From bc0df45aaef951c6f53bae62f8fbad16047369bb Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 24 Jul 2019 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2019-07-24 | BWBR0011545 | Besluit studiefinanciering 2000 --- .../BWBR0011545/README.md | 31 +++++++++++++++++-- 1 file changed, 28 insertions(+), 3 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-studiefinanciering-2000/BWBR0011545/README.md b/amvb/besluit-studiefinanciering-2000/BWBR0011545/README.md index 82dde6dd95e..642581b10d5 100644 --- a/amvb/besluit-studiefinanciering-2000/BWBR0011545/README.md +++ b/amvb/besluit-studiefinanciering-2000/BWBR0011545/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Besluit studiefinanciering 2000 bwb_id: BWBR0011545 type: AMvB status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2017-09-15' +datum_inwerkingtreding: '2019-07-24' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0011545 citeertitel: Besluit studiefinanciering 2000 --- @@ -64,7 +64,7 @@ e. op grond van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artike 1°. verband houdend met verblijf als familie- of gezinslid van een Nederlander of van een vreemdeling als bedoeld in onderdeel a, of dit onderdeel, of hiermee verband houdende niet-tijdelijke humanitaire gronden; 2°. verband houdend met tijdelijke humanitaire gronden of hiermee verband houdende niet-tijdelijke humanitaire gronden; -3°. als bedoeld in artikel 3.4, derde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 of hiermee verband houdende niet-tijdelijke humanitaire gronden; of +3°. als bedoeld in artikel 3.4, vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 of hiermee verband houdende niet-tijdelijke humanitaire gronden; of 4°. verband houdend met afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet als bedoeld in artikel 3.17a, onderdeel b, van het Voorschrift Vreemdelingen 2000 of hiermee verband houdende niet-tijdelijke humanitaire gronden. **2.** Met een Nederlander wordt eveneens gelijkgesteld de vreemdeling ten behoeve van wie of aan wie een tegemoetkoming is verstrekt als bedoeld in de hoofdstukken 3 of 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten. @@ -100,9 +100,34 @@ a. Stichting Rijksakademie van beeldende kunsten te Amsterdam, b. Stichting Jan van Eyk-Akademie te Maastricht, en c. Opleiding Restauratoren, onderdeel van het Instituut Collectie Nederland te Amsterdam. +## Hoofdstuk 2a. Criteria toekenning meeneembare studiefinanciering + ### Artikel 5 -Vervallen +In afwijking van artikel 1.1, eerste lid, van de wet, wordt in dit hoofdstuk onder partner verstaan: een echtgenoot of partner als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdelen a en b, of artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van richtlijn 2004/38/EG. + +### Artikel 5a + +**1.** + +Van een band met Nederland, als bedoeld in artikel 2.14, tweede lid, onderdeel a, van de wet, is sprake indien aan ten minste één van de volgende criteria is voldaan: + +a. de student valt binnen de reikwijdte van artikel 45 of 49 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, of is daarmee gelijkgesteld op grond van het recht van de Europese Unie, en hij of zijn ouder of partner werkt in Nederland, anders dan louter marginaal en bijkomstig; +b. de student heeft ten minste 3 jaren van de 6 jaren voorafgaand aan diens inschrijving aan de buitenlandse opleiding in Nederland gewoond en gedurende deze periode rechtmatig verblijf gehad; +c. de student heeft ten minste 3 jaren van de 6 jaren voorafgaand aan diens inschrijving aan de buitenlandse opleiding in Nederland gewerkt, anders dan louter marginaal en bijkomstig; +d. de student heeft volledig Nederlands onderwijs dat is geregeld bij of krachtens de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs of de Wet op de expertisecentra gevolgd in Nederland. + +**2.** + +Van een band met Nederland is voorts sprake indien de student voldoende vaardig is in de Nederlandse taal, wat in ieder geval kan worden aangetoond met een NT2-diploma, en aan ten minste één van de volgende criteria voldoet: + +a. de student heeft voorafgaand aan diens inschrijving aan de buitenlandse opleiding gedurende een periode van ten minste 3 jaren in Nederland gewoond en gedurende deze periode rechtmatig verblijf gehad; +b. de student heeft voorafgaand aan diens inschrijving aan de buitenlandse opleiding gedurende een periode van ten minste 3 jaren in Nederland gewerkt, anders dan louter marginaal en bijkomstig; +c. een ouder of de partner van de student heeft voorafgaand aan diens inschrijving aan de buitenlandse opleiding gedurende een periode van ten minste 3 jaren in Nederland gewoond en gedurende deze periode rechtmatig verblijf gehad; +d. een ouder of de partner van de student heeft voorafgaand aan diens inschrijving aan de buitenlandse opleiding gedurende een periode van ten minste 3 jaren in Nederland gewerkt, anders dan louter marginaal en bijkomstig; +e. de student heeft Nederlands onderwijs dat is geregeld bij of krachtens de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs, de Wet op de expertisecentra of de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek gevolgd in Nederland gedurende een aaneengesloten periode van ten minste 6 jaren. + +**3.** De student kan op grond van een combinatie van de in het tweede lid genoemde criteria of op grond van andere omstandigheden aantonen dat er sprake is van een band met Nederland. ## Hoofdstuk 3. Weigerachtige of onvindbare ouders