2010-10-01 | BWBR0008765 | Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden
This commit is contained in:
parent
cd66ed75af
commit
baf9ed30eb
1 changed files with 9 additions and 3 deletions
|
|
@ -289,9 +289,15 @@ g. de aantekening omtrent de oplegging van een disciplinaire straf als bedoeld i
|
|||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
**1.** Het hoofd van de inrichting kan de verpleegde verplichten een legitimatiebewijs bij zich te dragen en dit op verzoek van een personeelslid of medewerker te tonen.
|
||||
**1.** Het hoofd van de inrichting stelt bij de eerste opname in de inrichting, bij de tenuitvoerlegging van een bevel als bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef, van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden en voor zover dit anderszins noodzakelijk is, de identiteit van de verpleegde vast.
|
||||
|
||||
**2.** De verpleegde is verplicht zijn medewerking te verlenen aan het vastleggen van zijn beeltenis of het nemen van een vingerafdruk.
|
||||
**2.** Het vaststellen van de identiteit van de verpleegde omvat bij de eerste opname in de inrichting het vragen naar zijn naam, voornamen, geboorteplaats en geboortedatum, het adres waarop hij in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens is ingeschreven en het adres van zijn feitelijke verblijfplaats buiten de inrichting. Het omvat tevens het nemen van een of meer vingerafdrukken. In de gevallen waarin van de verpleegde eerder overeenkomstig het Wetboek van Strafvordering vingerafdrukken zijn genomen en verwerkt, omvat het vaststellen van zijn identiteit bij binnenkomst in de inrichting tevens een vergelijking van zijn vingerafdrukken met de van hem verwerkte vingerafdrukken. In de andere gevallen omvat het vaststellen van zijn identiteit een onderzoek van zijn identiteitsbewijs, bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht. Artikel 29a, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Het vaststellen van de identiteit van de verpleegde omvat in de andere gevallen dan de eerste opname in de inrichting het nemen van een of meer vingerafdrukken en het vergelijken van die vingerafdrukken met de van hem bij binnenkomst genomen vingerafdrukken. Bij de tenuitvoerlegging van een bevel als bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef, van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden worden van de verpleegde tevens een of meer vingerafdrukken overeenkomstig het Wetboek van Strafvordering genomen en verwerkt.
|
||||
|
||||
**4.** Het hoofd van de inrichting is bevoegd van de verpleegde een of meer foto’s te nemen. De foto’s kunnen worden gebruikt voor het vervaardigen van een legitimatiebewijs en voor het voorkomen, opsporen, vervolgen en berechten van strafbare feiten. De verpleegde is verplicht het legitimatiebewijs bij zich te dragen en op verzoek van een personeelslid of medewerker te tonen.
|
||||
|
||||
**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor het verwerken van de persoonsgegevens, bedoeld in het tweede tot en met vierde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
||||
|
|
@ -712,7 +718,7 @@ c. indien hij bij het bijwonen van de procedure een aanmerkelijk belang heeft en
|
|||
|
||||
**1.** Indien de uit de stoornis van de geestvermogens voortvloeiende gevaarlijkheid van de ter beschikking gestelde voor de veiligheid van anderen dan de ter beschikking gestelde of de algemene veiligheid van personen of goederen dusdanig is teruggebracht dat het verantwoord is hem bij wijze van proef in de maatschappij te doen terugkeren, kan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden, met machtiging van Onze Minister, de ter beschikking gestelde proefverlof verlenen.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 50, tweede lid, eerste en tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing. De bijzondere voorwaarden kunnen inhouden dat de ter beschikking gestelde zich voor het verkrijgen van hulp en steun wendt tot een in de machtiging van Onze Minister aangewezen instelling, die aan bepaalde, bij algemene maatregel van bestuur te stellen eisen, voldoet.
|
||||
**2.** Artikel 50, tweede lid, eerste en tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing. De bijzondere voorwaarden kunnen inhouden dat de ter beschikking gestelde zich voor het verkrijgen van hulp en steun wendt tot een in de machtiging van Onze Minister aangewezen instelling, die aan bepaalde, bij algemene maatregel van bestuur te stellen eisen, voldoet. Bij het verlenen van hulp en steun wordt de identiteit van de ter beschikking gestelde vastgesteld. Artikel 27a, eerste lid, eerste volzin, en tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** De ter beschikking gestelde aan wie proefverlof is verleend, geniet, behoudens de verplichtingen die voortvloeien uit hem opgelegde voorwaarden, vrijheid van beweging. Artikel 50, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue