volledigheid wordt aangegeven dat het besluit geen terugwerkende kracht heeft. Het besluit tot intrekking van een deel van de verplichtstelling wordt met redenen omkleed uitgebracht wanneer tegen de aanvraag zienswijzen zijn ingebracht.
Een besluit betreffende een intrekking van een deel van de verplichtstelling wordt bekendgemaakt in de Staatscourant. De datum van in werking treden wordt in het besluit vermeld waarbij voor de volledigheid wordt aangegeven dat het besluit geen terugwerkende kracht heeft. Het besluit tot intrekking van een deel van de verplichtstelling wordt met redenen omkleed wanneer tegen de aanvraag zienswijzen zijn ingebracht.
De aanvragers om gedeeltelijke intrekking en de eventuele indieners van zienswijzen, evenals DNB worden schriftelijk geïnformeerd over het genomen besluit. De SER wordt schriftelijk geïnformeerd in het geval dat in de procedure sprake was van zienswijzen of onduidelijkheden over de representativiteit.
De aanvragers om gedeeltelijke intrekking en de eventuele indieners van zienswijzen, evenals DNB worden schriftelijk (elektronisch) geïnformeerd over het genomen besluit. De SER wordt schriftelijk (elektronisch) geïnformeerd in het geval dat in de procedure sprake was van zienswijzen of onduidelijkheden over de representativiteit.
#### e. ambtshalve intrekking van de verplichtstelling
@ -431,7 +429,7 @@ De Minister van SZW kan in het uiterste geval waarin een beroepspensioenfonds we
Deze bevoegdheid kan ook uitkomst bieden in het geval dat, in het kader van een aanvraag tot intrekking van de verplichtstelling, niet langer is aangetoond dat sprake is van een representatieve beroepspensioenvereniging in de beroepsgroep waarvoor deelname aan een beroepspensioenregeling verplicht is gesteld.
De beroepsvereniging die niet meer aan het belangrijke meerderheidsvereiste voldoet kan namelijk geen gebruik maken van het zelf met succes indienen van een aanvraag tot intrekking op basis van artikel 13 Wvb, omdat niet kan worden voldaan aan de voorwaarde van representativiteit.
De beroepsvereniging die niet meer aan het belangrijke meerderheidsvereiste voldoet kan geen gebruik maken van het zelf met succes indienen van een aanvraag tot intrekking op basis van artikel 13 Wvb, omdat niet kan worden voldaan aan de voorwaarde van representativiteit.
De Minister van SZW kan dan overgaan tot ambtshalve intrekking, eventueel na een verzoek daartoe van belanghebbenden, bijvoorbeeld niet-representatieve groepen in die beroepsgroep of het bestuur van de beroepspensioenvereniging.
@ -441,7 +439,7 @@ Een voornemen tot ambtshalve intrekking wordt bekend gemaakt in de Staatscourant
##### . Zienswijzen
Ook tegen een voornemen tot ambtshalve intrekking kunnen zienswijzen worden ingebracht. De zienswijzenprocedure verloopt conform de procedure bij een aanvraag tot verplichtstelling (paragraaf 4a.).
Ook tegen een voornemen tot ambtshalve intrekking kunnen zienswijzen worden ingebracht. De zienswijzenprocedure verloopt conform de procedure bij een aanvraag tot verplichtstelling (zie hiervoor paragraaf 4a).
##### . Overleg met DNB
@ -453,21 +451,21 @@ Een besluit tot ambtshalve intrekking wordt bekendgemaakt in de Staatscourant. D
Op grond van artikel 15, derde lid, Wvb kan de Minister van SZW ter bescherming van de rechten van de deelnemers of gewezen deelnemers voorschriften verbinden aan een besluit tot intrekking.
De betrokken beroepspensioenvereniging en de eventuele indieners van zienswijzen, evenals DNB worden schriftelijk geïnformeerd over het genomen besluit. De SER wordt schriftelijk geïnformeerd in het geval dat in de procedure sprake was van zienswijzen of onduidelijkheden over de representativiteit.
De betrokken beroepspensioenvereniging en de eventuele indieners van zienswijzen, evenals DNB worden schriftelijk (elektronisch) geïnformeerd over het genomen besluit. De SER wordt schriftelijk (elektronisch) geïnformeerd in het geval dat in de procedure sprake was van zienswijzen of onduidelijkheden over de representativiteit.
#### f. intrekking van de verplichtstelling op grond van onvoldoende representativiteit
Na iedere periode van vijf jaar moet de beroepspensioenvereniging aantonen dat er nog steeds voldoende draagvlak is voor de verplichtstelling (de zogenaamde periodieke representativiteitstoets zie hiervoor paragraaf 3b). Is er op dat moment geen sprake van een voldoende belangrijke meerderheid, dan krijgt zij nog twee jaar tijd om aan de representativiteitseis te voldoen. Na die twee jaar vindt een herhalingstoets plaats. Indien ook dan wordt vastgesteld dat de representativiteit onvoldoende is, zal de Minister van SZW overgaan tot intrekking van de verplichtstelling. De intrekking van de verplichtstelling heeft geen terugwerkende kracht.
Na iedere periode van vijf jaar moet de beroepspensioenvereniging aantonen dat er nog steeds voldoende draagvlak is voor de verplichtstelling, de zogenaamde periodieke representativiteitstoets (zie hiervoor paragraaf 3b). Is er op dat moment geen sprake van een voldoende belangrijke meerderheid, dan krijgt zij nog twee jaar tijd om aan de representativiteitseis te voldoen. Na die twee jaar vindt een herhalingstoets plaats. Indien ook dan wordt vastgesteld dat de representativiteit onvoldoende is, zal de Minister van SZW overgaan tot intrekking van de verplichtstelling. De intrekking van de verplichtstelling heeft geen terugwerkende kracht.
In het geval van een voorgenomen intrekking op grond van onvoldoende representativiteit zal DNB worden gevraagd te oordelen over de financiële opzet van het pensioenfonds en de grondslagen waarop die opzet is gebaseerd, ook na de intrekking van de verplichtstelling.
De intrekking kan worden uitgesteld op basis van artikel 15, tweede lid, Wvb gedurende de periode dat tegen de intrekking overwegende bezwaren in verband met de rechten van de deelnemers of gewezen deelnemers bestaan. Hierover zal de Minister van SZW in overleg treden met DNB.
Op basis van artikel 15, derde lid, Wvb kan de Minister van SZW bij de intrekking voorschriften geven met betrekking tot de rechten en verplichtingen van de deelnemers, gewezen deelnemers of hun werkgevers. De opvatting van DNB over de financiële gevolgen van de intrekking kan hierbij als informatie dienen.
Op basis van artikel 15, derde lid, Wvb kan de Minister van SZW bij de intrekking voorschriften geven met betrekking tot de rechten en verplichtingen van onder meer de deelnemers en gewezen deelnemers. De opvatting van DNB over de financiële gevolgen van de intrekking kan hierbij als informatie dienen.
#### g. ontheffing
Op basis van artikel 18 Wvb kan ontheffing van verplichtstelling worden gevraagd aan de Minister van SZW. Een dergelijke aanvraag moet schriftelijk bij de Minister van SZW worden ingediend en wordt namens deze behandeld door de directie UAW.
Op basis van artikel 18 Wvb kan ontheffing van verplichtstelling worden gevraagd aan de Minister van SZW. Een dergelijke aanvraag moet schriftelijk (elektronisch) bij de Minister van SZW worden ingediend en wordt namens deze behandeld door de Directie UAW.
Een dergelijk aanvraag kan worden gedaan door of voor een individuele persoon, die slechts gedurende een beperkte periode in Nederland werkzaam is. Deze periode duurt in beginsel maximaal vijf jaar.
@ -475,7 +473,7 @@ Artikel 7 van de Regeling verplichtstelling beroepspensioenregeling geeft aan wa
Voor gedetacheerde beroepsgenoten van wie de detachering is begonnen op of na 25 juli 2001 en die vanuit landen binnen de Europese Unie zijn gedetacheerd hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd indien de betaling van premies in een andere lidstaat wordt voortgezet. Deze beroepsgenoten en hun werkgevers zijn op basis van artikel 17, eerste lid, Wvb vrijgesteld van de verplichting tot het betalen van premies in Nederland.
Artikel 18 van de Wvb heeft nog betekenis voor die gevallen waarop artikel 17 van de Wvb niet van toepassing is. Bijvoorbeeld bij detacheringen die begonnen zijn vóór 25 juli 2001 of bij detacheringen van buiten de Europese Unie. Ook houdt artikel 17 nog betekenis voor gevallen waar het gaat om personen die in een andere hoedanigheid (dan detachering) tijdelijk in Nederland werkzaam zijn.
Artikel 18 Wvb heeft nog betekenis voor die gevallen waarop artikel 17 Wvb niet van toepassing is. Bijvoorbeeld bij detacheringen die begonnen zijn vóór 25 juli 2001 of bij detacheringen van buiten de Europese Unie. Ook houdt artikel 17 nog betekenis voor gevallen waar het gaat om personen die in een andere hoedanigheid (dan detachering) tijdelijk in Nederland werkzaam zijn.
#### h. wijziging van de beroepspensioenregeling