2004-01-01 | BWBR0011136 | Besluit extramurale vrijheidsbeneming en sociale zekerheid

This commit is contained in:
Coornhert 2004-01-01 12:00:00 +00:00
parent 475c8c949a
commit bafb294929

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Besluit extramurale vrijheidsbeneming en sociale zekerheid
bwb_id: BWBR0011136
type: AMvB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2000-05-01'
datum_inwerkingtreding: '2003-10-10'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0011136
citeertitel: Besluit extramurale vrijheidsbeneming en sociale zekerheid
---
@ -12,7 +12,7 @@ citeertitel: Besluit extramurale vrijheidsbeneming en sociale zekerheid
### Artikel 1
Als categorieën van personen, bedoeld in de artikelen 19b, vierde lid, van de Ziektewet, 19a, vijfde lid, en 47b, vierde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, 7b, vijfde lid, en 21b, vierde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, 6b, vijfde lid, en 20a, vierde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, 19, achtste lid, van de Werkloosheidswet, 32c, derde lid, van de Algemene nabestaandenwet, 9, vierde lid, van de Algemene bijstandswet, 6, vierde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, 6, zesde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, en 5, derde lid, van de Wet inkomensvoorziening kunstenaars, worden aangewezen degenen, die:
Als categorieën van personen, bedoeld in de artikelen 19b, vierde lid, van de Ziektewet, 19a, vijfde lid, en 47b, vierde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, 7b, vijfde lid, en 21b, vierde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, 6b, vijfde lid, en 20a, vierde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, 19, achtste lid, van de Werkloosheidswet, 32c, derde lid, van de Algemene nabestaandenwet, 13, derde lid, van de Wet werk en bijstand, 6, vierde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, 6, zesde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, en 5, derde lid, van de Wet inkomensvoorziening kunstenaars, worden aangewezen degenen, die:
a. deelnemen aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet;
b. proefverlof genieten als bedoeld in artikel 51, eerste lid, van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden;
@ -20,6 +20,10 @@ c. deelnemen aan een scholings- en trainingsprogramma als bedoeld in artikel 3,
d. proefverlof genieten als bedoeld in artikel 31, eerste lid, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen;
e. deelnemen aan een programma in de laatste fase van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor de opvang van verslaafden als bedoeld in artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht.
### Artikel 1a
Dit besluit berust mede op artikel 13, derde lid, van de Wet werk en bijstand.
### Artikel 2
Dit besluit treedt in werking met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.