2023-10-28 | BWBR0048796 | Regeling bekostiging WPO en WEC 2024
This commit is contained in:
parent
eaa5648263
commit
baaab2b8f0
1 changed files with 60 additions and 107 deletions
|
|
@ -321,30 +321,34 @@ Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
a. vreemdeling als bedoeld in de Vreemdelingenwet 2000, die:
|
||||
|
||||
– ingeschreven staat op een basisschool, niet zijnde een afdeling voor internationaal georiënteerd basisonderwijs als bedoeld in artikel 85a, van de WPO of een afdeling basisonderwijs van de Europese school te Den Haag; en
|
||||
– in het bezit is gesteld:
|
||||
– ingeschreven staat op een basisschool, niet zijnde een afdeling voor internationaal georiënteerd basisonderwijs als bedoeld in artikel 85a, van de WPO; en
|
||||
– in het bezit is gesteld of van wie ten minste één van de ouders of voogden in het bezit is gesteld:
|
||||
|
||||
1°. Door de Minister van Justitie en Veiligheid van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 op grond van artikel 8, onderdelen c, d, f, g, h of j, van die wet; of
|
||||
2°. Door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers van een verklaring waaruit blijkt dat de vreemdeling in afwachting is van een aanvraag voor een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 8 onderdelen c, d, f, g, h of j, van de Vreemdelingenwet 2000 en daarom niet beschikt over het document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van die wet;
|
||||
b. ontheemde op wie de tijdelijke bescherming van artikel 2 van het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022 tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan (PbEU 2022, L 071) van toepassing is en die ingeschreven staat op een basisschool, niet zijnde een afdeling voor internationaal georiënteerd basisonderwijs als bedoeld in artikel 85a, van de WPO of een afdeling basisonderwijs van de Europese school te Den Haag;
|
||||
c. ontheemde op wie de tijdelijke bescherming van artikel 7 van Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen (PbEU 2001, L 212) van toepassing is en die ingeschreven staat op een basisschool, niet zijnde een afdeling voor internationaal georiënteerd basisonderwijs als bedoeld in artikel 85a, van de WPO of een afdeling basisonderwijs van de Europese school te Den Haag.
|
||||
2°. Door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers van een verklaring waaruit blijkt dat de vreemdeling onderscheidenlijk een of beide ouders of voogden in afwachting is van een aanvraag voor een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 8 onderdelen c, d, f, g, h of j, van de Vreemdelingenwet 2000 en daarom niet beschikt over het document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van die wet; en
|
||||
– nog geen jaar woonachtig is in Nederland.
|
||||
b. ontheemde op wie de tijdelijke bescherming van artikel 2 van het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022 tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan (PbEU 2022, L 071) van toepassing is, die:
|
||||
|
||||
– ingeschreven staat op een basisschool; en
|
||||
– nog geen jaar woonachtig is in Nederland; of
|
||||
c. ontheemde op wie de tijdelijke bescherming van artikel 7 van Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen (PbEU 2001, L 212) van toepassing is, die:
|
||||
|
||||
– ingeschreven staat op een basisschool; en
|
||||
– nog geen jaar woonachtig is in Nederland;
|
||||
|
||||
*overige vreemdeling:* vreemdeling als bedoeld in de Vreemdelingenwet 2000, niet zijnde een asielzoeker, die:
|
||||
|
||||
– ingeschreven staat op een basisschool, niet zijnde een afdeling voor internationaal georiënteerd basisonderwijs als bedoeld in artikel 85a, van de WPO of een afdeling basisonderwijs van de Europese school te Den Haag; en
|
||||
– in het bezit is gesteld:
|
||||
– ingeschreven staat op een basisschool, niet zijnde een afdeling voor internationaal georiënteerd basisonderwijs als bedoeld in artikel 85a, van de WPO; en
|
||||
– in het bezit is gesteld of van wie ten minste één van de ouders of voogden in het bezit is gesteld:
|
||||
|
||||
1°. Door de Minister van Justitie en Veiligheid van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000; of
|
||||
|
||||
2°. Van een paspoort of identiteitsbewijs waaruit blijkt dat de vreemdeling burger is van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland.
|
||||
2°. Van een paspoort of identiteitsbewijs waaruit blijkt dat de vreemdeling onderscheidenlijk een of beide ouders of voogden burger is van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland; en
|
||||
– nog geen jaar woonachtig is in Nederland.
|
||||
|
||||
**2.** Het bevoegd gezag van een basisschool waar de eerste opvang in het onderwijs wordt verzorgd voor ten minste vier asielzoekers of overige vreemdelingen die in aanmerking komen voor de bekostiging als bedoeld in dit artikel, ontvangt op aanvraag aanvullende bekostiging.
|
||||
**2.** Het bevoegd gezag van een basisschool waar de eerste opvang in het onderwijs wordt verzorgd voor ten minste vier asielzoekers of overige vreemdelingen, ontvangt op aanvraag aanvullende bekostiging.
|
||||
|
||||
**3.** Het recht van aanvullende bekostiging bedraagt per leerling maximaal twaalf maanden gerekend vanaf de eerste dag van inschrijving op een school met inachtneming van de peildata in het vijfde lid.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het derde lid wordt in het geval de datum van vestiging in Nederland van de leerling voor het vierde levensjaar van deze leerling ligt, de periode tussen de datum van vestiging in Nederland en het bereiken van de leeftijd van vier jaar in mindering gebracht op het recht op deze bekostiging. De datum van vestiging is de oudste datum van inschrijving in Nederland als bedoeld in bijlage 1 van de Regeling register onderwijsdeelnemers.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De aanvullende bekostiging heeft betrekking op een periode van drie maanden, met als peildata:
|
||||
|
||||
|
|
@ -353,11 +357,11 @@ b. 1 april voor de periode april tot en met juni;
|
|||
c. 1 juli voor de periode juli tot en met september;
|
||||
d. 1 oktober voor de periode oktober tot en met december.
|
||||
|
||||
**6.** Het bevoegd gezag dient ter verkrijging van de aanvullende bekostiging een aanvraag in die, indien de peildatum 1 juli betreft, moet zijn ontvangen binnen acht weken na de peildatum en, indien het een andere peildatum betreft, binnen vier weken na de peildatum. De aanvraag wordt in ieder geval afgewezen indien het een aanvraag betreft die is ontvangen na deze termijn.
|
||||
**4.** Het bevoegd gezag dient ter verkrijging van de aanvullende bekostiging een aanvraag in die, indien de peildatum 1 juli betreft, moet zijn ontvangen binnen acht weken na de peildatum en, indien het een andere peildatum betreft, binnen vier weken na de peildatum. De aanvraag wordt in ieder geval afgewezen indien het een aanvraag betreft die is ontvangen na deze termijn.
|
||||
|
||||
**7.** Een basisschool die niet eerder eerste opvang van vreemdelingen respectievelijk eerste opvang van asielzoekers of overige vreemdelingen verzorgde, komt in aanmerking voor een eenmalige aanvulling op de aanvullende bekostiging van € 15.640,56.
|
||||
**5.** Een basisschool die niet eerder eerste opvang van vreemdelingen respectievelijk eerste opvang van asielzoekers of overige vreemdelingen verzorgde, komt in aanmerking voor een eenmalige aanvulling op de aanvullende bekostiging van € 15.640,56.
|
||||
|
||||
**8.**
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op www.duo.nl. De aanvraag gaat vergezeld van de volgende gegevens:
|
||||
|
||||
|
|
@ -365,7 +369,7 @@ a. naam, instellingscode, postcode en plaats van de basisschool;
|
|||
b. indien de peildatum 1 januari betreft het aantal ingeschreven asielzoekers en het aantal ingeschreven overige vreemdelingen op 1 januari, en het aantal asielzoekers en het aantal overige vreemdelingen dat op 1 februari van het voorgaande schooljaar aan de basisschool stond ingeschreven of indien de peildatum niet 1 januari betreft het aantal ingeschreven asielzoekers en het aantal ingeschreven overige vreemdelingen op de peildatum; en
|
||||
c. in geval van toepassing van het vijfde lid, een verklaring dat de basisschool niet eerder de eerste opvang van vreemdelingen respectievelijk de eerste opvang van asielzoekers of overige vreemdelingen heeft verzorgd.
|
||||
|
||||
**9.**
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
De bekostiging, bedoeld in het tweede lid, wordt berekend volgens de formules:
|
||||
|
||||
|
|
@ -381,72 +385,35 @@ waarin steeds:
|
|||
• Vp = het aantal op de peildatum ingeschreven leerlingen dat overige vreemdeling is;
|
||||
• At = het totaal aantal op 1 februari van het voorgaande schooljaar ingeschreven leerlingen dat op de eerste schooldag asielzoeker is.
|
||||
|
||||
**10.**
|
||||
|
||||
Het bedrag per leerling wordt vastgesteld overeenkomstig de code van de verblijfsrechtelijke status van de leerling waaruit volgt of de leerling als een asielzoeker of een overige vreemdeling wordt beschouwd. Wanneer een leerling asielzoeker of overige vreemdeling is, wordt dit weergegeven in onderstaande tabel:
|
||||
|
||||
| Code | Omschrijving | Categorie |
|
||||
| --- | --- | --- |
|
||||
| 21 | Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder a. Verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, arbeid vrij. | Asielzoeker of overige vreemdeling |
|
||||
| 22 | Vreemdelingenwet 2000 art. 8, sub a. Verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met tewerkstellingsvergunning OF gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid | Overige vreemdeling |
|
||||
| 23 | Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder a. Vergunning regulier voor bepaalde tijd, met enkel de mogelijkheid om specifieke arbeid te verrichten (zonder twv) | Overige vreemdeling |
|
||||
| 24 | Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder a. Vergunning regulier voor bepaalde tijd, geen arbeid | Overige vreemdeling |
|
||||
| 25 | Vreemdelingenwet 2000 art. 8, sub b. Verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd OF EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen. | Overige vreemdeling |
|
||||
| 26 | Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder c. Verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd, arbeid vrij. | Asielzoeker |
|
||||
| 27 | Vreemdelingenwet 2000 art. 8, sub d. Verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd OF EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen. | Asielzoeker |
|
||||
| 28 | Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder e. Gemeenschapsonderdaan, economisch actief, arbeid vrij. | Overige vreemdeling |
|
||||
| 29 | Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder e. Gemeenschapsonderdaan, economisch niet actief, arbeid vrij. | Overige vreemdeling |
|
||||
| 30 | Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder e. Familielid van een gemeenschapsonderdaan, na toetsing aan EU-recht, arbeid vrij. | Overige vreemdeling |
|
||||
| 31 | Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder f en h. In procedure voor aanvraag verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. | Overige vreemdeling |
|
||||
| 32 | Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder f en h. In procedure voor aanvraag verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. | Asielzoeker |
|
||||
| 35 | Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder I. Onderdaan heeft verblijfsrecht o.b.v. het Associatiebesluit 1/80 van de Associatieraad EEG/Turkije (waarin soepelere regels zijn opgenomen voor Turkse onderdanen). | Overige vreemdeling |
|
||||
| 36 | Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder e. Gemeenschapsonderdaan, economisch actief, met enkel de mogelijkheid om specifieke arbeid te verrichten. | Overige vreemdeling |
|
||||
| 37 | Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder e. Gemeenschapsonderdaan, economisch niet actief, met enkel de mogelijkheid om specifieke arbeid te verrichten. | Overige vreemdeling |
|
||||
| 38 | Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder e. Familielid van een gemeenschapsonderdaan, na toetsing aan EU-recht, met enkel de mogelijkheid om specifieke arbeid te verrichten. | Overige vreemdeling |
|
||||
| 39 | Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder m. Persoon is in afwachting van indiening asielaanvraag bij andere lidstaat o.g.v. Dublinverordening. | Asielzoeker |
|
||||
| 40 | Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder e. Gemeenschapsonderdaan of familielid met recht op duurzaam verblijf. Dit kan men aanvragen als men 5 jaar rechtmatig in NL heeft verbleven als gemeenschapsonderdaan of familielid. | Overige vreemdeling |
|
||||
| 41 | Rechtmatig verblijf Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder e, is beëindigd. | Overige vreemdeling |
|
||||
| 42 | Rechtmatig verblijf op grond van voorlopige maatregel EHRM, geen arbeid. | Overige vreemdeling |
|
||||
| 43 | Rechtmatig verblijf op aanwijzing Minister van Justitie, geen arbeid. | Overige vreemdeling |
|
||||
| 44 | Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder m. Leerling is in afwachting van overdracht naar andere lidstaat o.g.v. Dublinverordening. | Asielzoeker |
|
||||
| 45 | Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder i. Leerling heeft verblijfsrecht voor termijn van 180 dagen (bedoeld voor onderzoeker of student). | Overige vreemdeling |
|
||||
| 46 | Vreemdelingenwet 2000 art 8, onder f en h, EU-richtlijn 2001/55, in procedure art 28, arbeid loondienst. Verblijfstitel voor Oekraïense ontheemden. | Asielzoeker |
|
||||
| 98 | Geen verblijftitel meer. | Asielzoeker of overige vreemdeling |
|
||||
|
||||
**11.**
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag bepaalt of een leerling een asielzoeker of een overige vreemdeling is in het geval de leerling:
|
||||
|
||||
a. is ingeschreven op basis van het onderwijsnummer bedoeld in artikel 40b, vierde lid, van de WPO en waarvan het evident is dat hij asielzoeker of overige vreemdeling is; of
|
||||
b. een verblijfstitel 21 of 98 heeft als bedoeld in de tabel in het tiende lid.
|
||||
|
||||
**12.** De aanvullende bekostiging, bedoeld in het tweede lid, geldt niet voor leerlingen die geboren zijn in Nederland en die de verblijfsrechtelijke status krijgen van één van de ouders of voogden.
|
||||
|
||||
### Artikel 35
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
- *asielzoeker:*
|
||||
*asielzoeker*:
|
||||
|
||||
a. vreemdeling als bedoeld in de Vreemdelingenwet 2000, die:
|
||||
|
||||
– ingeschreven staat op een basisschool, niet zijnde een afdeling voor internationaal georiënteerd basisonderwijs als bedoeld in artikel 85a, van de WPO of een afdeling basisonderwijs van de Europese school te Den Haag;
|
||||
– in het bezit is gesteld:
|
||||
– ingeschreven staat op een basisschool, niet zijnde een afdeling voor internationaal georiënteerd basisonderwijs als bedoeld in artikel 85a, van de WPO;
|
||||
– in het bezit is gesteld of van wie ten minste één van de ouders of voogden in het bezit is gesteld:
|
||||
|
||||
1°. door de Minister van Justitie en Veiligheid van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 op grond van artikel 8, onderdelen c, d, f, g, h of j, van die wet; of
|
||||
2°. door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers van een verklaring waaruit blijkt dat de vreemdeling in afwachting is van een aanvraag voor een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 8 onderdelen c, d, f, g, h of j, van de Vreemdelingenwet 2000 en daarom niet beschikt over het document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van die wet;
|
||||
b. ontheemde op wie de tijdelijke bescherming van artikel 2 van het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022 tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan (PbEU 2022, L 071) van toepassing is en die ingeschreven staat op een basisschool, niet zijnde een afdeling voor internationaal georiënteerd basisonderwijs als bedoeld in artikel 85a van de WPO of of een afdeling basisonderwijs van de Europese school te Den Haag; of
|
||||
c. ontheemde op wie de tijdelijke bescherming van artikel 7 van Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen (PbEU 2001, L 212) van toepassing is en die ingeschreven staat op een basisschool, niet zijnde een afdeling voor internationaal georiënteerd basisonderwijs als bedoeld in artikel 85a van de WPO of een afdeling basisonderwijs van de Europese school te Den Haag.
|
||||
2°. door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers van een verklaring waaruit blijkt dat de vreemdeling onderscheidenlijk een of beide ouders of voogden in afwachting is van een aanvraag voor een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 8 onderdelen c, d, f, g, h of j, van de Vreemdelingenwet 2000 en daarom niet beschikt over het document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van die wet; en
|
||||
|
||||
langer dan één jaar maar korter dan twee jaar woonachtig is in Nederland.
|
||||
b. ontheemde op wie de tijdelijke bescherming van artikel 2 van het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022 tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan (PbEU 2022, L 071) van toepassing is, die:
|
||||
|
||||
– ingeschreven staat op een basisschool; en
|
||||
– langer dan één jaar maar korter dan twee jaar woonachtig is in Nederland; of
|
||||
c. ontheemde op wie de tijdelijke bescherming van artikel 7 van Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen (PbEU 2001, L 212) van toepassing is, die:
|
||||
|
||||
– ingeschreven staat op een basisschool; en
|
||||
– langer dan één jaar maar korter dan twee jaar woonachtig is in Nederland.
|
||||
|
||||
**2.** Het bevoegd gezag van een basisschool waar onderwijs wordt verzorgd voor asielzoekers ontvangt op aanvraag aanvullende bekostiging.
|
||||
|
||||
**3.** De aanvullende bekostiging vangt aan aansluitend op de twaalf maanden bedoeld in artikel 34, tweede lid, en bedraagt per leerling maximaal twaalf maanden.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het derde lid wordt, indien het aantal maanden van de periode tussen de datum van vestiging in Nederland en het bereiken van de leeftijd van vier jaar als bedoeld in artikel 34, vierde lid, de twaalf maanden overschrijdt, het restant van dit aantal maanden boven de twaalf als bedoeld in artikel 34, derde lid, in mindering gebracht op het recht op deze bekostiging. De datum van vestiging is de oudste datum van vestiging in Nederland als bedoeld in bijlage 1 van de Regeling register onderwijsdeelnemers.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De aanvullende bekostiging heeft betrekking op een periode van drie maanden, met als peildata:
|
||||
|
||||
|
|
@ -455,27 +422,16 @@ b. 1 april voor de periode april tot en met juni;
|
|||
c. 1 juli voor de periode juli tot en met september;
|
||||
d. 1 oktober voor de periode oktober tot en met december.
|
||||
|
||||
**6.** Het bevoegd gezag dient ter verkrijging van de aanvullende bekostiging een aanvraag in die indien de peildatum 1 juli betreft moet zijn ontvangen binnen acht weken na de peildatum en indien de peildatum niet 1 juli betreft binnen vier weken na de peildatum. De aanvraag wordt in ieder geval afgewezen indien het een aanvraag betreft die is ontvangen na deze termijn.
|
||||
**4.** Het bevoegd gezag dient ter verkrijging van de aanvullende bekostiging een aanvraag in die indien de peildatum 1 juli betreft moet zijn ontvangen binnen acht weken na de peildatum en indien de peildatum niet 1 juli betreft binnen vier weken na de peildatum. De aanvraag wordt in ieder geval afgewezen indien het een aanvraag betreft die is ontvangen na deze termijn.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op www.duo.nl. De aanvraag gaat vergezeld van de volgende gegevens:
|
||||
|
||||
a. naam, instellingscode, postcode en plaats van de basisschool; en
|
||||
b. het aantal ingeschreven asielzoekers volgens dit artikel op de peildatum.
|
||||
|
||||
**8.** De bekostiging, bedoeld in het tweede lid, bedraagt € 1.963,04 per asielzoeker vermenigvuldigd met 25,00%.
|
||||
|
||||
**9.** Het bedrag per leerling wordt vastgesteld overeenkomstig de code van de verblijfsrechtelijke status van de leerling waaruit volgt of de leerling als een asielzoeker wordt beschouwd. Wanneer een leerling een asielzoeker is, wordt weergegeven in artikel 34, tiende lid.
|
||||
|
||||
**10.**
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag bepaalt of een leerling een asielzoeker is in het geval dat de leerling:
|
||||
|
||||
a. is ingeschreven op basis van het onderwijsnummer bedoeld in artikel 40b, vierde lid, van de Wet op het primair onderwijs en waarvan het evident is dat hij nieuwkomer is; of
|
||||
b. een verblijfstitel 21 of 98 heeft als bedoeld in de tabel in artikel 34, tiende lid.
|
||||
|
||||
**11.** De aanvullende bekostiging, bedoeld in het tweede lid, geldt niet voor leerlingen die geboren zijn in Nederland en die de verblijfsrechtelijke status krijgen van één van de ouders of voogden.
|
||||
**6.** De bekostiging, bedoeld in het tweede lid, bedraagt € 1.963,04 per asielzoeker vermenigvuldigd met 25,00%.
|
||||
|
||||
### Artikel 36
|
||||
|
||||
|
|
@ -487,7 +443,9 @@ a. *school:* bekostigde speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de WP
|
|||
b. *vreemdeling:*
|
||||
|
||||
– leerling die ingeschreven staat op een school en die de school geregeld bezoekt;
|
||||
– die door de Minister van Justitie en Veiligheid in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000.
|
||||
– die door de Minister van Justitie en Veiligheid in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 en
|
||||
– onderscheidenlijk van wie ten minste één van de ouders of voogden door de Minister van Justitie en Veiligheid in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000; en
|
||||
– nog geen jaar woonachtig is in Nederland.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -496,18 +454,21 @@ Voor de toepassing van dit artikel wordt onder vreemdeling mede verstaan:
|
|||
a. leerling
|
||||
|
||||
– die ingeschreven staat op een school en die de school geregeld bezoekt;
|
||||
– van wie uit het paspoort of ander identiteitsbewijs blijkt dat hij burger is van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland;
|
||||
– die op grond van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie in Nederland verblijft;
|
||||
b. ontheemde op wie de tijdelijke bescherming van artikel 2 van het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022 tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan (PbEU 2022, L 071) van toepassing is en die ingeschreven staat op een school;
|
||||
c. ontheemde op wie de tijdelijke bescherming van artikel 7 van Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen (PbEU 2001, L 212) van toepassing is en die ingeschreven staat op een school.
|
||||
– van wie uit het paspoort of ander identiteitsbewijs blijkt dat hij zelf of één van zijn ouders of voogden burger is van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland;
|
||||
– die op grond van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie in Nederland verblijft; en
|
||||
– nog geen jaar woonachtig is in Nederland.
|
||||
b. ontheemde op wie de tijdelijke bescherming van artikel 2 van het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022 tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan (PbEU 2022, L 071) van toepassing is, die:
|
||||
|
||||
**3.** Het bevoegd gezag van een school waar de opvang in het onderwijs wordt verzorgd voor ten minste vier vreemdelingen die in aanmerking komen voor de bekostiging als bedoeld in dit artikel ontvangt op aanvraag aanvullende bekostiging.
|
||||
– ingeschreven staat op een school; en
|
||||
– nog geen jaar woonachtig is in Nederland; of
|
||||
c. ontheemde op wie de tijdelijke bescherming van artikel 7 van Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen (PbEU 2001, L 212) van toepassing is, die:
|
||||
|
||||
**4.** De aanvullende bekostiging die op grond van het derde lid wordt verstrekt voor de vreemdelingen op speciale scholen voor basisonderwijs bedraagt per leerling maximaal twaalf maanden gerekend vanaf de eerste dag van inschrijving op een speciale school voor basisonderwijs met inachtneming van de peildata in het zesde lid.
|
||||
– ingeschreven staat op een school; en
|
||||
– nog geen jaar woonachtig is in Nederland.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van het vierde lid wordt in het geval de datum van vestiging in Nederland van de leerling voor het vierde levensjaar van deze leerling ligt, de periode tussen de datum van vestiging in Nederland en het bereiken van de leeftijd van vier jaar in mindering gebracht op het recht op deze bekostiging. De datum van vestiging is de oudste datum van inschrijving in Nederland als bedoeld in bijlage 1 van de Regeling register onderwijsdeelnemers.
|
||||
**3.** Het bevoegd gezag van een school waar de opvang in het onderwijs wordt verzorgd voor ten minste vier vreemdelingen die korter dan één jaar in Nederland verblijven ontvangt op aanvraag aanvullende bekostiging.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De aanvullende bekostiging heeft betrekking op een periode van drie maanden, met als peildata:
|
||||
|
||||
|
|
@ -516,11 +477,11 @@ b. 1 april voor de periode april tot en met juni;
|
|||
c. 1 juli voor de periode juli tot en met september;
|
||||
d. 1 oktober voor de periode oktober tot en met december.
|
||||
|
||||
**7.** Het bevoegd gezag dient ter verkrijging van de aanvullende bekostiging een aanvraag in die indien de peildatum 1 juli betreft, moet zijn ontvangen binnen acht weken na de peildatum en indien het een andere peildatum betreft binnen vier weken na de peildatum. De aanvraag wordt in ieder geval afgewezen indien het een aanvraag betreft die is ontvangen na deze termijn.
|
||||
**5.** Het bevoegd gezag dient ter verkrijging van de aanvullende bekostiging een aanvraag in die indien de peildatum 1 juli betreft, moet zijn ontvangen binnen acht weken na de peildatum en indien het een andere peildatum betreft binnen vier weken na de peildatum. De aanvraag wordt in ieder geval afgewezen indien het een aanvraag betreft die is ontvangen na deze termijn.
|
||||
|
||||
**8.** Een school die niet eerder eerste opvang van vreemdelingen verzorgde, komt in aanmerking voor een eenmalige aanvulling op de aanvullende bekostiging van € 15.640,56.
|
||||
**6.** Een school die niet eerder eerste opvang van vreemdelingen verzorgde, komt in aanmerking voor een eenmalige aanvulling op de aanvullende bekostiging van € 15.640,56.
|
||||
|
||||
**9.**
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op www.duo.nl. De aanvraag gaat vergezeld van de volgende gegevens:
|
||||
|
||||
|
|
@ -529,17 +490,7 @@ b. het aantal ingeschreven vreemdelingen volgens dit artikel op de peildatum;
|
|||
c. de periode waarvoor de bekostiging wordt gevraagd; en
|
||||
d. in geval van toepassing van het zevende lid, een verklaring dat de school niet eerder de eerste opvang van vreemdelingen heeft verzorgd.
|
||||
|
||||
**10.** De bekostiging, bedoeld in het zesde lid, bedraagt per ingeschreven vreemdeling € 4.055,31 vermenigvuldigd met 25,00%.
|
||||
|
||||
**11.**
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van dit artikel wordt als vreemdeling tevens aangemerkt de leerling:
|
||||
|
||||
a. met een verblijfsrechtelijke status als bedoeld in artikel 34, tiende lid;
|
||||
b. met een onderwijsnummer bedoeld in artikel 40b, vierde lid, van de WPO en waarvan het evident is dat hij vreemdeling is; of
|
||||
c. met een verblijfstitel 21 of 98 heeft als bedoeld in de tabel in artikel 34, tiende lid.
|
||||
|
||||
**12.** De aanvullende bekostiging, bedoeld in het vierde lid, geldt niet voor leerlingen die geboren zijn in Nederland en die de verblijfsrechtelijke status krijgen van één van de ouders of voogden.
|
||||
**8.** De bekostiging, bedoeld in het vierde lid, bedraagt per ingeschreven vreemdeling € 4.055,31 vermenigvuldigd met 25,00%.
|
||||
|
||||
### Artikel 37
|
||||
|
||||
|
|
@ -662,6 +613,8 @@ Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Regeling bijzo
|
|||
|
||||
Wijzigt de Regeling overgangsbekostiging vereenvoudiging bekostiging WPO en WEC.
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 46
|
||||
|
||||
**1.** Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, met uitzondering van artikel 45, dat in werking treedt met ingang van 1 januari 2024.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue