2010-08-01 | BWBR0005946 | Inrichtingsbesluit W.V.O.
This commit is contained in:
parent
4a3ede02a7
commit
baf57a6147
1 changed files with 61 additions and 16 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Inrichtingsbesluit W.V.O.
|
|||
bwb_id: BWBR0005946
|
||||
type: AMvB
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2005-08-01'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2010-08-01'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0005946
|
||||
citeertitel: Inrichtingsbesluit W.V.O.
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -157,18 +157,7 @@ Een leerling, komende van een gelijksoortige school, wordt bij toelating geplaat
|
|||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
**1.** Tenzij artikel 9 van toepassing is, wordt een leerling niet tot een hoger leerjaar dan het eerste toegelaten dan nadat uit een door het bevoegd gezag ingesteld onderzoek is gebleken dat de leerling het onderwijs in het leerjaar waarvoor toelating wordt gevraagd, naar verwachting met voldoende resultaat zal kunnen volgen, met dien verstande dat toelating van een leerling tot het tweede of derde leerjaar niet wordt geweigerd op de grond dat de leerling een of meer vakken niet heeft gevolgd.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Tot het vierde leerjaar van een school of afdeling voor h.a.v.o. kan als leerling slechts worden toegelaten degene die in het bezit is van een hierna genoemd bewijs, diploma of getuigschrift:
|
||||
|
||||
a. een bewijs de eerste drie leerjaren van een school voor v.w.o. of van een school voor h.a.v.o. met gunstig gevolg te hebben doorlopen;
|
||||
b. het diploma voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs voor zover het betreft de theoretische leerweg of de gemengde leerweg;
|
||||
c. een diploma waaruit blijkt dat een school die aansluitend op het basisonderwijs op grond van de Experimentenwet onderwijs heeft geëxperimenteerd met het geven van middenschoolonderwijs, met goed gevolg is doorlopen en een bewijs waaruit blijkt dat de resultaten van het gevolgde onderwijs overeenstemmen met het niveau dat ingevolge het bepaalde in onderdeel *a* of *b* van dit lid voor toelating van een leerling is voorgeschreven;
|
||||
d. een getuigschrift basisvorming van een school die aansluitend op het basisonderwijs op grond van de Experimentenwet onderwijs heeft geëxperimenteerd met basisvorming en primair beroepsonderwijs en een verklaring waaruit blijkt dat de resultaten van het gevolgde onderwijs overeenstemmen met het niveau dat ingevolge het bepaalde in onderdeel *a* of *b* van dit lid voor toelating van een leerling is voorgeschreven.
|
||||
|
||||
**3.** De inspectie kan in bijzondere gevallen afwijking van het bepaalde in het tweede lid toestaan, indien de leerling naar verwachting het onderwijs in het vierde leerjaar met voldoende resultaat zal kunnen volgen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
|
|
@ -682,13 +671,69 @@ e. een regeling die de inspectie in staat stelt toezicht te houden op de leeract
|
|||
|
||||
Met het oog op de stage kan het bevoegd gezag ten behoeve van de leerlingen een schriftelijke samenwerkingsovereenkomst met een of meer stagegevers aangaan waarin mede een of meer onderdelen van de stage-overeenkomst, bedoeld in artikel 35, tweede lid, worden opgenomen.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 7. Aanwijzing groepen leerlingen in verband met onderwijs in taal land van oorsprong
|
||||
## Hoofdstuk IV. Beoordeling leerresultaten
|
||||
|
||||
### Artikel 37
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk IV. Overgangs- en slotbepalingen
|
||||
De inspectie hanteert voor zover van toepassing de volgende indicatoren voor de beoordeling van de leerresultaten:
|
||||
|
||||
a. het rendement van de eerste twee leerjaren;
|
||||
b. het rendement van de overige leerjaren;
|
||||
c. het gemiddelde cijfer van het centraal examen;
|
||||
d. het gemiddelde verschil tussen het cijfer van het centraal examen en het cijfer van het schoolexamen.
|
||||
|
||||
**2.** De indicatoren worden onderscheiden naar de in artikel 23a1, eerste lid, van de wet genoemde schoolsoorten en leerwegen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De in het eerste lid, onder a, genoemde indicator wordt bepaald door het verschil tussen:
|
||||
|
||||
a. het niveau dat de leerling gelet op het onderwijskundig rapport van de directeur van de basisschool, bedoeld in artikel 42 van de Wet op het primair onderwijs, naar verwachting in het derde leerjaar bereikt, en
|
||||
b. het niveau dat de leerling daadwerkelijk in dat leerjaar heeft bereikt.
|
||||
|
||||
**4.** De in het eerste lid, onder b, genoemde indicator heeft betrekking op de mate waarin leerlingen in de leerjaren na het tweede leerjaar zonder vertraging of afstroom het diploma hebben behaald. Daarbij wordt een leerling aangemerkt als te zijn bevorderd indien deze aan het eind van het schooljaar is overgegaan naar het volgende leerjaar van dezelfde of een hogere opleiding.
|
||||
|
||||
**5.** De in het eerste lid, onder c, genoemde indicator omvat een naar leerlingaantallen gewogen gemiddeld cijfer over alle vakken of een cluster van vakken.
|
||||
|
||||
**6.** De in het eerste lid, onder d, genoemde indicator omvat het gemiddelde verschil tussen de cijfers van het schoolexamen en het centraal examen over een periode van drie jaren.
|
||||
|
||||
**7.** Bij de bepaling van de leerresultaten, bedoeld in het eerste lid, onder a tot en met c, kan rekening worden gehouden met de leerlingen die zijn geïndiceerd voor leerwegondersteunend onderwijs.
|
||||
|
||||
**8.** Bij de bepaling van de leerresultaten, bedoeld in het eerste lid , onder b of c, kan rekening worden gehouden met groepskenmerken en individuele kenmerken van leerlingen, met dien verstande dat in elk geval rekening wordt gehouden met de sociaal-economische situatie van de leerlingen.
|
||||
|
||||
**9.** De scores waarop het oordeel over de in het eerste lid, onder a tot en met c, bedoelde indicatoren wordt gebaseerd, kunnen wegens bijzondere omstandigheden worden gecorrigeerd.
|
||||
|
||||
### Artikel 37a
|
||||
|
||||
Bij ministeriële regeling worden nadere regels gegeven met betrekking tot de berekening van de indicatoren, genoemd in artikel 37, eerste lid, waaronder begrepen de toe te passen correcties, bedoeld in het zevende en achtste lid van dat artikel. Voorts worden bij die regeling regels gegeven met betrekking tot:
|
||||
|
||||
a. de aard en de aantallen gegevens die ten minste nodig zijn voor de toepassing van de indicatoren;
|
||||
b. de normering waarop de inspectie het oordeel voldoende dan wel onvoldoende onderwijsresultaat baseert, na toepassing van de indicatoren;
|
||||
c. de wijze waarop per schoolsoort of leerweg de beoordelingen, gebaseerd op de afzonderlijke indicatoren, leiden tot een oordeel over de leerresultaten van die schoolsoort onderscheidenlijk leerweg.
|
||||
|
||||
### Artikel 37b
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De indicatoren worden vastgesteld dan wel gewijzigd met inachtneming van de volgende procedure:
|
||||
|
||||
a. gelet op recente ontwikkelingen, een eigen analyse en signalen van organisaties uit het onderwijsveld, beslist de inspecteur-generaal van het onderwijs of hij Onze Minister een voorstel doet voor het aanpassen van een indicator of voor het vaststellen van een nieuwe indicator;
|
||||
b. over het concept-voorstel overlegt de inspecteur-generaal van het onderwijs met de daarvoor in aanmerking komende organisaties uit het onderwijsveld;
|
||||
c. de inspecteur-generaal van het onderwijs legt het voorstel voor aan Onze Minister, onder vermelding van de wijze waarop in het voorstel rekening is gehouden met de reacties van de geraadpleegde organisaties uit het onderwijsveld;
|
||||
d. Onze Minister besluit naar aanleiding van het voorstel over wijziging van een indicator of vaststelling van een nieuwe indicator of een daarvoor noodzakelijk voorstel van wet of ontwerp-algemene maatregel van bestuur wordt voorbereid.
|
||||
|
||||
**2.** De wijze van meting en de aanpassing van de wijze van meting in het kader van toepassing van de indicatoren, alsmede de normering en de aanpassing van de normering, worden vastgesteld op voorstel van de inspecteur-generaal van het onderwijs.
|
||||
|
||||
### Artikel 37c
|
||||
|
||||
Indien er geen of onvoldoende gegevens zijn voor een betrouwbaar oordeel over de meting van de leerresultaten, verricht de inspectie een aanvullend onderzoek, volgens bij ministeriële regeling te geven voorschriften. Het aanvullend onderzoek kan onder meer omvatten:
|
||||
|
||||
a. het verkrijgen van nadere gegevens van de school over de resultaten en de doorstroom van leerlingen;
|
||||
b. onderzoek en verificatie ter plekke.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk V. Overgangs- en slotbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 38
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue