2017-04-01 | BWBR0012289 | Vreemdelingencirculaire 2000 (B)
This commit is contained in:
parent
d7f6ab5b14
commit
ba7e175105
1 changed files with 114 additions and 60 deletions
|
|
@ -227,6 +227,15 @@ De IND merkt de datum van het verlenen van de verblijfsvergunning asiel aan de i
|
|||
|
||||
###### 3.3.5.2. Geen ambtshalve verlening verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
|
||||
|
||||
De IND verleent in ieder geval geen ambtshalve verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in de volgende situaties:
|
||||
|
||||
• de vreemdeling reist in met een mvv waarvan de geldigheidsduur is verstreken (geen geldige mvv);
|
||||
• de mvv is ingetrokken;
|
||||
• de mvv is door de Kmar aan de grens geannuleerd; of
|
||||
• de vreemdeling wil verblijf in Nederland voor een ander doel dan het doel waarvoor de mvv is afgegeven.
|
||||
|
||||
Als de geldigheidsduur van de mvv is verlopen op het moment dat de vreemdeling zich meldt bij de IND dan kan de verblijfsvergunning regulier ambtshalve worden verleend als de medewerker van de IND oordeelt dat er verschoonbare redenen zijn waarom de vreemdeling zich na het verlopen van de geldigheidsduur van de mvv bij de IND meldt.
|
||||
|
||||
Bij intrekking van de mvv terwijl de vreemdeling nog in het buitenland verblijft, machtigt de IND de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging de mvv in te trekken, nadat de vreemdeling conform artikel 4:7 Awb in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze uit te brengen.
|
||||
|
||||
###### 3.3.5.3. Ingangsdatum ambtshalve verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
|
||||
|
|
@ -495,7 +504,11 @@ De IND beoordeelt aan de hand van de inkomsten uit het verleden van de zelfstand
|
|||
|
||||
###### 4.3.3.3. Inkomsten uit eigen vermogen
|
||||
|
||||
De IND merkt inkomsten uit eigen vermogen van de vreemdeling op grond van artikel 3.75, tweede lid, Vb aan als duurzaam als deze op het moment van de aanvraag (of het beoordelen van de aanvraag) gedurende één jaar beschikbaar zijn geweest en nog steeds beschikbaar zijn. Het inkomen uit eigen vermogen is voldoende als 4% van het eigen vermogen zoals opgegeven aan de Belastingdienst over het fiscale jaar voorafgaand aan de aanvraag, omgerekend per maand ten minste gelijk is aan het van toepassing zijnde normbedrag.
|
||||
De IND merkt inkomsten uit eigen vermogen van de vreemdeling op grond van artikel 3.75, tweede lid, Vb aan als duurzaam als deze op het moment van de aanvraag (of het beoordelen van de aanvraag) gedurende één jaar beschikbaar zijn geweest en nog steeds beschikbaar zijn.
|
||||
|
||||
Tot 1 januari 2018 geldt het volgende: Het inkomen uit eigen vermogen is voldoende als 4% van het eigen vermogen zoals opgegeven aan de Belastingdienst over het fiscale jaar voorafgaand aan de aanvraag, omgerekend per maand ten minste gelijk is aan het van toepassing zijnde normbedrag.
|
||||
|
||||
Vanaf 1 januari 2018 geldt het volgende: Het inkomen uit eigen vermogen is voldoende als het voordeel uit de grondslag sparen en beleggen, zoals opgegeven aan de Belastingdienst over het fiscale jaar voorafgaand aan de aanvraag, ten minste gelijk is aan het van toepassing zijnde normbedrag.
|
||||
|
||||
###### 4.3.3.4. Inkomsten uit overige bron
|
||||
|
||||
|
|
@ -699,6 +712,7 @@ De IND maakt bij de verlening van de verblijfsvergunning terughoudend gebruik va
|
|||
|
||||
• de in artikel 3.4, tweede lid, Vb neergelegde bevoegdheid om de aan de verblijfsvergunning verbonden beperking nader te omschrijven.
|
||||
• de in artikel 3.4, derde lid, Vb, genoemde bevoegdheid. De IND gebruikt deze bevoegdheid niet in de situatie waarin de vreemdeling:
|
||||
|
||||
• in Nederland wil verblijven voor een doel dat in het Vb wordt genoemd; en
|
||||
• niet voldoet aan één of meer van de toelatingsvoorwaarden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -706,6 +720,10 @@ De IND vermeldt bij de verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaa
|
|||
|
||||
De beperking en de arbeidsmarktaantekening waaronder de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleent, zijn in de desbetreffende materiehoofdstukken nader uitgewerkt.
|
||||
|
||||
##### 5.1.1. Overgangsrecht nieuwe arbeidsmarktaantekening
|
||||
|
||||
Aan de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument van de vreemdeling die vóór 1 april 2017 in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘arbeid als kennismigrant’, ‘houder van een Europese blauwe kaart’, ‘wetenschappelijk onderzoek in het kader van richtlijn 2005/71/EG’ of ‘Studie’, kunnen dezelfde rechten worden ontleend als de arbeidsmarktaantekening zoals die vanaf 1 april 2017 geldt voor deze verblijfsdoelen.
|
||||
|
||||
#### 5.2. Aantekening beroep algemene middelen
|
||||
|
||||
De IND stelt de vreemdeling vooraf schriftelijk in kennis dat een beroep op de algemene middelen gevolgen kan hebben voor het verblijfsrecht. De IND doet dit door een aantekening op te nemen op:
|
||||
|
|
@ -1404,15 +1422,13 @@ Op grond van artikel 3.75, vierde lid, Vb en artikel 3.22 VV beschouwt de IND mi
|
|||
|
||||
### 3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder l, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning onder de beperking: ‘Studie’.
|
||||
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder m, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning onder de beperking: ‘Studie’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder c, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: ‘TWV vereist voor arbeid van bijkomende aard, andere arbeid niet toegestaan’.
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder c, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: ‘TWV vereist voor arbeid van bijkomende aard, andere arbeid in loondienst niet toegestaan’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.7, eerste lid, onder c, Vb is aan de afgifte van de verblijfsvergunning het voorschrift verbonden dat de vreemdeling voldoende is verzekerd tegen ziektekosten.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder l, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning met een geldigheidsduur gelijk aan de duur van de opleiding vermeerderd met maximaal één jaar voor een voorbereidende opleiding, en drie extra maanden voor de administratieve afronding van de opleiding, met een maximum van 5 jaar. De IND verstaat onder voorbereidend onderwijs ook een schakeljaar.
|
||||
|
||||
De IND verleent de verblijfsvergunning in het kader van de pilot ‘Inkomende mobiliteit mbo4’ voor de duur van maximaal twaalf maanden.
|
||||
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder l, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning met een geldigheidsduur gelijk aan de duur van de opleiding vermeerderd met maximaal één jaar voor een voorbereidende opleiding, en drie extra maanden voor de administratieve afronding van de opleiding, met een maximum van 5 jaar. De IND verstaat onder voorbereidend onderwijs ook een schakeljaar. De IND verleent de verblijfsvergunning in het kader van de pilot ‘Inkomende mobiliteit mbo4’ voor de duur van maximaal twaalf maanden.
|
||||
|
||||
### 4. Verlenging en intrekking
|
||||
|
||||
|
|
@ -1468,9 +1484,11 @@ De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de artikelen 3.30c
|
|||
|
||||
|
||||
|
||||
*Middelen van bestaan*
|
||||
|
||||
De IND neemt aan dat de vreemdeling zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan in de zin van artikel 3.74, eerste lid, Vb juncto artikel 3.19, eerste lid, VV als het UWV een positief advies heeft afgegeven voor de te verrichten arbeid.
|
||||
|
||||
De IND neemt aan dat de vreemdeling zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan in de zin van artikel 3.74, eerste lid, Vb juncto artikel 3.19, eerste lid, VV als het UWV WERKbedrijf een TWV heeft verleend voor de te verrichten arbeid.
|
||||
Young Workers Exchange Program
|
||||
|
||||
De IND neemt aan dat de vreemdeling voldoet aan artikel 3.39, aanhef en onder a, Vb als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
|
||||
|
||||
|
|
@ -1479,13 +1497,22 @@ De IND neemt aan dat de vreemdeling voldoet aan artikel 3.39, aanhef en onder a,
|
|||
• de vreemdeling is ten minste achttien jaar en niet ouder dan dertig jaar; en
|
||||
• de vreemdeling studeert of is op het moment van de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet langer dan twaalf maanden geleden afgestudeerd.
|
||||
|
||||
Wanneer het lerend werken plaatsvindt in het kader van een actieprogramma van de Europese Unie dan hoeft de werkgever op grond van artikel 1, eerste lid, aanhef en onder m, van het BuWav niet te beschikken over een TWV. Er hoeft in dit geval geen GVVA te worden aangevraagd.
|
||||
|
||||
De IND verleent de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als de vreemdeling:
|
||||
|
||||
• tijdelijk arbeid verricht in het kader van een actieprogramma van de Europese Unie; en
|
||||
• met inbegrip van de stagevergoeding beschikt over een inkomen van tenminste 50% van het minimum(jeugd)loon, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Hierbij wordt rekening gehouden met eigen middelen, zoals beurzen.
|
||||
|
||||
#### 2.2. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder j, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking: ‘lerend werken’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder m, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: ‘arbeid toegestaan conform aanvullend document’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder j, Vb verleent de IND de gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid met de geldigheidsduur van maximaal één jaar. De geldigheidsduur van de gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid eindigt in overeenstemming met het advies van het UWV.
|
||||
Wanneer een GVVA niet is vereist dan luidt op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder b, VV de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: ‘TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid niet toegestaan’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder j, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met een geldigheidsduur van maximaal één jaar.
|
||||
|
||||
#### 2.3. Bewijsmiddelen
|
||||
|
||||
|
|
@ -1509,6 +1536,22 @@ De IND beschouwt als bewijsmiddel voor de adviesaanvraag bij het UWV, waaruit mo
|
|||
• praktikantenovereenkomst en een
|
||||
• terugkeerverklaring.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt als bewijsmiddel, waaruit moet blijken dat de vreemdeling werkervaring opdoet in het kader van zijn studie op grond van een actieprogramma van de Europese Unie:
|
||||
|
||||
• de bijlage Gegevens (over noodzaak) van lerend werken in het kader van studie;
|
||||
• een verklaring van de onderwijsinstelling dat de stage plaatsvindt in het kader van een actieprogramma van de Europese Unie;
|
||||
• een beursverklaring; en
|
||||
• een stageovereenkomst.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt als bewijsmiddel, waaruit moet blijken dat de vreemdeling werkervaring
|
||||
|
||||
opdoet in het kader van arbeid op grond van een actieprogramma van de Europese Unie:
|
||||
|
||||
• de bijlage Gegevens (over noodzaak) van lerend werken in het kader van arbeid;
|
||||
• bewijsmiddelen waaruit blijkt dat de arbeid plaatsvindt in het kader van een actieprogramma van de Europese Unie;
|
||||
• een praktikantenovereenkomst; en
|
||||
• een terugkeerverklaring.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt als bewijsmiddel voor de adviesaanvraag bij het UWV, waaruit moet blijken dat de vreemdeling relevante werkervaring opdoet in het kader van zijn studie buiten Nederland:
|
||||
|
||||
• de bijlage Gegevens arbeidsplaats;
|
||||
|
|
@ -1591,8 +1634,7 @@ Op grond van artikel 3.31, vijfde lid, Vb kan de IND de verblijfsvergunning regu
|
|||
• een ononderbroken arbeidsverleden van ten minste zeven jaar aan boord van een Nederlands zeeschip of op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat heeft;
|
||||
• op grond van dit ononderbroken arbeidsverleden recht heeft op een uitkering krachtens de WW; en
|
||||
• met deze uitkering zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan.
|
||||
|
||||
Het arbeidsverleden als hierboven bedoeld is niet onderbroken in geval van:
|
||||
• Het arbeidsverleden als hierboven bedoeld is niet onderbroken in geval van:
|
||||
|
||||
• tussentijdse, in Nederland doorgebrachte perioden van werkloosheid van elk ten hoogste zes maanden; of
|
||||
• tussentijdse perioden van tewerkstelling buiten de desbetreffende sector van de internationale arbeidsmarkt van, bij elkaar opgeteld, ten hoogste twaalf maanden.
|
||||
|
|
@ -1618,7 +1660,17 @@ Op grond van paragraaf 24, van Bijlage 1 Uitvoeringsregels behorende bij de RuWa
|
|||
|
||||
De IND neemt aan dat de vreemdeling zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan in de zin van artikel 3.74, eerste lid, Vb juncto artikel 3.19, eerste lid, VV als het UWV een TWV heeft verleend voor de te verrichten arbeid.
|
||||
|
||||
##### 2.1.4. Arbeid in loondienst na verblijf als familie- of gezinslid
|
||||
##### 2.1.4. Geestelijk bedienaren
|
||||
|
||||
In aanvulling op artikel 3.31 Vb: de IND wijst de aanvraag om een GVVA voor het verrichten van arbeid voor een religieuze of levensbeschouwelijke organisatie af als de vreemdeling het basisexamen inburgering in het buitenland niet heeft behaald of afgelegd, tenzij de vreemdeling hiervan is vrijgesteld. Voor het inburgeringsvereiste zie paragraaf B1/4.7 Vc.
|
||||
|
||||
In aanvulling op artikel 3.31 Vb:
|
||||
|
||||
De IND wijst de aanvraag om GVVA voor het verrichten van arbeid voor een religieuze of levensbeschouwelijke organisatie wil verrichten af, als het basisexamen inburgering in het buitenland niet is behaald of afgelegd door de vreemdeling.
|
||||
|
||||
Tenzij de vreemdeling hiervan is vrijgesteld. Zie voor het inburgeringsvereiste paragraaf B1/4.7 Vc.
|
||||
|
||||
##### 2.1.5. Arbeid in loondienst na verblijf als familie- of gezinslid
|
||||
|
||||
De IND verleent een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd regulier onder de beperking ‘arbeid in loondienst’ aan de vreemdeling waarvan het verblijf als familie- of gezinslid is beëindigd, als wordt voldaan aan artikel 3.31, eerste lid, Vb.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1636,11 +1688,11 @@ Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarkt
|
|||
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder b, VV luidt de arbeidsmarktaantekening als de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleent op grond van paragraaf B5/2.1.2 Vc: ‘TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid niet toegestaan’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 10 Wav kan aan de afgifte van een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid een voorschrift worden verbonden.
|
||||
Op grond van artikel 10 Wav kan aan de afgifte van een GVVA een voorschrift worden verbonden.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 14, vijfde lid, Vw, verleent de IND de gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid voor de duur van maximaal één jaar. De geldigheidsduur van de gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid eindigt in overeenstemming met het advies van het UWV.
|
||||
Op grond van artikel 14, vijfde lid, Vw, verleent de IND de GVVA voor de duur van maximaal één jaar. De geldigheidsduur van de GVVA eindigt in overeenstemming met het advies van het UWV.
|
||||
|
||||
Indien de gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid wordt verleend met toepassing van artikel 8, derde lid, onder b en c, Wav verleent de IND de gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid voor maximaal drie jaar. De geldigheidsduur van de gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid eindigt in overeenstemming met het advies van het UWV.
|
||||
Indien de GVVA wordt verleend met toepassing van artikel 8, derde lid, onder b en c, Wav verleent de IND de GVVA voor maximaal drie jaar. De geldigheidsduur van de GVVA eindigt in overeenstemming met het advies van het UWV.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 14, vijfde lid, Vw verleent de IND de op grond van paragraaf B5/2.1.1 Vc verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor de duur van maximaal één jaar.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1652,8 +1704,7 @@ Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder g, Vb verlengt de IND de
|
|||
|
||||
• voor de duur van een inkomensvervangende uitkering krachtens een sociale verzekeringswet; of
|
||||
• voor de duur van de arbeidsovereenkomst,
|
||||
|
||||
maar voor maximaal één jaar.
|
||||
• maar voor maximaal één jaar.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder g, Vb verlengt de IND de geldigheidsduur van de op grond van paragraaf B5/2.1.2 Vc verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in ieder geval voor de duur van de werkzaamheden, maar voor maximaal vijf jaar.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1684,6 +1735,12 @@ In de hieronder genoemde specifieke gevallen beschouwt de IND verder als bewijsm
|
|||
|
||||
• de bijlage Gegevens vacaturevoorziening.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt als bewijsmiddel dat de solvabiliteit en continuïteit van de religieuze of levensbeschouwelijke organisatie in Nederland voldoende is gewaarborgd:
|
||||
|
||||
• een door een accountant middels een controleverklaring goedgekeurde jaarrekening van het afgesloten boekjaar; en
|
||||
• een verklaring van betalingsgedrag als bedoeld in artikel 1.1.12 van de Leidraad Invordering 2008 afgegeven door de Belastingdienst; of
|
||||
• een verklaring van de Belastingdienst dat de organisatie niet belastingplichtig is.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt als bewijsmiddel dat de vreemdeling een arbeidsverleden aan boord van een Nederlands zeeschip of op het continentaal plat heeft:
|
||||
|
||||
• een arbeidsovereenkomst; en
|
||||
|
|
@ -1831,19 +1888,18 @@ De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de volgende artike
|
|||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.42, tweede lid, Vb wijst de IND de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, onder de beperking ‘het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst’ af als:
|
||||
|
||||
• de vreemdeling voor de inwerkingtreding van de Wet modern migratiebeleid in het bezit was van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘verblijf gedurende zoekperiode afgestudeerde’ of ‘verblijf gedurende zoekjaar hoogopgeleide’; en
|
||||
• deze verblijfsvergunning was verleend op grond van het afronden van dezelfde opleiding of het verrichten van hetzelfde onderzoek.
|
||||
Duur postdoctorale opleiding
|
||||
|
||||
In aanvulling op artikel 3.42, eerste lid, onder c, Vb beschouwt de IND het afronden van een postdoctorale opleiding als voldoende, als deze:
|
||||
|
||||
• voor een academisch jaar is aangegaan;
|
||||
• vanwege de zomerperiode feitelijk korter heeft geduurd dan 12 maanden; en
|
||||
• vanwege de zomerperiode feitelijk korter heeft geduurd dan 12 maanden; en minimaal 10 maanden heeft geduurd.
|
||||
|
||||
minimaal 10 maanden heeft geduurd.
|
||||
In aanvulling op artikel 3.42, eerste lid, onder e, Vb en artikel 3.23 VV geldt, in het geval de onderwijsinstelling niet is opgenomen in de top 200 van de algemene lijsten als bedoeld in artikel 3.23 VV, maar wel is opgenomen in de top 200 van (één van) de beschikbare ranglijsten per faculteit en vakgebied als bedoeld in artikel 3.23 VV, het volgende:
|
||||
|
||||
• de vreemdeling moet zijn afgestudeerd of gepromoveerd aan de faculteit die voorkomt in de top 200, of in het vakgebied dat voorkomt in de top 200, om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst’.
|
||||
|
||||
In aanvulling op artikel 3.42, tweede lid, Vb geldt dat een tweede verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, onder de beperking ‘het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst’ alleen wordt verleend als de vreemdeling na afloop van het eerste zoekjaar een nieuwe opleiding heeft afgerond of opnieuw wetenschappelijk onderzoek heeft verricht als bedoeld in artikel 3.42, eerste lid, Vb.
|
||||
|
||||
#### 2.3. Arbeid als kennismigrant
|
||||
|
||||
|
|
@ -1928,14 +1984,14 @@ b. de bedrijfsuitoefening van een onderneming waarin de vreemdeling een aanzienl
|
|||
De IND verstaat onder het begrip ‘bedrijfsuitoefening van een onderneming’ in ieder geval één van de volgende situaties:
|
||||
|
||||
• de vreemdeling vertegenwoordigt een Amerikaanse of Japanse onderneming in Nederland en is in dienst van deze onderneming in een sleutelfunctie; of
|
||||
• de vreemdeling oefent een vrij beroep uit tenzij sprake is van een zekere publieke taak of een functie in de gezondheidszorg of publieke veiligheidsector.
|
||||
• de vreemdeling oefent een vrij beroep uit tenzij sprake is van een zekere publieke taak of een functie in de gezondheidszorg of publieke veiligheidssector.
|
||||
|
||||
De IND verstaat onder ‘aanzienlijk kapitaal’ in de hierna genoemde situaties het volgende:
|
||||
|
||||
• Eenmanszaak: een kapitaal waarmee de ondernemer zelfstandig de onderneming kan exploiteren. De IND beoordeelt de hoogte van het kapitaal per situatie, maar houdt als minimum een kapitaal van € 4.500 aan;
|
||||
• Vennootschap onder firma: een kapitaal van ten minste 25% van het firmakapitaal, met als minimum een kapitaal van € 4.500;
|
||||
• Commanditaire vennootschap: voor de beherende vennoot geldt hetzelfde als bij een vennootschap onder firma. De stille vennoot oefent geen onderneming uit en valt niet onder het bepaalde in de verdragen;
|
||||
• Besloten vennootschap: een kapitaal van ten minste 25% van het gestorte kapitaal. Het gestorte kapitaal in Nederland is ten minste € 18.000, zodat het ‘aanzienlijk kapitaal’ ten minste € 4.500 beslaat;
|
||||
• Besloten vennootschap: een kapitaal van ten minste 25% van het gestorte kapitaal, met als minimum een kapitaal vana € 4.500.
|
||||
• Naamloze vennootschap: ten minste 25% van het gestorte kapitaal. Het gestorte kapitaal is in Nederland ten minste € 45.000, zodat het ‘aanzienlijk kapitaal’ ten minste € 11.250 beslaat.
|
||||
|
||||
De IND telt geleend kapitaal niet mee als onderdeel van het ‘aanzienlijk kapitaal’.
|
||||
|
|
@ -2023,13 +2079,13 @@ Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarkt
|
|||
|
||||
##### 3.2.2. Arbeid als kennismigrant
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder g, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: ‘Arbeid als kennismigrant toegestaan, andere arbeid toegestaan met TWV’.
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder g, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: ‘Arbeid als kennismigrant en als zelfstandige toegestaan, andere arbeid toegestaan met TWV’.
|
||||
|
||||
Op grond van in artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening als de vreemdeling vrij is op de arbeidsmarkt: ‘Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist’.
|
||||
|
||||
##### 3.2.3. Wetenschappelijk onderzoek in de zin van
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder j, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: ’Arbeid als wetenschappelijk onderzoeker toegestaan, andere arbeid toegestaan met TWV’.
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: ’Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist’.
|
||||
|
||||
##### 3.2.4. Arbeid als zelfstandige
|
||||
|
||||
|
|
@ -2039,9 +2095,7 @@ Op grond van in artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV, luidt de arbeidsm
|
|||
|
||||
##### 3.2.5. Verblijf als houder van de Europese blauwe kaart
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder h, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: ‘Arbeid als houder van de Europese blauwe kaart toegestaan, andere arbeid toegestaan met TWV’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening, als de vreemdeling vrij is op de arbeidsmarkt: ‘Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist’.
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder h, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: ‘Arbeid als houder van de Europese blauwe kaart en als zelfstandige toegestaan, andere arbeid toegestaan met TWV’. Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening, als de vreemdeling vrij is op de arbeidsmarkt: ‘Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist’.
|
||||
|
||||
##### 3.2.6. Overplaatsing binnen een onderneming
|
||||
|
||||
|
|
@ -2127,7 +2181,7 @@ De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling voldoe
|
|||
|
||||
• een arbeidsovereenkomst;
|
||||
• een aanstellingsbesluit; of
|
||||
• als sprake is van overplaatsing in concernverband en geen arbeidsovereenkomst wordt aangegaan met het in Nederland gevestigde onderdeel van het bedrijf: een verklaring van het bedrijf in het buitenland waarin staat wat de duur van de overplaatsing is, de aard van het dienstverband en het loon.
|
||||
• als sprake is van overplaatsing in concernverband, niet zijnde een overplaatsing binnen een onderneming als bedoeld in artikel 3.30d Vb, en geen arbeidsovereenkomst wordt aangegaan met het in Nederland gevestigde onderdeel van het bedrijf: een verklaring van het bedrijf in het buitenland waarin staat wat de duur van de overplaatsing is, de aard van het dienstverband en het loon.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan:
|
||||
|
||||
|
|
@ -2159,8 +2213,6 @@ De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit de duur en de aard van de werkzaamhede
|
|||
|
||||
De IND beschouwt een bewijs van inschrijving in het opleidingsregister van de Medische Specialisten Registratie Commissie, de Sociaal-Geneeskundigen Registratie Commissie of de Huisarts en Verpleeghuisarts Registratie Commissie als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling is ingeschreven als arts of specialist in opleiding.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt een bewijs van inschrijving in het BIG-register als bewijsmiddel dat de vreemdeling geregistreerd staat in het BIG-register.
|
||||
|
||||
#### 4.4. Wetenschappelijk onderzoek in de zin van
|
||||
|
||||
De IND beschouwt een gastovereenkomst als bedoeld in paragraaf B6/2.4 Vc als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling voldoet aan de voorwaarde als bedoeldin artikel 3.33, eerste lid, Vb.
|
||||
|
|
@ -2598,16 +2650,14 @@ De IND toetst de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde ti
|
|||
De IND verleent de verblijfsvergunning regulier onder de beperking familie- of gezinslid als aan alle volgende vereisten van de Wobka als bedoeld in artikel 3.26, eerste lid, Vb is voldaan:
|
||||
|
||||
• de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft een beginseltoestemming afgegeven (artikel 2 Wobka);
|
||||
• het adoptiekind en de aspirant-adoptiefouders voldoen aan bepaalde leeftijdsvereisten of de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft toestemming verleend dat van deze leeftijdsvereisten kan worden afgeweken (artikel 3, artikel 5, vijfde, zesde en zevende lid, en artikel 8, aanhef en onder a, Wobka);
|
||||
• er is een medische verklaring met betrekking tot het buitenlandse adoptiekind (artikel 8, aanhef en onder b, Wobka) overgelegd waaruit blijkt dat het kind niet lijdt aan een gevaarlijke besmettelijke of langdurige lichamelijke of geestelijke ziekte. Dit vereiste zal er niet toe leiden dat een gehandicapt kind niet zou kunnen worden opgenomen. Als uit de medische verklaring blijkt dat het kind al op tbc is getest, hoeft het kind niet alsnog (hier te lande) een onderzoek naar tbc te ondergaan, voor zover dit onderzoek op grond van zijn nationaliteit vereist is;
|
||||
• de aspirant-adoptiefouders hebben gebruikgemaakt van een bemiddelende, vergunninghoudende instantie (artikel 8, aanhef en onder c Wobka).
|
||||
• als de aspirant-adoptiefouders geen gebruik hebben gemaakt van een bemiddelende, vergunninghoudende instantie, maar van andere contacten, moeten de aspirant-adoptiefouders hiervoor toestemming hebben gekregen van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie (artikel 7a Wobka);
|
||||
• de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft ingestemd met de opneming van het buitenlandse adoptiekind in het gezin van de aspirant-adoptiefouders;
|
||||
• er is een medische verklaring met betrekking tot het buitenlandse adoptiekind (artikel 8, aanhef en onder b, Wobka) overgelegd waaruit blijkt dat het kind niet lijdt aan een gevaarlijke besmettelijke of langdurige lichamelijke of geestelijke ziekte. Dit vereiste zal er niet toe leiden dat een gehandicapt kind nooit zou kunnen worden opgenomen. Als uit de medische verklaring blijkt dat het kind al op tbc is getest, hoeft het kind niet alsnog (hier te lande) een onderzoek naar tbc te ondergaan, voor zover dit onderzoek op grond van zijn nationaliteit vereist is;
|
||||
• de afstand door de biologische ouder(s) van het buitenlandse adoptiekind is naar behoren geregeld (artikel 8, aanhef onder d, Wobka); en
|
||||
• de autoriteiten in het land van herkomst stemmen in met de opneming van het buitenlandse adoptiekind in het gezin van de aspirant-adoptiefouders (artikel 8, aanhef en onder e, Wobka).
|
||||
|
||||
De IND wijst de aanvraag af als bij het ontbreken van een geldig document voor grensoverschrijding de identiteit van het buitenlandse adoptiekind niet op een andere manier is aangetoond.
|
||||
|
||||
De IND handelt de aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf ten behoeve van het adoptiekind versneld – binnen twee weken- af als deze wordt ingediend door de bemiddelende, vergunninghoudende instantie namens de aspirant-adoptiefouders.
|
||||
De IND handelt de aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf ten behoeve van het adoptiekind versneld – binnen twee weken – af als deze wordt ingediend door de bemiddelende, vergunninghoudende instantie namens de aspirant-adoptiefouders.
|
||||
|
||||
Nadat de IND heeft gecontroleerd dat de beginseltoestemming is afgegeven en de leges zijn betaald, geeft de IND de toestemming aan de Nederlandse vertegenwoordiging voor het land van herkomst voor afgifte van de machtiging tot voorlopig verblijf. Hierbij geldt het voorbehoud dat de volgende bewijsmiddelen worden overgelegd bij de Nederlandse vertegenwoordiging:
|
||||
|
||||
|
|
@ -2740,17 +2790,22 @@ Dit laat onverlet dat ook als geen sprake is van inmenging de IND een belangenaf
|
|||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, onder a, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking: ‘Verblijf als familie- of gezinslid bij (naam van de partner/ echtgenoot/ minderjarig kind, enz)’.
|
||||
|
||||
Als de referent een Nederlander is, dan luidt op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist.'
|
||||
Als de referent een Nederlander is, dan luidt op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist.’
|
||||
|
||||
Als de referent in het bezit is van een verblijfsvergunning, dan is de arbeidsmarktaantekening van familie- en gezinsleden dezelfde als die van diens referent.
|
||||
|
||||
Als de referent in het bezit is van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, onder l, Vb dan luidt op grond van artikel 3.1, derde lid, onder l, VV de arbeidsmarktaantekening: ‘arbeid niet toegestaan’.
|
||||
In afwijking hiervan wordt op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV de aantekening ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’ geplaatst op het verblijfsdocument van een gezinslid van een:
|
||||
|
||||
In afwijking hiervan wordt op het verblijfsdocument van een gezinslid van een kennismigrant, houder van een Europese blauwe kaart, een vergunninghouder in het kader van overplaatsing binnen een onderneming of een wetenschappelijk onderzoeker op grond van de richtlijn 2005/71/EG op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV de aantekening geplaatst: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist'.
|
||||
− kennismigrant;
|
||||
− houder van een Europese blauwe kaart;
|
||||
− vergunninghouder in het kader van overplaatsing binnen een onderneming; of
|
||||
− wetenschappelijk onderzoeker op grond van de richtlijn 2005/71/EG.
|
||||
|
||||
Als de referent in het bezit is van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, onder m, Vb dan luidt op grond van artikel 3.1, derde lid, onder l, VV de arbeidsmarktaantekening: ‘arbeid niet toegestaan’.
|
||||
|
||||
Als de referent in het bezit is van een GVVA, dan luidt voor gezinsleden de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid toegestaan mits TWV is verleend’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder a, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met een geldigheidsduur gelijk aan de duur van het verblijfsrecht van de referent. Als de referent Nederlander is of verblijf heeft voor langer dan vijf jaar, dan verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met een geldigheidsduur van vijf jaar.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2808,14 +2863,15 @@ De IND beschouwt -in het geval van een achtergebleven ouder met rechtmatig gezag
|
|||
|
||||
De IND beschouwt bescheiden met betrekking tot de familierechtelijke relatie, zoals een geboorteakte, als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling een familielid is van referent als bedoeld in artikel 3.24a Vb.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt een beginseltoestemming van de Centrale autoriteit Internationale Kinderaangelegenheden van het Ministerie van Veiligheid en Justitie als bewijsmiddel dat de referent:
|
||||
a. *De vreemdeling is nog niet geadopteerd of de buitenlandse adoptiebeslissing moet nog worden erkend door de Nederlandse rechter. De vreemdeling zal ter adoptie worden opgenomen in het gezin van de referent.*
|
||||
|
||||
• geschikt is bevonden om een buitenlands kind op te nemen ter adoptie; en
|
||||
• gebruik mag maken van een vergunninghoudende bemiddelende instantie als bedoeld in hoofdstuk 5 Wobka.
|
||||
De IND beschouwt een beginseltoestemming van de Centrale autoriteit Internationale Kinderaangelegenheden van het Ministerie van Veiligheid en Justitie als bewijsmiddel dat de referent geschikt is bevonden om een buitenlands kind op te nemen ter adoptie.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt een verklaring van de vergunninghoudende bemiddelende instantie als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de referent gebruik heeft gemaakt van een vergunninghoudende bemiddelende instantie zoals bedoeld in hoofdstuk 5 Wobka.
|
||||
De IND beschouwt het Statement of approval van de Centrale autoriteit Internationale Kinderaangelegenheden van het Ministerie van Veiligheid en Justitie als bewijsmiddel dat de referent het buitenlandse kind in zijn gezin mag opnemen ter adoptie, als het gaat om een Verdragsadoptie (Haags Adoptieverdrag).
|
||||
|
||||
Als geen gebruik is gemaakt van een vergunninghoudende bemiddelende instantie zoals bedoeld in hoofdstuk 5 Wobka, dan beschouwt de IND een toestemmingsverklaring van de Centrale autoriteit Internationale Kinderaangelegenheden van het Ministerie van Veiligheid en Justitie als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de referent toestemming heeft gekregen om zonder directe bemiddeling van een vergunninghoudende bemiddelende instantie een procedure tot opneming van een adoptiekind in het buitenland te starten.
|
||||
De IND beschouwt de beginseltoestemming op naam van de Centrale autoriteit Internationale Kinderaangelegenheden van het Ministerie van Veiligheid en Justitie als bewijsmiddel dat de referent het buitenlandse kind in zijn gezin mag opnemen ter adoptie, als het gaat om een
|
||||
|
||||
niet-Verdragsadoptie.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt een verklaring van de bevoegde autoriteiten van het land van herkomst als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de autoriteiten van het land van herkomst hebben ingestemd met de opneming van de vreemdeling door de referent ter adoptie.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2832,6 +2888,7 @@ De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat een adoptiebeslissing
|
|||
• een door de bevoegde instantie afgegeven buitenlandse adoptiebeslissing en een uitspraak van de Nederlandse rechter (als de adoptiebeslissing op grond van artikel 10:109 BW door de Nederlandse rechter moet zijn erkend);
|
||||
• een door de bevoegde instantie afgegeven buitenlandse adoptiebeslissing en een onherroepelijke uitspraak van de rechter (als de rechtsgeldigheid van de adoptiebeslissing door de Nederlandse rechter bij een niet meer voor hogere voorziening vatbare beslissing moet zijn erkend, in de situatie dat de adoptiefouders die hun woon- en verblijfplaats in Nederland hebben, de procedure op grond van de Wobka niet hebben gevolgd); of
|
||||
• een adoptie-uitspraak waaruit blijkt dat het kind in Nederland is geadopteerd.
|
||||
b. *Verblijf gedurende het afwachten van het onderzoek naar de geschiktheid van de aspirant-adoptiefouders als bedoeld in artikel 11 Wobka*
|
||||
|
||||
De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling is opgenomen in het gezin van de aspirant-adoptiefouders in de periode dat de aspirant-adoptiefouders hun gewone verblijfplaats in het buitenland hadden, bescheiden waaruit het vorenstaande blijkt, bijvoorbeeld een afschrift uit de openbare registers uit het desbetreffende land.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2850,7 +2907,7 @@ De IND beschouwt bescheiden waaruit de familierechtelijke relatie blijkt als bew
|
|||
|
||||
De IND beschouwt een in het land van herkomst afgegeven medische verklaring, niet ouder dan zes maanden, als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat in redelijkheid kan worden aangenomen dat de vreemdeling niet lijdt aan een gevaarlijke of besmettelijke of langdurige lichamelijke of geestelijke ziekte.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de ouder(s) of wettelijk vertegenwoordiger en – als het recht van het land van herkomst dit vereist- de autoriteiten in het land van herkomst hebben ingestemd met het verblijf van de vreemdeling in het gezin van de pleegouders:
|
||||
De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de ouder(s) of wettelijk vertegenwoordiger en – als het recht van het land van herkomst dit vereist – de autoriteiten in het land van herkomst hebben ingestemd met het verblijf van de vreemdeling in het gezin van de pleegouders:
|
||||
|
||||
• een instemmingsverklaring van de ouders of wettelijk vertegenwoordigers; en
|
||||
• een instemmingsverklaring van de bevoegde autoriteiten in het land van herkomst.
|
||||
|
|
@ -3203,13 +3260,15 @@ De IND beschouwt een kopie van een verklaring van de SVB waarin staat dat positi
|
|||
|
||||
#### 5.4. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder p, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd onder de beperking: ‘tijdelijke humanitaire gronden’.
|
||||
|
||||
De IND plaatst in het geldig document voor grensoverschrijding de aantekening ‘in afwachting van remigratievoorzieningen’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder p, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met een geldigheidsduur van ten hoogste zes maanden of zoveel korter als het daadwerkelijke vertrek uit Nederland binnen zes maanden ligt.
|
||||
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder q, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met een geldigheidsduur van ten hoogste zes maanden of zoveel korter als het daadwerkelijke vertrek uit Nederland binnen zes maanden ligt.
|
||||
|
||||
### 6. Amv die buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken
|
||||
|
||||
|
|
@ -4297,7 +4356,8 @@ In aanvulling op artikel 8.7, vierde lid, Vb neemt de IND aan dat een duurzame r
|
|||
|
||||
• voorafgaand aan het moment van de aanvraag voor toetsing aan het EU-recht of het moment van beslissen gedurende een termijn van zes maanden een gezamenlijke huishouding voerden en gedurende die termijn feitelijk samenwoonden; of
|
||||
• gezamenlijk een kind hebben.
|
||||
• In alle gevallen moet het gaan om een bestaande duurzame relatie.
|
||||
|
||||
In alle gevallen moet het gaan om een bestaande duurzame relatie.
|
||||
|
||||
In aanvulling op artikel 8.12, eerste lid, aanhef en onder a, Vb beschouwt de IND een burger van de Unie als werknemer of zelfstandige als deze reële en daadwerkelijke arbeid verricht. Van reële en daadwerkelijke arbeid is in ieder geval sprake als:
|
||||
|
||||
|
|
@ -4313,13 +4373,7 @@ In aanvulling op artikel 8.12, eerste lid, aanhef en onder c, Vb verstaat de IND
|
|||
• betrekking; of
|
||||
• bijzondere bekwaamheid om een beroep uit te oefenen.
|
||||
|
||||
In aanvulling op artikel 8.12, tweede lid, Vb beschouwt de IND de burger van de Unie in ieder geval niet als onvrijwillig werkloos als de burger van de Unie:
|
||||
|
||||
• door hem verwijtbare gedragingen is ontslagen;
|
||||
• ontslag op staande voet niet aanvecht;
|
||||
• zelf ontslag heeft genomen;
|
||||
• zich niet bij UWV WERKbedrijf als werkzoekende heeft ingeschreven; of
|
||||
• meer dan een keer heeft geweigerd passende arbeid te aanvaarden.
|
||||
In aanvulling op artikel 8.12, tweede lid, Vb gaat de IND uit van onvrijwillige werkloosheid tenzij door de gemeentelijke sociale dienst of het UWV genoegzaam is vastgesteld dat hier geen sprake van is.
|
||||
|
||||
Voldoende middelen van bestaan voor de vreemdeling als bedoeld in artikel 8.7, eerste lid, Vb en familieleden
|
||||
|
||||
|
|
@ -4583,7 +4637,7 @@ De IND neemt in ieder geval aan dat de vreemdeling de legale arbeidsmarkt heeft
|
|||
|
||||
Als na drie maanden een reële kans op werk is ontstaan, verlengt de IND de termijn van drie maanden maximaal twee keer.
|
||||
|
||||
De IND ontzegt of beëindigt het verblijfsrecht van een vreemdeling die valt onder de reikwijdte van artikel 6, eerste lid, of 7, Besluit 1/80, niet met terugwerkende kracht tenzij het verblijfsrecht op frauduleuze wijze is verkregen en deze vreemdeling daar ook voor is veroordeeld.
|
||||
De IND ontzegt of beëindigt het verblijfsrecht van een vreemdeling die valt onder de reikwijdte van artikel 6, eerste lid, of 7, Besluit 1/80, niet met terugwerkende kracht tenzij het verblijfsrecht op frauduleuze wijze is verkregen.
|
||||
|
||||
#### 4.5. Bewijsmiddelen
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue