2014-07-01 | BWBR0006533 | Rechtspositiebesluit gedeputeerden

This commit is contained in:
Coornhert 2014-07-01 12:00:00 +00:00
parent c2e5d3a131
commit bafc84674f

View file

@ -29,7 +29,9 @@ Dit besluit is van overeenkomstige toepassing op de gedeputeerde die ingevolge a
### Artikel 3
De gedeputeerde geniet een bezoldiging per maand waarvan de hoogte overeenkomt met het maximum van schaal 17 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.
**1.** De bezoldiging van de gedeputeerde bedraagt € 7.899,67 per maand.
**2.** Als de bezoldiging van het personeel in de sector Rijk wijziging ondergaat, wordt het in het eerste lid genoemde bedrag overeenkomstig gewijzigd.
### Artikel 4
@ -51,23 +53,27 @@ Indien een gedeputeerde naast zijn bezoldiging als gedeputeerde tevens aanspraak
### Artikel 5b
**1.** Voor 1 april van elk jaar of binnen twee maanden na zijn beëdiging verstrekt de gedeputeerde aan Onze Minister, dan wel een door hem aangewezen instantie, een opgave van de neveninkomsten welke hij verwacht over het desbetreffende kalenderjaar of gedeelte daarvan te zullen genieten, dan wel een verklaring, dat hij verwacht niet meer dan 14% van de bezoldiging op jaarbasis aan neveninkomsten over dat jaar of een evenredig deel daarvan over het desbetreffende gedeelte van dat jaar te zullen genieten.
**1.**
**2.** Onze Minister, dan wel de door hem aangewezen instantie, deelt gedeputeerde staten het bedrag van de voorlopige aftrek op de bezoldiging mede en verstrekt een afschrift daarvan aan de gedeputeerde.
Zo spoedig mogelijk na afloop van het kalenderjaar, verstrekt de gedeputeerde aan Onze Minister dan wel aan een door hem aangewezen instantie:
**3.** De gedeputeerde kan een verklaring inzenden dat een opgave van neveninkomsten achterwege zal blijven. In dit geval, alsmede indien binnen de in het eerste lid bedoelde termijn geen opgave of verklaring is ingezonden, bedraagt de bezoldiging over dat kalenderjaar 65% van de bezoldiging op jaarbasis.
een opgave van de neveninkomsten welke hij over dat kalenderjaar of over een gedeelte daarvan heeft genoten, dan wel
**4.** Zo spoedig mogelijk na afloop van het kalenderjaar zendt de gedeputeerde of zenden zijn nabestaanden aan Onze Minister, dan wel de door hem aangewezen instantie, een opgave van de neveninkomsten welke over dat kalenderjaar zijn genoten, dan wel een verklaring dat over dat jaar niet meer dan 14% van de bezoldiging op jaarbasis of, indien de gedeputeerde een gedeelte van het kalenderjaar lid van gedeputeerde staten is geweest, een evenredig deel van dit bedrag, is genoten.
een verklaring dat hij geen neveninkomsten heeft genoten of niet meer dan 14% van de bezoldiging op jaarbasis aan neveninkomsten heeft genoten over dat jaar of, indien hij het ambt van gedeputeerde vervulde gedurende een gedeelte van het kalenderjaar, een evenredig deel daarvan, dan wel
**5.** Onze Minister, dan wel de door hem aangewezen instantie, deelt gedeputeerde staten zo spoedig mogelijk na ontvangst van de in het vierde lid bedoelde opgave of verklaring het bedrag van de definitieve aftrek op de bezoldiging mede en verstrekt een afschrift daarvan aan de gedeputeerde.
een verklaring dat een opgave van neveninkomsten achterwege zal blijven.
**6.** Indien een opgave of verklaring als in het vierde lid bedoeld, niet binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar is ontvangen, bedraagt de bezoldiging over dat kalenderjaar 65% van de bezoldiging op jaarbasis.
**2.** In afwijking van het eerste lid, verminderen gedeputeerde staten op verzoek van een gedeputeerde diens bezoldiging reeds gedurende het kalenderjaar met een bedrag waarmee hij verwacht dat zijn bezoldiging zal worden verrekend vanwege zijn neveninkomsten.
**7.** De gedeputeerde zendt aan Onze Minister, dan wel de door hem aangewezen instantie, zo spoedig mogelijk tevens een afschrift van de aanslag voor de inkomstenbelasting over het betreffende kalenderjaar. Het bedrag van de uitbetaalde bezoldiging kan, al dan niet op verzoek van de gedeputeerde, worden herzien, indien op grond van de onherroepelijk geworden aanslag in de inkomstenbelasting daartoe aanleiding blijkt te bestaan.
**3.** Onze Minister, dan wel een door hem aangewezen instantie, deelt gedeputeerde staten het bedrag van de bezoldiging dat teruggevorderd dient te worden, mede en verstrekt een afschrift daarvan aan de gedeputeerde.
**8.** Bij de toepassing van het vijfde, zesde en zevende lid vindt zo nodig terugbetaling of verrekening plaats.
**4.** Gedeputeerde staten vorderen, indien Onze Minister dan wel een door hem aangewezen instantie constateert dat er sprake is van te verrekenen neveninkomsten, het teveel aan ontvangen bezoldiging terug van de gedeputeerde.
**9.** Dit artikel is niet van toepassing op de gedeputeerde op wie artikel 282 van de Provinciewet van toepassing is, en de gedeputeerde die zijn ambt in deeltijd vervult.
**5.** Indien de gedeputeerde geen informatie kan verstrekken, meldt hij dit binnen zes maanden onder opgaaf van redenen aan Onze Minister, dan wel aan een door hem aangewezen instantie. De gedeputeerde meldt tevens een redelijke termijn waarop hij deze informatie alsnog zal verstrekken
**6.** In het geval genoemd in het eerste lid, onderdeel c, alsmede indien de gedeputeerde binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar geen opgave of verklaring, als bedoeld in het eerste lid, heeft ingezonden, of niet heeft voldaan aan het vijfde lid, stellen gedeputeerde staten de bezoldiging over het afgelopen jaar vast op 65% van de bezoldiging op jaarbasis, tenzij zij uit anderen hoofde kunnen vaststellen tot welk bedrag er verrekend zou moeten worden.
**7.** Op verzoek van de gedeputeerde kunnen gedeputeerde staten besluiten de verrekening of terugbetaling in termijnen te laten plaatsvinden.
### Artikel 6
@ -85,9 +91,11 @@ De tijdelijke vervanger van de gedeputeerde die verlof heeft wegens zwangerschap
### Artikel 8
De gedeputeerde die verlof heeft wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, ontvangt een onkostenvergoeding voor overige aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten ter hoogte van de helft van het in artikel 21 bedoelde bedrag.
**1.** De gedeputeerde die verlof heeft wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, ontvangt een onkostenvergoeding voor overige aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten ter hoogte van de helft van het in artikel 21 bedoelde bedrag.
### Paragraaf 2. Tegemoetkoming in ziektekosten
**2.** In afwijking van artikel XI van het Besluit van 12 juni 2013 tot wijziging van het Rechtspositiebesluit commissarissen van de Koning, het Rechtspositiebesluit burgemeesters, het Rechtspositiebesluit gedeputeerden, het Rechtspositiebesluit wethouders, het Rechtspositiebesluit staten- en commissieleden, het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, het Waterschapsbesluit en het Rechtspositiebesluit Rijksvertegenwoordiger BES in verband met een wijziging in de regeling inzake ambtswoningen en enkele andere wijzigingen (Stb. 2013, 222), werkt het eerste lid niet terug tot en met 3 augustus 2011.
### Paragraaf 2. Voorzieningen in verband met ziekte, een dienstongeval of een structurele functionele beperking
### Artikel 9
@ -121,13 +129,23 @@ Vervallen
**1.**
In geval van ziekte welke in overwegende mate haar oorzaak vindt:
Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
a. in de aard van de aan het ambt van gedeputeerde verbonden werkzaamheden, of
b. in de bijzondere omstandigheden waaronder deze moesten worden verricht, en
c. niet aan eigen schuld of onvoorzichtigheid is te wijten, kunnen de naar het oordeel van gedeputeerde staten noodzakelijk gemaakte kosten van geneeskundige behandeling of verzorging, voor zover deze kosten ten laste van de gedeputeerde blijven, aan de gedeputeerde voor rekening van de provincie worden vergoed.
a. *een ziekte:* een ziekte die in overwegende mate haar oorzaak vindt in de uitoefening van de aan het ambt verbonden werkzaamheden;
b. *een dienstongeval:* een ongeval dat plaatsvindt tijdens de uitoefening van de aan het ambt verbonden werkzaamheden.
**2.** Ter zake van andere schade, voortvloeiende uit de in het eerste lid bedoelde werkzaamheden of omstandigheden, kunnen de nadere voorschriften, zoals deze door provinciale staten ten aanzien van het ambtelijk personeel van de provincie eventueel zijn vastgesteld, van overeenkomstige toepassing worden verklaard op de gedeputeerde in die provincie.
**2.**
De gedeputeerde ontvangt een vergoeding voor de noodzakelijk gemaakte kosten in verband met een geneeskundige behandeling of verzorging of overige kosten, indien deze in overwegende mate hun oorzaak vinden in een ziekte of een dienstongeval als bedoeld in het eerste en tweede lid:
a. voor zover deze kosten ten laste van de gedeputeerde blijven en
b. voor zover de ziekte of het dienstongeval niet aan eigen schuld of onvoorzichtigheid te wijten is.
**3.** In bijzondere gevallen kunnen gedeputeerde staten bepalen dat overige schade aangemerkt wordt als voortvloeiend uit de ziekte of het dienstongeval, naar redelijkheid en billijkheid en gehoord de vergadering van de fractievoorzitters van alle partijen in provinciale staten.
**4.** Onder overige schade valt niet het gederfde inkomen.
**5.** Als de schade van de ziekte of het dienstongeval is ontstaan tijdens zijn ambtsperiode en voortduurt na zijn aftreden is dit artikel van overeenkomstige toepassing op de gewezen gedeputeerde.
### Artikel 17
@ -135,6 +153,12 @@ c. niet aan eigen schuld of onvoorzichtigheid is te wijten, kunnen de naar het o
**2.** Het gestelde bij of krachtens artikel 35, vijfde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat uitsluitend een financiële tegemoetkoming wordt verstrekt.
### Paragraaf 2a. Voorzieningen in verband met bewaken en beveiligen
### Artikel 17a
Indien gedeputeerde staten ten behoeve van een veilige woon- en werkplek van een gedeputeerde kosten maken, die in het kader van het stelsel bewaken en beveiligen zijn aangemerkt als werkgeverskosten, komen deze ten laste van de provincie.
### Paragraaf 3. Vergoeding onkosten
### Artikel 18
@ -170,7 +194,7 @@ Indien aan de gedeputeerde een dienstauto ter beschikking is gesteld en hij voor
### Artikel 21
**1.** Provinciale staten kunnen bij verordening bepalen dat aan een gedeputeerde een onkostenvergoeding voor overige aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten wordt toegekend die ten hoogste € 344,16 per maand bedraagt.
**1.** Een gedeputeerde ontvangt een onkostenvergoeding voor overige aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten ten bedrage van € 345 per maand.
**2.** Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt per 1 januari van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van de consumentenprijsindex, geldend voor de maand september van het voorafgaande kalenderjaar.
@ -211,7 +235,16 @@ a. de vergoedingen en verstrekking, bedoeld in artikel 19, eerste lid, voor zove
b. de vergoeding, bedoeld in artikel 20;
c. de onkostenvergoeding, bedoeld in artikel 21, eerste lid;
d. de verstrekkingen, bedoeld in artikel 22a, eerste en derde lid;
e. de vergoeding, bedoeld in artikel 22a, vierde lid.
e. de vergoeding, bedoeld in artikel 22a, vierde lid;
f. de vergoeding, bedoeld in artikel 23b, eerste en tweede lid.
### Artikel 23b
**1.** Indien een gedeputeerde in verband met de uitoefening van het ambt lid is van een beroepsvereniging, vergoedt de provincie de contributie van die beroepsvereniging.
**2.** De kosten voor niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van het ambt van gedeputeerde komen ten laste van de provincie.
**3.** Gedeputeerde staten kunnen over de in het tweede lid bedoelde scholing nadere regels stellen.
## Hoofdstuk 4. Overgangs- en slotbepalingen
@ -220,7 +253,7 @@ e. de vergoeding, bedoeld in artikel 22a, vierde lid.
Bij toepassing van artikel 39c van de Wet op de loonbelasting 1964:
a. wordt op aanvraag door het college van gedeputeerde staten een vergoeding verstrekt voor de belastingheffing als gevolg van de verstrekkingen, bedoeld in artikel 22a, eerste en derde lid;
b. wordt het bedrag, genoemd in artikel 21, eerste lid, vermenigvuldigd met 100/P, waarbij P wordt berekend door het getal 100 te verminderen met het getal van het hoogste tarief, bedoeld in kolom IV van artikel 2.10 van de Wet inkomstenbelasting 2001; en
b. wordt het bedrag, genoemd in artikel 21, eerste lid, of de vergoeding, bedoeld in artikel 23b, eerste en tweede lid, vermenigvuldigd met 100/P, waarbij P wordt berekend door het getal 100 te verminderen met het getal van het hoogste tarief, bedoeld in kolom IV van artikel 2.10, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001; en
c. bedraagt de vergoeding, bedoeld in artikel 20, ten hoogste de gebruteerde verschuldigde loon- en inkomstenbelastingvoor het gebruik van de dienstauto;
d. blijft artikel 23a buiten toepassing.