diff --git a/amvb/besluit-risicos-zware-ongevallen-1999/BWBR0010475/README.md b/amvb/besluit-risicos-zware-ongevallen-1999/BWBR0010475/README.md index b9972e4c2ea..3a328ee9ddd 100644 --- a/amvb/besluit-risicos-zware-ongevallen-1999/BWBR0010475/README.md +++ b/amvb/besluit-risicos-zware-ongevallen-1999/BWBR0010475/README.md @@ -19,29 +19,27 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. inrichting: inrichting die tot een krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer aangewezen categorie behoort; b. gevaarlijke stoffen: stoffen, mengsels of preparaten, genoemd in bijlage I, deel 1, of behorend tot een categorie, genoemd in bijlage I, deel 2, en aanwezig als grondstof, product, bijproduct, residu of tussenprodukt, met inbegrip van stoffen, mengsels of preparaten waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij door het onbeheersbaar worden van een industrieel chemisch proces ontstaan; c. opslag in verband met vervoer van gevaarlijke stoffen: opslag van verpakte gevaarlijke stoffen gedurende korte tijd en in afwachting van aansluitend vervoer naar een vooraf bekende ontvanger, met inbegrip van het laden en lossen van die stoffen en de overbrenging daarvan naar of van een andere tak van vervoer, voor zover daadwerkelijk in aansluitend vervoer is voorzien en de betrokken gevaarlijke stoffen in hun oorspronkelijke verpakking blijven; -d. werkgever: werkgever, bedoeld in artikel 1, eerste en tweede lid, van de Arbeidsomstandighedenwet; -e. werknemer: werknemer, bedoeld in artikel 1, eerste en tweede lid, van de Arbeidsomstandighedenwet; +d. werkgever: werkgever, bedoeld in artikel 1, eerste en tweede lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998; +e. werknemer: werknemer, bedoeld in artikel 1, eerste en tweede lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998; f. zwaar ongeval: gebeurtenis als gevolg van onbeheersbare ontwikkelingen tijdens de bedrijfsuitoefening in een inrichting, waardoor hetzij onmiddellijk, hetzij na verloop van tijd ernstig gevaar voor de gezondheid van de mens binnen of buiten de inrichting of voor het milieu ontstaat en waarbij een of meer gevaarlijke stoffen zijn betrokken; g. Onze Ministers: Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; -h. bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is een omgevingsvergunning te verlenen voor een inrichting waarop dit besluit van toepassing is; +h. bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens artikel 8.1 van de Wet milieubeheer te verlenen voor een inrichting waarop dit besluit van toepassing is; i. inspecteur: inspecteur bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer; j. veiligheidsrapport: rapport als bedoeld in artikel 10; k. bijlage: bij dit besluit behorende bijlage; -l. installatie: technische eenheid binnen een inrichting waar gevaarlijke stoffen worden vervaardigd, gebruikt, gebezigd, verwerkt of opgeslagen; daartoe wordt mede gerekend alle uitrusting, constructies, leidingen, machines, gereedschappen, eigen spoorwegemplacementen, laad- en loskades, aanlegsteigers voor de installatie, pieren, depots of soortgelijke, al dan niet drijvende constructies, die nodig zijn voor de werking van de installatie; -m. het ADR: de op 30 september 1957 te Genève totstandgekomen Europese Overeenkomst betreffende het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de weg (Trb. 1959, 171); -n. plaatsgebonden risico: risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een of meer gevaarlijke stoffen betrokken zijn; -o. toezichthouder: de toezichthouder, bedoeld in artikel 1, derde lid, onderdeel d, van de Arbeidsomstandighedenwet. +l. installatie: technische eenheid binnen een inrichting waar gevaarlijke stoffen worden vervaardigd, gebruikt, gebezigd, verwerkt of opgeslagen; daartoe wordt mede gerekend alle uitrusting, constructies, leidingen, machines, gereedschappen, eigen spoorwegemplacementen, laad- en loskades, aanlegsteigers voor de installatie, pieren, depots of soortgelijke, al dan niet drijvende constructies, die nodig zijn voor de werking van de installatie. ### Artikel 2 Dit besluit is niet van toepassing op: a. inrichtingen in gebruik bij de krijgsmacht; -b. inrichtingen voor het opsporen en winnen van delfstoffen als bedoeld in artikel 1, onder e en f, van de Mijnbouwwet, met uitzondering van inrichtingen waar chemische en thermische verwerkingsactiviteiten en de daarmee verband houdende opslag van gevaarlijke stoffen plaatsvinden; -c. inrichtingen voor het op of in de bodem brengen van afvalstoffen om ze daar te laten, met uitzondering van inrichtingen die in werking zijn voor het zich ontdoen van residuen, waaronder residuvijvers of -bekkens, die gevaarlijke stoffen bevatten, in het bijzonder indien zij worden gebruikt in verband met chemische of thermische verwerking van mineralen; -d. inrichtingen die geheel of nagenoeg geheel zijn bestemd voor de opslag in verband met vervoer van gevaarlijke stoffen, al dan niet in combinatie met andere stoffen en producten; -e. spoorwegemplacementen, voor zover zij geen onderdeel zijn van een inrichting waarop dit besluit van toepassing is; -f. inrichtingen die krachtens artikel 1, onderdeel n, van de Mijnbouwwet zijn aangewezen als mijnbouwwerken, voor zover het opsporen en winnen van delfstoffen dan wel het opslaan van gevaarlijke stoffen plaatsvindt op het continentaal plat, bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van die wet. +b. inrichtingen voor zover daarvoor een vergunning is vereist of algemene voorschriften gelden krachtens de Kernenergiewet; +c. 1°. inrichtingen waarop de Mijnwet 1903 van toepassing is; +2°. inrichtingen waarop de Mijnwet continentaal plat van toepassing is; +d. inrichtingen voor het op of in de bodem brengen van afvalstoffen om ze daar te laten; +e. inrichtingen die geheel of nagenoeg geheel zijn bestemd voor de opslag in verband met vervoer van gevaarlijke stoffen, al dan niet in combinatie met andere stoffen en producten; +f. spoorwegemplacementen, voor zover zij geen onderdeel zijn van een inrichting waarop dit besluit van toepassing is. ### Artikel 3 @@ -66,7 +64,7 @@ b. in kleinere dan de onder a bedoelde hoeveelheden, waarvan de som na toepassin **1.** Degene die een inrichting drijft, treft alle maatregelen die nodig zijn om zware ongevallen te voorkomen en de gevolgen daarvan voor mens en milieu te beperken. -**2.** Degene die een inrichting drijft, heeft in de inrichting een document voorhanden waarin het door hem gevoerde beleid ter voorkoming van zware ongevallen, rekening houdend met de aanwezigheid en de omvang van de risico's, is vastgelegd. Dit document bevat de algemene doelstellingen en beginselen van het beleid inzake de beheersing van de risico's van zware ongevallen. Het document kan worden opgenomen in het veiligheidsrapport, het veiligheids- en gezondheidsdocument, bedoeld in artikel 2.42, tweede lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit, dan wel in de combinatie van die twee rapporten, bedoeld in artikel 9, tweede lid. +**2.** Degene die een inrichting drijft, heeft in de inrichting een document voorhanden waarin het door hem gevoerde beleid ter voorkoming van zware ongevallen, rekening houdend met de aanwezigheid en de omvang van de risico's, is vastgelegd. Dit document bevat de algemene doelstellingen en beginselen van het beleid inzake de beheersing van de risico's van zware ongevallen. Degene die een inrichting drijft, als bedoeld in artikel 8, mag het document opnemen in het veiligheidsrapport. **3.** Ten einde het in het tweede lid bedoelde beleid te bepalen en uit te voeren, voert degene die een inrichting drijft, een veiligheidsbeheerssysteem in. In het veiligheidsbeheerssysteem komen de elementen, genoemd in bijlage II aan de orde. @@ -80,10 +78,9 @@ b. in kleinere dan de onder a bedoelde hoeveelheden, waarvan de som na toepassin Degene die de inrichting drijft, stelt het bevoegd gezag onverwijld schriftelijk in kennis van: -a. iedere significante wijziging van de inrichting die betrekking heeft op een of meer onderwerpen waaromtrent in of bij de aanvraag gegevens zijn verstrekt als bedoeld in artikel 4.13, derde lid, onder a tot en met d, van de Regeling omgevingsrecht, of waaromtrent in de kennisgeving, bedoeld in artikel 26, eerste lid, gegevens zijn verstrekt; +a. iedere significante wijziging van de inrichting die betrekking heeft op een of meer onderwerpen waaromtrent in of bij de aanvraag gegevens zijn verstrekt als bedoeld in artikel 5.15a, eerste lid, onder a tot en met f, van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, of waaromtrent in de kennisgeving, bedoeld in artikel 26, eerste lid, gegevens zijn verstrekt; b. iedere significante wijziging van de processen waarbij een gevaarlijke stof wordt gebruikt; -c. elke significante wijziging van de inrichting die het risico van zware ongevallen ernstig zou kunnen beïnvloeden; -d. de sluiting van een installatie. +c. de sluiting van een installatie. **2.** @@ -91,24 +88,24 @@ Het bevoegd gezag zendt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen twee weken na a. Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; b. de inspecteur; -c. de daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouder; +c. de daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 24 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998; d. gedeputeerde staten van de provincie waarin de inrichting geheel of gedeeltelijk is gelegen, tenzij gedeputeerde staten het bevoegd gezag zijn; -e. burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de inrichting geheel of gedeeltelijk is gelegen, tenzij burgemeester en wethouders het bevoegd gezag zijn, en -f. het bestuur van de veiligheidsregio waarin de inrichting geheel of gedeeltelijk is gelegen. +e. burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de inrichting geheel of gedeeltelijk is gelegen, tenzij burgemeester en wethouders het bevoegd gezag zijn, en de burgemeester van die gemeente en +f. het bestuur van de regionale brandweer binnen wier gebied de inrichting geheel of gedeeltelijk is gelegen. **3.** Indien de gegevens, bedoeld in het eerste lid, reeds op grond van een ander wettelijk voorschrift aan het bevoegd gezag zijn verstrekt, kan in de kennisgeving worden volstaan met een verwijzing naar die gegevens. ### Artikel 7 -**1.** Het bevoegd gezag wijst op grond van de gegevens, bedoeld in de artikelen 6, eerste lid, 10, eerste lid, 26, eerste lid, van dit besluit en artikel 4.13, derde lid, van de Regeling omgevingsrecht, inrichtingen of groepen inrichtingen aan ten aanzien waarvan de risico's van een zwaar ongeval of de gevolgen daarvan ten gevolge van de ligging van die inrichtingen ten opzichte van elkaar en de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in die inrichtingen groter kunnen zijn dan op grond van de in die afzonderlijke inrichtingen aanwezige hoeveelheden kan worden verwacht. +**1.** -**2.** +Het bevoegd gezag wijst op grond van de gegevens, bedoeld in de artikelen 6, eerste lid, 10, eerste lid, 26, eerste lid, van dit besluit en 5.15a, eerste lid, van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, inrichtingen of groepen inrichtingen aan ten aanzien waarvan de risico's van een zwaar ongeval of de gevolgen daarvan ten gevolge van de ligging van die inrichtingen ten opzichte van elkaar en de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in die inrichtingen groter kunnen zijn dan op grond van de in die afzonderlijke inrichtingen aanwezige hoeveelheden kan worden verwacht. De aanwijzing geschiedt in overeenstemming met: -Van een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid stelt het bevoegd gezag diegenen die de betrokken inrichtingen drijven, in kennis. Het bevoegd gezag zendt een afschrift van die aanwijzing aan: - -a. de daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouder; +a. de daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 24 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998; b. burgemeester en wethouders van de gemeente of gemeenten waarin de inrichtingen geheel of gedeeltelijk zijn gelegen, en -c. het bestuur van de veiligheidsregio of de besturen van de veiligheidsregio’s waarin de inrichtingen geheel of gedeeltelijk zijn gelegen. +c. het bestuur van de regionale brandweer of de besturen van de regionale brandweren in wier gebied de inrichtingen geheel of gedeeltelijk zijn gelegen. + +**2.** Van een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid stelt het bevoegd gezag diegenen die de betrokken inrichtingen drijven, in kennis. **3.** Degene die een inrichting drijft, als bedoeld in het eerste lid, wisselt met diegenen die de andere op grond van het eerste lid aangewezen inrichtingen drijven de gegevens uit die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van het in dat lid bedoelde risico. Hij houdt in zijn beleid ter voorkoming van zware ongevallen, bedoeld in artikel 5, tweede lid, en, voor zover van toepassing, in het intern noodplan, bedoeld in artikel 22, en in het veiligheidsrapport rekening met de aard en de omvang van de risico's van een zwaar ongeval bij de naburige inrichtingen. @@ -131,9 +128,7 @@ b. in kleinere dan de onder a bedoelde hoeveelheden, waarvan de som na toepassin ### Artikel 9 -**1.** Degene die een inrichting drijft, zorgt er voor dat in de inrichting een veiligheidsrapport aanwezig is dat de actuele stand van zaken met betrekking tot de veiligheid van de betrokken inrichting weergeeft. - -**2.** Degene die een inrichting drijft kan het veiligheidsrapport met het veiligheids- en gezondheidsdocument, bedoeld in artikel 2.42, tweede lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit, combineren tot één rapport. +Degene die een inrichting drijft, zorgt er voor dat in de inrichting een veiligheidsrapport aanwezig is dat de actuele stand van zaken met betrekking tot de veiligheid van de betrokken inrichting weergeeft. ### Artikel 10 @@ -154,28 +149,27 @@ d. een intern noodplan, als bedoeld in artikel 22, is gemaakt. Het bevoegd gezag neemt zijn beslissing in overeenstemming met: -a. de daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouder; -b. het bestuur van de veiligheidsregio waarin de inrichting geheel of gedeeltelijk is gelegen. +a. de daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 24 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998; +b. burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de inrichting geheel of gedeeltelijk is gelegen, tenzij burgemeester en wethouders het bevoegd gezag zijn, en de burgemeester van die gemeente; +c. het bestuur van de regionale brandweer binnen wier gebied de inrichting geheel of gedeeltelijk is gelegen. **5.** Het bevoegd gezag zendt een exemplaar van een besluit, als bedoeld in het vierde lid, aan Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. ### Artikel 11 -**1.** De werkgever zorgt ervoor dat de werknemers, de deskundigen, genoemd in artikel 13 van de Arbeidsomstandighedenwet, en de deskundigen of arbodiensten, genoemd in de artikelen 14 en 14a van de Arbeidsomstandighedenwet, desgewenst kennis kunnen nemen van het veiligheidsrapport en de wijziging daarvan, voorzover het betreft de onderdelen a, c, d, e, onder 1°, f, h tot en met l, n, p en q van bijlage III, onder 1, voorzover die onderdelen verband houden met de bescherming van de veiligheid en de gezondheid van de in het bedrijf of de inrichting of een deel daarvan werkzame werknemers. - -**2.** De werkgever voert over de onderdelen van het veiligheidsrapport, genoemd in het eerste lid, en de wijziging daarvan, voorafgaand aan de toezending aan het bevoegd gezag, bij het ontbreken van een ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging, overleg met de belanghebbende werknemers. +Vervallen ### Artikel 12 -De artikelen 15, 16 en 18 zijn niet van toepassing op de onderdelen van een veiligheidsrapport die bij een aanvraag om een vergunning als bedoeld in de artikelen 4.13, 4.17 of 4.19 van de Regeling omgevingsrecht worden ingediend. +De artikelen 15, 16 en 18 zijn niet van toepassing op de onderdelen van een veiligheidsrapport die bij een aanvraag om een vergunning als bedoeld in de artikelen 5.15, 5.17 of 5.18 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer worden ingediend. ### Artikel 13 -**1.** Indien een aanvraag als bedoeld in artikel 12 wordt ingediend, bevat het veiligheidsrapport mede de gegevens, bedoeld in bijlage III, onder 1, onder e, 3°, en onder r. Artikel 6.15, eerste en derde lid, van het Besluit omgevingsrecht is van overeenkomstige toepassing op de gegevens, bedoeld in de eerste volzin. +**1.** Indien een aanvraag als bedoeld in artikel 12 wordt ingediend, bevat het veiligheidsrapport mede de gegevens, bedoeld in bijlage III, onder 1, onder e, 3°, en onder r. Artikel 5.15, derde en vierde lid, van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer is van overeenkomstige toepassing op de gegevens, bedoeld in de eerste volzin. -**2.** Degene die een inrichting gaat drijven, zendt voordat de inrichting of een onderdeel daarvan in werking wordt gebracht, ter completering van de onderdelen van het veiligheidsrapport bedoeld in artikel 4.13, eerste lid, van de Regeling omgevingsrecht en van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, aan het bevoegd gezag de gegevens die een veiligheidsrapport dient te bevatten en die nog niet krachtens dat artikel en krachtens het eerste lid zijn verstrekt. +**2.** Degene die een inrichting gaat drijven, zendt voordat de inrichting of een onderdeel daarvan in werking wordt gebracht, ter completering van de onderdelen van het veiligheidsrapport bedoeld in artikel 5.15 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer en van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, aan het bevoegd gezag de gegevens die een veiligheidsrapport dient te bevatten en die nog niet krachtens dat artikel en krachtens het eerste lid zijn verstrekt. -**3.** Degene die een inrichting drijft zendt telkens voordat een verandering van de inrichting of van de werking daarvan of een verandering van de installatie of van de werking daarvan wordt aangebracht die voor de risico's van een zwaar ongeval belangrijke gevolgen kan hebben aan het bevoegd gezag die onderdelen van het veiligheidsrapport die nodig zijn voor de beoordeling van de risico's die samenhangen met die verandering. Daartoe zendt hij, voor zover van toepassing, ter completering van de onderdelen van het veiligheidsrapport bedoeld in artikel 4.17 van de Regeling omgevingsrecht en van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, aan het bevoegd gezag de gegevens die een veiligheidsrapport dient te bevatten en die nog niet krachtens die artikelen en krachtens het eerste lid zijn verstrekt. +**3.** Degene die een inrichting drijft zendt telkens voordat een verandering van de inrichting of van de werking daarvan of een verandering van de installatie of van de werking daarvan wordt aangebracht die voor de risico's van een zwaar ongeval belangrijke gevolgen kan hebben aan het bevoegd gezag die onderdelen van het veiligheidsrapport die nodig zijn voor de beoordeling van de risico's die samenhangen met die verandering. Daartoe zendt hij, voor zover van toepassing, ter completering van de onderdelen van het veiligheidsrapport bedoeld in artikel 5.17 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer en van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, dan wel ter completering van de gegevens die bij de melding overeenkomstig artikel 8.19 van de Wet milieubeheer zijn verstrekt, aan het bevoegd gezag de gegevens die een veiligheidsrapport dient te bevatten en die nog niet krachtens die artikelen en krachtens het eerste lid zijn verstrekt. **4.** De artikelen 16 tot en met 18 zijn van overeenkomstige toepassing op de gegevens, bedoeld in het eerste lid. @@ -201,25 +195,21 @@ De artikelen 15, 16 en 18 zijn niet van toepassing op de onderdelen van een veil Het bevoegd gezag zendt uiterlijk binnen twee weken het veiligheidsrapport of de gewijzigde gedeelten daarvan, of, indien toepassing is gegeven aan artikel 16, vierde lid, de aanvullingen op het rapport, en elk verzoek krachtens artikel 14, tweede lid, aan: -a. de daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouder; -b. burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de inrichting geheel of gedeeltelijk is gelegen, tenzij burgemeester en wethouders het bevoegd gezag zijn, en -c. het bestuur van de veiligheidsregio waarin de inrichting geheel of gedeeltelijk is gelegen. +a. de daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 24 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998; +b. burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de inrichting geheel of gedeeltelijk is gelegen, tenzij burgemeester en wethouders het bevoegd gezag zijn, en de burgemeester van die gemeente; +c. het bestuur van de regionale brandweer binnen wier gebied de inrichting geheel of gedeeltelijk is gelegen. -**4.** Het bevoegd gezag stelt het bestuursorgaan dat tot het verlenen van de vergunning krachtens de Waterwet bevoegd is, in de gelegenheid advies uit te brengen over die onderdelen van het veiligheidsrapport, die betrekking hebben op de risico's voor een oppervlaktewaterlichaam. +**4.** Het bevoegd gezag stelt de inspecteur en het bestuursorgaan dat tot het verlenen van de vergunning krachtens de Wet verontreiniging oppervlaktewateren bevoegd is, in de gelegenheid advies uit te brengen over het veiligheidsrapport onderscheidenlijk die onderdelen van het veiligheidsrapport, die betrekking hebben op de risico's voor het oppervlaktewater. ### Artikel 16 -**1.** De in artikel 15, derde lid, genoemde bestuursorganen en de daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouder, beoordelen het veiligheidsrapport en stellen door tussenkomst van het bevoegd gezag degene die de inrichting drijft, binnen zes maanden na de ontvangst van het veiligheidsrapport schriftelijk in kennis van hun conclusies naar aanleiding van het veiligheidsrapport. +**1.** De in artikel 15, derde lid, genoemde bestuursorganen en de daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 24 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998, beoordelen het veiligheidsrapport en stellen door tussenkomst van het bevoegd gezag degene die de inrichting drijft, binnen zes maanden na de ontvangst van het veiligheidsrapport schriftelijk in kennis van hun oordeel over de aanvaardbaarheid van de in het rapport weergegeven risico's. **2.** De in het eerste lid bedoelde termijn kan eenmaal met ten hoogste drie maanden worden verlengd. Van deze verlenging wordt door tussenkomst van het bevoegd gezag mededeling gedaan aan degene die de inrichting drijft. -**3.** De in het eerste lid bedoelde beoordeling vindt plaats nadat onderzocht is of het veiligheidsrapport voldoet aan artikel 10, eerste lid, aan bijlage III en aan het gestelde krachtens artikel 10, tweede lid. +**3.** De in het eerste lid bedoelde beoordeling vindt plaats nadat onderzocht is of het veiligheidsrapport voldoet aan artikel 10, eerste lid, aan bijlage III en aan het gestelde krachtens artikel 10, tweede lid, en na een op dat rapport gebaseerde inspectie ter plaatse. -**4.** Indien een van de in het eerste lid bedoelde bestuursorganen of de daar bedoelde toezichthouder van oordeel is dat het veiligheidsrapport onvolledig is, verzoekt dat bestuursorgaan of die toezichthouder, door tussenkomst van het bevoegd gezag, binnen acht weken na de ontvangst van het veiligheidsrapport om aanvullende inlichtingen te verstrekken binnen een bij het verzoek te stellen termijn van ten hoogste zes weken. De in het eerste lid bedoelde termijn van zes maanden wordt opgeschort met ingang van de dag dat het in de eerste volzin bedoelde verzoek is gedaan tot de dag waarop de aanvullende inlichtingen zijn verstrekt of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken. Het bevoegd gezag stelt de in het eerste lid bedoelde bestuursorganen en de daar bedoelde toezichthouder van het verzoek in kennis. - -**5.** Degene aan wie een verzoek als bedoeld in het vierde lid is gedaan, is verplicht daaraan binnen de bij dat verzoek gestelde termijn te voldoen. - -**6.** Bij de conclusies, bedoeld in het eerste lid, en het verzoek, bedoeld in het vierde lid, bewaakt en bevordert het bevoegd gezag vanuit zijn coördinerende rol de eenduidigheid, onderlinge samenhang en tijdigheid van die conclusies of dat verzoek en neemt daartoe de noodzakelijke initiatieven. +**4.** Indien een van de in het eerste lid bedoelde bestuursorganen of de daar bedoelde ambtenaar van oordeel is dat het veiligheidsrapport onvoldoende is om de aanvaardbaarheid te beoordelen verzoekt dat bestuursorgaan of die ambtenaar, door tussenkomst van het bevoegd gezag, binnen acht weken na de ontvangst van het veiligheidsrapport om aanvullende inlichtingen te verstrekken binnen een bij het verzoek te stellen termijn van ten hoogste zes weken. De in het eerste lid bedoelde termijn van zes maanden wordt opgeschort met ingang van de dag dat het in de eerste volzin bedoelde verzoek is gedaan tot de dag waarop de aanvullende inlichtingen zijn verstrekt of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken. Het bevoegd gezag stelt de in het eerste lid bedoelde bestuursorganen en de daar bedoelde ambtenaar van het verzoek in kennis. ### Artikel 17 @@ -229,12 +219,12 @@ De stukken bedoeld in de artikelen 13, 14 en 16, vierde lid, worden in zevenvoud **1.** -Uiterlijk twee weken nadat het bevoegd gezag de conclusies, bedoeld in artikel 16, eerste lid, heeft bekendgemaakt, doet het bevoegd gezag van deze conclusies en van het veiligheidsrapport gelijktijdig mededeling door: +Uiterlijk twee weken nadat het bevoegd gezag de bevindingen, bedoeld in artikel 16, eerste lid, heeft bekendgemaakt, doet het bevoegd gezag van deze bevindingen en van het veiligheidsrapport gelijktijdig mededeling door: a. terinzagelegging; b. kennisgeving in een of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen. -**2.** De mededeling strekt mede ter voldoening aan de verplichting die ingevolge artikel 49, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s rust op het bestuur van de veiligheidsregio en ter voldoening aan de verplichting die ingevolge artikel 7 van de Arbeidsomstandighedenwet rust op de daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouder. +**2.** De mededeling strekt mede ter voldoening aan de verplichting die ingevolge artikel 25a, eerste lid, van de Wet rampen en zware ongevallen rust op het college van burgemeester en wethouders en ter voldoening aan de verplichting die ingevolge artikel 7 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 rust op de door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 24 van die wet. **3.** Gedurende vier weken vanaf de dag waarop het veiligheidsrapport ter inzage is gelegd, kunnen de stukken worden ingezien op een tijd en plaats die bij de mededeling, bedoeld in het eerste lid, is vermeld. @@ -242,13 +232,14 @@ b. kennisgeving in een of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen. Gelijktijdig met de mededeling, bedoeld in het eerste lid, zendt het bevoegd gezag een exemplaar van het veiligheidsrapport aan: -a. burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de inrichting geheel of gedeeltelijk is gelegen, tenzij burgemeester en wethouders het bevoegd gezag zijn; -b. burgemeester en wethouders van de gemeenten waarvan het grondgebied is gelegen binnen de lijn van 10^-8 van het plaatsgebonden risico, bedoeld in bijlage III, onder 2, onder c; -c. het bestuur van de veiligheidsregio waarin een gemeente als bedoeld onder a of b is gelegen; -d. het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, en -e. het bestuursorgaan dat bevoegd is tot verlening van de vergunning krachtens de Waterwet. +a. burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de inrichting geheel of gedeeltelijk is gelegen, tenzij burgemeester en wethouders het bevoegd gezag zijn, en de burgemeester van die gemeente; +b. burgemeester en wethouders van de gemeenten waarvan het grondgebied is gelegen binnen de lijn van 10^-8 individueel risico, bedoeld in bijlage III, onder 2, onder c, en de burgemeester van die gemeenten; +c. de commissaris van de Koningin in de provincie waarin een gemeente als bedoeld onder a of b is gelegen; +d. het bestuur van de regionale brandweer binnen wier gebied een gemeente als bedoeld onder a of b is gelegen; +e. Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; +f. het bestuursorgaan dat bevoegd is tot verlening van de vergunning krachtens de Wet verontreiniging oppervlaktewateren. -**5.** Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer zendt, indien de lijn van 10^-8 van het plaatsgebonden risico, bedoeld in bijlage III, onder 2, onder c, zich uitstrekt over het grondgebied van een andere staat een exemplaar aan die staat. In dat geval zendt hij tevens een exemplaar aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. +**5.** Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer zendt, indien de lijn van 10^-8 individueel risico, bedoeld in bijlage III, onder 2, onder c, zich uitstrekt over het grondgebied van een andere staat een exemplaar aan die staat. In dat geval zendt hij tevens een exemplaar aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. **6.** In een geval als bedoeld in het vijfde lid, eerste volzin, zendt Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, indien krachtens artikel 19.3 van de Wet milieubeheer een tweede tekst is overgelegd, een exemplaar van deze tekst aan de betrokken staat. @@ -258,32 +249,28 @@ Als gegevens als bedoeld in artikel 19.3, eerste lid, laatste volzin, van de Wet ### Artikel 20 -**1.** Met betrekking tot een inrichting waarop dit besluit van toepassing is beziet het bevoegd gezag telkens of de beperkingen waaronder de vergunning is verleend, en de voorschriften die daaraan zijn verbonden, aanpassing behoeven op grond van de in het veiligheidsrapport genoemde maatregelen en op grond van de gegevens met betrekking tot de risico's, bedoeld in bijlage III, onder 2, onder b en c. - -**2.** Indien het bestuur van de veiligheidsregio waarin de inrichting is gelegen met het oog op de toepassing van het eerste lid een advies heeft uitgebracht, betrekt het bevoegd gezag dat advies bij de actualisering van de vergunning, bedoeld in het eerste lid. +Met betrekking tot een inrichting waarop dit besluit van toepassing is beziet het bevoegd gezag telkens of de beperkingen waaronder de vergunning krachtens artikel 8.1 van de Wet milieubeheer is verleend, en de voorschriften die daaraan zijn verbonden, aanpassing behoeven op grond van de in het veiligheidsrapport genoemde maatregelen en op grond van de gegevens met betrekking tot de risico's, bedoeld in bijlage III, onder 2, onder b en c. ### Artikel 21 -**1.** Degene die een inrichting drijft, houdt een bijgewerkte lijst van in de inrichting aanwezige gevaarlijke stoffen bij en zorgt er voor dat deze lijst door een ieder kan worden geraadpleegd. Indien krachtens artikel 19.3 van de Wet milieubeheer een tweede tekst van het veiligheidsrapport is overgelegd waar uit de beschrijving van de stoffen ingevolge Bijlage III, eerste lid, onderdeel j, stoffen zijn weggelaten, blijft vermelding van die stoffen op de lijst, bedoeld in de eerste zin, achterwege. +**1.** Degene die een inrichting drijft, houdt een bijgewerkte lijst van in de inrichting aanwezige gevaarlijke stoffen bij en zorgt er voor dat deze lijst door een ieder kan worden geraadpleegd. **2.** Onze Ministers kunnen nadere regels stellen met betrekking tot het eerste lid. ### Artikel 22 -**1.** Degene die een inrichting drijft, stelt een intern noodplan op voor bij een zwaar ongeval binnen de inrichting ten uitvoer te leggen maatregelen, gericht op het beperken en beheersen van zware ongevallen en de gevolgen ervan voor de werknemers. Het intern noodplan bevat tenminste de gegevens en beschrijvingen, bedoeld in bijlage IV. +**1.** Degene die een inrichting drijft, stelt een intern noodplan op voor bij een zwaar ongeval binnen de inrichting ten uitvoer te leggen maatregelen, gericht op het beperken en beheersen van zware ongevallen en de gevolgen ervan voor de werknemers. Het interne noodplan bevat tenminste de gegevens en beschrijvingen, bedoeld in bijlage IV. -**2.** Degene die een inrichting drijft draagt er zorg voor dat het intern noodplan tenminste eens per drie jaar wordt geëvalueerd, beproefd en zonodig gewijzigd. Bij de evaluatie wordt rekening gehouden met veranderingen die zich in de inrichting hebben voorgedaan, en met nieuwe kennis en inzichten omtrent de bij een zwaar ongeval te nemen maatregelen. +**2.** Degene die een inrichting drijft draagt er zorg voor dat het interne noodplan tenminste eens per drie jaar wordt geëvalueerd, beproefd en zonodig gewijzigd. Bij de evaluatie wordt rekening gehouden met veranderingen die zich in de inrichting hebben voorgedaan, en met nieuwe kennis en inzichten omtrent de bij een zwaar ongeval te nemen maatregelen. -**3.** Het intern noodplan en de wijziging daarvan worden, bij het ontbreken van een ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging, opgesteld met raadpleging van de belanghebbende werknemers. Over het intern noodplan en de wijziging daarvan worden tevens de werknemers geraadpleegd van andere werkgevers die op basis van een langlopende overeenkomst tot aanneming van werk mede in de inrichting werkzaam zijn. +**3.** Het interne noodplan en de wijziging daarvan worden opgesteld met raadpleging van de ondernemingsraad, de personeelsvertegenwoordiging of, bij het ontbreken daarvan, van de belanghebbende werknemers. -**4.** De werkgever zorgt ervoor dat de werknemers, de bedrijfshulpverleners, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de wet, en de externe hulpverleningsorganisaties, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel e, van de wet, de deskundigen, genoemd in artikel 13 van de Arbeidsomstandighedenwet, de deskundigen of arbodiensten, genoemd in de artikelen 14 en 14a van de Arbeidsomstandighedenwet, en de werknemers van andere werkgevers, die mede in de inrichting werkzaam zijn, desgewenst kennis kunnen nemen van het intern noodplan. +**4.** -**5.** - -Het intern noodplan wordt vastgesteld: +Het interne noodplan wordt vastgesteld: a. voor inrichtingen die na de inwerkingtreding van dit besluit worden opgericht: voor de inbedrijfstelling er van; -b. voor inrichtingen die voor de inwerkingtreding van dit besluit niet verplicht waren tot opstelling van een rapport inzake de externe veiligheid op grond van de Wet milieubeheer of een arbeidsveiligheidsrapport op grond van de Arbeidsomstandighedenwet: binnen drie jaar na de inwerkingtreding van dit besluit; +b. voor inrichtingen die voor de inwerkingtreding van dit besluit niet verplicht waren tot opstelling van een rapport inzake de externe veiligheid op grond van de Wet milieubeheer of een arbeidsveiligheidsrapport op grond van de Arbeidsomstandighedenwet 1998: binnen drie jaar na de inwerkingtreding van dit besluit; c. voor andere inrichtingen: binnen twee jaar na de inwerkingtreding van dit besluit. ### Paragraaf 4. Verdere bepalingen, overgangs- en slotbepalingen @@ -294,17 +281,17 @@ Een inrichting of een onderdeel daarvan mag niet in werking worden gebracht of g ### Artikel 24 -**1.** Het bevoegd gezag stelt op grond van de gegevens, bedoeld in de artikelen 6, eerste lid, 10, eerste lid, en 26, eerste lid, in overeenstemming met de daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouder, en het bestuur van de veiligheidsregio waarin de inrichting geheel of in hoofdzaak is gelegen, een zodanig inspectieprogramma vast dat daarmee een planmatig en systematisch onderzoek van de in de inrichting gebruikte systemen van technische, organisatorische en bedrijfskundige aard kan worden uitgevoerd. +**1.** Het bevoegd gezag stelt op grond van de gegevens, bedoeld in de artikelen 6, eerste lid, 10, eerste lid, en 26, eerste lid, in overeenstemming met de daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 24 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998, en burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de inrichting geheel of in hoofdzaak is gelegen, een zodanig inspectieprogramma vast dat daarmee een planmatig en systematisch onderzoek van de in de inrichting gebruikte systemen van technische, organisatorische en bedrijfskundige aard kan worden uitgevoerd. **2.** -Bij een inspectie wordt in ieder geval gecontroleerd of hetgeen in de inrichting wordt aangetroffen in overeenstemming is met de verplichtingen die voortvloeien uit de artikelen 5, 6, 10 en 26, teneinde na te gaan of: +Bij een inspectie die in het kader van het inspectieprogramma wordt uitgevoerd, wordt in ieder geval gecontroleerd of hetgeen in de inrichting wordt aangetroffen in overeenstemming is met de verplichtingen die voortvloeien uit de artikelen 5, 6, 10 en 26, teneinde na te gaan of: a. degene die de inrichting drijft kan aantonen dat hij passende maatregelen heeft getroffen om zware ongevallen te voorkomen; b. degene die de inrichting drijft kan aantonen dat hij in passende middelen heeft voorzien om de gevolgen van zware ongevallen op en buiten het bedrijfsterrein te beperken; c. de verstrekte gegevens en informatie de situatie in de inrichting trouw weergeven. -**3.** Na iedere inspectie als bedoeld in het tweede lid stelt het bestuursorgaan dat, of de aangewezen toezichthouder die de inspectie heeft uitgevoerd een rapport op dan wel, indien de inspectie door meer dan één bestuursorgaan, al dan niet tezamen met de aangewezen toezichthouder, is uitgevoerd, stellen deze een gezamenlijk rapport op. Een exemplaar van het rapport wordt gezonden aan degene die de inrichting drijft. Indien het rapport daartoe aanleiding geeft, wordt dit binnen een redelijke termijn na de inspectie met degene die de inrichting drijft, besproken. +**3.** Na iedere inspectie als bedoeld in het tweede lid stelt het bestuursorgaan dat, of de aangewezen ambtenaar die de inspectie heeft uitgevoerd een rapport op dan wel, indien de inspectie door meer dan één bestuursorgaan, al dan niet tezamen met de aangewezen ambtenaar, is uitgevoerd, stellen deze een gezamenlijk rapport op. Een exemplaar van het rapport wordt gezonden aan degene die de inrichting drijft. Indien het rapport daartoe aanleiding geeft, wordt dit binnen een redelijke termijn na de inspectie met degene die de inrichting drijft, besproken. **4.** Binnen een jaar na de inwerkingtreding van dit besluit stelt het bevoegd gezag voor de eerste maal een inspectieprogramma vast als bedoeld in het eerste lid. @@ -312,46 +299,11 @@ c. de verstrekte gegevens en informatie de situatie in de inrichting trouw weerg **6.** Het vijfde lid is niet van toepassing indien het bevoegd gezag het in het eerste lid bedoelde inspectieprogramma heeft vastgesteld op grond van een systematische evaluatie van de gevaren van zware ongevallen. -**7.** Bij het opstellen van het gezamenlijk rapport, bedoeld in het derde lid, bewaakt en bevordert het bevoegd gezag vanuit zijn coördinerende rol de eenduidigheid en onderlinge samenhang van het gezamenlijk rapport en tijdige toezending van dat rapport aan degene die de inrichting drijft en neemt daartoe de noodzakelijke initiatieven. - ### Artikel 25 -**1.** Handelen of nalaten in strijd met het krachtens artikel 48, zesde lid, van de Wet veiligheidsregio’s in de artikelen 13, eerste lid, 14, eerste en tweede lid, 16, vijfde lid, en 21, eerste lid, bepaalde, is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1a, onder 1°, van de Wet op de economische delicten. +**1.** De handeling of het nalaten in strijd met het ter uitvoering van artikel 2c, eerste lid, van de Wet rampen en zware ongevallen in de artikelen 13, eerste lid, 14, 16, vierde lid, en de nadere regels, bedoeld in artikel 14, vierde lid, bepaalde, is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1a, onder 1°, van de Wet op de economische delicten. -**2.** Handelen of nalaten in strijd met het krachtens artikel 6, eerste lid, tweede zin, van de Arbeidsomstandigenhedenwet in de artikelen 3, tweede lid, 5, eerste tot en met vierde lid, 6, eerste lid, 7, derde lid, 9, 10, eerste lid, 11, eerste lid, 13, tweede en derde lid, 14, eerste en tweede lid, 16, vijfde lid, 17, 21, eerste lid, 22, eerste tot en met vierde lid, 23, 26, eerste lid, 27, eerste en derde lid, 28, eerste, tweede en vierde lid, en het krachtens artikel 29 bepaalde, is een strafbaar feit. - -**3.** - -Als overtreding ter zake waarvan een bestuurlijke boete kan worden opgelegd, wordt aangemerkt de handeling of het nalaten in strijd met de voorschriften die zijn opgenomen: - -a. in de artikelen, bedoeld in het tweede lid, met uitzondering van de artikelen 23 en 29; -b. in de artikelen van de op grond van artikel 29 vastgestelde ministeriële regeling, voor zover en op de wijze als bij die regeling is bepaald. - -**4.** Ter zake van de naleving van de bepalingen, bedoeld in het derde lid, en van artikel 23 kan een last onder bestuursdwang worden opgelegd. - -### Artikel 25a - -**1.** Na een herhaling van een overtreding of soortgelijke overtreding wordt een waarschuwing gegeven als bedoeld in artikel 28a, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet en indien een herhaling van die of een soortgelijke overtreding is geconstateerd als bedoeld in dat artikel, wordt een bevel opgelegd door de daartoe aangewezen ambtenaar dat de door hem aangewezen werkzaamheden voor een daarbij aangegeven periode worden stilgelegd dan wel niet mogen aanvangen. - -**2.** Indien een ernstige overtreding is geconstateerd, wordt in afwijking van het eerste lid, een waarschuwing als bedoeld in artikel 28a, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet gegeven bij de eerste overtreding en wordt, indien opnieuw dezelfde of een soortgelijke overtreding is geconstateerd die eveneens ernstig is, een bevel opgelegd door de daartoe aangewezen ambtenaar dat de door hem aangewezen werkzaamheden voor een daarbij aangegeven periode worden stilgelegd dan wel niet mogen aanvangen. - -**3.** Als ernstige overtreding als bedoeld in het tweede lid wordt aangemerkt de overtreding waardoor, naar de werkgever weet of redelijkerwijs moet weten, levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid van een of meer werknemers ontstaat of te verwachten is. - -**4.** Indien de aard van de overtreding of de met de overtreding samenhangende omstandigheden dan wel de gevolgen van een stillegging van de werkzaamheden daartoe aanleiding geven, kan worden afgezien van een waarschuwing als bedoeld in het eerste en tweede lid en kan worden afgezien van een bevel als bedoeld in het eerste en tweede lid. - -### Artikel 25b - -Als ernstige overtreding in de zin van artikel 34, zesde en negende lid, van de Arbeidsomstandighedenwet wordt aangemerkt de overtreding, bedoeld in artikel 25a, derde lid. - -### Artikel 25c - -**1.** Als soortgelijke verplichtingen en verboden als bedoeld in artikel 34, vijfde en zevende lid, van de Arbeidsomstandighedenwet worden aangewezen de verplichtingen en verboden die voortvloeien uit een ander lid of onderdeel van hetzelfde voorschrift, bedoeld in artikel 25, derde lid, mits het boetenormbedrag voor de bestuurlijke boete op overtreding van deze verplichting of dat verbod op grond van de beleidsregels, bedoeld in artikel 34, tiende lid, van de Arbeidsomstandighedenwet is ingedeeld in dezelfde boetecategorie als het boetenormbedrag voor de bestuurlijke boete op de overtreding, bedoeld in artikel 34, vijfde en zevende lid, van de Arbeidsomstandighedenwet. - -**2.** In afwijking van het eerste lid wordt een overtreding van zowel het eerste als het derde lid van artikel 5 aangemerkt als een soortgelijke overtreding indien de boete op deze overtreding op grond van de beleidsregels, bedoeld in artikel 34, tiende lid, van de Arbeidsomstandighedenwet is ingedeeld in dezelfde boetecategorie als de boete op de latere overtreding. - -**3.** Van een soortgelijke overtreding als bedoeld in artikel 25a, eerste en tweede lid, is sprake als het een overtreding betreft van een ander lid of onderdeel van hetzelfde voorschrift, bedoeld in artikel 25, derde lid, mits het boetenormbedrag voor de bestuurlijke boete op deze overtreding op grond van de beleidsregels, bedoeld in artikel 34, tiende lid, van de Arbeidsomstandighedenwet is ingedeeld in dezelfde boetecategorie als het boetenormbedrag voor de bestuurlijke boete op de eerdere overtreding. - -**4.** In afwijking van het derde lid wordt een overtreding van zowel het eerste als het derde lid van artikel 5 aangemerkt als een soortgelijke overtreding indien de boete op deze overtreding op grond van de beleidsregels, bedoeld in artikel 34, tiende lid, van de Arbeidsomstandighedenwet is ingedeeld in dezelfde boetecategorie als de boete op de eerdere overtreding. +**2.** De handeling of het nalaten in strijd met het ter uitvoering van artikel 6, eerste lid, tweede volzin, Arbeidsomstandighedenwet 1998 in de artikelen 3, tweede lid, 5, eerste tot en met vierde lid, 6, eerste lid, 7, derde lid, 9, 13, tweede en derde lid, 14, eerste en tweede lid, 16, vierde lid, 17, 21, eerste lid, 22, eerste tot en met derde lid, 23, 26, eerste lid, 27, eerste en derde lid, 28, eerste, tweede en vierde lid, en 29 bepaalde is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1, onder 3° van de Wet op de economische delicten. ### Artikel 26 @@ -404,20 +356,20 @@ h. de met de onmiddellijke omgeving van de inrichting samenhangende omstandighed Indien op degene die een inrichting drijft het tweede lid van toepassing is en deze op enig tijdstip in de periode van vijf jaar direct voorafgaande aan de dag van de indiening van het veiligheidsrapport heeft zorggedragen voor: -a. opstelling of wijziging van een arbeidsveiligheidsrapport als bedoeld in artikel 5 van de Arbeidsomstandighedenwet, zoals dat op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit besluit luidde, en voor verzending ervan aan de daartoe aangewezen toezichthouder, of +a. opstelling of wijziging van een arbeidsveiligheidsrapport als bedoeld in artikel 5 van de Arbeidsomstandighedenwet, zoals dat op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit besluit luidde, en voor verzending ervan aan de daartoe aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998, of b. de indiening van een rapport inzake de externe veiligheid als bedoeld in artikel 4 van het in het tweede lid genoemde besluit, is artikel 14, derde en vierde lid, van overeenkomstige toepassing voor zover de in het arbeidsveiligheidsrapport onderscheidenlijk de in het rapport inzake de externe veiligheid opgenomen gegevens en beschrijvingen voldoen aan hetgeen bij en krachtens dit besluit is bepaald omtrent de inhoud van het veiligheidsrapport. -**4.** Indien bij de verzending van het veiligheidsrapport aan het bevoegd gezag met toepassing van het derde lid is verwezen naar een arbeidsveiligheidsrapport als bedoeld in artikel 5 van de Arbeidsomstandighedenwet of naar een rapport inzake de externe veiligheid als bedoeld in artikel 4 van het in het tweede lid genoemde besluit, worden de in die rapporten vervatte gegevens waarnaar is verwezen ter voldoening aan de verplichting, bedoeld in artikel 14, eerste lid, geëvalueerd en wordt een bijgewerkt veiligheidsrapport aan het bevoegd gezag gezonden binnen vijf jaar nadat de gegevens waarnaar verwijzing heeft plaatsgevonden werden verzonden aan de daartoe aangewezen toezichthouder onderscheidenlijk binnen vijf jaar nadat die gegevens werden verzonden aan het bevoegd gezag. +**4.** Indien bij de verzending van het veiligheidsrapport aan het bevoegd gezag met toepassing van het derde lid is verwezen naar een arbeidsveiligheidsrapport als bedoeld in artikel 5 van de Arbeidsomstandighedenwet of naar een rapport inzake de externe veiligheid als bedoeld in artikel 4 van het in het tweede lid genoemde besluit, worden de in die rapporten vervatte gegevens waarnaar is verwezen ter voldoening aan de verplichting, bedoeld in artikel 14, eerste lid, geëvalueerd en wordt een bijgewerkt veiligheidsrapport aan het bevoegd gezag gezonden binnen vijf jaar nadat de gegevens waarnaar verwijzing heeft plaatsgevonden werden verzonden aan de daartoe aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 onderscheidenlijk binnen vijf jaar nadat die gegevens werden verzonden aan het bevoegd gezag. ### Artikel 29 -Bij regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid worden regels gesteld met betrekking tot de gegevens die diegene die een inrichting drijft na een zwaar ongeval verstrekt aan de aangewezen toezichthouder en met betrekking tot het door hem uit te oefenen toezicht. +Bij regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid worden regels gesteld met betrekking tot de gegevens die diegene die een inrichting drijft na een zwaar ongeval verstrekt aan de aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 24 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 en met betrekking tot het toezicht door die ambtenaar. ### Artikel 30 -Vervallen +Wijzigt het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer. ### Artikel 31 @@ -425,15 +377,15 @@ Het Besluit risico's zware ongevallen wordt ingetrokken. ### Artikel 32 -Vervallen +Wijzigt het Besluit milieuverslaglegging. ### Artikel 33 -Vervallen +Wijzigt het Besluit bedrijfsbrandweren. ### Artikel 34 -Dit besluit berust mede op de artikelen 31, vierde lid, 48, zesde lid, 49, eerste lid, en 61, tweede lid, van de Wet veiligheidsregio’s. +Wijzigt het Arbeidsomstandighedenbesluit. ### Artikel 35 @@ -457,4 +409,4 @@ In het veiligheidsbeheerssysteem, bedoeld in artikel 5, derde lid, komen aan de ## Bijlage IV -Het intern noodplan, bedoeld in artikel 22, eerste lid, bevat de volgende gegevens en beschrijvingen: +Het interne noodplan, bedoeld in artikel 22, eerste lid, bevat de volgende gegevens en beschrijvingen: