From bc0bcdfb428c5f59229f42dc6a1b38a8d1044d5b Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 20 Dec 2006 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2006-12-20 | BWBR0017017 | Wet kinderopvang --- wet/wet-kinderopvang/BWBR0017017/README.md | 55 +++++++++++++++------- 1 file changed, 38 insertions(+), 17 deletions(-) diff --git a/wet/wet-kinderopvang/BWBR0017017/README.md b/wet/wet-kinderopvang/BWBR0017017/README.md index da1f7a70d49..079e1e020f7 100644 --- a/wet/wet-kinderopvang/BWBR0017017/README.md +++ b/wet/wet-kinderopvang/BWBR0017017/README.md @@ -92,25 +92,31 @@ Een ouder heeft voor een berekeningsjaar aanspraak op een kinderopvangtoeslag, i a. tegenwoordige arbeid verricht waaruit inkomen uit werk en woning in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt genoten, b. zonder enige vergoeding arbeid verricht in de onderneming van de partner in de zin van artikel 3.78 van de Wet inkomstenbelasting 2001, -c. algemene bijstand of een uitkering ontvangt op grond van de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte zelfstandigen of de Algemene nabestaandenwet, en gebruik maakt van een voorziening, gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de Wet werk en bijstand, artikel 34, eerste lid, onder a, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en artikel 34, eerste lid, onder a, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte zelfstandigen, die de noodzaak tot kinderopvang met zich brengt, +c. algemene bijstand of een uitkering ontvangt op grond van de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen of de Algemene nabestaandenwet, en gebruik maakt van een voorziening, gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de Wet werk en bijstand, artikel 34, eerste lid, onder a, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en artikel 34, eerste lid, onder a, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, die de noodzaak tot kinderopvang met zich brengt, d. een uitkering ontvangt op grond van de Wet werk en inkomen kunstenaars, en gebruik maakt van een voorziening, gericht op arbeidsinschakeling in het kader van de uitoefening van een gemengde beroepspraktijk als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de Wet werk en inkomen kunstenaars, e. de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, scholing of een opleiding volgt en met toepassing van artikel 16 of artikel 18, eerste en vierde lid, van de Wet werk en bijstand algemene bijstand ontvangt of kan ontvangen, f. als niet-uitkeringsgerechtigde werkzoekende is geregistreerd bij de Centrale organisatie werk en inkomen, genoemd in hoofdstuk 4 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, en gebruik maakt van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de Wet werk en bijstand, g. nieuwkomer is als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a, van de Wet inburgering nieuwkomers, en een inburgeringsprogramma als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van die wet volgt, h. recht heeft op of een uitkering ontvangt op grond van hoofdstuk II van de Werkloosheidswet, en blijkens de bijlage of het plan, bedoeld in artikel 29, tweede lid, van die wet, deelneemt aan een traject gericht op het vergroten van de mogelijkheden tot inschakeling in het arbeidsproces of onbeloonde werkzaamheden op een proefplaats als bedoeld in artikel 76a van die wet bij een werkgever verricht, -i. recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of een uitkering op grond van hoofdstuk 7 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen: +i. recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of een uitkering op grond van hoofdstuk 7 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen of recht heeft op ziekengeld op grond van de Ziektewet: 1°. ten behoeve van wie het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen werkzaamheden, gericht op de bevordering van de inschakeling in het arbeidsproces als bedoeld in artikel 30, zesde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen laat verrichten, 2°. dit onderdeel is nog niet in werking getreden, 3°. werkzaamheden op een proefplaats verricht als bedoeld in artikel 65g van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, artikel 59h van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, artikel 67e van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, artikel 37 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen of artikel 52e van de Ziektewet, j. is ingeschreven bij een school of instelling als bedoeld in paragraaf 2.2 of 2.4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdragen en schoolkosten dan wel als bedoeld in de artikelen 2.8 tot en met 2.11 van de Wet studiefinanciering 2000. k. dit onderdeel is nog niet in werking getreden; -l. dit onderdeel is nog niet in werking getreden; -m. door toepassing van artikel 72, eerste lid, onderdeel b, van de Werkloosheidswet deelneemt aan een traject gericht op het vergroten van de mogelijkheden tot inschakeling in het arbeidsproces. +l. dit onderdeel is nog niet in werking getreden. -**2.** Een ouder die niet in Nederland woont, heeft slechts aanspraak op een kinderopvangtoeslag als hij in een lidstaat woont en, daartoe gerechtigd, in Nederland arbeid verricht dan wel als hij een uitkering ontvangt als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, d, e, h of i. +**2.** Een ouder die niet in Nederland woont, heeft slechts aanspraak op een kinderopvangtoeslag indien hij in een andere lidstaat of Zwitserland woont en, daartoe gerechtigd, in Nederland arbeid verricht of een uitkering ontvangt als bedoeld in het eerste lid, onder c, d, e, h of i, en gebruik maakt van een in één van die onderdelen bedoelde voorziening gericht op arbeidsinschakeling. -**3.** Een ouder met een partner heeft slechts aanspraak, indien ook de partner een persoon is als bedoeld in het eerste lid. Een ouder met een partner die niet in Nederland woont, heeft slechts aanspraak op een kinderopvangtoeslag, indien de partner in een lidstaat woont en, daartoe gerechtigd, in Nederland arbeid verricht dan wel als hij een uitkering ontvangt als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, d, e, h of i. +**3.** + +Een ouder met een partner heeft slechts aanspraak op een kinderopvangtoeslag, indien de partner in Nederland, een andere lidstaat of Zwitserland woont, en + +a. in Nederland, een andere lidstaat of Zwitserland arbeid verricht, +b. een uitkering ontvangt als bedoeld in het eerste lid, onder c, d, e, h of i, en gebruik maakt van een in één van die onderdelen bedoelde voorziening gericht op arbeidsinschakeling of een daarmee vergelijkbare uitkering respectievelijk voorziening, vastgesteld krachtens de wetgeving van een andere lidstaat of Zwitserland, +c. werkloos wordt als bedoeld in het tweede lid en een uitkering ontvangt als bedoeld in het tweede lid, onder a of b, of een daarmee vergelijkbare uitkering, vastgesteld krachtens de wetgeving van een andere lidstaat of Zwitserland, of +d. een persoon is als bedoeld in het eerste lid, onder f, g, j, k of l. **4.** Voor de toepassing van deze wet wordt met inkomen uit werk en woning als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, gelijkgesteld een daarmee overeenkomend inkomen dat niet tot het verzamelinkomen van de ouder behoort omdat het niet behoort tot het Nederlands inkomen als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet inkomstenbelasting 2001, of is vrijgesteld op grond van bepalingen van internationaal recht. @@ -205,12 +211,15 @@ Vervallen Een ouder heeft in een berekeningsjaar aanspraak op een tegemoetkoming van de gemeente: -a. voorzover de ouder in dat jaar een persoon is als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder c tot en met f, voor wie het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a, of derde lid, tweede volzin, van de Wet werk en bijstand, artikel 34, eerste lid, onder a, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, artikel 34, eerste lid, onder a, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte zelfstandigen, artikel 30, vijfde lid, onder a, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen of artikel 72, tweede lid, van de Werkloosheidswet, verantwoordelijk is voor het ondersteunen bij arbeidsinschakeling of die gebruik maakt van een voorziening, gericht op arbeidsinschakeling in het kader van een gemengde beroepspraktijk als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de Wet werk en inkomen kunstenaars of voor zover de ouder in dat jaar een persoon is als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder g, j, k of l; -b. voor zover de ouder en zijn partner in dat jaar personen zijn als bedoeld onder a; -c. voor zover het gevallen betreft, waarin ofwel de ouder ofwel zijn partner in dat jaar een persoon is als bedoeld onder a en de ander een persoon als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder a; -d. voor zover het gevallen betreft, waarin ofwel de ouder ofwel zijn partner in dat jaar een persoon is als bedoeld onder a en de ander een persoon als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a. +a. voor zover de ouder in dat jaar een persoon is die een uitkering ontvangt en gebruik maakt van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder c, d, e of h, of als niet-uitkeringsgerechtigde gebruik maakt van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder f, voor wie het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a, of derde lid, tweede zin, van de Wet werk en bijstand, artikel 34, eerste lid, onder a, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, artikel 34, eerste lid, onder a, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, artikel 30, vijfde lid, onder a, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen of artikel 72, tweede lid, van de Werkloosheidswet, verantwoordelijk is voor het ondersteunen bij arbeidsinschakeling of die gebruik maakt van een voorziening, gericht op arbeidsinschakeling in het kader van een gemengde beroepspraktijk als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de Wet werk en inkomen kunstenaars; +b. voor zover de ouder in dat jaar een persoon is als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder g, j, k of l; +c. voor zover de ouder in dat jaar een persoon is als bedoeld onder a, en zijn partner in dat jaar een persoon die in Nederland, een andere lidstaat of Zwitserland woont en een uitkering ontvangt als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder c tot en met e, en gebruik maakt van een in één van die onderdelen bedoelde voorziening gericht op arbeidsinschakeling of een daarmee vergelijkbare uitkering respectievelijk voorziening, vastgesteld krachtens de wetgeving van een andere lidstaat of Zwitserland; +d. voor zover de ouder in dat jaar een persoon is als bedoeld onder a, en zijn partner in dat jaar een persoon die in Nederland, een andere lidstaat of Zwitserland woont en een uitkering ontvangt als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder h of i, en gebruik maakt van een in één van die onderdelen bedoelde voorziening gericht op arbeidsinschakeling of een daarmee vergelijkbare uitkering respectievelijk voorziening, vastgesteld krachtens de wetgeving van een andere lidstaat of Zwitserland; +e. voor zover de ouder in dat jaar een persoon is als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder a, en zijn partner in dat jaar een persoon als bedoeld onder c; +f. voor zover de ouder in dat jaar een persoon is als bedoeld onder a, en zijn partner in dat jaar een persoon die in Nederland, een andere lidstaat of Zwitserland woont en in Nederland, een andere lidstaat of Zwitserland arbeid verricht; +g. voor zover de ouder in dat jaar een persoon is als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a, en zijn partner in dat jaar een persoon als bedoeld onder c. -**2.** Aanspraak op een tegemoetkoming van de gemeente heeft eveneens een ouder, voor zover de ouder in een berekeningsjaar een persoon is als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a, en algemene bijstand ontvangt op grond van de Wet werk en bijstand of voor zover de ouder en zijn partner in dat jaar personen zijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a, en algemene bijstand ontvangen op grond van de Wet werk en bijstand. +**2.** Aanspraak op een tegemoetkoming van de gemeente heeft eveneens een ouder, voor zover de ouder in een berekeningsjaar een persoon is als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a, en algemene bijstand ontvangt op grond van de Wet werk en bijstand, en, indien hij een partner heeft, zijn partner een persoon die in Nederland, een andere lidstaat of Zwitserland woont en in Nederland, een andere lidstaat of Zwitserland arbeid verricht en algemene bijstand ontvangt op grond van de Wet werk en bijstand of een daarmee vergelijkbare uitkering, vastgesteld krachtens de wetgeving van een andere lidstaat of Zwitserland. **3.** De aanspraak bestaat jegens de gemeente waar de ouder zijn woonplaats heeft als bedoeld in de artikelen 10, eerste lid, en 11 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. @@ -274,10 +283,12 @@ Het college van burgemeester en wethouders maakt zo mogelijk van het sociaal-fis Een ouder heeft in een berekeningsjaar aanspraak op een tegemoetkoming van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: -a. voor zover de ouder in dat jaar een persoon is als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder h of i, tenzij het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 72, tweede lid, van de Werkloosheidswet, artikel 30, vijfde lid, onder a, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen of op grond van artikel 7, derde lid, tweede volzin, van de Wet werk en bijstand verantwoordelijk is voor het ondersteunen van die ouder bij arbeidsinschakeling; -b. voor zover de ouder en zijn partner in dat jaar een persoon is als bedoeld onder a; -c. voor zover het gevallen betreft, waarin ofwel de ouder ofwel zijn partner in dat jaar een persoon is als bedoeld onder a en de ander een persoon als bedoeld in artikel 22, eerste lid, onder a; -d. voor zover het gevallen betreft, waarin ofwel de ouder ofwel zijn partner in dat jaar een persoon is als bedoeld onder a en de ander een persoon als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a. +a. voor zover de ouder in dat jaar een persoon is die een uitkering ontvangt en gebruik maakt van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder h of i, tenzij het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 72, tweede lid, van de Werkloosheidswet, artikel 30, vijfde lid, onder a, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen of op grond van artikel 7, derde lid, tweede zin, van de Wet werk en bijstand verantwoordelijk is voor het ondersteunen van die ouder bij arbeidsinschakeling; +b. voor zover de ouder in dat jaar een persoon is als bedoeld onder a, en zijn partner in dat jaar een persoon die in Nederland, een andere lidstaat of Zwitserland woont en een uitkering ontvangt als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder h of i, en gebruik maakt van een in één van die onderdelen bedoelde voorziening gericht op arbeidsinschakeling of een daarmee vergelijkbare uitkering respectievelijk voorziening, vastgesteld krachtens de wetgeving van een andere lidstaat of Zwitserland; +c. voor zover de ouder in dat jaar een persoon is als bedoeld onder a, en zijn partner in dat jaar een persoon die in Nederland, een andere lidstaat of Zwitserland woont en een uitkering ontvangt als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder c tot en met e, en gebruik maakt van een in één van die leden bedoelde voorziening gericht op arbeidsinschakeling, of een daarmee vergelijkbare uitkering respectievelijk voorziening, vastgesteld krachtens de wetgeving van een andere lidstaat of Zwitserland; +d. voor zover de ouder in dat jaar een persoon is als bedoeld in artikel 22, eerste lid, onder a, en zijn partner in dat jaar een persoon als bedoeld onder b; +e. voor zover de ouder in dat jaar een persoon is als bedoeld onder a, en zijn partner in dat jaar een persoon die in Nederland, een andere lidstaat of Zwitserland woont en in Nederland, een andere lidstaat of Zwitserland arbeid verricht; +f. voor zover de ouder in dat jaar een persoon is als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a, en zijn partner een persoon als bedoeld onder b. **2.** Een persoon als bedoeld in het eerste lid onder a heeft slechts aanspraak op een tegemoetkoming indien hij geen partner heeft. @@ -432,6 +443,10 @@ c. het verstrekken van gegevens en inlichtingen door de ouder en de houder alsme **10.** Indien blijkt dat de kwaliteit van het kindercentrum of gastouderbureau niet langer naar aard en strekking overeenkomt met de op grond van deze wet gestelde regels of dat de houder niet voldoet aan enige verplichting die op grond van deze wet op hem rust wordt het kindercentrum of gastouderbureau uit het register verwijderd. +### Artikel 48a + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + ### Paragraaf 2. Eisen ### Artikel 49 @@ -482,7 +497,13 @@ De houder informeert de ouders wier kinderen in het kindercentrum worden opgevan ### Artikel 57 -Indien de kinderopvang in een kindercentrum geschiedt uitsluitend en onbezoldigd door ten minste een van de ouders van de in die voorziening opgevangen kinderen worden voor de toepassing van artikel 50, eerste lid, ouders gelijkgesteld met personeel en beroepskrachten. +Indien de kinderopvang in een kindercentrum geschiedt uitsluitend en onbezoldigd door ten minste een van de ouders van de in die voorziening opgevangen kinderen worden voor de toepassing van artikel 50, eerste lid, ouders gelijkgesteld met personeel en beroepskrachten. Op ouders, bedoeld in de eerste zin, is artikel 50, tweede, derde en vierde lid, van overeenkomstige toepassing. + +### Artikel 57a + +**1.** Onze Minister kan beleidsregels stellen omtrent de toepassing van de artikelen 49, 50, 51 en 56. + +**2.** De bekendmaking van de beleidsregels geschiedt door plaatsing in de Staatscourant. ### Paragraaf 3. Oudercommissie @@ -944,7 +965,7 @@ Wijzigt de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzek ### Artikel 114 -De voordracht voor een krachtens artikel 7, derde, vierde, zesde en zevende lid, 94, derde lid, 95, vierde lid en 96, vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. +Vervallen ### Artikel 115