diff --git a/wet/algemene-wet-inzake-rijksbelastingen/BWBR0002320/README.md b/wet/algemene-wet-inzake-rijksbelastingen/BWBR0002320/README.md index 7fbbe67ed49..c3dcfc83c6f 100644 --- a/wet/algemene-wet-inzake-rijksbelastingen/BWBR0002320/README.md +++ b/wet/algemene-wet-inzake-rijksbelastingen/BWBR0002320/README.md @@ -784,7 +784,7 @@ Vervallen ### Artikel 30f -**1.** Met betrekking tot de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting wordt rente - heffingsrente - berekend ingeval een voorlopige aanslag, een aanslag of een navorderingsaanslag wordt vastgesteld. +**1.** Met betrekking tot de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting wordt rente - heffingsrente - berekend ingeval een voorlopige aanslag, een aanslag of een navorderingsaanslag wordt vastgesteld. De eerste volzin is niet van toepassing met betrekking tot inkomstenbelasting ter zake van te conserveren inkomen als bedoeld in artikel 2.8, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, uitgezonderd te conserveren inkomen dat is ontstaan door toepassing van artikel 3.58, eerste lid, of artikel 3.64, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001. **2.** @@ -821,7 +821,7 @@ a. artikel 15; b. de artikelen 3.152, vijfde lid, en 4.51, vijfde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001; c. artikel 21, derde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. -**6.** Het percentage van de heffingsrente in een kalenderkwartaal is gelijk aan de op de eerste werkdag van de tweede kalendermaand voorafgaande aan dat kwartaal door de Europese Centrale Bank voor basisherfinancieringstransacties toegepaste interestvoet (de minimale biedrente), dan wel, indien dit lager is, het naar de gemiddelde koers van die dag door Onze Minister berekende, ongewogen gemiddelde effectieve rendement van de laatste drie uitgegeven, aan Euronext effectenbeurs te Amsterdam genoteerde staatsleningen waarbij dit effectieve rendement naar beneden wordt afgerond op een vijfvoud van honderdstenprocenten en vervolgens wordt verminderd met 0,5 procentpunt, met dien verstande dat het aldus bepaalde percentage van de heffingsrente vervolgens wordt vermeerderd met 3,00 procentpunt. +**6.** Het percentage van de heffingsrente in een kalenderkwartaal is gelijk aan de op de eerste werkdag van de tweede kalendermaand voorafgaande aan dat kwartaal door de Europese Centrale Bank voor basisherfinancieringstransacties toegepaste interestvoet (de minimale biedrente), dan wel, indien dit lager is, het naar de gemiddelde koers van die dag door Onze Minister berekende, ongewogen gemiddelde effectieve rendement van de laatste drie uitgegeven, aan Euronext effectenbeurs te Amsterdam genoteerde staatsleningen waarbij dit effectieve rendement naar beneden wordt afgerond op een vijfvoud van honderdstenprocenten en vervolgens wordt verminderd met 0,5 procentpunt, met dien verstande dat het aldus bepaalde percentage van de heffingsrente vervolgens wordt vermeerderd met 1,50 procentpunt. ### Artikel 30g @@ -865,6 +865,8 @@ b. ingeval het betreft een aanspraak op periodieke uitkeringen: de mogelijkheid Hierbij worden de bedragen van die navorderingsaanslagen gesteld op 50 percent van de premies, bedoeld in de vorige volzin onderdeel a, danwel van de aanspraak, bedoeld in de vorige volzin onderdeel b, en wordt het einde van het in artikel 30f, derde lid, onderdeel a, bedoelde tijdvak gesteld op 31 december van het jaar waarin de aanspraak ingevolge een pensioenregeling of de aanspraak op periodieke uitkeringen tot loon wordt gerekend dan wel de negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen worden genoten. +**4.** Indien revisierente wordt berekend met betrekking tot inkomstenbelasting die betrekking heeft op inkomsten die in aanmerking zijn genomen op grond van de artikelen 3.83, eerste of tweede lid, 3.133, tweede lid, onderdelen h of j, 3.136, eerste lid, of 7.2, achtste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, wordt bij de toepassing van het derde lid artikel 30f, eerste lid, tweede volzin, buiten aanmerking gelaten. + ### Artikel 30j **1.** De inspecteur stelt het bedrag van de heffingsrente vast bij voor bezwaar vatbare beschikking. Met betrekking tot deze beschikking zijn de bepalingen in de belastingwet die gelden voor de belastingaanslag ter zake waarvan heffingsrente wordt berekend, van overeenkomstige toepassing. @@ -978,7 +980,7 @@ b. de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers of de inhoud daarvan - zulks **2.** Met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde vennootschap en het andere lichaam is artikel 47, eerste lid, eveneens van overeenkomstige toepassing ter zake van gegevens en inlichtingen alsmede gegevensdragers die in het bezit zijn van een niet binnen het Rijk gevestigde vennootschap met een geheel of ten dele in aandelen verdeeld kapitaal waarin een in het eerste lid bedoeld niet binnen het Rijk gevestigd lichaam of wonend natuurlijk persoon een belang heeft van meer dan 50 percent of die in het bezit zijn van een ander niet binnen het Rijk gevestigd lichaam waarover dat niet binnen het Rijk gevestigde lichaam of die natuurlijke persoon zeggenschap heeft. Ter zake van die gegevensdragers kan worden volstaan met het voor raadpleging beschikbaar stellen van de inhoud daarvan door middel van kopieén, leesbare afdrukken of uittreksels. -**3.** Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing indien het in die leden bedoelde niet binnen het Rijk gevestigde lichaam of de in die leden bedoelde natuurlijke persoon is gevestigd, onderscheidenlijk woont in een staat als is bedoeld in artikel 2, onderdeel *b*, van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen (*Stb.* 1986, 249), met dien verstande dat waar het gaat om een Mogendheid waarmee Nederland een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten dat verdrag bepalingen moet bevatten omtrent het uitwisselen van inlichtingen als nodig zijn om uitvoering te geven aan de bepalingen van dat verdrag en aan de nationale wetgeving van de verdragsluitende Staten, met betrekking tot de belasting voor de heffing waarvan de inspecteur de gegevens en inlichtingen alsmede de gegevensdragers nodig heeft. Door Onze Minister worden de in dit lid bedoelde staten aangewezen. +**3.** Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing indien het in die leden bedoelde niet binnen het Rijk gevestigde lichaam of de in die leden bedoelde natuurlijke persoon is gevestigd onderscheidenlijk woont in een staat waarmee in de relatie met Nederland een wederkerige regeling bestaat die voorziet in inlichtingenuitwisseling met betrekking tot de belasting voor de heffing waarvan de inspecteur de gegevens, inlichtingen of gegevensdragers nodig heeft. Door Onze Minister worden de in dit lid bedoelde staten aangewezen. **4.** In afwijking van het derde lid kan Onze Minister de inspecteur toestaan het eerste en het tweede lid alsnog toe te passen indien is gebleken dat bij toepassing van het derde lid de gevraagde inlichtingen niet kunnen worden verkregen. @@ -1158,7 +1160,9 @@ Van de bij beschikking opgelegde boete kan door Onze Minister gehele of gedeelte **1.** Indien de belastingplichtige of de inhoudingsplichtige de aangifte voor een belasting welke op aangifte moet worden voldaan of afgedragen niet, dan wel niet binnen de in artikel 10 bedoelde termijn heeft gedaan, vormt dit een verzuim ter zake waarvan de inspecteur hem een boete van ten hoogste € 113 kan opleggen. -**2.** De bevoegdheid tot het opleggen van de boete vervalt door verloop van een jaar na het einde van de termijn waarbinnen de aangifte had moeten worden gedaan. +**2.** Indien de inhoudingsplichtige de aangifte loonbelasting niet, niet binnen de in artikel 10 bedoelde termijn, dan wel onjuist of onvolledig heeft gedaan, vormt dit, in afwijking van het eerste lid, een verzuim terzake waarvan de inspecteur hem een boete van ten hoogste € 1134 kan opleggen. + +**3.** De bevoegdheid tot het opleggen van de boete wegens het niet dan wel niet tijdig doen van de aangifte vervalt door verloop van een jaar na het einde van de termijn waarbinnen de aangifte had moeten worden gedaan. De bevoegdheid tot het opleggen van de boete wegens het doen van een onjuiste of onvolledige aangifte vervalt door verloop van vijf jaar na het einde van het kalenderjaar van het aangiftetijdvak waarop de aangifte betrekking heeft. ### Artikel 67c @@ -1300,7 +1304,7 @@ Degene die niet voldoet aan de verplichting hem opgelegd bij of krachtens: a. de artikelen 6, derde lid, 43, 44, 47b, tweede lid, 49, tweede lid, 50, eerste lid, en 52a, onderdelen a en b; b. artikel 7, tweede lid, van de Wet op de kansspelbelasting; -c. de artikelen 28, aanhef en onderdelen a, b, d, e en f, 29, 35d, 35e, eerste lid, aanhef en onderdelen a, b, d, e en f, 35k, 35l en 35m, aanhef en onderdelen a, c en d, van de Wet op de loonbelasting 1964; +c. de artikelen 28, aanhef en onderdelen a, b, d en e, 29, 35d, 35e, eerste lid, aanhef en onderdelen a, b, d, e en f, 35k, 35l en 35m, aanhef en onderdelen a, c en d, van de Wet op de loonbelasting 1964; d. artikel 9, eerste lid, van de Wet op de dividendbelasting 1965; e. artikel 35, eerste, tweede en derde lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968;