2019-07-01 | BWBR0024096 | Leidraad Invordering 2008
This commit is contained in:
parent
3940b2cb34
commit
bab09b7913
1 changed files with 33 additions and 51 deletions
|
|
@ -45,11 +45,11 @@ De Leidraad Invordering 2008 is in de plaats getreden van de Leidraad Invorderin
|
|||
|
||||
– belastingen: belastingen die van rijkswege door de Belastingdienst worden geheven alsmede de opcenten;
|
||||
– besluit (het): het Uitvoeringsbesluit Invorderingswet 1990;
|
||||
– directeur van het organisatieonderdeel van de Belastingdienst: de in artikel 4, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003 bedoelde landelijk directeur van het relevante organisatieonderdeel van de Belastingdienst/Belastingen;
|
||||
– directeur van het organisatieonderdeel van de Belastingdienst: de in artikel 4, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003 bedoelde algemeen directeur van het relevante organisatieonderdeel van de Belastingdienst;
|
||||
– echtgenoot: de echtgenoot bedoeld in artikel 3 van de Pw;
|
||||
– hoger beroep: hoger beroep bij een gerechtshof dan wel, als beroep in cassatie bij de Hoge Raad is ingesteld, cassatieberoep;
|
||||
– loonheffingen: de loonbelasting en de premies volksverzekeringen en werknemersverzekeringen alsmede de ingevolge de Zorgverzekeringswet geheven inkomensafhankelijke bijdrage;
|
||||
– ministerie: ministerie van Financiën, directoraat-generaal Belastingdienst, cluster Fiscaliteit;
|
||||
– ministerie: ministerie van Financiën, directoraat-generaal Belastingdienst, Concerndirectie Fiscale en Juridische Zaken;
|
||||
– negatieve definitieve aanslag: de aanslag als bedoeld in artikel 15 AWR, waarbij de aldaar bedoelde verrekeningen hebben geleid tot een per saldo negatief bedrag;
|
||||
– negatieve voorlopige aanslag: de aanslag als bedoeld in artikel 13, eerste lid, AWR tot een negatief bedrag;
|
||||
– ondernemer: de belastingschuldige die een onderneming drijft of zelfstandig een beroep uitoefent;
|
||||
|
|
@ -972,7 +972,7 @@ Als er aanleiding toe bestaat, kan de ontvanger de omvang van het beslag bij de
|
|||
|
||||
#### 14.4.5. Derdenbeslag op een vordering waar geen beslagvrije voet voor geldt
|
||||
|
||||
Als beslag is gelegd in een situatie als bedoeld in artikel 475e dan wel artikel 475f Rv en de belastingschuldige toont aan dat hij voor zijn levensonderhoud volledig afhankelijk is van de beslagen betalingen, dan past de ontvanger zonder rechterlijke tussenkomst de regeling van de beslagvrije voet toe als bedoeld in de artikelen 475b en 475d Rv.
|
||||
Als beslag is gelegd in een situatie als bedoeld in artikel 475e dan wel artikel 475f Rv en de belastingschuldige toont aan dat hij voor zijn levensonderhoud volledig afhankelijk is van de beslagen betalingen, dan past de ontvanger zonder rechterlijke tussenkomst de regeling van de beslagvrije voet toe als bedoeld in de artikelen 475b en 475d Rv. Artikel 19.3.4, eerste alinea, laatste twee volzinnen zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
#### 14.4.5.a. Derdenbeslag en kosten van levensonderhoud
|
||||
|
||||
|
|
@ -1082,7 +1082,7 @@ Als vóór 1 januari 2011 onder de ontvanger derdenbeslag op een voorlopige teru
|
|||
|
||||
In aansluiting op artikel 17 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
|
||||
|
||||
– de schorsing van de invordering bij verzet tegen tenuitvoerlegging dwangbevel;
|
||||
– het aanhouden van de tenuitvoerlegging van een dwangbevel bij verzet;
|
||||
– verzet tegen tenuitvoerlegging van dwangbevel bij onjuiste adressering.
|
||||
|
||||
### 17.1. Aanhouden tenuitvoerlegging bij verzet
|
||||
|
|
@ -1223,7 +1223,7 @@ In dat geval geldt de vordering nog slechts voor het gedeelte waarmee de periodi
|
|||
|
||||
#### 19.3.4. Informatieverstrekking voor vaststelling beslagvrije voet
|
||||
|
||||
Om de beslagvrije voet tot het juiste bedrag vast te kunnen stellen, vraagt de ontvanger bij de belastingschuldige informatie op, waaronder begrepen gegevens van de eventuele partner. Dit gebeurt in de vooraankondiging van de loonvordering. De ontvanger vermeldt daarin de toepasselijke beslagvrije voet die hij heeft berekend op basis van de hem ter beschikking staande gegevens. Zolang de belastingschuldige geen informatie verstrekt, past de ontvanger deze beslagvrije voet toe. Als de belastingschuldige na toepassing van de loonvordering alsnog de gevraagde informatie verstrekt, wijzigt de ontvanger de beslagvrije voet vanaf de eerst volgende inhouding, dus zonder terugwerkende kracht. Het laatste geldt niet als de belastingschuldige kan aantonen dat het ontbreken van informatie niet aan hem te wijten is.
|
||||
Om de beslagvrije voet tot het juiste bedrag vast te kunnen stellen, vraagt de ontvanger bij de belastingschuldige informatie op, waaronder begrepen gegevens van de eventuele partner. Dit gebeurt in de vooraankondiging van de loonvordering. De ontvanger vermeldt daarin de toepasselijke beslagvrije voet die hij heeft berekend op basis van de hem ter beschikking staande gegevens. Zolang de belastingschuldige geen informatie verstrekt, past de ontvanger deze beslagvrije voet toe. Als de belastingschuldige na toepassing van de loonvordering alsnog de gevraagde informatie verstrekt, wijzigt de ontvanger de beslagvrije voet vanaf de eerst volgende inhouding, dus zonder terugwerkende kracht. Het laatste geldt niet als de belastingschuldige kan aantonen dat het ontbreken van informatie niet aan hem te wijten is. Indien de belastingschuldige kenbaar maakt dat de beslagvrije voet onjuist is vastgesteld, maar niet de juiste informatie verstrekt voor de goede vaststelling ervan, stelt de ontvanger hem in de gelegenheid om binnen een redelijke termijn alsnog de juiste informatie te verstrekken. Indien de belastingschuldige de juiste informatie binnen de door de ontvanger gestelde termijn aanlevert, herstelt de ontvanger de beslagvrije voet met ingang van de inhouding volgend op het moment waarop de belastingschuldige kenbaar maakte dat de beslagvrije voet onjuist was vastgesteld.
|
||||
|
||||
Als de ontvanger een loonvordering doet ten laste van een belastingschuldige waarvan geen woon- of verblijfadres bekend is, stelt hij de beslagvrije voet vast op nihil. De ontvanger kan dan immers niet bepalen of de belastingschuldige in Nederland woont. Zodra de ontvanger bekend wordt met het feit dat de belastingschuldige in Nederland woont of een vaste verblijfplaats heeft, stelt de ontvanger alsnog de juiste beslagvrije voet vast en past deze toe vanaf de eerst volgende inhouding, dus zonder terugwerkende kracht. Het laatste geldt niet als de belastingschuldige kan aantonen dat het ontbreken van het adresgegeven niet aan hem te wijten is.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1800,7 +1800,7 @@ g. belastingschuldige in staat van faillissement wordt verklaard, hem surseance
|
|||
|
||||
#### 25.1.5. Beëindigen van een betalingsregeling met meer dan één termijn
|
||||
|
||||
Als de belastingschuldige een betalingsregeling van meer dan één termijn niet nakomt, kan de ontvanger alvorens hij de regeling beëindigt, de belastingschuldige in de gelegenheid stellen om alsnog binnen tien dagen de achterstand te voldoen.
|
||||
Als de belastingschuldige een betalingsregeling van meer dan één termijn niet nakomt, kan de ontvanger alvorens hij de regeling beëindigt, de belastingschuldige in de gelegenheid stellen om alsnog binnen veertien dagen de achterstand te voldoen.
|
||||
|
||||
#### 25.1.6. Van rechtswege vervallen van een verleend uitstel
|
||||
|
||||
|
|
@ -1812,11 +1812,11 @@ Als het verzoek om uitstel van betaling schriftelijk is ingediend, stelt de ontv
|
|||
|
||||
Tenzij in de leidraad anders is aangegeven, kan de ontvanger voor een belastingaanslag waarvoor hij uitstel van betaling heeft verleend, geen invorderingsmaatregelen nemen.
|
||||
|
||||
#### 25.1.8. Na (afwijzen) uitstel tien dagen wachttijd
|
||||
#### 25.1.8. Na (afwijzen) uitstel veertien dagen wachttijd
|
||||
|
||||
Als de ontvanger geen (verder) uitstel van betaling verleent of een verleend uitstel beëindigt, of als de directeur afwijzend heeft beslist op een ingediend beroepschrift tegen de afwijzing of beëindiging, dan wordt de vervolging in beginsel niet aangevangen of voortgezet binnen een termijn van tien dagen na dagtekening van de beschikking. Hetzelfde geldt als het uitstel van betaling van rechtswege is vervallen en daarvan een mededeling is gedaan.
|
||||
Als de ontvanger geen (verder) uitstel van betaling verleent of een verleend uitstel beëindigt, of als de directeur afwijzend heeft beslist op een ingediend beroepschrift tegen de afwijzing of beëindiging, dan wordt de vervolging in beginsel niet aangevangen of voortgezet binnen een termijn van veertien dagen na dagtekening van de beschikking. Hetzelfde geldt als het uitstel van betaling van rechtswege is vervallen en daarvan een mededeling is gedaan.
|
||||
|
||||
Een dergelijke mededeling blijft overigens achterwege als op telefonisch verzoek uitstel is verleend. In dat geval geldt de termijn van tien dagen niet.
|
||||
Een dergelijke mededeling blijft overigens achterwege als op telefonisch verzoek uitstel is verleend. In dat geval geldt de termijn van veertien dagen niet.
|
||||
|
||||
Verkorting of het niet verlenen van deze termijn vindt onder meer plaats als naar het oordeel van de ontvanger aanwijzingen bestaan dat door het niet onmiddellijk aanvangen of vervolgen van de invordering de belangen van de Staat worden geschaad. Verder geldt deze termijn niet als een executieverkoop wordt opgeschort en in verband daarmee uitstel van betaling is verleend in samenhang met een prolongatieovereenkomst.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2173,7 +2173,7 @@ Gedurende de behandeling van het beroepschrift handelt de ontvanger overeenkomst
|
|||
|
||||
#### 25.7.2. Beroepsfase uitstel
|
||||
|
||||
Met overeenkomstige toepassing van artikel 24 van de regeling geldt dat de termijn voor het indienen van een beroepschrift tien dagen bedraagt. Als uit het beroepschrift niet duidelijk blijkt waarop het beroep gebaseerd is, verzoekt de ontvanger de belastingschuldige het beroepschrift binnen een redelijke termijn (nader) te motiveren. De ontvanger wijst daarbij op een mogelijke niet-ontvankelijkverklaring bij het niet voldoen aan deze motiveringsplicht.
|
||||
Met overeenkomstige toepassing van artikel 24 van de regeling geldt dat de termijn voor het indienen van een beroepschrift veertien dagen bedraagt. Als uit het beroepschrift niet duidelijk blijkt waarop het beroep gebaseerd is, verzoekt de ontvanger de belastingschuldige het beroepschrift binnen een redelijke termijn (nader) te motiveren. De ontvanger wijst daarbij op een mogelijke niet-ontvankelijkverklaring bij het niet voldoen aan deze motiveringsplicht.
|
||||
|
||||
#### 25.7.3. Beslissing directeur op beroepschrift bij uitstel
|
||||
|
||||
|
|
@ -2189,7 +2189,7 @@ Als tijdens de beroepsprocedure blijkt dat de ontvanger uitstel van betaling had
|
|||
|
||||
Als de belastingschuldige bij de ontvanger bezwaar maakt tegen de beslissing op het verzoek om uitstel of voor dezelfde belastingschuld een herhaald verzoek om uitstel indient, dan merkt de ontvanger dit aan als een beroepschrift.
|
||||
|
||||
Als de ontvanger op dat moment aanleiding ziet om een voor de belastingschuldige gunstigere beslissing te nemen, geeft hij echter een nieuwe beschikking. Als de belastingschuldige het ook met de nieuwe beschikking niet eens is, dan kan hij daartegen binnen tien dagen in beroep gaan bij de directeur.
|
||||
Als de ontvanger op dat moment aanleiding ziet om een voor de belastingschuldige gunstigere beslissing te nemen, geeft hij echter een nieuwe beschikking. Als de belastingschuldige het ook met de nieuwe beschikking niet eens is, dan kan hij daartegen binnen veertien dagen in beroep gaan bij de directeur.
|
||||
|
||||
## 25a. Uitstel van betaling exitheffingen inkomstenbelasting
|
||||
|
||||
|
|
@ -2257,19 +2257,19 @@ Als de ontvanger besluit dat kwijtschelding zal worden verleend nadat aan één
|
|||
|
||||
Als de ontvanger in de voorwaarden heeft opgenomen dat verrekening zal plaatsvinden van uit te betalen bedragen, dan stelt hij tevens de termijn vast waarin verrekening van die bedragen zal plaatsvinden. De termijn bedraagt maximaal drie jaar, te rekenen vanaf de dagtekening van de kennisgeving, dan wel – als dit minder is – de tijd die nog overblijft voordat de verjaring van de belastingaanslag intreedt.
|
||||
|
||||
Als tot de voorwaarden de voldoening van een deel van de schuld behoort, dan moet de ontvanger de belastingschuldige uitnodigen om binnen een termijn van tien dagen een voorstel te doen met betrekking tot de betaling van dat deel. Hierbij is het uitstelbeleid (zie artikel 25 van deze leidraad) van toepassing. Als tot de voorwaarden naast de voldoening van een deel van de schuld ook de verrekening van teruggaven behoort, wordt het te betalen bedrag niet beïnvloed door de hoogte van de verrekende teruggaven.
|
||||
Als tot de voorwaarden de voldoening van een deel van de schuld behoort, dan moet de ontvanger de belastingschuldige uitnodigen om binnen een termijn van veertien dagen een voorstel te doen met betrekking tot de betaling van dat deel. Hierbij is het uitstelbeleid (zie artikel 25 van deze leidraad) van toepassing. Als tot de voorwaarden naast de voldoening van een deel van de schuld ook de verrekening van teruggaven behoort, wordt het te betalen bedrag niet beïnvloed door de hoogte van de verrekende teruggaven.
|
||||
|
||||
#### 26.1.6. Motivering afwijzing van het verzoek om kwijtschelding
|
||||
|
||||
Als de ontvanger het verzoek om kwijtschelding afwijst, moet hij motiveren waarom hij tot afwijzing van het verzoek heeft besloten. Daarbij moet hij alle afwijzingsgronden noemen.
|
||||
|
||||
#### 26.1.7. Na afwijzen kwijtschelding tien dagen wachttijd bij voortzetting invordering
|
||||
#### 26.1.7. Na afwijzen kwijtschelding veertien dagen wachttijd bij voortzetting invordering
|
||||
|
||||
Als de ontvanger geen kwijtschelding verleent, of als de directeur afwijzend heeft beslist op een ingediend beroepschrift tegen de afwijzing, dan wordt de vervolging in beginsel niet aangevangen of voortgezet binnen een termijn van tien dagen na dagtekening van de beschikking. Deze termijn wordt niet of niet geheel verleend als naar het oordeel van de ontvanger aanwijzingen bestaan dat door het niet direct aanvangen of vervolgen van de invordering de belangen van de Staat worden geschaad.
|
||||
Als de ontvanger geen kwijtschelding verleent, of als de directeur afwijzend heeft beslist op een ingediend beroepschrift tegen de afwijzing, dan wordt de vervolging in beginsel niet aangevangen of voortgezet binnen een termijn van veertien dagen na dagtekening van de beschikking. Deze termijn wordt niet of niet geheel verleend als naar het oordeel van de ontvanger aanwijzingen bestaan dat door het niet direct aanvangen of vervolgen van de invordering de belangen van de Staat worden geschaad.
|
||||
|
||||
#### 26.1.8. Mondeling meedelen afwijzen kwijtschelding
|
||||
|
||||
Om de belangen van de Staat niet te schaden, kan de ontvanger de beslissing op een kort voor de executoriale verkoop ingediend verzoek om kwijtschelding mondeling bekend maken. De ontvanger bevestigt deze beslissing zo spoedig mogelijk bij beschikking. In dat geval geldt niet de termijn van tien dagen waarbinnen de ontvanger de invordering niet mag aanvangen of voortzetten.
|
||||
Om de belangen van de Staat niet te schaden, kan de ontvanger de beslissing op een kort voor de executoriale verkoop ingediend verzoek om kwijtschelding mondeling bekend maken. De ontvanger bevestigt deze beslissing zo spoedig mogelijk bij beschikking. In dat geval geldt niet de termijn van veertien dagen waarbinnen de ontvanger de invordering niet mag aanvangen of voortzetten.
|
||||
|
||||
Evenzo geldt voor een kort voor de executoriale verkoop gedaan verzoek dat niet is ingediend op een verzoekformulier of op een verzoekformulier dat onvolledig is ingevuld, dat de ontvanger de belastingschuldige niet in de gelegenheid stelt het verzoek in te dienen op het daartoe bestemde formulier of de belastingschuldige niet in de gelegenheid stelt de ontbrekende gegevens aan te vullen (zoals bepaald in de artikelen 26.1.2 en 26.1.3 van deze leidraad), maar het verzoek afwijst.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2552,9 +2552,9 @@ In alle gevallen waarin de directeur het beroep gegrond oordeelt, kan hij de zaa
|
|||
|
||||
#### 26.4.6. Invordering na administratief beroep en herhaald verzoek om kwijtschelding
|
||||
|
||||
Als een verzoek om kwijtschelding wordt afgewezen, wordt de invordering niet eerder voortgezet dan nadat tien dagen zijn verstreken. Artikel 9 van de regeling is van overeenkomstige toepassing. Als binnen de termijn van tien dagen een beroepschrift wordt ingediend, dan wordt gedurende de behandeling van dit beroepschrift ook gehandeld overeenkomstig artikel 9 van de regeling.
|
||||
Als een verzoek om kwijtschelding wordt afgewezen, wordt de invordering niet eerder voortgezet dan nadat veertien dagen zijn verstreken. Artikel 9 van de regeling is van overeenkomstige toepassing. Als binnen de termijn van veertien dagen een beroepschrift wordt ingediend, dan wordt gedurende de behandeling van dit beroepschrift ook gehandeld overeenkomstig artikel 9 van de regeling.
|
||||
|
||||
Indiening van het beroepschrift na de termijn van tien dagen leidt tot niet-ontvankelijkheid. Dit neemt echter niet weg dat – als het belang van de invordering zich daartegen niet verzet – van de directeur mag worden verwacht dat hij alsnog ambtshalve de grieven die in het beroepschrift zijn aangedragen op hun waarde beoordeelt. Ook in dat geval wordt gehandeld overeenkomstig artikel 9 van de regeling.
|
||||
Indiening van het beroepschrift na de termijn van veertien dagen leidt tot niet-ontvankelijkheid. Dit neemt echter niet weg dat – als het belang van de invordering zich daartegen niet verzet – van de directeur mag worden verwacht dat hij alsnog ambtshalve de grieven die in het beroepschrift zijn aangedragen op hun waarde beoordeelt. Ook in dat geval wordt gehandeld overeenkomstig artikel 9 van de regeling.
|
||||
|
||||
Of het belang van de invordering zich tegen ambtshalve behandeling verzet, hangt af van de omstandigheden. Hiervan is echter in ieder geval sprake als inmiddels onherroepelijke invorderingsmaatregelen zijn genomen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2568,11 +2568,11 @@ Als tijdens de beroepsprocedure blijkt dat de ontvanger kwijtschelding had moete
|
|||
|
||||
#### 26.5.1. Invordering na afwijzing verzoek om kwijtschelding
|
||||
|
||||
Als de ontvanger afwijzend heeft beslist op een verzoek om kwijtschelding of een aangeboden akkoord, of de directeur heeft afwijzend beslist op een ingediend beroepschrift tegen een afwijzende beschikking van de ontvanger, dan moet de belastingschuldige het op de belastingaanslag(en) verschuldigde bedrag binnen tien dagen na dagtekening van de afwijzende beschikking of binnen de betaaltermijnen die op het aanslagbiljet zijn aangegeven, voldoen. Na deze termijn kan de ontvanger de invordering aanvangen dan wel voortzetten. De termijn van tien dagen geldt niet als sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 10 van de wet.
|
||||
Als de ontvanger afwijzend heeft beslist op een verzoek om kwijtschelding of een aangeboden akkoord, of de directeur heeft afwijzend beslist op een ingediend beroepschrift tegen een afwijzende beschikking van de ontvanger, dan moet de belastingschuldige het op de belastingaanslag(en) verschuldigde bedrag binnen veertien dagen na dagtekening van de afwijzende beschikking of binnen de betaaltermijnen die op het aanslagbiljet zijn aangegeven, voldoen. Na deze termijn kan de ontvanger de invordering aanvangen dan wel voortzetten. De termijn van veertien dagen geldt niet als sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 10 van de wet.
|
||||
|
||||
### 26.6. Geen verdere invorderingsmaatregelen en afwijzing verzoek om kwijtschelding
|
||||
|
||||
Als de belastingschuldige niet in aanmerking komt voor kwijtschelding maar de ontvanger voortzetting van de invordering niet gewenst vindt, wijst de ontvanger het verzoek om kwijtschelding af. De ontvanger neemt in die beschikking op in hoeverre hij geen invorderingsmaatregelen zal treffen.
|
||||
Als de belastingschuldige niet in aanmerking komt voor kwijtschelding maar de ontvanger voortzetting van de invordering niet gewenst vindt, wijst de ontvanger het verzoek om kwijtschelding af. De ontvanger neemt in die beschikking op in hoeverre hij geen invorderingsmaatregelen zal treffen. Tegen het besluit van de ontvanger om geen invorderingsmaatregelen meer te treffen staat geen administratief beroep open.
|
||||
|
||||
Als de ontvanger besluit tot het niet meer nemen van invorderingsmaatregelen voor de nog openstaande schuld zonder dat hij daaraan voorwaarden verbindt, heeft de beslissing voor de belastingschuldige materieel dezelfde gevolgen als kwijtschelding.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2977,7 +2977,7 @@ De inlener kan de identiteit van de arbeidskracht aantonen door in zijn administ
|
|||
– als dat van toepassing is, de aanwezigheid van een A1-verklaring, verblijfsvergunning, tewerkstellingsvergunning of notificatie;
|
||||
– naam-, adres- en woonplaats van de uitlener en het inschrijvingsnummer van de uitlener bij de Kamer van Koophandel.
|
||||
|
||||
De administratie moet ook een adequate procedure bevatten aan de hand waarvan de identificatie van de arbeidskracht, de verificatie van het identiteitsbewijs en de vastlegging van de persoonsgegevens plaatsvindt. Deze procedure moet ten minste voldoen aan de bepalingen van de Algemene verordening gegevensbescherming, de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming en de Richtsnoeren van het Autoriteit Persoonsgegevens. In dat geval zal de ontvanger de hoogte van de aansprakelijkheid voor de betreffende inlener verlagen aan de hand van herrekeningsregels. Deze verlaging kan al plaatsvinden ten tijde van de aansprakelijkstelling, maar ook in de bezwaar- of (hoger) beroepfase. Dit gebeurt aan de hand van de volgende herrekeningsregels.
|
||||
De administratie moet ook een adequate procedure bevatten aan de hand waarvan de identificatie van de arbeidskracht, de verificatie van het identiteitsbewijs en de vastlegging van de persoonsgegevens plaatsvindt. Deze procedure moet ten minste voldoen aan de bepalingen van de Algemene verordening gegevensbescherming, de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming en de Richtsnoeren van de Autoriteit Persoonsgegevens. In dat geval zal de ontvanger de hoogte van de aansprakelijkheid voor de betreffende inlener verlagen aan de hand van herrekeningsregels. Deze verlaging kan al plaatsvinden ten tijde van de aansprakelijkstelling, maar ook in de bezwaar- of (hoger) beroepfase. Dit gebeurt aan de hand van de volgende herrekeningsregels.
|
||||
|
||||
In het geval van matiging wordt bij de brutering van het loon – althans voor zover het de loonbelasting en premie volksverzekeringen betreft – gebruik gemaakt van een marginaal percentage. Het marginale tarief is de uitkomst van een berekening waarbij het (gewogen) gemiddelde tarief dat behoort bij de laagste (geknipte) tariefschijf ex artikel 20a juncto artikel 27, tweede lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 wordt vermenigvuldigd met twee, vervolgens wordt geteld bij het tarief dat behoort bij de tweede tariefschijf (t.a.p.) waarna de som wordt gedeeld door drie. De loonbelasting/premie volksverzekeringen over de werkzaamheden waarvoor de aansprakelijkheid bestaat, wordt vervolgens berekend met toepassing van hetzelfde (marginale) percentage.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3215,7 +3215,7 @@ De aannemer kan de identiteit van de werknemer aantonen door in zijn administrat
|
|||
– als dat van toepassing is, de aanwezigheid van een A1-verklaring, verblijfsvergunning, tewerkstellingsvergunning of notificatie;
|
||||
– naam-, adres- en woonplaats van de onderaannemer.
|
||||
|
||||
De administratie moet ook een adequate procedure bevatten aan de hand waarvan de identificatie van de werknemer, de verificatie van het identiteitsbewijs en de vastlegging van de persoonsgegevens plaatsvindt. Deze procedure moet ten minste voldoen aan de bepalingen van de Algemene verordening gegevensbescherming, de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming en de Richtsnoeren van het Autoriteit Persoonsgegevens. In dat geval zal de ontvanger de hoogte van de aansprakelijkheid voor de betreffende aannemer verlagen aan de hand van herrekeningsregels. Deze verlaging kan al plaatsvinden ten tijde van de aansprakelijkstelling, maar ook in de bezwaar- of (hoger) beroepfase. Dit gebeurt aan de hand van de volgende herrekeningsregels.
|
||||
De administratie moet ook een adequate procedure bevatten aan de hand waarvan de identificatie van de werknemer, de verificatie van het identiteitsbewijs en de vastlegging van de persoonsgegevens plaatsvindt. Deze procedure moet ten minste voldoen aan de bepalingen van de Algemene verordening gegevensbescherming, de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming en de Richtsnoeren van de Autoriteit Persoonsgegevens. In dat geval zal de ontvanger de hoogte van de aansprakelijkheid voor de betreffende aannemer verlagen aan de hand van herrekeningsregels. Deze verlaging kan al plaatsvinden ten tijde van de aansprakelijkstelling, maar ook in de bezwaar- of (hoger) beroepfase. Dit gebeurt aan de hand van de volgende herrekeningsregels.
|
||||
|
||||
In het geval van matiging wordt bij de brutering van het loon - althans voor zover het de loonbelasting en premie volksverzekeringen betreft - gebruik gemaakt van een marginaal percentage. Het marginale tarief is de uitkomst van een berekening waarbij het (gewogen) gemiddelde tarief dat behoort bij de laagste (geknipte) tariefschijf ex artikel 20a juncto artikel 27, tweede lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 wordt vermenigvuldigd met twee, vervolgens wordt geteld bij het tarief dat behoort bij de tweede tariefschijf (t.a.p.) waarna de som wordt gedeeld door drie. De loonbelasting/premie volksverzekeringen over de werkzaamheden waarvoor de aansprakelijkheid bestaat, wordt vervolgens berekend met toepassing van hetzelfde (marginale) percentage.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3843,7 +3843,7 @@ Voor zover in het bedrag van de aansprakelijkstellingsbeschikking tevens een bed
|
|||
|
||||
### 49.2a. Vooraankondiging aansprakelijkstelling
|
||||
|
||||
Voordat de ontvanger een beschikking aansprakelijkstelling uitbrengt waarin omzetbelasting, accijns, energiebelasting of rechten bij invoer en bij uitvoer als bedoeld in artikel 7:3 van de Algemene douanewet zijn begrepen, stuurt hij een vooraankondiging. In die vooraankondiging geeft de ontvanger de gronden aan waarop hij de aansprakelijkstelling baseert, bijvoorbeeld de resultaten uit een boekenonderzoek. Als bijlage stuurt de ontvanger de conceptbeschikking mee. De ontvanger stelt de belanghebbende in de gelegenheid om binnen drie weken na de dagtekening van de vooraankondiging zijn zienswijze kenbaar te maken en aan te geven of hij gebruik wenst te maken van zijn recht om te worden gehoord.
|
||||
Voordat de ontvanger een beschikking aansprakelijkstelling uitbrengt waarin omzetbelasting, accijns, energiebelasting of rechten bij invoer en bij uitvoer als bedoeld in artikel 7:3 van de Algemene douanewet zijn begrepen, stuurt hij een vooraankondiging. In die vooraankondiging geeft de ontvanger de gronden aan waarop hij de aansprakelijkstelling baseert, bijvoorbeeld de resultaten uit een boekenonderzoek. Als bijlage stuurt de ontvanger de conceptbeschikking mee. De ontvanger stelt de belanghebbende in de gelegenheid om binnen drie weken na de dagtekening van de vooraankondiging zijn zienswijze kenbaar te maken.
|
||||
|
||||
### 49.3. De aansprakelijkstelling – in gebreke zijn
|
||||
|
||||
|
|
@ -4275,7 +4275,7 @@ Voor een voorlopige aanslag vraagt de ontvanger slechts een faillissement aan al
|
|||
|
||||
#### 73.4.2. Ontbinding van rechtspersonen in plaats van faillissementsaanvraag
|
||||
|
||||
Als sprake is van een rechtspersoon die geen activiteiten meer uitoefent, en bovendien bekend is dat geen baten aanwezig zijn, dan wordt de voorkeur gegeven aan het treffen van maatregelen die moeten leiden tot ontbinding van die rechtspersoon conform artikel 2:19a BW boven het aanvragen van het faillissement van die rechtspersoon.
|
||||
Als sprake is van een rechtspersoon die geen activiteiten meer uitoefent, en bovendien bekend is dat geen baten aanwezig noch te verwachten zijn, dan wordt de voorkeur gegeven aan het treffen van maatregelen die moeten leiden tot ontbinding van die rechtspersoon conform artikel 2:19a BW boven het aanvragen van het faillissement van die rechtspersoon.
|
||||
|
||||
#### 73.4.3. Particulieren en faillissement
|
||||
|
||||
|
|
@ -4299,7 +4299,7 @@ De ontvanger doet dit niet als duidelijk is dat het verzoek louter is gedaan om
|
|||
|
||||
#### 73.4.6. Toestemming voor faillissementsaanvraag
|
||||
|
||||
De ontvanger moet voor iedere faillissementsaanvraag schriftelijk toestemming van het ministerie hebben. Het voorgaande geldt ook voor in hoger beroep te voeren zaken over een faillissementsaanvraag.
|
||||
De ontvanger moet voor iedere faillissementsaanvraag schriftelijk toestemming van het ministerie van Financiën, directoraat-generaal Belastingdienst, Corporate Dienst Vaktechniek hebben. Het voorgaande geldt ook voor in hoger beroep te voeren zaken over een faillissementsaanvraag.
|
||||
|
||||
#### 73.4.7. Steunvordering UWV voor faillissementsaanvraag
|
||||
|
||||
|
|
@ -4323,7 +4323,7 @@ Bij de afwikkeling van een faillissement door de curator kan vertraging ontstaan
|
|||
|
||||
De curator overlegt aan de ontvanger alle relevante gegevens met betrekking tot de vorderingen op de betreffende schuldenaren van de failliet. In ieder geval maakt de curator (ook kwantitatief) inzichtelijk, hoe groot het belang van de ontvanger is bij afwikkeling van de boedel mét en zónder inning van de vordering waarvoor een beroep op het regresrecht wordt gedaan.
|
||||
|
||||
De ontvanger verzendt de curator binnen tien dagen na ontvangst van de gegevens een ontvangstbevestiging. Als de ontvanger naar aanleiding van de verstrekte gegevens nadere informatie wenst, vermeldt hij dat in de ontvangstbevestiging. Ook geeft hij aan de redelijke termijn waarop de aanvullende gegevens moeten zijn verstrekt.
|
||||
De ontvanger verzendt de curator binnen veertien dagen na ontvangst van de gegevens een ontvangstbevestiging. Als de ontvanger naar aanleiding van de verstrekte gegevens nadere informatie wenst, vermeldt hij dat in de ontvangstbevestiging. Ook geeft hij aan de redelijke termijn waarop de aanvullende gegevens moeten zijn verstrekt.
|
||||
|
||||
De ontvanger betrekt in ieder geval de volgende aspecten bij de mogelijke, door hem te nemen beslissingen:
|
||||
|
||||
|
|
@ -4530,17 +4530,6 @@ Gedurende een door de rechtbank afgekondigde afkoelingsperiode als bedoeld in ar
|
|||
|
||||
## 74. Uitstel- en kwijtscheldingsfaciliteiten
|
||||
|
||||
Voor belastingaanslagen betreffende de inkomstenbelasting zijn in artikel 25 van de wet uitstelfaciliteiten opgenomen in het vierde, vijfde, achtste, negende, veertiende, zestiende, zeventiende en achttiende lid.
|
||||
|
||||
Voor belastingaanslagen betreffende de rechten van successie of schenking dan wel schenk- of erfbelasting bevat artikel 25 van de wet uitstelfaciliteiten in het derde, twaalfde en dertiende lid. In artikel 6 van het besluit en in de hoofdstukken I, IA en IB, van de regeling zijn hierover nadere regels gesteld.
|
||||
|
||||
De uitstelfaciliteiten van artikel 25 hebben zowel betrekking op:
|
||||
|
||||
– belastingschuld die is vervat in een afzonderlijke conserverende aanslag (artikel 25, vierde, vijfde, achtste, twaalfde en zeventiende lid, van de wet);
|
||||
– belastingschuld die is begrepen in een gewone belastingaanslag (artikel 25, derde, negende, dertiende, veertiende, zestiende en achttiende lid, van de wet).
|
||||
|
||||
In artikel 26, tweede en derde lid, van de wet is bepaald dat bij ministeriële regeling regels worden gegeven op grond waarvan – onder de in die leden bepaalde voorwaarden – kwijtschelding kan worden verleend voor belastingaanslagen waarvoor op de voet van artikel 25, vijfde en achtste lid, van de wet uitstel van betaling is verleend. Dit betreffen de zogenoemde conserverende belastingaanslagen.
|
||||
|
||||
In dit artikel is het volgende beleid over uitstel- en kwijtscheldingsfaciliteiten opgenomen:
|
||||
|
||||
– algemene uitgangspunten;
|
||||
|
|
@ -4551,7 +4540,6 @@ In dit artikel is het volgende beleid over uitstel- en kwijtscheldingsfaciliteit
|
|||
– uitstel op basis van artikel 25, twaalfde lid, van de wet;
|
||||
– beoordeling verzoek om uitstel en artikel 25, veertiende lid, van de wet;
|
||||
– uitstel op basis van artikel 25, zestiende lid, van de wet;
|
||||
– uitstel en de Regeling beëindiging veehouderijtakken;
|
||||
– uitstel op basis van artikel 25, zeventiende lid, van de wet;
|
||||
– uitstel op basis van artikel 25, achttiende en negentiende lid, van de wet.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4614,12 +4602,6 @@ De inspecteur zal dan een (nieuwe) belastingaanslag opleggen naar aanleiding van
|
|||
|
||||
De uitsteltermijn voor een conserverende aanslag als bedoeld in artikel 70b van de wet vangt aan vanaf de dag na de vervaldag van de voor die aanslag geldende enige of laatste betalingstermijn.
|
||||
|
||||
Het uitstel eindigt als één van de volgende omstandigheden zich voordoet:
|
||||
|
||||
– de woning is geen eigen woning meer in de zin van artikel 3.111, Wet inkomstenbelasting 2001;
|
||||
– de belastingschuldige geniet een voordeel als bedoeld in artikel 3.116, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 (uitkering op kapitaalverzekering), zoals dat artikel luidde op 31 december 2012, dan wel artikel 10bis.4, eerste lid;
|
||||
– er wordt niet meer voldaan aan de voorwaarden van de regeling met betrekking tot de kapitaalverzekering eigen woning, als bedoeld in artikel 3.116, derde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, zoals dat artikel luidde op 31 december 2012, dan wel artikel 10bis.4, derde lid.
|
||||
|
||||
### 74.4. Nadere voorwaarden voor uitstel op basis van
|
||||
|
||||
1. De ontvanger verbindt aan het verlenen van uitstel van betaling op basis van artikel 25, achtste lid, van de wet of aan het voortzetten ervan op grond van artikel 2, zevende tot en met tiende lid, van de regeling de voorwaarde dat de belastingschuldige jaarlijks de volgende gegevens overlegt:
|
||||
|
|
@ -4669,21 +4651,21 @@ De ontvanger verleent uitsluitend uitstel van betaling als de belastingschuldige
|
|||
|
||||
### 74.7. Beoordeling verzoek om uitstel en
|
||||
|
||||
#### 74.7.1. Uitgangspunt betalingsregeling
|
||||
|
||||
Als uitgangspunt voor de betalingsregeling als bedoeld in artikel 25, veertiende lid, van de wet geldt de situatie waarin niet (direct) de benodigde middelen worden verkregen om de verschuldigde belasting te voldoen. Wordt de zaak vervreemd of vinden aflossingen plaats, komen in zoverre middelen beschikbaar om de nog openstaande belastingschuld te betalen en is er aanleiding het uitstel te beëindigen.
|
||||
|
||||
#### 74.7.1
|
||||
|
||||
Vervallen.
|
||||
|
||||
### 74.8. Uitstel op basis van
|
||||
|
||||
Als uitgangspunt voor de betalingsregeling als bedoeld in artikel 25, zestiende lid, van de wet geldt de situatie waarin niet (direct) de benodigde middelen worden verkregen om de verschuldigde belasting te voldoen. Voor zover de woning ophoudt een eigen woning te zijn dan wel aflossingen plaatsvinden, komen in zoverre middelen beschikbaar om de nog openstaande belastingschuld te betalen en is er aanleiding het uitstel te beëindigen.
|
||||
|
||||
Bij de beoordeling van het direct af te lossen bedrag en van de vermogensbestanddelen van de belastingschuldige wordt gehandeld in overeenstemming met het reguliere uitstelbeleid.
|
||||
|
||||
### 74.9. Uitstel en de Regeling beëindiging veehouderijtakken
|
||||
### 74.9
|
||||
|
||||
Op de uitstelregeling voor de belastingschuldige die op grond van de Regeling beëindiging veehouderijtakken zijn onderneming staakt, is het beleid opgenomen in deze leidraad zoals dat geldt voor de uitstelregeling ingevolge artikel 25, zestiende lid, van de wet van overeenkomstige toepassing, tenzij daarvan uitdrukkelijk in deze leidraad wordt afgeweken.
|
||||
|
||||
De uitstelregeling is opgenomen in artikel XIVa van de Wet ondernemerspakket 2001. De mogelijkheid tot uitstel op grond hiervan geldt voor veehouders die hun onderneming hebben gestaakt ná 19 maart 2000 en vóór 1 januari 2001.
|
||||
Vervallen.
|
||||
|
||||
### 74.10. Uitstel op basis van
|
||||
|
||||
|
|
@ -4981,7 +4963,7 @@ Hoofdstuk 2 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) bevat de
|
|||
|
||||
Paragraaf 3 van hoofdstuk 2 Awir omschrijft de bevoegdheden die Belastingdienst/Toeslagen heeft om een teruggevorderde toeslag in te vorderen. Dit hoofdstuk beschrijft het beleid bij invordering van toeslagschuld.
|
||||
|
||||
De directeur van Belastingdienst/Toeslagen heeft de in artikel 4, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003 bedoelde landelijk directeuren van de Belastingdienst die zijn belast met de invordering van rijksbelastingen, mandaat verleend om namens Belastingdienst/Toeslagen toeslagschuld in te vorderen. In de uitoefening van die invorderingstaak treden zij niet op in hun hoedanigheid van ontvanger maar als het bestuursorgaan Belastingdienst/Toeslagen.
|
||||
De directeur van Belastingdienst/Toeslagen heeft de in artikel 4, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003 bedoelde algemeen directeuren van de Belastingdienst die zijn belast met de invordering van rijksbelastingen, mandaat verleend om namens Belastingdienst/Toeslagen toeslagschuld in te vorderen. In de uitoefening van die invorderingstaak treden zij niet op in hun hoedanigheid van ontvanger maar als het bestuursorgaan Belastingdienst/Toeslagen.
|
||||
|
||||
De belastingdeurwaarder is in de Awir bevoegd verklaard voor het verrichten van deurwaarderswerkzaamheden in opdracht van Belastingdienst/Toeslagen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -5042,7 +5024,7 @@ Zie voor toeslagschulden na de toepassing van de WSNP of MSNP de artikelen 73.2.
|
|||
|
||||
### 79.4. Minnelijke schuldsaneringsregeling, (buiten)gerechtelijk akkoord en toeslagschuld
|
||||
|
||||
Voor een toeslagschuld geldt dat het invorderingsbeleid voor belastingschulden zoals dat is verwoord in de artikelen 73.5 en 73.6 van deze leidraad overeenkomstig wordt toepast. In aanvulling op artikel 73.5.1, vijfde volzin, en artikel 73.5.3, laatste volzin, geldt dat een verrekening van een voorschot ter zake van toeslagen, die in termijnen behoort te worden uitbetaald, moet worden teruggedraaid voor zover die verrekening betrekking heeft op de voorschottermijnen die verstrijken na de ontvangst van het afschrift van de stabilisatie-overeenkomst of van de schriftelijke mededeling als bedoeld in artikel 73.5.1, tweede volzin. Dit geldt ook als sprake is van een verrekening met termijnbedragen ingevolge een betalingsregeling als bedoeld in de artikelen 79.7 en 79.8. Voor de toepassing van artikel 73.6 van deze leidraad geldt – anders dan voor belastingschulden – voor toeslagschulden dat de ontvanger in het kader van een akkoord een gelijk percentage opeist als het percentage dat aan concurrente schuldeisers op hun vorderingen zal worden uitgekeerd.
|
||||
Voor een toeslagschuld geldt dat het invorderingsbeleid voor belastingschulden zoals dat is verwoord in de artikelen 73.5 en 73.6 van deze leidraad overeenkomstig wordt toegepast. In aanvulling op artikel 73.5.1, vijfde volzin, en artikel 73.5.3, laatste volzin, geldt dat een verrekening van een voorschot ter zake van toeslagen, die in termijnen behoort te worden uitbetaald, moet worden teruggedraaid voor zover die verrekening betrekking heeft op de voorschottermijnen die verstrijken na de ontvangst van het afschrift van de stabilisatie-overeenkomst of van de schriftelijke mededeling als bedoeld in artikel 73.5.1, tweede volzin. Dit geldt ook als sprake is van een verrekening met termijnbedragen ingevolge een betalingsregeling als bedoeld in de artikelen 79.7 en 79.8. Voor de toepassing van artikel 73.6 van deze leidraad geldt – anders dan voor belastingschulden – voor toeslagschulden dat de ontvanger in het kader van een akkoord een gelijk percentage opeist als het percentage dat aan concurrente schuldeisers op hun vorderingen zal worden uitgekeerd.
|
||||
|
||||
### 79.4a. Wettelijk breed moratorium
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue