From ba8a3ffef31ffaf8dbb4aa59a7c1d7d37525d85b Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sun, 1 Jan 2006 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2006-01-01 | BWBR0008763 | Huursubsidiebesluit --- .../huursubsidiebesluit/BWBR0008763/README.md | 109 ++++++++++++------ 1 file changed, 76 insertions(+), 33 deletions(-) diff --git a/amvb/huursubsidiebesluit/BWBR0008763/README.md b/amvb/huursubsidiebesluit/BWBR0008763/README.md index b70efb4c002..fe47d84835c 100644 --- a/amvb/huursubsidiebesluit/BWBR0008763/README.md +++ b/amvb/huursubsidiebesluit/BWBR0008763/README.md @@ -1,14 +1,14 @@ --- -titel: Huursubsidiebesluit +titel: Besluit op de huurtoeslag bwb_id: BWBR0008763 type: AMvB status: geldend datum_inwerkingtreding: '1997-07-02' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0008763 -citeertitel: Huursubsidiebesluit +citeertitel: Besluit op de huurtoeslag --- -# Huursubsidiebesluit +# Besluit op de huurtoeslag ## Hoofdstuk 1. DEFINITIES @@ -16,14 +16,65 @@ citeertitel: Huursubsidiebesluit In dit besluit wordt verstaan onder: -a. wet: Huursubsidiewet; +a. wet: Wet op de huurtoeslag; b. verklaring van de voorzitter van de huurcommissie: verklaring als bedoeld in artikel 6, onder b, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte, omtrent de redelijkheid van de huurprijs en de juistheid van andere gegevens betreffende de woonruimte. -## Hoofdstuk 2. WAARDERINGSGRONDSLAG MOTORRIJTUIGEN +## Hoofdstuk 2. Bijzondere gevallen ### Artikel 2 -Vervallen +**1.** + +Op verzoek blijft voor de toepassing van artikel 2 van de wet, van artikel 7 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en de op die artikelen berustende bepalingen voor zover het betreft het toekennen van een huurtoeslag, een huurder, diens partner of een medebewoner buiten beschouwing indien: + +a. hij langer dan een jaar op een ander adres verblijft dan het adres waarop hij in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens staat ingeschreven, en +b. sprake is van een bijzondere omstandigheid. + +**2.** + +Als een bijzondere omstandigheid als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt aangemerkt een verblijf in: + +a. een verpleeghuis; +b. een psychiatrische inrichting; +c. een penitentiaire inrichting. + +### Artikel 2a + +**1.** Op verzoek blijft voor de toepassing van artikel 2 van de wet, van artikel 7 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en de op die artikelen berustende bepalingen voor zover het betreft het toekennen van een huurtoeslag, een partner of medebewoner buiten beschouwing indien sprake is van een verzorgingsbehoefte bij de huurder, diens partner of een medebewoner. + +**2.** + +Het eerste lid geldt uitsluitend ten aanzien van de partner of medebewoner die met het oog op de verzorgingsbehoefte van de huurder of van hemzelf op hetzelfde woonadres als de huurder staat ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens en is van toepassing indien: + +a. de verzorgingsbehoefte blijkt uit een verklaring van een indicatieorgaan als bedoeld in artikel 9a van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten; +b. het voordeel uit sparen en beleggen als bedoeld in artikel 5.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 over het berekeningsjaar van de in het eerste lid bedoelde buiten beschouwing te laten persoon, niet meer bedraagt dan € 3498 en +c. het gezamenlijke toetsingsinkomen van de huurder, diens partner en de medebewoners, met inbegrip van de in het eerste lid bedoelde buiten beschouwing te laten persoon, niet meer bedraagt dan € 38.375. + +**3.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt geen rekening gehouden met de verzorgingsbehoefte van een minderjarige eerstegraads bloed- of aanverwant in de neergaande lijn. + +**4.** Artikel 27, vierde lid, van de wet is van overeenkomstige toepassing op de in het tweede lid, onderdelen b en c, vermelde bedragen, waarbij ten aanzien van het in het tweede lid, onderdeel c, vermelde bedrag het resultaat naar boven wordt afgerond op een veelvoud van € 25. + +### Artikel 2b + +**1.** + +Op verzoek blijven bij de toepassing van artikel 7, eerste en tweede lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen voor zover het betreft het toekennen van een huurtoeslag, de navolgende bestanddelen van het toetsingsinkomen buiten beschouwing: + +a. afkoopsommen van ouderdoms- of nabestaandenpensioen die in het berekeningsjaar niet meer bedragen dan het bedrag dat is opgenomen in artikel 32, vijfde lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet; +b. nabetalingen van inkomsten als bedoeld in afdeling 3.3 en 3.5 van de Wet inkomstenbelasting 2001; +c. wezenuitkeringen die met toepassing van artikel 49 van de Algemene nabestaandenwet aan een ander dan de wettelijke vertegenwoordiger van het kind betaalbaar zijn gesteld; +d. afkoopsommen op grond van de Liquidatiewet ongevallenwetten; +e. verhogingen op grond van artikel 10 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, artikel 9 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten of artikel 22 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering voorzover het bedrag van de verhoging niet hoger is dan het in artikel 6.24, tweede lid, onderdeel a, van de Wet inkomstenbelasting 2001 genoemde drempelbedrag voor buitengewone uitgaven vóór toepassing van de in die bepaling genoemde correcties op dat bedrag. + +**2.** Indien sprake is van een nabetaling die over de berekeningsjaren waarop deze nabetaling betrekking heeft gemiddeld meer dan € 2300 per jaar bedraagt, vindt het eerste lid, onderdeel b, uitsluitend toepassing indien over de berekeningsjaren waarop de nabetaling betrekking heeft minder huurtoeslag zou worden genoten dan indien de betrokken inkomsten niet als nabetaling zouden zijn uitbetaald. + +**3.** Indien de belanghebbende gedurende het gehele berekeningsjaar een partner heeft, wordt het in het eerste lid, onderdeel e, bedoelde drempelbedrag voor buitengewone uitgaven verdubbeld. + +### Artikel 2c + +**1.** Een verzoek als bedoeld in de artikelen 2, eerste lid, 2a, eerste lid, en 2b, eerste lid, kan worden gedaan tot het tijdstip dat de toekenning van de huurtoeslag over het desbetreffende berekeningsjaar onherroepelijk is geworden. + +**2.** Een verzoek als bedoeld in de artikelen 2, eerste lid, 2a, eerste lid, en 2b, eerste lid, onderdelen c en e, wordt geacht mede te zijn gedaan voor op het berekeningsjaar volgende berekeningsjaren. ## Hoofdstuk 3. Onzelfstandige woonruimte @@ -31,14 +82,14 @@ Vervallen **1.** -Een woongebouw of een woning waarvan onzelfstandige woonruimte deel uitmaakt als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onder b, van de wet, kan op voet van artikel 11, tweede lid, van de wet, slechts door Onze Minister worden aangewezen indien: +Een woongebouw of een woning waarvan onzelfstandige woonruimte deel uitmaakt als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onder b, van de wet, kan op voet van artikel 11, tweede lid, van de wet, slechts door de Belastingdienst/Toeslagen worden aangewezen indien: a. de desbetreffende woonruimten geschikt en bestemd zijn voor: 1°. begeleid wonen, of een daarmee vergelijkbare woonvorm, of 2°. groepswonen door ouderen, of een daarmee vergelijkbare woonvorm; b. de desbetreffende huurovereenkomst naar haar aard niet van korte duur is; -c. de rekenhuur niet anders dan door middel van huursubsidie wordt gesubsidieerd, en +c. de rekenhuur niet anders dan door middel van een huurtoeslag wordt gesubsidieerd, en d. de desbetreffende woonruimten zodanig zijn verdeeld dat elke huurder over minimaal één privé-vertrek beschikt. **2.** @@ -47,7 +98,7 @@ Een woongebouw of een woning waarvan onzelfstandige woonruimte deel uitmaakt, be a. de desbetreffende woonruimten bestemd zijn voor huurders die zonder zorg of begeleiding niet zelfstandig kunnen wonen; b. het begeleid wonen of de daarmee vergelijkbare woonvorm gericht is op integratie en acceptatie van de bewoners in de nabije omgeving; -c. de zorg of begeleiding plaatsvindt door een op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten toegelaten zorginstelling of een andere deskundige, erkende hulpverleningsinstantie; +c. de zorg of begeleiding plaatsvindt door een instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel f, van de Wet toelating zorginstellingen, die zorg verleent waarop aanspraak bestaat ingevolge de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten of door een andere deskundige, erkende hulpverleningsinstantie; d. er een gescheiden huur- en zorgovereenkomst is, en e. de desbetreffende woonruimten niet bestemd zijn om uitsluitend te worden bewoond door minderjarige huurders. @@ -57,9 +108,9 @@ Een woongebouw of een woning waarvan onzelfstandige woonruimte deel uitmaakt, be a. alle huurders van de desbetreffende woonruimten zijn genoemd in één overeenkomst van huur en verhuur; b. in de desbetreffende woonruimten ten minste drie huishoudens zijn gehuisvest, en -c. ten minste 80 procent van de huurders van de desbetreffende woonruimten op de peildatum 65 jaar of ouder is. +c. ten minste 80 procent van de huurders van de desbetreffende woonruimten 65 jaar of ouder is. -**4.** Onze Minister kan de aanwijzing intrekken indien niet langer wordt voldaan aan het eerste, tweede of derde lid. +**4.** De Belastingdienst/Toeslagen kan de aanwijzing intrekken indien niet langer wordt voldaan aan het eerste, tweede of derde lid. ## Hoofdstuk 4. Verklaring van de voorzitter van de huurcommissie @@ -75,37 +126,29 @@ Vervallen De voorzitter van de huurcommissie van het ressort waarin de woning is gelegen vermeldt op de verklaring de hoogte van de huurprijs en of deze al dan niet redelijk is, beoordeeld naar de bij of krachtens de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte gestelde regels. Indien de voorzitter van de huurcommissie van oordeel is dat de huurprijs niet redelijk is, vermeldt hij tevens het puntenaantal van de woning op basis van het waarderingsstelsel, bedoeld in artikel 5 van het Besluit huurprijzen woonruimte. -## Hoofdstuk 5. INFORMATIEPLICHT +## Hoofdstuk 5. Prestatienormering ### Artikel 7 -**1.** +**1.** Het tarief, bedoeld in artikel 39, tweede lid, van de wet, bedraagt € 450. -Als de personen en de instanties, bedoeld in artikel 46 van de wet, die kosteloos gegevens en afschriften van stukken verstrekken aan Onze Minister worden aangewezen: +**2.** De bijdrage, bedoeld in artikel 39, eerste lid, van de wet, wordt niet ingevorderd als deze € 2275 of minder zou bedragen. -a. toegelaten instellingen als bedoeld in artikel 70 van de Woningwet; -b. verhuurders; -c. al dan niet voormalige werkgevers van de huurder en tot diens huishouden behorende personen; -d. instanties die in het kader van de openbare nutsvoorziening energie of water leveren; -e. ziektekostenverzekeraars, ziekenfondsen, uitvoerende organen van publiekrechtelijke ziektekostenregelingen voor ambtenaren, en -f. burgemeester en wethouders. +**3.** Een krachtens artikel 39, eerste lid, van de wet verschuldigde financiële bijdrage wordt ingevorderd door Onze Minister. -**2.** +**4.** Onze Minister zendt een aanmaning om binnen een vastgestelde termijn van ten minste vier weken na dagtekening van de aanmaning de verschuldigde financiële bijdrage te voldoen indien burgemeester en wethouders in gebreke blijven de door hen verschuldigde financiële bijdrage binnen de daarvoor gestelde termijn te voldoen. -Als de personen en de instanties, bedoeld in artikel 46 van de wet, die kosteloos gegevens en afschriften van stukken verstrekken aan burgemeester en wethouders worden aangewezen: +**5.** De invordering van de verschuldigde financiële bijdrage, vermeerderd met de kosten van aanmaning en invordering, kan zonder rechterlijke tussenkomst geschieden bij dwangbevel indien burgemeester en wethouders ook na aanmaning in gebreke blijven. -a. burgemeester en wethouders van andere gemeenten; -b. bedrijfspensioenfondsen, ondernemingspensioenfondsen, risicofondsen, stichtingen tot uitvoering van een regeling inzake vervroegd uittreden en andere organen, belast met het doen van uitkeringen of verstrekkingen die bij of krachtens artikel 7 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers als inkomen worden aangemerkt; -c. het College van toezicht sociale verzekeringen; -d. de Sociale Verzekeringsbank; -e. het Landelijk instituut sociale verzekeringen; -f. de uitvoeringsinstellingen, bedoeld in artikel 41, derde lid, van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997; -g. de sectorraden, bedoeld in artikel 56 van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 en -h. indicatieorganen als bedoeld in artikel 9a van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. +**6.** De betekening en tenuitvoerlegging van het dwangbevel geschieden door de belastingdeurwaarder, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel j, van de Invorderingswet 1990, en door de ontvanger, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990, met toepassing van de artikelen 13 en 14 van de Invorderingswet 1990. -**3.** Als de persoonsgegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid, van medische aard zijn, vindt de verstrekking daarvan slechts plaats voor zover door degene op wie die gegevens betrekking hebben, schriftelijke toestemming is verleend. +**7.** Zolang de ontvanger met de zorg voor de invordering is belast, kan hij een vordering doen op grond van artikel 19 van de Invorderingswet 1990, alsmede verrekenen op grond van artikel 24 van die wet. -**4.** De in het eerste en tweede lid bedoelde opgaven en inlichtingen worden schriftelijk of, desgevraagd, in een andere vorm die redelijkerwijs kan worden verlangd, en zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen vier weken na ontvangst van het verzoek hiertoe, verstrekt. +**8.** De ontvanger kan, zolang hij met de zorg voor de invordering is belast, onder door hem te stellen voorwaarden aan burgemeester en wethouders voor een bepaalde tijd bij beschikking uitstel van betaling verlenen. Gedurende het uitstel wordt de dwanginvordering geschorst. Het uitstel kan tussentijds bij beschikking worden beëindigd. + +**9.** Met betrekking tot het verzet tegen de tenuitvoerlegging van het dwangbevel is artikel 17 van de Invorderingswet 1990 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in dat artikel in plaats van «de ontvanger die het dwangbevel heeft uitgevaardigd» telkens moet worden gelezen: de met de tenuitvoerlegging van het dwangbevel belaste ontvanger. + +**10.** De kosten van aanmaning en verdere invordering worden berekend op de voet van de Kostenwet invordering rijksbelastingen. De artikelen 6 en 7 van de Invorderingswet 1990 zijn van overeenkomstige toepassing. ## Hoofdstuk 6. WIJZIGING VAN ANDERE BESLUITEN @@ -153,4 +196,4 @@ Op subsidietijdvakken die zijn aangevangen onder de werking van de Wet individue ### Artikel 16 -Dit besluit wordt aangehaald als: Huursubsidiebesluit. +Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit op de huurtoeslag.